5-669/1

5-669/1

Belgische Senaat

ZITTING 2010-2011

19 JANUARI 2011


Wetsvoorstel tot aanvulling van artikel 422bis van het Strafwetboek, teneinde verzwarende omstandigheden die samenhangen met de hoedanigheid van de dader, in te voeren voor wie verzuimt hulp te bieden aan een persoon in gevaar

(Ingediend door de heer Alain Courtois en mevrouw Christine Defraigne)


TOELICHTING


Dit wetsvoorstel neemt de tekst over van een voorstel dat reeds op 8 februari 2010 in de Senaat werd ingediend (stuk Senaat, nr. 4-1650/1 - 2009/2010).

De wet van 28 november 2000 betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen heeft een aantal bepalingen ter bescherming van minderjarigen ingevoerd of versterkt.

Er bestaan zo verzwarende omstandigheden die verband houden met de hoedanig zelf van de pleger van het misdrijf.

Dergelijke verzwarende omstandigheden worden specifiek vermeld inzake « slagen en verwondingen » als de dader de vader of moeder is van het kind (artikel 405ter van het Strafwetboek).

Dat geldt ook voor foltering (artikel 417ter, derde lid, 1º) en onmenselijke en onterende behandeling (artikel 417quater, derde lid, 1º). Voor deze laatste twee misdrijven bepaalt de wet zelfs « door de vader, de moeder of door andere bloedverwanten in de opgaande lijn, door enig andere persoon die gezag over hem heeft of die hem onder zijn bewaring heeft, of door iedere meerderjarige persoon die occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenleeft ».

Zulk een verzwarende omstandigheid die samenhangt met de hoedanigheid van de dader, bestaat echter niet voor het « verzuim hulp te verlenen aan iemand die in gevaar verkeert », als bedoeld in artikel 422bis van het Strafwetboek. Deze tekst veroordeelt tot gevangenisstraf van maximum een jaar hij die verzuimt hulp te verlenen of te verschaffen aan iemand die in groot gevaar verkeert.

Voor dit misdrijf is inderdaad al een verzwarende omstandigheid bepaald, die evenwel verband houdt met de hoedanigheid van het slachtoffer, namelijk als het een minderjarige betreft. In dat geval wordt de maximumstraf op twee jaar gebracht (artikel 422bis, derde lid).

De indieners van dit voorstel achten het noodzakelijk dat dit artikel van het Strafwetboek wordt aangevuld met een tweede verzwarende omstandigheid, dit keer samenhangend met de hoedanigheid van de dader.

Geweld en slagen waarvan kinderen het slachtoffer worden, worden immers meestal gepleegd door iemand uit diens familiale omgeving, namelijk gezinsleden. Het geweld wordt veel minder vaak gepleegd door personen van buiten de affectieve omgeving van het kind.

Uit de praktijk blijkt dat het bij ouders die hun kind mishandelen vaak moeilijk is precies vast te stellen dat beide ouders laakbare daden hebben gesteld. Dat betekent dat de ouder die er zich in de juridische zin van het woord toe heeft « beperkt » (aangezien niet met zekerheid kan bewezen worden dat hij die laakbare daden heeft gesteld) zich te onthouden van het verlenen van hulp, slechts een maximumstraf van twee jaar riskeert.

De ouder die de daden heeft gepleegd, kan wel strengere straffen krijgen, maar de ouder die geen hulp verleent, riskeert slechts een maximumstraf van twee jaar.

Dat een naaste verwant van het kind het gerecht of de overheid niet inlicht over de slagen of slechte behandelingen is schuldig verzuim dat strenger moet worden bestraft.

Dit wetsvoorstel strekt ertoe deze leemte op te vullen door bij het niet-verlenen van hulp aan een persoon in gevaar, een verzwarende omstandigheid in te voeren die verband houdt met de hoedanigheid van de dader.

Alain COURTOIS.
Christine DEFRAIGNE.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

Artikel 422bis van het Strafwetboek, ingevoegd bij de wet van 6 januari 1961 en gewijzigd bij de wetten van 13 april 1995 en 26 juni 2000, wordt aangevuld met een vierde lid, luidende :

« Indien het misdrijf jegens een minderjarige wordt gepleegd door de vader, de moeder of door andere bloedverwanten in de opgaande lijn, door enig andere persoon die gezag over hem heeft of die hem onder zijn bewaring heeft, of door iedere meerderjarige persoon die occasioneel of gewoonlijk met het minderjarige slachtoffer samenleeft, wordt de maximumstraf op vijf jaar gebracht. »

10 december 2010.

Alain COURTOIS.
Christine DEFRAIGNE.