5-18COM | 5-18COM |
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - De jongste jaren is in Irak het geweld tegen minderheden sterk gestegen. Luidens specialisten heeft al-Qaeda in Irak, nadat zijn pogingen om sjiieten en soennieten tegen elkaar op te hitsen mislukt zijn, nu de christelijke gemeenschap in Irak als doelwit gekozen. Triest dieptepunt is de gijzeling van een kerk in Bagdad op 31 oktober 2010, die het leven kostte aan 58 aanwezigen, waarvan 41 christenen.
De christelijke gemeenschap in Irak is sterk achteruitgegaan: van meer dan één miljoen in 1980 of 7% van de bevolking, naar 800 000 in 2003, vóór de invasie van Irak, en 636 000 in 2005. In 2010 blijft daarvan nog de helft over; de andere helft is gevlucht. Eén op twee Iraakse vluchtelingen is een christen. De meeste christenen vluchten naar het Koerdische gedeelte van Irak. Dit weekend vernamen we dat er opnieuw vluchtelingenstromen zijn van het zuiden van Irak naar Koerdistan. De voorzitter van het regionaal parlement van Koerdistan heeft al verklaard dat `alle vluchtelingen van religieus geweld welkom zijn'.
In zijn persbericht naar aanleiding van de aanslag op de Syrisch-katholieke kathedraal in Bagdad, roept de minister op tot `respect voor de fundamentele vrijheden' zoals ze zijn gevrijwaard door de Iraakse grondwet. Voorts betuigt hij zijn medeleven met de naasten van de slachtoffers en drukt hij zijn steun uit voor de Iraakse gezagsdragers. Ten slotte volgt nog een aanmoediging om `doorgedreven inspanningen te leveren om in Irak tot een politieke stabilisering en een versterking van de rechtsstaat te komen, ten voordele van alle Irakezen, ongeacht hun geloofsovertuiging'.
Heeft de minister na zijn persbericht concrete actie ondernomen?
Welke concrete initiatieven wil de minister ondernemen in deze problematiek? Kaart de minister dit aan bij zijn Europese collega's in het kader van het Europees voorzitterschap?
De heer Steven Vanackere, vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen. - De aanvallen tegen christelijke minderheden en tegen elke minderheid blijven een zorgwekkend fenomeen in Irak. Op 31 oktober was er de afschuwelijke aanslag tegen de Syrisch-katholieke gelovigen in Bagdad.
Het is een ontwikkeling die door mij en de Belgische diplomatie van dichtbij wordt gevolgd. Mijn publieke verklaring van 4 november moet in die context worden gezien.
België had tijdens de 7de sessie van de Universal Periodic Review van de Mensenrechtenraad in februari van dit jaar in Genève, specifiek de aandacht van de Iraakse overheid gevestigd op de nodige effectieve bescherming van de christelijke minderheden en ze opgeroepen alle gewelddaden tegen etnische, taalkundige of religieuze minderheden grondig te onderzoeken.
De Iraakse overheid heeft die Belgische aanbeveling formeel aanvaard en ze heeft ook nieuwe maatregelen genomen.
België steunt ook de Europese civiele missie EUJUST LEX in Irak, die ertoe strekt de rechtsstaat in Irak te bevorderen via de vorming van de Irakese justitie en politie. Hierdoor moet een duurzame oplossing van het geweld tegen alle minderheden worden gegarandeerd. Van 17 november tot 1 december heeft het Egmont-onderzoeksinstituut in samenwerking met mijn departement, de federale politie en justitie nog een vormingssessie gegeven voor 15 leden van de Irakese politie. Hierbij is bijzondere aandacht gegeven aan de bescherming van alle minderheden.
Vervolgens hebben de 27 ministers van Buitenlandse Zaken op voorstel van de Hoge Vertegenwoordiger Catherine Ashton op 22 november de toestand in Irak besproken op de Raad Buitenlandse Zaken. Er werden drie formele conclusies aangenomen, die ik ten volle steun. Ten eerste worden de aanslagen tegen christelijke en islamitische gebedshuizen veroordeeld. Niet alleen de christelijke, maar ook de sjiitische gemeenschap werd recentelijk door aanslagen getroffen. Ten tweede veroordeelt de Europese Unie elke aansporing tot en uitvoering van gewelddaden, ook die welke zijn ingegeven door religieuze of etnische haat. Ten derde ziet de Europese Unie ernaar uit betrekkingen met de nieuwe regering aan te knopen zodra ze is aangetreden. De problematiek van de effectieve bescherming van de minderheden, inclusief de christenen, is een belangrijk element in de Europese houding ten opzichte van de nieuwe regering.
Ten slotte wijs ik erop dat de derde commissie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op initiatief van de Europese Unie een resolutie heeft aangenomen met betrekking tot het verzet tegen religieuze intolerantie.
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Het is positief dat dit probleem werd besproken op de Raad Buitenlandse Zaken en dat de Europese Unie een krachtige veroordeling heeft uitgesproken over iedere vorm van geweld tegen religieuze minderheden of op basis van religieuze motieven.
Mme la présidente. - Je voudrais ajouter, en complément de votre question, que j'ai eu la chance, dans une vie antérieure qui n'était pas politique, de travailler en Irak. À l'époque, la fin des années septante, les chrétiens détenaient pratiquement tout le pouvoir économique. La fuite des chrétiens aujourd'hui est donc particulièrement inquiétante pour l'avenir économique du pays.