5-14COM | 5-14COM |
De heer Peter Van Rompuy (CD&V). - Naar aanleiding van de recente eurocrisis, die al dan niet voorbij is, is gebleken dat we niet alleen een monetaire unie nodig hebben, maar ook een betere coördinatie tussen de lidstaten inzake het economische en financiële beleid.
Er werd een pakket maatregelen inzake `EU economic governance' goedgekeurd.
Wat is het standpunt van de Belgische regering over dat pakket maatregelen?
Zijn er, hoewel de zes richtlijnen ter zake nog geen definitieve vorm hebben, al stappen gedaan voor de uitvoering van die richtlijnen die op een aantal domeinen een regelrechte aardverschuiving dreigen teweeg te brengen? Ik denk dan aan het bijhouden van scoreboards, aan de aanpassing van methodes van overheidsboekhouding, aan de begrotingswetgeving en aan economische en financiële rapportering door de Nationale Bank van België en het Planbureau.
Werden er al bepaalde zaken opgestart?
De heer Didier Reynders, vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen. - De gebeurtenissen van de afgelopen 12 maanden hebben aangetoond dat we het economische beleid in de EU, en nog meer in de eurozone, moeten versterken, willen we ons gezamenlijk Europees project voor te grote spanningen behoeden.
Ik heb de actieve deelname van België aan de totstandkoming van de voorstellen inzake het economische beleid verzekerd door mee te werken in de werkgroep geleid door Europees president Van Rompuy. Het eindrapport van de werkgroep vormt samen met de voorstellen die de Europese Commissie op 29 september 2010 lanceerde, de basis voor het wetgevende proces dat volop loopt en waarbij de Raad, de Commissie en het Europees Parlement samen een definitieve regeling voor de versterking van het economisch beleid uitwerken. Het doel is een definitief akkoord te bereiken tegen eind juni 2011.
In deze procedure speelt België een belangrijke rol. Als EU-voorzitter heeft het de werkzaamheden van een speciale raadswerkgroep op gang getrokken die de verschillende voorstellen zal bespreken. Met het oog op de onderhandelingen met het Europees Parlement moeten die werkzaamheden na het Belgische voorzitterschap leiden tot een algemeen akkoord in de Raad.
Het is nog te vroeg om precies te kunnen zeggen welke aanpassingen in de Belgische wetgeving als gevolg van de nieuwe Europese regels noodzakelijk zijn. De besprekingen tussen Raad, Commissie en Europees Parlement zijn immers nog volop aan de gang en de inhoud en draagwijdte van de nieuwe regels zijn nog niet duidelijk bepaald.
De FOD Begroting maakt op dit moment een eerste impactanalyse van de voorstellen op alle beleidsniveaus in België: federaal, gewesten en gemeenschappen, provincies en gemeenten.
De versterking van het economisch beleid vereist waarschijnlijk een versterking van het begrotingskader op nationaal vlak, een betere benadering op middellange termijn, de bepaling van aan doeleinden gebonden maatregelen, de mogelijke invoering van begrotingsregels en verhoogde aandacht voor de evolutie van de schuld.
Sommige van die vereisten zouden wetgevende aanpassingen kunnen vergen, maar in de huidige fase van de onderhandelingen is het te vroeg om ons daarover duidelijk uit te spreken.
De volgende weken en maanden ware het wellicht nuttig om een zogenaamde Conventie te organiseren zoals na de top van Laken in 2001. Dat was een nuttig initiatief om het institutionele beleid en het nieuwe Lissabonverdrag uit te werken. Waarom zouden we geen Conventie organiseren met de nationale parlementen, het Europees Parlement, de verschillende regeringen, het Permanent Voorzitterschap van de EU, de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en eventueel andere actoren om een nieuw economisch verdrag voor Europa uit te werken? Die aanpak wierp zijn vruchten af op institutioneel vlak. Waarom zou dat ook niet op financieel en economisch vlak mogelijk zijn?
Verder acht ik het zeker voor een federale staat nuttig om over een stabiliteits- en groeipact te beschikken dat in de Grondwet of misschien in een bijzondere wet wordt verankerd. Voor die Europese doelstelling kunnen we toch niet jaar na jaar akkoorden tussen de federale overheid enerzijds en de gewesten en gemeenschappen anderzijds blijven sluiten. Op middellange termijn moeten we onze begroting in evenwicht krijgen. Hoe kunnen we daarin slagen zonder een nationaal kader dat in de Grondwet of in een bijzondere wet wordt verankerd? Zonder een dergelijk kader wordt het moeilijker en moeilijker om die doelstelling in een federale staat te bereiken. Dat geldt overigens ook voor landen als Duitsland en Spanje.
Misschien is hier ook een taak weggelegd bij het definiëren van de nieuwe financieringswet, maar dat is een ander verhaal ...