5-567/1

5-567/1

Belgische Senaat

ZITTING 2010-2011

6 DECEMBER 2010


Wetsvoorstel tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, teneinde de motorfietsen toe te staan gebruik te maken van de aan de bussen voorbehouden rijstroken

(Ingediend door de heer Richard Miller)


TOELICHTING


Dit wetsvoorstel neemt de tekst over van een voorstel dat reeds op 8 augustus 2007 in de kamer van volksvertegenwoordigers werd ingediend (stuk Kamer, nr. 52-96/1).

Op onze wegen komen er almaar meer tweewielige motorvoertuigen bij. Op 1 augustus 2006 bestond het motorfietsenpark uit 359 764 eenheden, tegenover slechts 277 838 in 2000. Met andere woorden : een stijging met 25 % in vijf jaar en zelfs een verdrievoudiging gedurende de periode 1980-2004. Aldus maken de motorfietsen 5,75 % uit van het totale voertuigenpark in België.

Het toenemende aantal tweewielige motorvoertuigen moet ons ertoe aanzetten in het verkeersveiligheidsbeleid ook rekening te houden met die categorie van weggebruikers. Tevens moeten we die voertuigen een centrale plaats geven in het algemeen beleid ter bevordering van de mobiliteit.

Inzake duurzame mobiliteit bieden de tweewielige motorvoertuigen een grote troef, want ze reiken een oplossing aan voor de verzadiging van ons wegennet. Motorfietsen hebben aanzienlijke voordelen, aangezien ze weinig plaats innemen en zeer wendbaar zijn. Bovendien denken heel wat mensen eraan zich een motorfiets aan te schaffen voor hun woon-werkverkeer. Jammer genoeg vormen de ongevallenstatistieken een smet op dat mooie plaatje. Motorfietsers zijn er nog altijd in oververtegenwoordigd, in verhouding tot hun getalssterkte in het verkeer.

In 2004 kwamen 137 motorfietsers om het leven, werden er 724 ernstig en 3 184 licht gewond. De cijfers over het aantal lichtgewonden en doden bleven relatief stabiel tegenover 2003, maar het aantal zwaargewonden daalde substantieel : van 978 in 2003 tot 724 in 2004.

Wil men het motorfietsgebruik aanmoedigen, dan is het noodzakelijk de veiligheid van de motorfietsers te vergroten. Een speciaal aangepaste weginfrastructuur is daartoe een eerste stap. Meer in het bijzonder moet er ernstig over worden nagedacht de busstroken open te stellen voor motorfietsers.

Steeds meer steden in Europa nemen maatregelen om het gebruik van die voertuigen te bevorderen en de veiligheid te vergroten, met een positieve weerslag op de ongevallenstatistieken. Zo slaagde Londen erin het aantal ernstig gewonden en doden onder de motor- en bromfietsers in vier jaar met één derde terug te dringen, dankzij een beleid dat gericht is op preventie en op de aanleg van wegen met inachtneming van de tweewielige motorvoertuigen. Ook het aantal ongevallen waarin gebruikers van dergelijke tweewielers betrokken zijn, daalde met 11 %. Behalve een grootscheepse informatie- en sensibiliseringscampagne liep in Londen ook een proefproject waarbij motorfietsers — althans op de hoofdassen — gebruik konden maken van de busstroken. In de Engelse hoofdstad zijn die stroken alleen maar afgebakend door een doorlopende witte lijn. In België worden ze vaak van de rest van de weg gescheiden door een lage, halvemaanvormige afscheiding. Die afscheidingen zijn werkelijk zeer gevaarlijk voor motorrijders.

De openstelling van de busstroken voor motorrijders heeft aanzienlijke voordelen. Enerzijds kunnen de motorfietsers aldus in veiliger omstandigheden rijden, want tijdens files hoeven zij niet meer tussen de auto's te slalommen. Anderzijds verloopt het autoverkeer vlotter.

Momenteel mogen taxi's de busstroken reeds gebruiken overeenkomstig het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

De indiener wil die mogelijkheid uitbreiden tot de motorfietsen. Die zouden de speciale busstroken kunnen gebruiken, evenals de bijzondere overrijdbare beddingen. De indiener wenst die maatregel niet toe te passen op de bromfietsers, teneinde een bijkomend ongevallenrisico te voorkomen. De maximumsnelheid van bromfietsen ligt immers lager dan de gemiddelde snelheid van de bussen, waardoor het niet aan te raden is ze op dezelfde rijstrook te laten rijden.

Wel wordt een beperking ingebouwd : de motorfietsen mogen op die rijstroken géén inhaalmanoeuvres uitvoeren.

Richard MILLER.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

In artikel 72.5, vierde zin, van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg worden, tussen het woord « Taxi's » en het woord « mogen », de woorden « en motorfietsen » ingevoegd.

Art. 3

Artikel 72.6 van hetzelfde koninklijk besluit wordt aangevuld met een nieuw lid, luidende :

« Wanneer motorfietsen de bedding mogen volgen, moet het verkeersbord F18 worden aangevuld met het woord « Motorfiets ». In dat geval moeten de bestuurders van motorfietsen zo nodig de verkeerslichten bedoeld in artikel 62ter opvolgen. Zij moeten bovendien in de toegelaten richtingen voortrijden. »

Art. 4

In hetzelfde koninklijk besluit wordt een artikel 17.3 ingevoegd, luidende :

« Art. 17.3. De motorfietsers mogen niet links inhalen :

1º wanneer zij rijden op een rijstrook die is voorbehouden aan voertuigen van geregelde diensten voor gemeenschappelijk vervoer en aan voertuigen bestemd voor het ophalen van leerlingen, op een rijbaan die is voorzien van een verkeersbord F17;

2º wanneer zij rijden in de bijzondere overrijdbare bedding die is voorbehouden aan voertuigen van geregelde diensten voor gemeenschappelijk vervoer. »

Art. 5

Deze wet treedt in werking zes maanden nadat ze in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.

De Koning is gemachtigd de bij deze wet gewijzigde bepalingen van voormeld koninklijk besluit te wijzigen.

25 oktober 2010.

Richard MILLER.