5-510/2

5-510/2

Belgische Senaat

ZITTING 2010-2011

7 DECEMBER 2010


Voorstel van resolutie betreffende de benoeming van de bestuurlijke commissie belast met het toezicht op de specifieke en uitzonderlijke methoden voor het verzamelen van gegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE BINNENLANDSE ZAKEN EN VOOR DE ADMINISTRATIEVE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR

MEVROUW MAES


I. INTRODUCTION

Het voorstel van resolutie, waarover voorliggend verslag handelt werd in de Senaat ingediend op 24 november en werd op 25 november 2010 naar de commissie verzonden.

De commissie heeft het voorstel van resolutie besproken tijdens haar vergadering van 7 december 2010.

II. INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR DE HEER DANNY PIETERS, HOOFDINDIENER VAN HET VOORSTEL VAN RESOLUTIE

De heer Pieters herinnert er aan dat op 1 september 2010 de wet van 4 februari 2010 betreffende de methoden voor het verzamelen van gegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten in werking is getreden. Deze wet breidt de bevoegdheid van de Belgische inlichtingen- en veiligheidsdiensten uit met de specifieke en uitzonderlijke methoden voor het verzamelen van gegevens.

Het toezicht op de toepassing van de specifieke en uitzonderlijke methoden gebeurt a priori door een bestuurlijke commissie en a posteriori door het Vast Comité van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

De specifieke methodes kunnen slechts worden gebruikt na kennisgeving aan de bestuurlijke commissie die op elk ogenblik een controle kan uitoefenen op de wettelijkheid. De uitzonderlijke methodes kunnen slechts worden aangewend na eensluidend advies van de commissie.

Binnen de regering is evenwel nog geen overeenstemming bereikt over de benoeming van de leden van deze bestuurlijke commissie waardoor het voor onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten onmogelijk is om gebruik te maken van de specifieke en uitzonderlijke inlichtingenmethoden. Deze situatie is verontrustend voor de veiligheid van ons land en zijn inwoners. Kan men zich de situatie voorstellen dat er een aanslag gebeurt die had kunnen voorkomen worden door deze commissie te benoemen ?

De heer Pieters heeft de bezorgdheid van de begeleidingscommissie naar voor gebracht in een onderhoud met de minister van Justitie. Als voorzitter van de Senaat en van de begeleidingscommissie heeft hij daarna een brief gestuurd naar de eerste minister. Dit heeft echter niets geholpen en de bestuurlijke commissie is nog altijd niet benoemd.

Het feit dat de regering ontslagnemend is en ze enkel « lopende zaken » kan afhandelen is geen excuus om deze benoeming niet te doen. Het betreft hier de uitvoering van een door het parlement gestemde wet die reeds in werking is getreden. De politieke beslissingen zijn dus al genomen.

Daarom kan alleen een resolutie de regering aansporen vooralsnog tot de benoeming van deze commissie over te gaan. Hij is zich er evenwel bewust dat een resolutie tegenover een ontslagnemende regering geen evidentie is.

Het ultieme middel dat het parlement nog heeft is een wijziging van de wet betreffende de methoden voor het verzamelen van gegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, waarbij het aantal leden van de commissie wordt gereduceerd tot het aantal waarover binnen de regering wel overeenstemming bestaat. Deze oplossing is echter volkomen surrealistisch.

Het feit dat de commissie niet benoemd wordt omwille van onenigheid tussen politieke partijen en daardoor de veiligheid van het land in het gedrang komt is onaanvaardbaar. Om die reden hebben alle leden van de begeleidingscommissie het voorstel van resolutie ondertekend waarbij zij vragen dat de regering onmiddellijk overgaat tot de benoeming van de leden van de bestuurlijke commissie.

III. ALGEMENE BESPREKING

De heer Moureaux denkt dat de uiteenzetting van de heer Pieters meer dan voldoende verantwoordt waarom deze resolutie moet worden aangenomen. Hij geeft toe dat tegenover een ontslagnemende regering een voorstel van resolutie een uitzonderlijke maatregel is, maar ook de situatie is uitzonderlijk. Zonder zich te willen uitspreken, stelt hij vast dat een koninklijk besluit nemen tijdens een periode van lopende zaken niet voor de hand ligt, maar het gaat hier om een hoogdringend dossier.

Mevrouw Matz steunt het voorstel van resolutie maar betwijfelt of in een periode van lopende zaken een dergelijke benoeming wel mogelijk is.

De heer Buysse verklaart dat zijn fractie ten gronde de bezorgdheid van de indieners deelt maar stelt vast dat een van de indieners van het voorstel beter binnen zijn partij zou ijveren voor een oplossing van dit dossier.

De heer Deprez steunt de argumentering van de heer Pieters. De aanwending van bijzondere methoden voor het verzamelen van gegevens is een delicate aangelegenheid waarop toezicht moet worden gehouden. De wet werd al aangenomen en is ondertussen in werking getreden. Het betreft hier dus de uitvoering van een bepaling in een situatie die wel eens ernstige problemen met zich zou kunnen brengen; die context verantwoordt overigens dit voorstel van resolutie. Zijn fractie zal het voorstel steunen.

De heer Claes wenst de ernst van de situatie te benadrukken. De wet van 4 februari 2010 betreffende de methoden voor het verzamelen van gegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten is op 1 september van dit jaar in werking getreden. De niet-benoeming van de bestuurlijke commissie leidt er toe dat onze diensten over minder middelen beschikken dan voor de inwerkingtreding. De ministers van Justitie en van Landsverdediging, die bevoegd zijn voor deze diensten, zitten daardoor in een zeer delicate positie. Wij kunnen het niet veroorloven om de veiligheid van ons land, van Brussel, van de Europese instellingen — België is op dit ogenblik Europees voorzitter — op een dergelijk lichtzinnige manier in gevaar te brengen. Wij mogen op dit ogenblik dit risico niet nemen en de regering moet zo snel mogelijk haar verantwoordelijkheid nemen.

De heer Broers wijst erop dat ook de administrateur-generaal van de Veiligheid van de Staat deze situatie in een brief aan de eerste minister heeft aangekaart. Dit kan de Senaat er alleen maar toe aansporen om deze resolutie te stemmen.

Mevrouw Niessen verklaart dat zij zich bij de stemming zal onthouden omdat het voorstel van resolutie verwijst naar een wet waar haar fractie niet achter staat. De veel te ruime definities van het begrip « terrorisme » en van het begrip « de activiteit die een dreiging vormt of kan vormen », gekoppeld aan de definitie van het radicaliseringsproces, leiden tot een veel te vage afbakening van een aantal gedragingen. In januari al stipte haar fractie aan dat het noodzakelijk was om het radicaliseringsproces duidelijker te omschrijven, zodat enkel situaties waarin concreet tot de actie wordt overgegaan, aanleiding kunnen geven tot de aanwending van uitzonderlijke methoden, die een ernstige inmenging van het privéleven impliceren. Het voorstel van resolutie wijzigt die basisvoorwaarden niet.

De heer Demeyer verklaart dat zijn fractie het voorstel van resolutie steunt.

De resolutie wordt aangenomen met 10 stemmen tegen 1 stem bij 1 onthouding.

Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.

De rapporteur, De voorzitter,
Lieve MAES. Philippe MOUREAUX.