5-9COM | 5-9COM |
De heer Bart Tommelein (Open Vld). - Personen die belast zijn met een mandaat in een openbare of privé-instelling, zijn in die hoedanigheid niet onderworpen aan de verplichte aansluiting bij een sociale kas voor zelfstandigen. Ik verwijs daarbij naar artikel 5bis van het koninklijk besluit nr.38 van 27 juli 1967.
Ik stel vast dat het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) personen die als politiek mandataris door hun gemeenteraad gemandateerd werden om met raadgevende stem zitting te hebben in een raad van bestuur, toch aanmaant om zich aan te sluiten bij een sociaal verzekeringsfonds. Hun wordt tevens gezegd dat, indien zij dat nalaten, ze in gebreke zullen worden gesteld.
Volgens het bestuur van het RSVZ moet namelijk een onderscheid worden gemaakt tussen stemgerechtigde mandatarissen en diegenen die slechts een raadgevende stem hebben. Die laatsten beschouwt het RSVZ dus niet als mandataris en zij vallen volgens het instituut daarom niet onder artikel 5bis. Dat is een erg betwistbare interpretatie die geen rekening houdt met het feit dat ook mandatarissen met alleen een raadgevende stem wel degelijk een democratisch mandaat hebben gekregen, zowel van hun kiezers als van hun gemeenteraad. Een juridisch-technische discussie hierover zou overigens niet stroken met de geest van de wet.
Het RSVZ zou die interpretatie vanaf 2007 zijn gaan hanteren, zodat het dus drie jaar later, zoals gebruikelijk voor zelfstandigen, of vanaf 2010 met ingebrekestellingen begint te dreigen.
Zijn al betwistingen bekend over de aanpak van het RSVZ? Wat is het standpunt van de minister ter zake? Welk initiatief zal de minister nemen om uit die kafkaiaanse situatie te raken?
Mevrouw Sabine Laruelle, minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid. - Het RSVZ meldt mij dat het sinds jaar en dag vasthoudt aan dezelfde interpretatie. Er is in 2007 daaromtrent geen wijziging geweest.
De eerste voorwaarde voor de toepassing van artikel 5bis is houder zijn van een mandaat in een privé- of publieke instelling.
Een mandaat is een overeenkomst waarbij een persoon, de lastgever, een andere persoon, de mandataris, belast met het vervullen, voor zijn rekening en in zijn naam, van een of meerdere rechtshandelingen. Het is in die zin dat het begrip is opgenomen in artikel 5bis van koninklijk besluit nr. 38. Het uitgangspunt van die interpretatie is dat in de tekst zelf van bedoeld artikel, noch in de voorbereidende werken nader wordt ingegaan op de precieze betekenis van het begrip `mandaat'. Bijgevolg dient te worden teruggegrepen naar de betekenis van het woord `mandaat' in het burgerlijk recht.
In de burgerrechtelijke betekenis van het woord is het mandaat een synoniem van lastgeving. Dat is een rechtshandeling waarbij een persoon aan iemand anders de macht geeft om iets voor de lastgever en in zijn naam te doen. Een rechtshandeling is een wilsdaad waarbij wordt beoogd rechtsgevolgen in het leven te roepen of te beletten dat ze tot stand komen.
Aangezien een expert, adviseur of deskundige geen rechtshandelingen kan treffen, valt hij niet onder de toepassing van artikel 5bis en zal hij verzekeringsplichtig zijn op grond van de bepalingen van artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967.
Het RSVZ meldt mij dat het aantal betwistingen niet kan worden geteld, maar dat het Arbeidshof van Antwerpen de interpretatie waarnaar hier wordt verwezen, op 16 januari 2009 nog met een arrest heeft bevestigd. Ik ontving vorige week toevallig een gelijkaardige vraag van een West-Vlaams provincieraadslid.
Op juridisch vlak kan de interpretatie mijns inziens moeilijk worden betwist. Over de wenselijkheid van een eventuele tekstaanpassing kan ik mij in het kader van een regering die alleen lopende zaken behandeld, momenteel niet uitspreken. Wat ik wel kan doen, is het vraagstuk voor advies voorleggen aan het Algemeen Beheerscomité voor het sociaal statuut der zelfstandigen.
De heer Bart Tommelein (Open Vld). - Zuiver juridisch is die interpretatie juist. Het kan echter niet de bedoeling van de wetgever geweest zijn voor gemeenteraadsleden een onderscheid te maken tussen mandaten met stemrecht en mandaten zonder.
Als het zuiver juridisch verkeerd is om artikel 5bis van het koninklijk besluit nr. 38 toe te passen op een mandataris zonder stemrecht, dan lijkt het me nodig, ongeacht de samenstelling van de toekomstige regering, een wetgevend initiatief te nemen om dat koninklijk besluit te wijzigen.
Ik zal met de voorzitter van de commissie nagaan of we over de partijgrenzen heen een wetsvoorstel kunnen indienen om duidelijkheid te scheppen.
Mevrouw Sabine Laruelle, minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid. - Het is misschien ook interessant daarover contact op te nemen met het Algemeen Beheerscomité voor het sociaal statuut der zelfstandigen.
De voorzitter. - Ik ga in op de uitnodiging van de heer Tommelein. Ik wil meewerken aan zulk een wetsvoorstel.
(De vergadering wordt gesloten om 11.45 uur.)