5-6COM

5-6COM

Commissie voor de Justitie

Handelingen

DINSDAG 30 NOVEMBER 2010 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Bart Laeremans aan de minister van Justitie over «de zaak-Belliraj» (nr. 5-122)

De heer Bart Laeremans (VB). - Op 16 juli werd Abdelkader Belliraj in beroep veroordeeld voor terrorisme en ook voor het plegen van zes politieke moorden in België. Sindsdien is het zeer stil geworden rond dit dossier. Nochtans moet nu toch dringend duidelijk worden wat de gevolgen van dit arrest zijn voor ons land. De minister weet dat ik hem in de Kamer al vaak over deze zaak heb ondervraagd.

Kan de minister de precieze inhoud van het arrest meedelen? Voor welke feiten werd Belliraj precies veroordeeld? Voor hoeveel van die zes moorden? In welke mate werd zijn betrokkenheid bij de moorden bewezen? In welke mate droegen ze bij tot de straf? Werden in Marokko nog andere mensen veroordeeld wegens betrokkenheid bij die moorden? Zo ja, wie?

Kunnen wij een kopie bekomen van de vertaling van dat arrest of van de passages die op Belliraj van toepassing zijn? Zo neen, waarom niet?

In welke mate werd in ons land verder gevolg gegeven aan dit arrest? Werd opnieuw een rogatoire commissie naar Marokko gestuurd? Beschikt men nu eindelijk over alle informatie zodat het parket kan voortwerken?

Heeft het federale parket de feiten verder onderzocht? Beschouwt het de feiten lastens Belliraj ook naar Belgisch recht bewezen of kan/moet lastens hem opnieuw een onderzoek worden gevoerd? Kan hij in ons land opnieuw veroordeeld worden voor een deel van deze feiten?

Wat met de andere verdachten? In welke mate zijn de zes politieke moorden in ons land verjaard? Welke van deze dossiers kunnen alsnog voor de rechtbank worden gebracht? Hoever staat het daarmee?

Wat antwoordt de minister op de kritiek van het Comité I dat de Staatsveiligheid geen weet had van het criminele verleden van betrokkene toen hij als informant werd ingeschakeld? Welke conclusies worden getrokken inzake de risicoanalyse met betrekking tot informanten?

De heer Stefaan De Clerck, minister van Justitie. - Het federale parket deelt mij mee nog geen kopie van het arrest te hebben gekregen.

Wat het verdere onderzoek in België betreft, werd in Marokko van 18 tot 21 oktober 2010 een internationaal rechtshulpverzoek uitgevoerd, onder leiding van de gespecialiseerde onderzoeksrechter terrorisme Bernardo-Mendez, samen met een federale magistraat en onderzoekers van de FGP Brussel. Het was de bedoeling onder meer Belliraj te verhoren.

Thans worden de uitvoeringsstukken van dit internationale rechtshulpverzoek ingewacht, die vervolgens zullen worden geëxploiteerd.

Het goede verloop van het aan de gang zijnde strafonderzoek en het principe van het geheim van het strafonderzoek verbieden mij meer details te verschaffen over het onderzoek.

Als minister van Justitie kan ik bevestigen noch ontkennen dat Abdelkader Belliraj een informant van de Veiligheid van de Staat was.

Bij toepassing van de organieke wet van 30 november 1998 op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gewijzigd door de wet van 4 februari 2010, zal een richtlijn van het Ministerieel Comité voor inlichting en veiligheid de problematiek van het beheer van menselijke bronnen moeten regelen.

In afwachting van deze richtlijn maken de menselijke bronnen van de Veiligheid van de Staat het voorwerp uit van geregelde risicoanalyses, zowel bij de rekrutering als bij de evaluaties. Hun eventuele criminele verleden is een van de elementen waarmee rekening wordt gehouden.

De heer Bart Laeremans (VB). - Als ik de minister hoor zeggen dat het federale parket nog niet eens een kopie heeft van het arrest dat op 16 juli 2010 werd geveld, val ik zowat van mijn stoel. Is dat inertie of onwil van de kant van het federale parket?

Normaal gaat men in een dergelijke situatie toch naar Marokko om het arrest op te halen of vraagt men het op te sturen met de post. Ik geloof niet dat de onwil in Marokko ligt. Als men het arrest gevraagd had, had men het al lang gekregen.

Ik begrijp nog steeds niet dat men een dossier met zes politieke moorden in Brussel, waaronder de imam van het hoofdstedelijke islamitische centrum, niet sneller wil onderzoeken. Tal van mensen werden vrijgelaten in afwachting van een eventueel proces dat rekening kan houden met het arrest. Men wacht echter af tot een gunstige wind het arrest hierheen brengt. Dat getuigt van een hemeltergende onprofessionaliteit.

Ik heb dat meermaals gelaakt bij minister Vandeurzen en nadien bij de huidige minister van Justitie. Niettemin stel ik vast dat een dossier met een dergelijke impact - men heeft het zelfs over banden met Abu Nidal - blijft rondslingeren. Ik moet telkens opnieuw met verbijstering dezelfde vaststelling doen.

Ik zie de minister opnieuw zwijgen.

De heer Stefaan De Clerck, minister van Justitie. - U hoort mij zwijgen.

(De vergadering wordt gesloten om 15.40 uur.)