5-440/1

5-440/1

Belgische Senaat

ZITTING 2010-2011

4 NOVEMBER 2010


Wetsvoorstel tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gelet op de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon

(Ingediend door de heer Francis Delpérée)


TOELICHTING


Het verdrag van Lissabon en de bijbehorende protocollen kennen de parlementaire assemblees van de lidstaten nieuwe bevoegdheden toe (1) . De uitoefening ervan kan leiden tot bevoegdheidsbetwistingen tussen de federale Kamers en de gemeenschaps- en gewestparlementen.

Onderhavig voorstel geeft de afdeling wetgeving van de Raad van State de bevoegdheid op verzoek van één van vermelde assemblees een advies te geven over dat probleem van verdeling van bevoegdheden.

Het is een aanvulling bij het voorstel van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen, wat de Europese Unie betreft (5-382/1 - 2010/2011), alsook bij het wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 31 december 1983 tot hervorming van de instellingen van de Duitstalige Gemeenschap, gelet op de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon [5-355/1 - BZ 2010]. Die drie teksten strekken om de krijtlijnen uit te tekenen waarbinnen de parlementaire samenwerkingsakkoorden waarvan sprake in het nieuwe artikel 92bis, § 4bis, derde lid, van de bijzondere wet tot hervorming van de instellingen, zoals voorgesteld in bovenvermeld voorstel van bijzondere wet, op harmonieuze wijze tot stand kunnen komen.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 2

Er wordt een specifieke bepaling in de gecoördineerde wetten op de Raad van State ingevoegd. Ze geeft de afdeling wetgeving de bevoegdheid een gemotiveerd advies te geven over drie soorten teksten waarover een parlementaire assemblee een van haar nieuwe bevoegdheden kan uitoefenen (2)  :

1º een ontwerp van wetgevingshandeling van de Europese Unie (3) waarover een assemblee een gemotiveerd advies kan uitbrengen in verband met het subsidiariteitsbeginsel, overeenkomstig artikel 6, eerste lid, van het protocol betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid;

2º een wetgevingshandeling van de Europese Unie : een assemblee kan de federale regering verzoeken voor het Hof van Justitie een beroep tot vernietiging van een wetgevingshandeling in te stellen wegens schending van het subsidiariteitbeginsel op grond van artikel 8, eerste lid, van hetzelfde protocol;

3º een initiatief van de Europese Raad of een voorstel van de Europese Commissie waartegen een assemblee bezwaar kan aantekenen, respectievelijk krachtens artikel 48, § 7, derde lid, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (4) en artikel 81, § 3, derde lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (5) .

Het voorgestelde artikel 6ter vermeldt uitdrukkelijk dat het advies van de afdeling wetgeving uitsluitend betrekking heeft op de vraag of het ontwerp van wetgevingshandeling, het initiatief van de Europese Raad of het voorstel van de Commissie, al naargelang het geval, tot de bevoegdheden van de Staat, de gemeenschappen of de gewesten behoort.

De afdeling wetgeving wordt geadieerd door de voorzitter van de assemblee, zoals bij de verzoeken om advies op grond van artikel 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State.

De assemblee in kwestie kan degene zijn die haar nieuwe bevoegdheden wil uitoefenen, of een andere assemblee die de bevoegdheid van de eerste betwist op grond van de regels inzake bevoegdheidsverdeling tussen de staat, de gemeenschappen en de gewesten.

Artikel 3

Aangezien het aan de voorzitters van alle parlementaire assemblees is gericht (zie verder, de toelichting bij artikel 6 van het voorstel), moet het advies in de drie landstalen worden gesteld.

Artikel 4

De eerste voorzitter ontvangt de verzoeken om advies bedoeld in het voorgestelde artikel 6ter, zoals hij de verzoeken ontvangt bedoeld in de artikelen 2 tot 6.

Artikel 5

De termijn waarbinnen een assemblee een gemotiveerd advies inzake het subsidiariteitsbeginsel over een ontwerp van wetgevingshandeling kan geven, is uiterst kort (acht weken) (6) . De termijn waarbinnen een beroep tot vernietiging wegens schending van het subsidiariteitsbeginsel namens die assemblee kan worden ingesteld, is dat evenzeer (twee maanden) (7) . De voorzitter van de assemblee die de afdeling wetgeving belast met een een verzoek tot advies kan dus, in die gevallen vragen dat het advies binnen een termijn van acht werkdagen wordt meegedeeld.

De termijn waarbinnen een assemblee haar bezwaar kan aantekenen tegen een initiatief van de Europese Raad, of tegen een voorstel van de Commissie is minder kort, maar toch beperkt (zes maanden) (8) . De voorzitter van de assemblee die de afdeling wetgeving belast met een verzoek tot advies kan dus, in dat geval vragen dat het advies binnen een termijn van vijfenveertig dagen wordt meegedeeld.

De termijnen van acht werkdagen en vijfenveertig dagen, zijn die welke overeenkomstig het huidige artikel 84, § 1, eerste lid, 1º en 2º, gelden wanneer het advies krachtens artikel 85bis door de verenigde kamers wordt gegeven.

Artikel 6

Het advies van de afdeling wetgeving is voor alle parlementaire assemblees van belang. Het is bovendien mogelijk dat het wordt gegeven op verzoek van een andere assemblee dan die welke zijn nieuwe bevoegheden wil uitoefenen (zie hoger, de toelichting bij artikel 2 van het voorstel). Het is dus raadzaam dat het advies niet alleen gericht wordt aan de assemblee die de Raad van State geadieerd heeft, maar aan alle assemblees.

Francis DELPÉRÉE.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

Art. 2

Titel II van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, wordt aangevuld met een artikel 6ter, luidende :

« Art. 6ter. — Op verzoek van de voorzitter van de Senaat, van de Kamer van volksvertegenwoordigers, van een Parlement van een gemeenschap of een gewest, van de Raad van de Franse Gemeenschapscommissie of van de Verenigde Vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeeschapscommissie, geeft de afdeling wetgeving een gemotiveerd advies over de respectieve bevoegdheden van de staat, de gemeenschappen of de gewesten in verband met :

1º een ontwerp van wetgevingshandeling van de Europese Unie waarover een van bovenvermelde assemblees krachtens artikel 6, eerste lid, van het protocol betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, een gemotiveerd advies kan geven met betrekking tot het subsidiariteitsbeginsel;

2º een wetgevingshandeling van de Europese Unie, die een van de bovenvermelde assemblees krachtens artikel 8, eerste lid, van hetzelfde protocol, kan betwisten voor het Hof van Justitie van de Europese Unie, met betrekking tot het subsidiariteitsbeginsel;

3º een initiatief van de Europese Raad of een voorstel van de Europese Commissie waartegen een van bovenvermelde assemblees bezwaar kan aantekenen, respectievelijk krachtens artikel 48, § 7, derde lid, van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 81, § 3, derde lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. ».

Art. 3

Artikel 47 van dezelfde wetten, vervangen bij de wet van 9 augustus 1980, wordt aangevuld met het volgende lid :

« Het advies dat met toepassing van artikel 6ter wordt gegeven, wordt opgesteld in het Frans, het Nederlands en het Duits. »

Art. 4

In artikel 83, eerste lid, van dezelfde wetten, laatst gewijzigd bij de wet van 15 september 2006, worden de woorden « artikelen 2 tot 6 » vervangen door de woorden « artikelen 2 tot 6 en 6ter ».

Art. 5

In artikel 84, § 1, eerste lid, van dezelfde wetten, laatst gewijzigd bij de wet van 8 september 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1º het punt op het einde van het 2º wordt vervangen door een puntkomma;

2º het lid wordt aangevuld met een 3º en een 4º, luidende :

« 3º wanneer, in de gevallen bedoeld in artikel 6ter, 1º of 2º, de overheid die de afdeling wetgeving adieert, vraagt dat het advies wordt meegedeeld binnen een termijn van acht werkdagen;

4º wanneer, in het geval bedoeld in artikel 6ter, 3º, de overheid die de afdeling wetgeving adieert, vraagt dat het advies wordt meegedeeld binnen een termijn van vijfenveertig dagen. »

Art. 6

In artikel 84 van dezelfde wetten wordt een paragraaf 2bis ingevoegd, luidende :

« § 2bis. Het advies dat wordt gegeven met toepassing van artikel 6ter wordt gericht aan de voorzitters welke door die bepaling worden bedoeld. »

7 oktober 2010.

Francis DELPÉRÉE.

(1) Voy. gén. F. Delpérée en F. Dopagne, Le dialogue parlementaire Belgique-Europe, Brussel, Bruylant, 2010.

(2) Om de redenen die werden uiteengezet in het voorstel van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, wat de Europese Unie betreft (zie voetnoot 2, blz. 3), is er geen reden om de Assemblée van de Franstalige Gemeenschapscommissie en die van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie uit te sluiten van het mechanisme van consultatie van de Raad van State.

(3) Voor de definitie van de « ontwerpen van wetgevingshandelingen » zie artikel 2, tweede lid, van het protocol over de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie en artikel 3 van het protocol betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid.

(4) Het gaat om de aantekening van het « bezwaar van een nationaal parlement » tegen een initiatief van de Europese Raad in het raam van de vereenvoudigde procedure om de mogelijkheden van de gekwalificeerde meerderheid of van de gewone wetgevingsprocedure uit te breiden.

(5) Het gaat om het aantekenen van het « bezwaar van een nationaal parlement » tegen een voorstel van de Commissie dat strekt om de aspecten van het familierecht met grensoverschrijdende gevolgen te bepalen ten aanzien waarvan handelingen kunnen worden vastgesteld volgens de gewone wetgevingsprocedure.

(6) Artikel 6, eerste lid, van het protocol betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid.

(7) Artikel 8, eerste lid, van het protocol betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid en art. 263, zesde lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

(8) Respectievelijk artikel 48, § 7, derde lid, van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 81, § 3, derde lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.