5-5

5-5

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 21 OCTOBRE 2010 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Guido De Padt à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques sur «l'introduction d'un service minimum par la SNCB en période de grève» (nº 5-44)

M. le président. - M. Bernard Clerfayt, secrétaire d'État à la Modernisation du Service public fédéral Finances, à la Fiscalité environnementale et à la Lutte contre la fraude fiscale répondra.

De heer Guido De Padt (Open Vld). - U kent wellicht nog de slogans van destijds: `De trein is altijd een beetje reizen', en `Met de trein zou je er al zijn'. Nu zie je langs de autosnelwegen trouwens ook borden staan met het opschrift `Gene zever'.

Ik heb de indruk dat de gebruikers van het openbaar vervoer in het algemeen en van de trein in het bijzonder, die vorige maandag en dinsdag op de autosnelwegen in een file zijn beland, vaak de woorden `dikke zever' in de mond hebben genomen toen ze de stelling van de vakbonden hoorden dat het nodig was het spoorverkeer stil te leggen, terwijl nadien is gebleken dat men maandag op een zucht stond van een sociaal akkoord, wat door een bepaalde vakbond werd betwist. Die staking, die honderdduizenden pendelaars heeft getroffen en zware economische schade heeft veroorzaakt, was veeleer een opstoot van machtswellust, waarbij geen rekening werd gehouden met de modale burger.

Naar aanleiding van die staking welde het debat over de invoer van een minimale dienstverlening opnieuw op. Het aantal voorstanders ervan neemt toe. De minister is geen voorstander, aangezien een minimale dienstverlening volgens haar in de praktijk niet haalbaar is. Eén van de grote NMBS-bazen, Jannie Haek, valt haar daarin bij.

In juli 2008 antwoordde zij op een parlementaire vraag nochtans dat de NMBS in staat is om met 33% van het personeel gedurende een dag de minimale dienstverlening bij de spoorwegen te garanderen. Dat betekent dat 67% van het personeel op dat ogenblik kan staken, terwijl de mensen toch op hun werk en kinderen op school raken. Een minimale dienstverlening is in de praktijk dus wel degelijk haalbaar.

De minister stelt deze week dat de bepleiters van een minimale dienstverlening zelf een voorstel van praktische uitvoering moeten doen. Volgens de geest van de wet van 21 maart 1991 dient de autonomie van een overheidsbedrijf echter in acht te worden genomen. Die wet is er precies gekomen om al te grote politieke inmenging in de operationele bedrijfsvoering te voorkomen. In die zin is het niet echt conform de wet dat de minister aan de politici vraagt om invulling te geven aan de minimale dienstverlening. De operationele invulling moet worden geregeld door sociaal overleg tussen directie en personeel.

De organisatie die de belangen van de reizigers behartigt, heeft in de Kamercommissie Infrastructuur recentelijk een concreet idee gegeven over hoe een minimale dienstverlening kan worden ingevuld. Volgens de BTTB moet een minimumdienst het midden houden tussen de verwachtingen van de reiziger en het recht van het personeel om actie te voeren. De meest haalbare vorm is wellicht een vrij ruime bediening tijdens de ochtend- en avondspits in combinatie met een beperkt daluuraanbod.

Die algemene formule kan verder worden uitgediept. Concreet kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de verbindingen waar de maatschappelijke overlast het grootst is, zoals tussen alle provinciehoofdsteden en Brussel. Prioritaire aandacht kan worden besteed aan het woon-werkverkeer op de drukke assen in het land, waar anders veel fileleed ontstaat. Ook de assen die veel gebruikt worden door schoolgaande jongeren kunnen prioriteit krijgen. Het is van belang de mensen die het openbaar vervoer nodig hebben, van dienstverlening te voorzien.

Kan de minister meedelen welke denkoefeningen en studies naar de praktische uitvoering van een minimale dienstverlening de NMBS zelf heeft gemaakt? Heeft de NMBS een blauwdruk voor een minimale dienstverlening voorhanden? Hoe ziet die eruit? Indien niet, wil zij daartoe de opdracht geven?

Erkent de minister dat de invulling van een minimale dienstverlening dient te gebeuren door sociaal overleg tussen de directie en het personeel en dat het conform de wet niet de taak van de politici is om dat te doen?

Erkent de minister dat de BTTB vorig jaar in de Kamercommissie Infrastructuur een uitgewerkte minimale dienstverlening heeft voorgesteld? Hoe beoordeelt de minister dat voorstel?

De heer Bernard Clerfayt, staatssecretaris voor de Modernisering van de Federale Overheidsdienst Financiën, de Milieufiscaliteit en de Bestrijding van de fiscale fraude. - Ik lees het antwoord van minister Vervotte.

In juni 2008 werd een akkoord gesloten over het stakingsrecht bij de NMBS Groep. Dit akkoord kwam tot stand tussen de directie en de representatieve vakbonden ACOD-Spoor en ACV-Transcom, waar de aangenomen vakbonden VSOA en OVS zich vervolgens bij hebben aangesloten.

Het akkoord werd toegevoegd aan de statutaire en reglementaire bepalingen, waardoor het van toepassing is op alle personeelsleden van de NMBS Groep, ook op medewerkers die niet bij een erkende of aangenomen vakbond zijn aangesloten.

De aanleiding voor het zoeken naar een regeling waren de talrijke onaangekondigde stakingen, die de dienstverlening verstoorden en waarover de directie niet tijdig met haar klanten kon communiceren. De schade die dergelijke wilde acties toebrengen aan het imago van het spoorproduct, is groot. Overeenkomstig het akkoord moeten werkonderbrekingen ruim voldoende op voorhand worden aangekondigd en leidt de aankondiging van een staking tot het opstarten van specifieke overlegprocedures. Wie deze regels niet volgt, is onrechtmatig afwezig en kan een tuchtsanctie krijgen.

Het akkoord voert geen minimumdienstverlening in, wat ook niet de doelstelling van de onderhandelingen was. De eerste opdracht was immers het aanpakken van de belangrijkste bron van slechte dienstverlening, namelijk de onaangekondigde werkonderbrekingen.

Er werd onderzocht hoeveel personeelsleden hypothetisch nodig zijn om een minimumdienstverlening in te voeren, zowel in bedrijfszekere en betrouwbare omstandigheden als in andere situaties. Dit werd u reeds meegedeeld in een antwoord waar u zelf naar verwijst.

Ik geloof in het sociaal overleg en respecteer dit overleg in de autonome overheidsbedrijven ten volle. Vertrouwen in het overleg kan echter maar overeind blijven als het ultieme actiewapen niet vroegtijdig of onredelijk wordt gehanteerd.

Voor elk van de sectoren van ons sociaal model verloopt het sociaal overleg volgens specifieke wettelijke bepalingen. Voor de autonome overheidsbedrijven wordt de sociale context geregeld bij de wet van 21 maart 1991. Overigens bepaalt artikel 31 van het door België ondertekende Europees Sociaal Handvest dat beperkingen op het recht van collectieve actie alleen toelaatbaar zijn wanneer ze bij wet zijn voorgeschreven.

In de vergadering van de Kamercommissie Infrastructuur pleitte de BTTB voor een minimale dienstverlening met een vrij ruime bediening tijdens de ochtend- en avondspits, in combinatie met een beperkt daluuraanbod. Tijdens de spits zou 75% van de treinen rijden en tijdens de daluren 25%, met een minimum van één trein om de twee uur in elke richting.

Ik verwijs hierbij naar het antwoord op de eerste vraag en naar de informatie die u werd meegedeeld in de antwoorden op twee schriftelijke vragen over de hypothetische invoering van een minimumdienstverlening.

De heer Guido De Padt (Open Vld). - Het antwoord van de minister stelt me niet tevreden. De reiziger heeft immers geen boodschap aan informatie over de manier waarop de vakbonden omgaan met al dan niet aangekondigde stakingen. De reiziger is wel gebaat bij een minimale dienstverlening die ervoor zorgt dat hij of zij tijdig op de geplande bestemming aankomt. Een spoorwegmaatschappij die de belastingbetaler jaarlijks 3 miljard euro kost, moet het openbaar vervoer kunnen verzekeren. De pendelaar mag niet de gijzelaar worden van de vakbonden.

M. le président. - Monsieur le secrétaire d'État, le Sénat vous est reconnaissant de lire ici toutes les réponses que le gouvernement veut bien nous donner, mais sachez que ce qui s'est passé aujourd'hui ne devrait pas se répéter ; veuillez transmettre ce message au gouvernement.