4-1521/3

4-1521/3

Belgische Senaat

ZITTING 2009-2010

30 MAART 2010


Wetsontwerp tot invoering van het Sociaal Strafwetboek


Evocatieprocedure


AMENDEMENTEN


Nr. 14 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 2

(Art. 3)

In artikel 3 van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek, de woorden « hierna « de Dienst » genoemd » doen vervallen.

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

De woorden « hierna « de Dienst » genoemd » kunnen worden geschrapt, daar het ontwerp van Sociaal Strafwetboek verder nergens de woorden « de Dienst » gebruikt.

Nr. 15 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 2

(Art. 4)

In artikel 4, tweede lid, 1º, van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek, de woorden « artikel 9 », vervangen door de woorden « artikel 6, § 3, 1º ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

In de artikelen 4, 6, § 2, 1º en 15 van het ontwerp van Sociaal Strafwetboek wordt telkens op een verschillende wijze verwezen naar de directeur van het Federaal Aansturingsbureau.

Het amendement streeft een meer uniforme verwijzing naar deze directeur na.

Nr. 16 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 2

(Art. 5)

In artikel 5 van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek, de volgende wijzigingen aanbrengen :

1º in het vierde lid de woorden « artikel 6 » vervangen door de woorden « artikel 2 »;

2º het vijfde lid vervangen als volgt :

« Hij keurt het in artikel 7, 16º, bedoelde jaarverslag goed. De voorzitter legt het goedgekeurde jaarverslag voor 15 september van elk jaar voor aan de regering. ».

Verantwoording

1º De dienst Wetsevaluatie maakte een opmerking in verband met de verwijzing in artikel 5, vierde lid, naar « een beleidsplan zoals bedoeld in artikel 6 ».

De commentaar van artikel 5 verwijst duidelijk naar het beleidsplan, zoals bedoeld in artikel 2. De tekst werd aldus aangepast om in artikel 5, vierde lid, naar « het beleidsplan zoals bedoeld in artikel 2 » te verwijzen.

2º Zoals de dienst Wetsevaluatie opmerkt, is het de bedoeling dat het jaarverslag door de Algemene Raad van de Partners wordt goedgekeurd en nadien door de voorzitter aan de regering wordt voorgelegd. (cf. Commentaar bij de artikelen, Kamer, St. nr. 52-1666/001, p. 97).

Nr. 17 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 2

(Art. 6)

In artikel 6, § 2, 1º, van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek, de woorden « artikel 8 » vervangen door de woorden « artikel 6, § 3, 1º ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

In de artikelen 4, 6, § 2, 1º en 15 van het ontwerp van Sociaal Strafwetboek wordt telkens op een verschillende wijze verwezen naar de directeur van het Federaal Aansturingsbureau.

Het amendement streeft een meer uniforme verwijzing naar deze directeur na.

Nr. 18 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 2

(Art. 15)

In artikel 15, eerste lid, 1º, van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek, de woorden « artikel 7, § 3, 1º », vervangen door de woorden « artikel 6, § 3, 1º ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

In de artikelen 4, 6, § 2, 1º en 15 van het ontwerp van Sociaal Strafwetboek wordt telkens op een verschillende wijze verwezen naar de directeur van het Federaal Aansturingsbureau.

Nr. 19 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 2

In het voorgestelde Sociaal Strafwetboek de volgende wijzigingen aanbrengen :

1º in de artikelen 31, §§ 1, 2 en 3, 44, 1º, 46, eerste lid, 1º, en 47, het woord « werkplaats » in de Nederlandse tekst vervangen door het woord « arbeidsplaats »;

2º in de artikelen 16, 10º, 23, 28, §§ 1, eerste lid, en 4, 43, eerste lid, en 48, het woord « werkplaatsen » in de Nederlandse tekst vervangen door het woord « arbeidsplaatsen ».

Verantwoording

Teneinde in het Sociaal Strafwetboek te komen tot een éénvormig woordgebruik in het Nederlands voor « lieu(x) de travail » in het Frans, is het aangewezen overal te kiezen voor « arbeidsplaats(en) » dat een ruimere betekenis heeft dan « werkplaats(en) » (zie het « Sociaalrechtelijk Woordenboek », Secretariaat-generaal van de Benelux, Brussel, 1977).

De enige uitzondering op deze aanpassing is het woord « werkplaats » dat werd behouden in artikel 180, gelet op het gebruik van dit woord in de context van de wet van 30 december 1950 tot regeling der diamantnijverheid.

Nr. 20 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 2

(Art. 20)

De Franse tekst van artikel 20 van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek vervangen door wat volgt :

« Art. 20. Le titre de légitimation

Les inspecteurs sociaux exercent leurs missions munis du titre de légitimation de leurs fonctions.

Les inspecteurs sociaux doivent toujours présenter leur titre de légitimation.

Le Roi détermine le modèle de ce titre de légitimation. ».

Verantwoording

Dit amendement beoogt de in artikel 20 gebruikte terminologie uniform te maken als gevolg van een opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

De woorden « titre de légitimation » werden gekozen om het Nederlandse woord « legitimatiebewijs » beter te vertalen.

Nr. 21 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 2

(Art. 21)

In artikel 21, 5º, van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek, de woorden « , van de wetten bedoeld in Boek II van dit Wetboek en van de andere wetten waarvoor zij belast zijn met het toezicht op de naleving ervan, alsmede met het toezicht op de naleving van de bepalingen van de uitvoeringsbesluiten van dit Wetboek en van voormelde wetten » invoegen tussen de woorden « van dit Wetboek » en de woorden « op te maken ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Het is duidelijk dat de bevoegdheid van de sociaal inspecteurs om een proces-verbaal op te maken ook betrekking heeft op de wetten bedoeld in Boek II van het Sociaal Strafwetboek en de andere wetten waarvoor zij belast zijn met het toezicht op de naleving ervan, alsook op de verschillende uitvoeringsbesluiten, die ingevolge deze wetgeving zijn uitgevaardigd.

Nr. 22 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 2

(Art. 28)

In artikel 28, § 1, eerste lid, 2º, van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek, het woord « informatiedragers » vervangen door het woord « gegevens ».

Verantwoording

Dit amendement komt tegemoet aan de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Het koninklijk besluit bedoeld in artikel 28, § 4, bevat een lijst van gegevens bedoeld in § 1, eerste lid, 2º, en dus geen lijst van informatiedragers.

Nr. 23 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 2

(Art. 40)

Artikel 40 van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek vervangen door wat volgt :

« Art. 40. De bevoegdheid maatregelen te bevelen

De sociaal inspecteurs mogen :

 bevelen dat de documenten die moeten worden aangeplakt ingevolge de wetgevingen waarop zij toezicht uitoefenen, daadwerkelijk aangeplakt worden en blijven, binnen een termijn die zij bepalen of zonder uitstel;

2º indien ze zulks nodig achten in het belang van de rechthebbenden van de sociale zekerheid of van hen die er aanspraak op maken, opdracht geven aan de instellingen van sociale zekerheid om aan voormelde personen, binnen de termijn die ze vaststellen, de sociale gegevens van persoonlijke aard mee te delen die op hen betrekking hebben of om, eveneens binnen de termijn die ze vaststellen, de onjuiste, onvolledige, onnauwkeurige of overbodige sociale gegevens die ze bewaren, te verbeteren, uit te wissen of niet te gebruiken. ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Artikel 215, § 3, 2º, bestraft immers de instellingen van de sociale zekerheid die de opdrachten van de sociaal inspecteurs, « gegeven met toepassing van artikel 54, eerste lid, 3º » van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, opzettelijk niet hebben uitgevoerd.

Artikel 54 van de wet van 15 januari 1990 wordt evenwel opgeheven door artikel 81, 39º, a), van het wetsontwerp en werd niet overgenomen in dit wetsontwerp.

Het amendement beoogt dus de bepaling die voorgeschreven wordt door artikel 54, eerste lid, 3º, van de wet van 15 januari 1990, te hernemen bij de bevoegdheden van de sociaal inspecteurs door een punt 2º in te voegen in artikel 40 van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek.

Nr. 24 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 2

(Art. 62)

In de Franse tekst van artikel 62 van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek, de volgende wijzigingen aanbrengen :

1º in het eerste lid, 3º, het woord « , reprend » vervangen door de woorden « et reprise » en de woorden « celui-ci » vervangen door de woorden « celle-ci »;

2º in het derde lid de woorden « il est noté ses déclarations » vervangen door de woorden « ses déclarations sont notées ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Het past de Franse tekst aan, aan de Nederlandse tekst.

Nr. 25 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 2

(Art. 103)

In artikel 103 van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek, de woorden « of kinderen » vervangen door de woorden « , kinderen, stagiairs, zelfstandigen of zelfstandige stagiairs, ».

Verantwoording

In de artikelen 182 en 183 wordt de geldboete ook vermenigvuldigd met het aantal stagiairs, zelfstandigen of zelfstandige stagiairs. Deze situatie dient ook voorzien te worden in het algemeen artikel 103 van het Sociaal Strafwetboek.

Nr. 26 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 2

(Art. 116)

In artikel 116 van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek, de volgende wijzigingen aanbrengen :

1º in § 6, de woorden « of kinderen. » vervangen door de woorden « , kinderen, stagiairs, zelfstandigen of zelfstandige stagiairs. »;

2º in de Nederlandse tekst van § 7, eerste lid, de woorden « met welke zij de geldboete oplegt » vervangen door de woorden « waarbij de administratieve geldboete wordt opgelegd ».

Verantwoording

1º In de artikelen 182 en 183 wordt de geldboete ook vermenigvuldigd met het aantal stagiairs, zelfstandigen of zelfstandige stagiairs. Het artikel 116, § 6, moet daartoe worden aangepast.

2º De Nederlandse tekst van § 7, eerste lid, was onduidelijk opgesteld. Door de wijziging wordt verduidelijkt dat het om de tweede beslissing dient te gaan waarbij een administratieve geldboete wordt opgelegd voor een nieuwe inbreuk die begaan werd tijdens de proefperiode.

Nr. 27 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 2

(Art. 117)

In artikel 117 van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek de volgende wijzigingen aanbrengen :

1º in de Nederlandse tekst van het eerste lid, 1º, b) en 3º, de woorden « op de interne dienst » en de woorden « op de externe dienst » respectievelijk vervangen door de woorden « van de interne dienst » en de woorden « van de externe dienst »;

2º in het eerste lid het nummer « 4º » doen vervallen;

3º in het 4º, dat het tweede lid wordt, en in het tweede lid, dat het derde lid wordt, de woorden « de inbreuken bedoeld in 1º, 2º en 3º » vervangen door de woorden « de inbreuken bedoeld in het eerste lid, 1º, 2º en 3º ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerkingen van de Dienst Wetsevaluatie.

De eerste wijziging die door dit amendement wordt aangebracht, heeft tot doel terminologische verbeteringen aan te brengen in de Nederlandse tekst.

De tweede wijziging die door dit amendement wordt aangebracht, is een vormverbetering die het nummer « 4º » weglaat. De inhoud van het vroegere eerste lid, 4º maakt dus het tweede lid uit.

De derde wijziging die door dit amendement wordt aangebracht, heeft tot doel de verwijzingen aan te passen en dit als gevolg van de tweede wijziging die door dit amendement wordt aangebracht.

Nr. 28 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 2

(Art. 128)

In artikel 128 van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek, de woorden « Onverminderd de artikelen 129 tot en met 132, » vervangen door de woorden « Onverminderd de artikelen 119 tot 122, 129 tot 132 en 190 tot 192, ».

Verantwoording

Zoals de Dienst Wetsevaluatie terecht opmerkte is het voorbehoud zoals in artikel 128 voorzien te beperkt, daar het wetsontwerp ook andere artikelen bevat die een specifieke inbreuk op de wet van 4 augustus 1996 bestraffen, al dan niet met een sanctie van het niveau 3.

Nr. 29 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 2

(Art. 130)

In artikel 130 van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek, het 5º vervangen door wat volgt :

« 5º de gebruiker, zijn aangestelde of zijn lasthebber die inbreuk heeft gepleegd op artikel 12ter van de voormelde wet van 4 augustus 1996 en op de uitvoeringsbesluiten ervan en het uitzendbureau, zijn aangestelde of zijn lasthebber die inbreuk heeft gepleegd op artikel 12quater van de voormelde wet van 4 augustus 1996 en op de uitvoeringsbesluiten ervan. ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerkingen van de Dienst Wetsevaluatie.

In artikel 130, eerste lid, 5º, wordt niet vermeld dat ook de inbreuken op de uitvoeringsbesluiten van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk strafbaar zijn.

Het amendement beoogt dus om eveneens de inbreuken op de uitvoeringsbesluiten van de wet van 4 augustus 1996 te bestraffen.

Nr. 30 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 2

(Art. 137)

In de Nederlandse tekst van artikel 137 van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek de volgende wijzigingen aanbrengen :

1º in het 1º het woord « arbeid » invoegen tussen het woord « verboden » en de woorden « heeft doen »;

2º in het 2º het woord « hun » telkens vervangen door het woord « zijn ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerkingen van de Dienst Wetsevaluatie.

Nr. 31 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 2

(Art. 148)

Artikel 148 van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek aanvullen met een lid, luidende :

« De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers. ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Het amendement voorziet dat de geldboete die de in artikel 148 van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek bedoelde inbreuk met betrekking tot de afwezigheid van het werk met het oog op het verstrekken van pleegzorgen bestraft, wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.

Die vermenigvuldiging wordt immers wel degelijk toegepast voor alle andere inbreuken met betrekking tot de arbeidstijd, opgenomen in de afdelingen 1 tot 4.

Het amendement beoogt dus de toepassing van de vermenigvuldigingsregel voor de inbreuken met betrekking tot de arbeidstijd eenvormig te maken.

Nr. 32 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 2

(Art. 172)

In artikel 172, eerste lid, van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek de woorden « , de commissaris inzake opschorting » invoegen tussen de woorden « de vereffenaar » en de woorden « of de curator ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Nr. 33 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 2

(Art. 173)

In artikel 173, § 2, van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek de woorden « artikelen 127 en 129 » vervangen door de woorden « afdeling 6 van hoofdstuk IV ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Paragraaf 2 van artikel 173 bestraft de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber die, in strijd met de artikelen 127 en 129 van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, een werknemer die naar behoren een aanvraag tot educatief verlof heeft ingediend, het recht weigert afwezig te zijn met het oog op het volgen van de cursus.

De artikelen 127 en 129 van de herstelwet van 22 januari 1985 werden evenwel opgeheven bij de wet van 22 december 1989.

Het amendement beoogt dus de verwijzing naar de artikelen 127 en 129 te vervangen door een verwijzing naar afdeling 6 van hoofdstuk IV van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen.

Nr. 34 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 2

(Art. 175)

Artikel 175, § 4, van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek vervangen door wat volgt :

« § 4. In afwijking van artikel 42, 1º, van het Strafwetboek kan de bijzondere verbeurdverklaring, die wordt opgelegd door de rechter, eveneens worden toegepast op de roerende goederen en op de onroerende goederen door incorporatie of door bestemming, die het voorwerp hebben uitgemaakt van een inbreuk op dit artikel of die gediend hebben tot of bestemd waren voor het plegen van deze inbreuk, zelfs wanneer deze goederen niet behoren tot de eigendom van de overtreder. ».

Verantwoording

Dit amendement verduidelijkt dat het de rechter is die de bijzondere verbeurdverklaring oplegt; het verduidelijkt eveneens voor welke inbreuken de verbeurdverklaring kan worden opgelegd; ten slotte verbetert het een overeenstemming van de tijden om beter te beantwoorden aan de formulering van artikel 42, 1º, van het Strafwetboek.

Nr. 35 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 2

(Art. 178)

In de Nederlandse tekst van artikel 178 van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek de volgende wijzigingen aanbrengen :

1º in de eerste zin van het eerste lid het woord « de » invoegen tussen het woord « betreffende » en het woord « havenarbeid »;

2º het eerste lid, 2º, vervangen door wat volgt :

« 2º de door de Koning opgelegde verplichting om zich aan te sluiten bij een bij koninklijk besluit erkende organisatie van werkgevers die in de hoedanigheid van lasthebber alle sociale verplichtingen vervult die voortvloeien uit de tewerkstelling van havenarbeiders, niet heeft nagekomen. ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Het betreft een betere formulering van de Nederlandse tekst.

Nr. 36 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 2

(Art. 180)

In de Nederlandse tekst van artikel 180, eerste lid, 2º, a), van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek de woorden « bijzondere machtiging » vervangen door de woorden « bijzondere arbeidskaart ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Luidens artikel 3 van de wet van 30 december 1950 tot regeling der diamantnijverheid moet men niet de houder zijn van een bijzondere machtiging, maar wel van een bijzondere arbeidskaart om diamant ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst te bewerken.

Nr. 37 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 2

(Art. 191)

In de Nederlandse tekst van artikel 191, § 3, van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek de woorden « de werkgever » invoegen tussen de woorden « wordt gestraft, » en de woorden « zijn aangestelde ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

In de Nederlandse tekst was in § 3 de werkgever vergeten bij de strafbaarstelling.

Nr. 38 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 2

(Art. 198)

In artikel 198, eerste lid, van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek, de volgende wijzigingen aanbrengen :

1º de woorden « zijn aangestelde of zijn lasthebber » invoegen tussen de woorden « de werkgever, » en de woorden « de vereffenaar »;

2º de woorden « in de wet » vervangen door de woorden « krachtens de wet. ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

1º Artikel 198 van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek herneemt de bepalingen van Titel II van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen, die worden bestraft overeenkomstig artikel 76, 1º, van deze wet.

Artikel 76 van de wet van 26 juni 2002 bestraft niet alleen de werkgever, maar ook zijn aangestelden of lasthebbers. Het ontworpen artikel 198 bestraft de aangestelden en lasthebbers evenwel niet.

Het amendement beoogt om eveneens de aangestelde en de lasthebber van de in artikel 198 bedoelde werkgever te bestraffen om in overeenstemming te zijn met hetgeen bepaald is in de wet van 26 juni 2002.

2º De wijzen waarop en de termijnen waarbinnen de voorzitter van het directiecomité moet worden ingelicht door de werkgever, de vereffenaar of de curator, worden bepaald krachtens de wet, namelijk in een door de Koning algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst of in een koninklijk besluit.

Nr. 39 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 2

(Art. 199)

In artikel 199 van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek de woorden « zijn aangestelde of zijn lasthebber » invoegen tussen de woorden « de werkgever, » en de woorden « de vereffenaar » en tussen de woorden « heeft verricht, » en de woorden « de commissaris ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

In artikel 199 van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek worden de bepalingen overgenomen van artikel 69 van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen, die worden bestraft overeenkomstig artikel 76, 1º en 3º, van deze wet.

Artikel 76 van de wet van 26 juni 2002 bestraft niet alleen de werkgever, maar ook zijn aangestelden of lasthebbers. Het ontworpen artikel 199 bestraft de aangestelden en lasthebbers evenwel niet.

Het amendement beoogt dus om eveneens de aangestelde en de lasthebber van de in artikel 199 bedoelde werkgever te bestraffen om in overeenstemming te zijn met hetgeen bepaald is in de wet van 26 juni 2002.

Nr. 40 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 2

(Art. 201)

In artikel 201, § 2, 7º, van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek de woorden « het comité voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen » vervangen door de woorden « het comité voor preventie en bescherming op het werk ».

Verantwoording

Dit amendement heeft tot doel om in artikel 201, § 2, 7º, van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek, de benaming die voorzien is in de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, in te voegen om het comité aan te duiden dat voorheen « comité voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen » genoemd werd.

Nr. 41 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 2

(Art. 204)

In de Nederlandse tekst van artikel 204, § 2, van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek het 5º vervangen als volgt :

« 5º een overzicht dat inlichtingen verschaft over de activiteiten van vorming, begeleiding of mentorschap die worden verleend krachtens de wet van 5 september 2001 tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers. ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie, maar wijzigt bovendien de Nederlandse terminologie van artikel 204, § 2, 5º, om zo veel mogelijk de terminologie van de wet van 5 september 2001 tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers te gebruiken.

Dit amendement vervangt aldus « over de opleidings-, begeleidings- en mentoraatsactiviteiten » door « over de activiteiten van vorming, begeleiding of mentorschap ».

Dit amendement wijzigt ten slotte de titel van de wet in het Nederlands om in overeenstemming te zijn met de exacte titel van de wet.

Nr. 42 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 2

(Art. 215)

In artikel 215, § 3, van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek de volgende wijzigingen aanbrengen :

1º in het 2º, de woorden « 54, eerste lid, 3º, van de voornoemde wet van 15 januari 1990 » vervangen door de woorden « 40, 2º, van het Sociaal Strafwetboek »;

2º in het 3º de woorden « artikel 58 van de voornoemde wet van 15 januari 1990 » vervangen door de woorden « artikelen 58, eerste lid en 59 van het Sociaal Strafwetboek ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

1) Paragraaf 3, 2º, van artikel 215 van het Sociaal Strafwetboek bestraft de instellingen van de sociale zekerheid die de opdrachten van de sociaal inspecteurs, « gegeven met toepassing van artikel 54, eerste lid, 3º » van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, opzettelijk niet hebben uitgevoerd.

Artikel 54 van de wet van 15 januari 1990 wordt evenwel opgeheven door artikel 81, 39º, a), van het wetsontwerp.

Artikel 54 van de wet van 15 januari 1990 werd niet overgenomen in het Sociaal Strafwetboek.

Het amendement nr. 42 herneemt de bepaling die opgenomen is in artikel 54, eerste lid, 3º, van de wet van 15 januari 1990, bij de bevoegdheden van de sociaal inspecteurs door een punt 2º in te voegen in artikel 40 van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek.

Het amendement beoogt dus de verwijzing naar artikel 215, § 3, 2º, van de wet van 15 januari 1990 te vervangen door een verwijzing naar artikel 40, 2º, van het Sociaal Strafwetboek.

2) Paragraaf 3, 3º, van artikel 215 van het Sociaal Strafwetboek bestraft de sociaal inspecteurs die, « in strijd met de bepalingen van artikel 58 » van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, opzettelijk de naam van de klager hebben bekendgemaakt.

Artikel 58 van de wet van 15 januari 1990 wordt evenwel opgeheven door artikel 81, 39º, d), van het wetsontwerp. De bepalingen van dit artikel worden weer opgenomen in de artikelen 58, eerste lid, en 59 van het Sociaal Strafwetboek.

Het amendement beoogt de verwijzing naar artikel 215, § 3, 3º, van de wet van 15 januari 1990 te vervangen door een verwijzing naar de artikelen 58, eerste lid, en 59 van het Sociaal Strafwetboek.

Nr. 43 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 2

(Art. 217)

Artikel 217, 2º, van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek vervangen door wat volgt :

« 2º openbaar gebruik heeft gemaakt van de benaming « sociaal secretariaat » om een andere mandataris aan te duiden dan zij die, overeenkomstig de door de Koning vastgestelde bepalingen, als sociaal secretariaat erkend zijn in toepassing van artikel 27, § 2, vierde lid, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie over de exacte titel van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.

Bovendien wordt artikel 217 aangepast, gelet op de wijzigingen die de wet van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen aangebracht heeft in artikel 27 van de voormelde wet van 27 juni 1969.

Het oude artikel 27, vierde lid, is immers artikel 27, § 2, vierde lid, geworden.

Er zijn eveneens terminologische wijzigingen gebeurd in het nieuwe artikel 27 en dit amendement beoogt om deze in te voegen in artikel 217, 2º, van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek.

Nr. 44 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 7

In het voorgestelde artikel 216bis, § 1, derde lid, tweede zin, van het Wetboek van strafvordering, de woorden « ,zelfstandigen, stagiairs, zelfstandige stagiairs » invoegen tussen de woorden « kandidaat werknemers » en de woorden « of kinderen ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

In bepaalde gevallen wordt de geldboete ook vermenigvuldigd met het aantal stagiairs (artikelen 182 en 183 van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek) en met het aantal zelfstandigen of zelfstandige stagiairs (artikel 183 Sociaal Strafwetboek).

Nr. 45 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 10/1 (nieuw)

In hoofdstuk 3, afdeling 5, een artikel 10/1 invoegen, luidende :

« Art. 10/1. In artikel 138bis, § 2, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, worden de woorden « 7, § 4, tweede lid, van de wet van 30 juni 1971 betreffende de administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op sommige sociale wetten » vervangen door de woorden « 85 van het Sociaal Strafwetboek ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Artikel 81, 26º, heft de wet van 30 juni 1971 betreffende de administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op sommige sociale wetten op.

Het amendement beoogt artikel 138bis, § 2, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek aan te passen, omdat deze bepaling verwijst naar de wet van 30 juni 1971.

Nr. 46 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 14

Dit artikel vervangen door wat volgt :

« Art. 14. Artikel 764, 10º, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 30 juni 1971, de wet van 26 november 1986, de wet van 26 juni 1990, de wet van 3 augustus 1992, de wet van 23 april 1998, de wet van 17 juni 2002, de wet van 25 februari 2003, de wet van 13 december 2005, de wet van 10 mei 2007 en de wet van 19 juin 2009, wordt vervangen als volgt :

« 10º de vorderingen bepaald in de artikelen 578, 11º, 580, 2º, 3º, 6º tot 18º, 581, 2º, 3º, 9º en 10º, 582, 1º, 2º, 6º, 8º en 9º, 583 en 587septies; ». ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Artikel 14 van het wetsontwerp tot invoering van het Sociaal Strafwetboek houdt inderdaad geen rekening met de vervanging van artikel 764, 10º, van het Gerechtelijk Wetboek door de wet van 19 juni 2009.

Ook de beslissingen over de vorderingen bepaald in artikel 582, 1º, 2º, 6º, 8º en 9º, moeten worden meegedeeld.

Nr. 47 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 18

In het derde lid van dit artikel de woorden « wordt geacht niet geschreven te zijn » vervangen door de woorden « is nietig ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie om de in de artikelen 16 en 18 van het ontwerp van wet tot invoering van het Sociaal Strafwetboek gebruikte terminologie om het gevolg van een andersluidend beding aan te geven, uniform te maken.

Om zich te conformeren aan hetgeen reeds voorzien is in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en in de wet van 19 juli 1983 op het leerlingwezen voor beroepen uitgeoefend door werknemers in loondienst, waar er veeleer sprake is van nietigheid, wordt de voorkeur gegeven aan de formulering « elk andersluidend beding is nietig ».

Nr. 48 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 20

In de Franse tekst van het voorgestelde lid, de cijfers « 98, 18. » vervangen door de cijfers « 97, 18. ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Nr. 49 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Afdeling 9/1 (nieuw)

In hoofdstuk 3 een afdeling 9/1 invoegen, houdende een artikel 20/1 in, en met als opschrift « Wijziging in de wet van 24 december 1999 ter bevordering van de werkgelegenheid ».

Nr. 50 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 20/1 (nieuw)

In hoofdstuk 3, afdeling 9/1, een artikel 20/1 invoegen, luidende :

« Art. 20/1. Artikel 47, § 4, derde lid, van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van de werkgelegenheid wordt vervangen door wat volgt :

« Die compenserende vergoeding wordt opgelegd volgens dezelfde voorwaarden en in zoverre dezelfde regels zoals die bedoeld in de artikelen 75, 83, 89, 92, 120 en 121 van het Sociaal Strafwetboek, worden nageleefd. ».».

Verantwoording

Dit amendement strekt ertoe een afdeling 9/1 die het artikel 20/1 bevat in te voegen in hoofdstuk III van het ontwerp van wet tot invoering van het Sociaal Strafwetboek met betrekking tot de wijzigingsbepalingen.

Artikel 20/1 brengt wijzigingen aan in het artikel 47, § 4, derde lid, van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van de werkgelegenheid. Krachtens deze bepaling wordt aan de werkgever die de verplichtingen van de wet niet in acht neemt een compenserende vergoeding opgelegd. In voormelde bepaling wordt tevens verduidelijkt dat deze straf wordt opgelegd volgens dezelfde voorwaarden en volgens dezelfde regels zoals die bedoeld in de voormelde wet van 30 juni 1971 betreffende de administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op sommige sociale wetten.

Aangezien de inhoud van de wet van 30 juni 1971 in het ontwerp van wet wordt geïntegreerd, past het amendement artikel 47, § 4, derde lid, van de wet van 24 december 1999 aan de nieuwe bepalingen van het Sociaal Strafwetboek aan.

Nr. 51 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 21

De inleidende zin van dit artikel vervangen door wat volgt :

« Afdeling 4 van het koninklijk besluit van 27 december 2007 tot uitvoering van de artikelen 400, 401, 403, 404 en 406 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en van het artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, wordt aangevuld met een artikel 8/1, luidende : ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Het artikel 8/1 moet ingevoegd worden in afdeling 4 van het koninklijk besluit van 27 december 2007.

Nr. 52 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 22

De inleidende zin van dit artikel vervangen door wat volgt :

« Hoofdstuk V, afdeling 3, van de wet van 3 mei 2003 tot regeling van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en tot verbetering van het sociaal statuut van de zeevisser, wordt aangevuld met een artikel 38/1, luidende : ».

Verantwoording

In gevolge de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie met betrekking tot de adequate plaats voor het artikel 27/1, verplaatst dit amendement het voormeld artikel in het Hoofstuk V getiteld « Loon van de zeevisser », afdeling 3 getiteld « Vereffening en betaling van het loon » en verandert daarom de nummering.

Het wordt artikel 38/1.

Nr. 53 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 23/1 (nieuw)

In hoofdstuk 3, afdeling 12, een artikel 23/1 invoegen, luidende :

« Art. 23/1. Artikel 2, tweede lid, van de wet van 30 augustus 1919 waarbij het vervaardigen, het invoeren, het verkopen en het houden voor de verkoop van wit-fosforhoudende lucifers wordt verboden, gewijzigd bij de wet van 22 december 1989, wordt vervangen door wat volgt :

« Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig de bepalingen van het Sociaal Strafwetboek  ». ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Artikel 81, 28º, heft de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie op.

Dit amendement beoogt artikel 2, tweede lid, van de wet van 30 augustus 1919 waarbij het vervaardigen, het invoeren, het verkopen en het houden voor de verkoop van wit-fosforhoudende lucifers wordt verboden, te vervangen, omdat deze bepaling verwijst naar de wet van 16 november 1972.

Nr. 54 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 24/1 (nieuw)

In hoofdstuk 3, afdeling 12, een artikel 24/1 invoegen, luidende :

« Art. 24/1. Artikel 23, tweede lid, van de wet van 10 maart 1925 op de electriciteitsvoorziening, gewijzigd bij de wet van 22 december 1989, wordt vervangen door wat volgt :

« Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig de bepalingen van het Sociaal Strafwetboek ». ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Artikel 81, 28º, heft de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie op.

Dit amendement beoogt artikel 23, tweede lid, van de wet van 10 mart 1925 op de electriciteitsvoorziening aan te passen, omdat deze bepaling verwijst naar de wet van 16 november 1972.

Nr. 55 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 24/2 (nieuw)

In hoofdstuk 3, afdeling 12, een artikel 24/2 invoegen, luidende :

« Art. 24/2. Artikel 8, tweede lid, van de wet van 30 maart 1926 op het gebruik van loodwit en andere loodwitverven, gewijzigd bij de wet van 22 december 1989, wordt vervangen door wat volgt :

« Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig de bepalingen van het Sociaal Strafwetboek ». ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Artikel 81, 28º, heft de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie op.

Dit amendement beoogt artikel 8, tweede lid, van de wet van 30 maart 1926 op het gebruik van loodwit en andere loodwitverven aan te passen, omdat deze bepaling verwijst naar de wet van 16 november 1972.

Nr. 56 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 28

Dit artikel vervangen door wat volgt :

« Art. 28. Artikel 145 van de wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, gecoördineerd op 19 december 1939, gewijzigd bij de wet van 22 december 1989, wordt vervangen als volgt :

« Art. 145. De inbreuken op de bepalingen van deze wetten en van de uitvoeringsbesluiten ervan worden opgespoord, vastgesteld en bestraft overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek.

De sociaal inspecteurs beschikken over de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 23 tot 39 van het Sociaal Strafwetboek wanneer zij, ambtshalve of op verzoek, optreden in het kader van hun opdracht tot informatie, bemiddeling en toezicht inzake de naleving van de bepalingen van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan. ». ».

Verantwoording

Dit amendement beoogt artikel 28 van het wetsontwerp tot invoering van het Sociaal Strafwetboek te vervangen.

Dit artikel 28 verwees naar artikel 155 van de wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, gecoördineerd op 19 december 1939. Dit is een strafbepaling die moet worden opgeheven.

Het is artikel 145 van de wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders dat moet gewijzigd worden door artikel 28, omdat deze bepaling het toezicht van de sociaal inspecteurs regelt.

Nr. 57 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 29

De inleidende zin van dit artikel vervangen door wat volgt :

« Artikel 7, § 4, tweede lid, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, ingevoegd bij de wet van 13 februari 1998, wordt vervangen door de volgende leden : ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerkingen van de Dienst Wetsevaluatie.

Nr. 58 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 38

Dit artikel vervangen door wat volgt :

« Art. 38. In artikel 23 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel, hersteld bij de wet van 7 april 1999 en gewijzigd bij de wet van 6 december 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1º in § 1 worden de woorden « artikel 22, tweede lid, mogen deze ambtenaren » vervangen door de woorden « het Sociaal Strafwetboek, mogen de sociaal inspecteurs »;

2º in § 2, zesde lid, worden de woorden « ten minste twee ambtenaren, aangewezen krachtens artikel 22 van deze wet » vervangen door de woorden « ten minste twee sociaal inspecteurs, aangewezen krachtens het Sociaal Strafwetboek ». ».

Verantwoording

Dit amendement heeft tot doel de verwijzing naar de nieuwe benamingen — sociaal inspecteurs en Sociaal Strafwetboek — ook in te voeren in de voormelde wet van 14 februari 1961, zoals dit voor andere sociale wetten is gebeurd door de bepalingen van hoofdstuk 3 van het voorgestelde Wetsontwerp tot invoering van het Sociaal Strafwetboek.

Nr. 59 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 41/1 (nieuw)

In hoofdstuk 3, afdeling 12, een artikel 41/1 invoegen, luidende :

« Art. 41/1. In artikel 14, § 1, 5º, van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector, worden de woorden « artikel 3 van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie » vervangen door de woorden « artikelen 43 tot 49 van het Sociaal Strafwetboek  ». ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Artikel 81, 28º, heft de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie op.

Dit amendement beoogt artikel 14, § 1, 5º, van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector aan te passen, omdat deze bepaling verwijst naar de wet van 16 november 1972.

Nr. 60 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 42

In het tweede lid van het voorgestelde artikel 38 de woorden « deze wet » vervangen door de woorden « dit koninklijk besluit ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerkingen van de Dienst Wetsevaluatie.

Nr. 61 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 43/1 (nieuw)

In hoofdstuk 3, afdeling 12, een artikel 43/1 invoegen, luidende :

« Art. 43/1. In artikel 30bis, § 7, zevende lid, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, vervangen bij het koninklijk besluit van 26 december 1998 en de programmawet van 27 april 2007, worden de woorden « artikel 1 van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie » vervangen door de woorden « artikel 16, 1º, van het Sociaal Strafwetboek ». ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Artikel 81, 28º, heft de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie op.

Dit amendement beoogt artikel 30bis, § 7, zevende lid, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 aan te passen, omdat deze bepaling verwijst naar de wet van 16 november 1972.

Nr. 62 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 46/1 (nieuw)

In hoofdstuk 3, afdeling 12, een artikel 46/1 invoegen, luidende :

« Art. 46/1. In artikel 46, § 1, 7º, van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, ingevoegd bij de wet van 24 december 1999 en vervangen bij de programmawet van 27 december 2004, worden de woorden « artikel 3 van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie » vervangen door de woorden « artikelen 43 tot 49 van het Sociaal Strafwetboek ». ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Artikel 81, 28º, heft de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie op.

Dit amendement beoogt artikel 46, § 1, 7º, van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 aan te passen, omdat deze bepaling verwijst naar de wet van 16 november 1972.

Nr. 63 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 47

Dit artikel vervangen door wat volgt :

« Art. 47. In artikel 87 van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, gewijzigd bij het koninklijke besluit nr. 530 van 31 maart 1987, vervangen bij de wet van 29 april 1996, gewijzigd bij de wet van 10 augustus 2001 en de wet van 13 juli 2006, wordt het tweede lid vervangen als volgt :

« De inbreuken op de bepalingen van deze wet en op de uitvoeringsbesluiten ervan worden opgespoord, vastgesteld en bestraft overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek.

De sociaal inspecteurs beschikken over de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 23 tot 39 van het Sociaal Strafwetboek wanneer zij, ambtshalve of op verzoek, optreden in het kader van hun opdracht tot informatie, bemiddeling en toezicht inzake de naleving van de bepalingen van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan. ». ».

Verantwoording

Dit amendement beoogt artikel 47 van het wetsontwerp tot invoering van het Sociaal Strafwetboek te vervangen.

Het artikel 47 verwees naar artikel 91ter van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971. Dit is een strafbepaling die moet worden opgeheven.

Het is artikel 87 van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 dat moet gewijzigd worden door artikel 47, omdat deze bepaling het toezicht van de sociaal inspecteurs regelt.

Nr. 64 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 51/1 (nieuw)

In hoofdstuk 3, afdeling 12, een artikel 51/1 invoegen, luidende :

« Art. 51/1. Artikel 137, tweede lid, van de wet van 4 augustus 1978 tot economische heroriëntering, gewijzigd bij de wet van 22 december 1989, wordt vervangen als volgt :

« Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig de bepalingen van het Sociaal Strafwetboek ». ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Artikel 81, 28º, heft de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie op.

Dit amendement beoogt artikel 137, tweede lid, van de wet van 4 augustus 1978 tot economische heroriëntering aan te passen, omdat deze bepaling verwijst naar de wet van 16 november 1972.

Nr. 65 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 52/1 (nieuw)

In hoofdstuk 3, afdeling 12, een artikel 52/1 invoegen, luidende :

« Art. 52/1. Artikel 35, § 5, F, derde lid, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, wordt vervangen door wat volgt :

« Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig de bepalingen van het Sociaal Strafwetboek ». ».

Verantwoording

Zie amendement nr. 66.

Nr. 66 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 52/2 (nieuw)

In hoofdstuk 3, afdeling 12, een artikel 52/2 invoegen, luidende :

« Art. 52/2. Artikel 35, § 6, D, tweede lid, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, wordt vervangen als volgt :

« Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig de bepalingen van het Sociaal Strafwetboek  ». ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Artikel 81, 28º, heft de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie op.

De amendementen beogen artikel 35, § 5, F, derde lid, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers en artikel 35, § 6, D, tweede lid, van dezelfde wet aan te passen, omdat deze bepalingen verwijzen naar de wet van 16 november 1972.

Nr. 67 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 52/3 (nieuw)

In hoofdstuk 3, afdeling 12, een artikel 52/3 invoegen, luidende :

« Art. 52/3. Artikel 34, tweede lid, van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenophobie ingegeven daden, wordt vervangen als volgt :

« Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig de bepalingen van het Sociaal Strafwetboek  ». ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Artikel 81, 28º, heft de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie op.

Het amendement beoogt artikel 34, tweede lid, van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenophobie ingegeven daden aan te passen, omdat deze bepaling verwijst naar de wet van 16 november 1972.

Nr. 68 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 53

In dit artikel de volgende wijzigingen aanbrengen :

1º in de inleidende zin van de Nederlandse tekst de woorden « betreffende betreffende » vervangen door het woord « betreffende »;

2º in het tweede lid van het voorgestelde artikel 11 de woorden « deze wet » vervangen door de woorden « dit koninklijk besluit ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerkingen van de Dienst Wetsevaluatie.

Nr. 69 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 55/1 (nieuw)

In hoofdstuk 3, afdeling 12, een artikel 55/1 invoegen, luidende :

« Art. 55/1. Artikel 7, tweede lid, van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen, wordt vervangen als volgt :

« Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig de bepalingen van het Sociaal Strafwetboek ». ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Artikel 81, 28º, heft de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie op.

Dit amendement beoogt artikel 7, tweede lid, van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen aan te passen, omdat deze bepaling verwijst naar de wet van 16 november 1972.

Nr. 70 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 56

Dit artikel vervangen door wat volgt :

« Art. 56. In artikel 132 van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen, worden het vierde tot het achtste lid, gewijzigd door het koninklijk besluit nr. 443 van 14 augustus 1986, de wet van 29 december 1990, de wet van 30 maart 1994 en de wet van 13 februari 1998, vervangen door wat volgt :

« De inbreuken op de bepalingen van dit hoofdstuk en van de uitvoeringsbesluiten ervan worden opgespoord, vastgesteld en bestraft overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek.

De sociaal inspecteurs beschikken over de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 23 tot 39 van het Sociaal Strafwetboek wanneer zij, ambtshalve of op verzoek, optreden in het kader van hun opdracht tot informatie, bemiddeling en toezicht inzake de naleving van de bepalingen van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan.

De Koning kan bij een in Ministerraad overlegd besluit bepalen dat de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber die, in strijd met artikel 160 van het Sociaal Strafwetboek, de verplichting tot vervanging van de werknemer niet heeft nageleefd onder de voorwaarden en volgens de door de Koning bepaalde nadere regelen, bovendien ertoe gehouden is aan de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening een compensatoire vergoeding te betalen waarvan Hij het bedrag en de voorwaarden en modaliteiten van betaling vaststelt. Die vergoeding mag niet hoger zijn dan 20 % van het begrensd dagloon dat in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de werkloosheidsuitkeringen.

De Koning duidt, eveneens bij een in Ministerraad overlegd besluit, de ambtenaar van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening aan die belast wordt met de berekening en de inning van de compensatoire vergoeding bedoeld in het zesde lid, bepaalt de bevoegdheden van die ambtenaar en stelt de regelen vast volgens welke deze zijn beslissing neemt en aan de betrokken werkgever meedeelt. Tegen de beslissing van de ambtenaar kan de werkgever opkomen bij de arbeidsrechtbank, binnen een maand vanaf de kennisgeving van de beslissing. ». ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Het amendement vervangt het vierde tot het achtste lid van artikel 132 van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen.

Het nieuw artikel 132 bevat de bepalingen met betrekking tot het toezicht van de sociaal inspecteurs in het vierde en vijde lid.

Het amendement herneemt de sanctie van de compenserende vergoeding in het zesde en zevende lid van artikel 132. Het past eveneens de verwijzing naar « de personen bedoeld in het vierde lid, 1º » aan door een verwijzing naar het Sociaal Strafwetboek.

Nr. 71 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 61

In het tweede lid van het voorgestelde artikel 175 de woorden « deze wet » vervangen door de woorden « dit koninklijk besluit ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Nr. 72 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 62/1 (nieuw)

In hoofdstuk 3, afdeling 12, een artikel 62/1 invoegen, luidende :

« Art. 62/1. In artikel 163, eerste lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, vervangen bij de wet van 20 december 1995 en gewijzigd bij de wet van 24 december 1999, worden de woorden « de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie » vervangen door de woorden « van het Sociaal Strafwetboek ». ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Artikel 81, 28º, heft de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie op.

Dit amendement beoogt artikel 163, eerste lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, aan te passen, omdat deze bepaling verwijst naar de wet van 16 november 1972.

Nr. 73 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 63/1 (nieuw)

In hoofdstuk 3, afdeling 12, een artikel 63/1 invoegen, luidende :

« Art. 63/1. Artikel 5, tweede lid, van de wet van 3 april 1995 houdende maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling wordt vervangen door wat volgt :

« Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig de bepalingen van het Sociaal Strafwetboek ». ».

Verantwoording

Zie amendement nr. 74.

Nr. 74 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 63/2 (nieuw)

In hoofdstuk 3, afdeling 12, een artikel 63/2 invoegen, luidende :

« Art. 63/2. Artikel 26, tweede lid, van de wet van 3 april 1995 houdende maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling wordt vervangen door wat volgt :

« Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig de bepalingen van het Sociaal Strafwetboek ». ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Artikel 81, 28º, heft de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie op.

De amendementen beogen artikel 5, tweede lid, van de wet van 3 april 1995 houdende maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling en artikel 26, tweede lid, van dezelfde wet aan te passen, omdat deze bepalingen verwijzen naar de wet van 16 november 1972.

Nr. 75 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 64/1 (nieuw)

In hoofdstuk 3, afdeling 12, een artikel 64/1 invoegen, luidende :

« Art. 64/1. In artikel 32nonies van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, ingevoegd bij de wet van 11 juni 2002 en vervangen bij de wet van 10 januari 2007, worden de woorden « de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie » vervangen door de woorden « het Sociaal Strafwetboek ». ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Artikel 81, 28º, heft de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie op.

Het amendement beoogt artikel 32nonies van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk aan te passen, omdat deze bepaling verwijst naar de wet van 16 november 1972.

Nr. 76 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 66

In het voorgestelde artikel 7, tweede lid, de woorden « deze wet » vervangen door de woorden « dit koninklijk besluit ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Nr. 77 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 69/1 (nieuw)

In hoofdstuk 3, afdeling 12, een artikel 69/1 invoegen, luidende :

« Art. 69/1. In artikel 13, eerste lid, van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, worden de woorden « in artikel 12 » vervangen door de woorden « in artikel 175 van het Sociaal Strafwetboek ». ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Artikel 13 van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers wordt niet opgeheven. Dit artikel regelt de aansprakelijkheid van al wie zich schuldig maakt aan een misdrijf bedoeld in artikel 12 van deze wet. Artikel 12 wordt evenwel opgeheven door het wetsontwerp.

Het amendement beoogt artikel 13 van de wet van 30 april 1999 zodanig aan te passen dat deze bepaling voortaan verwijst naar artikel 175 van het Sociaal Strafwetboek dat artikel 12 van de wet van 30 april 1999 overneemt.

Nr. 78 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 71/1 (nieuw)

In hoofdstuk 3, afdeling 12, een artikel 71/1 invoegen, luidende :

« Art. 71/1. Artikel 17, tweede lid, van de wet van 5 september 2001 tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers, ingevoegd bij de programmawet van 24 december 2002 (I), wordt vervangen door wat volgt :

« Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig de bepalingen van het Sociaal Strafwetboek ». ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Artikel 81, 28º, heft de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie op.

Dit amendement beoogt artikel 17, tweede lid, van de wet van 5 september 2001 tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers aan te passen, omdat deze bepaling verwijst naar de wet van 16 november 1972.

Nr. 79 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 75/1 (nieuw)

In hoofdstuk 3, afdeling 12, een artikel 75/1 invoegen, luidende :

« Art. 75/1. In artikel 4, § 1, derde lid, van de wet van 24 februari 2003 betreffende de modernisering van het beheer van de sociale zekerheid en betreffende de elektronische communicatie tussen ondernemingen en de federale overheid, worden de woorden « van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie. » vervangen door de woorden « van het Sociaal Strafwetboek ». ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Artikel 81, 28º, heft de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie op.

Dit amendement beoogt artikel 4, § 1, derde lid, van de wet van 24 februari 2003 betreffende de modernisering van het beheer van de sociale zekerheid en betreffende de elektronische commnicatie tussen de ondernemingen en de federale overheid aan te passen, omdat deze bepaling verwijst naar de wet van 16 november 1972.

Nr. 80 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 76/1 (nieuw)

In hoofdstuk 3, afdeling 12, een artikel 76/1 invoegen, luidende :

« Art. 76/1. Artikel 26, § 2, tweede lid, van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact wordt vervangen door wat volgt :

« Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig de bepalingen van het Sociaal Strafwetboek ». ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Artikel 81, 28º, heft de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie op.

Het amendement beoogt artikel 26, § 2, tweede lid, van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact aan te passen, omdat deze bepaling verwijst naar de wet van 16 november 1972.

Nr. 81 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 76/2 (nieuw)

In hoofdstuk 3, afdeling 12, een artikel 76/2 invoegen, luidende :

« Art. 76/2. Artikel 10, tweede lid, van de wet van 10 augustus 2005 houdende begeleidende maatregelen met betrekking tot de instelling van een bijzondere onderhandelingsgroep, een vertegenwoordigingsorgaan en procedures betreffende de rol van de werknemers in de Europese Vennootschap wordt vervangen door wat volgt :

« De inbreuken op de bepalingen van deze wet en op de uitvoeringsbesluiten ervan worden opgespoord, vastgesteld en bestraft overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek.

De sociaal inspecteurs beschikken over de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 23 tot 39 van het Sociaal Strafwetboek wanneer zij, ambtshalve of op verzoek, optreden in het kader van hun opdracht tot informatie, bemiddeling en toezicht inzake de naleving van de bepalingen van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan. ». ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Het amendement beoogt een artikel 76/2 in het wetsontwerp tot invoering van het Sociaal Strafwetboek in te voegen.

Deze bepaling wijzigt de wet van 10 augustus 2005 houdende begeleidende maatregelen met betrekking tot de instelling van een bijzondere onderhandelingsgroep, een vertegenwoordigingsorgaan en procedures betreffende de rol van de werknemers in de Europese Vennootschap om te verduidelijken dat de inbreuken op de bepalingen van de wet van 2005 opgespoord, vastgesteld en bestraft worden overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek.

Deze bepaling regelt eveneens de burgerrechtelijke opdracht van de sociaal inspecteurs in de materies waarin er geen inbreuk is.

Nr. 82 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 79

In dit artikel de volgende wijzigingen aanbrengen :

1º het eerste lid van het voorgestelde artikel 226 vervangen door wat volgt :

« De inbreuken op de bepalingen van dit hoofdstuk en op de uitvoeringsbesluiten ervan worden opgespoord, vastgesteld en bestraft overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek. »;

2º in het tweede lid de woorden « deze wet » vervangen door de woorden « dit hoofdstuk ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerkingen van de Dienst Wetsevaluatie.

Zoals terecht door de Dienst Wetsevaluatie wordt opgemerkt, is het niet de bedoeling dat alle inbreuken op de wet van 27 december 2006 (I) houdende diverse bepalingen en op de uitvoeringsbesluiten ervan worden opgespoord, vastgesteld en gestraft overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek.

Nr. 83 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 80

In dit artikel de volgende wijzigingen aanbrengen :

1º het eerste lid van het voorgestelde artikel 60 vervangen door wat volgt :

« De inbreuken op de bepalingen van dit hoofdstuk en op de uitvoeringsbesluiten ervan worden opgespoord, vastgesteld en bestraft overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek. »;

2º in het tweede lid de woorden « deze wet » vervangen door de woorden « dit hoofdstuk ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerkingen van de Dienst Wetsevaluatie.

Zoals terecht door de Dienst Wetsevaluatie wordt opgemerkt, is het niet de bedoeling dat alle inbreuken op de programmawet van 27 april 2007 en op de uitvoeringsbesluiten ervan worden opgespoord, vastgesteld en gestraft overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek.

Nr. 84 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 80/1 (nieuw)

In hoofdstuk 3, afdeling 12, een artikel 80/1 invoegen, luidende :

« Art. 80/1. Artikel 32, § 1, tweede lid, van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie wordt vervangen als volgt :

« Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig de bepalingen van het Sociaal Strafwetboek ». ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Artikel 81, 28º, heft de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie op.

Het amendement beoogt artikel 32, § 1, tweede lid, van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie aan te passen, omdat deze bepaling verwijst naar de wet van 16 november 1972.

Nr. 85 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 80/2 (nieuw)

In hoofdstuk 3, afdeling 12, een artikel 80/2 invoegen, luidende :

« Art. 80/2. Artikel 38, § 1, tweede lid, van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen wordt vervangen als volgt :

« Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig de bepalingen van het Sociaal Strafwetboek ». ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

Artikel 81, 28º, heft de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie op.

Het amendement beoogt artikel 38, § 1, tweede lid, van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie tussen vrouwen en mannen aan te passen, omdat deze bepaling verwijst naar de wet van 16 november 1972.

Nr. 86 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 81

In dit artikel de volgende wijzigingen aanbrengen :

1º het 7º, a), vervangen door wat volgt :

« a) artikel 155 van de wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, gecoördineerd op 19 december 1939, gewijzigd bij de wet van 2 mei 1958, het koninklijk besluit van 25 oktober 1960, de wet van 29 april 1996, de wet van 10 juni 1998 en de wet van 3 juli 2005; ».

2º in het 14º, e), de woorden « , tweede lid » vervangen door de woorden « van dezelfde wet »;

3º het 24º, a), vervangen door wat volgt :

« a) artikel 91ter van de wet van 10 april 1971 op de arbeidsongevallen, vervangen bij de wet van 29 april 1996, gewijzigd bij de wet van 10 augustus 2001 en de wet van 24 december 2002; »;

4º het 35º doen vervallen;

5º het 39º, h), vervangen door wat volgt :

« h) de artikelen 64 en 65 van dezelfde wet; »;

6º het 39º aanvullen met een i), luidende :

« i) artikel 67 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 12 augustus 2000; »;

7º het 39º aanvullen met een j), luidende :

« j) de artikelen 68, 69, 70 en 71 van dezelfde wet; »;

8º in het 51º de woorden « de artikelen 77, 78, 79 en 80 » vervangen door de woorden « de artikelen 76, 77, 78, 79 en 80 »;

9º het 55º vervangen door wat volgt :

« 55º artikel 5 van de wet van 3 december 2006 houdende diverse bepalingen met betrekking tot het Sociaal Strafrecht; ».

Verantwoording

Dit amendement houdt rekening met de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie.

1º Het amendement heft artikel 155 van de wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, gecoördineerd op 19 december 1939, op in plaats van artikel 145. Deze laatste bepaling wordt gewijzigd door het amendement nr. 56.

2º Het amendement beoogt het hele artikel 19quater van de wet van 7 januari 1958 betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid op te heffen en niet alleen het tweede lid van deze bepaling.

3º Het amendement heft artikel 91ter van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, op in plaats van artikel 87, tweede lid. Deze laatste bepaling wordt gewijzigd bij amendement nr. 63.

4º Het 35º wordt opgeheven. Dit beoogde het artikel 132, vijfde lid, van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen op te heffen. Dit lid wordt vervangen bij amendement nr. 70.

5º, 6º en 7º Het amendement beoogt artikel 67 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid op te heffen. Deze bepaling is immers overgenomen in artikel 7 van het wetsontwerp tot invoering van het Sociaal Strafwetboek.

8º Het amendement beoogt artikel 76 van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen op te heffen.

De strafbepalingen van artikel 76 worden immers overgenomen in het Sociaal Strafwetboek, meer bepaald in de artikelen 170, 172, 194, 198 en 199.

9º Artikel 81, 55º, heft artikel 5, tweede en derde lid, van de wet van 3 december 2006 houdende diverse wettelijke bepalingen met betrekking tot het sociaal strafrecht op. Artikel 5 bevat echter slechts twee leden. Het amendement beoogt dus het hele artikel 5 op te heffen.

Nr. 87 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 82

In het derde lid van dit artikel de woorden « vanaf de inwerkingtreding van deze wet » vervangen door de woorden « vanaf de inwerkingtreding van het Sociaal Strafwetboek ».

Nr. 88 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 83

Dit artikel vervangen door wat volgt :

« Art. 83. — Deze wet treedt in werking op een door de Koning te bepalen datum en uiterlijk één jaar na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van :

1º dit artikel, dat in werking treedt op de dag van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad;

2º artikel 189 van het Sociaal Strafwetboek en artikel 81, 20º, a) en c), die pas in werking treden twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet. ».

Verantwoording

Op grond van de huidige redactie van de artikelen 82 en 83 zijn er vier verschillende data waarop onderdelen van deze wet in werking treden :

— artikel 83 treedt « onmiddellijk » in werking;

— artikel 82 treedt in werking tien dagen na bekendmaking van de wet in het Belgisch Staatsblad; over de inwerkingtreding van dit artikel is in de huidige redactie immers niets voorzien; de overgangsbepaling van artikel 82 maakt geen deel uit van het Sociaal Strafwetboek, noch van de wijzigings- en opheffingsbepalingen waarvan de inwerkingtreding wél is geregeld in de huidige redactie van artikel 83;

— het Sociaal Strafwetboek en de wijzigings- en opheffingsbepalingen treden in werking op een door de Koning te bepalen datum en uiterlijk één jaar na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad;

— artikel 189 van het Sociaal Strafwetboek en artikel 81, 20º, a) en c), treden in werking twee jaar na de inwerkingtreding van het Sociaal Strafwetboek.

Om verwarring te voorkomen is het daarom aangewezen in artikel 82, derde lid, te spreken van « de inwerkingtreding van het Sociaal Strafwetboek » in plaats van « de inwerkingtreding van deze wet ».

Bovendien is een afzonderlijke datum van inwerkingtreding van artikel 82 niet nodig en niet wenselijk. Er dient echter wel duidelijkheid te komen in artikel 83 over de datum van inwerkingtreding van artikel 82.

Verder is het begrip « onmiddellijke inwerkingtreding » in artikel 83 ongebruikelijk.

Ten slotte is artikel 83 geen onderdeel van het Sociaal Strafwetboek, noch van de wijzigings- en opheffingsbepalingen. Het artikel kan dan ook niet beginnen met de woorden « Met uitzondering van dit artikel ».

Daarom is het aangewezen artikel 83 te vervangen door de bij dit amendement voorgestelde nieuwe redactie ervan.

Door het gebruik van de woorden « Deze wet treedt in werking » wordt verduidelijkt dat het niet enkel gaat om het « Sociaal Strafwetboek, alsmede de wijzigings- en opheffingsbepalingen » zoals is vermeld in de redactie van het voorgesteld artikel 83, eerste lid, maar ook om de overgangsbepaling van artikel 82 die ook deel uitmaakt van deze wet.

Deze overgangsbepaling van artikel 82 treedt bijgevolg op hetzelfde ogenblik als het Sociaal Strafwetboek, de wijzigings- en de opheffingsbepalingen in werking op een door de Koning te bepalen datum en niet tien dagen na bekendmaking van de wet in het Belgisch Staatsblad.

Door de aangepaste redactie van artikel 83 komt duidelijker tot uiting dat er drie verschillende data zijn waarop onderdelen van deze wet in werking treden :

— de wet treedt in werking op een door de Koning te bepalen datum en uiterlijk één jaar na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad;

— de uitzondering van artikel 83 dat in werking treedt op de dag van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad;

— de uitzondering van artikel 189 van het Sociaal Strafwetboek en artikel 81, 20º, a) en c), die pas in werking treden twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet.

Nr. 89 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

(Subamendement op amendement nr. 50 van de heer Van Parys c.s.)

Art. 20/1 (nieuw)

In het voorgestelde artikel 47, § 4, derde lid de woorden « in de artikelen 75, 83, 89, 92, 120 en 121 van het Sociaal Strafwetboek » vervangen door de woorden « in de artikelen 70, 81, 89, 90, 115 en 116 van het Sociaal Strafwetboek en artikel 3 van de wet van ... houdende bepalingen van het sociaal strafrecht ».

Verantwoording

Aanpassing van de tekst aan de artikelen van het goedgekeurde wetsontwerp in de Kamer.

Tony VAN PARYS
André du BUS de WARNAFFE
Marie-Hélène CROMBÉ-BERTON
Philippe MAHOUX
Hugo VANDENBERGHE
Yoeri VASTERSAVENDTS
Pol VAN DEN DRIESSCHE.

Nr. 90 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 80/3 (nieuw)

Een artikel 80/3 invoegen, luidende :

« Art. 80/3. — Artikel 115 van de wet van 6 april 2010 betreffende de marktpraktijken en consumentenbescherming, wordt aangevuld met een lid, luidende :

« De vordering op grond van artikel 4, 2º tot en met 6º van de wet van 6 april 2010 met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming, voor wat het beletten van het toezicht uitgeoefend krachtens de wetten betreffende het bijhouden van sociale documenten betreft, of deze op grond van artikel 4, 8º en 13º van de wet van 6 april 2010 met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming, wordt ingesteld op verzoek van de minister of de leidinggevende ambtenaar van de bevoegde inspectiedienst bedoeld in artikel 17 van het Sociaal Strafwetboek ».

Verantwoording

Bij artikel 138 van het wetsontwerp betreffende marktprijzen en consumentenbescherming wordt de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument opgeheven. Dit wetsontwerp werd op 18 maart 2010 aangenomen door de plenaire vergadering van de Senaat en werd voorgelegd aan de Koning ter bekrachtiging. (Senaat, nr. 4-1657). Het is op 6 april 2010 wet geworden (Belgisch Staatsblad van 12 april 2010).

In artikel 20 van het wetsontwerp Sociaal Strafwetboek, wordt het artikel 98, § 2, van de wet op de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument aangevuld met een nieuw lid. Door het voorliggen van het wetsontwerp betreffende de marktprakijken en consumentenbescherming en het wetsontwerp met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming (Senaat, nr. 4-1658) in de Senaat, zal, mits goedkeuring van deze ontwerpen, binnen afzienbare tijd de wet van 14 juli 1991 worden afgeschaft. Het is van belang dat de regeling die voorgesteld werd in het Sociaal Strafwetboek doorgevoerd wordt ten aanzien van de nieuwe wet.

De verwijzingen naar artikel 97.7, 97.8, 97.9, 97.10 en 97.11 kunnen respectievelijk worden vervangen door een verwijzing naar artikel 4, 2º tot en met 6º van het wetsontwerp met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming. Ten opzichte van het artikel 97.11 is de tekst van artikel 4, 6º, van het genoemde wetsontwerp aangepast aan de regeling in de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van de kruispuntbank van ondernemingen.

Artikel 97.13 en 97.18 kunnen vervangen worden door een verwijzing naar artikel 4, 8º, en 4, 13º, van het wetsontwerp, waarbij artikel 4, 8º, een actualisatie inhoudt ten opzichte van de wet van 14 juli 1991.

Tony VAN PARYS
Hugo VANDENBERGHE
Pol VAN DEN DRIESSCHE.

Nr. 91 VAN DE REGERING

Art. 2

(Art. 235/1 nieuw)

In hoofdstuk 11 van Boek 2 van het voorgestelde Sociaal Strafwetboek wordt een artikel 235/1 ingevoegd, luidende :

« Art. 235/1. Terugbetaling

Wanneer de benadeelde derden zich geen burgerlijke partij hebben gesteld, veroordeelt de rechter die de straf uitspreekt voorzien in de artikelen 218, 219, 220 en 211, of die de schuld vaststelt voor een inbreuk op deze bepalingen, de schuldenaar van onbetaalde bijdragen ambtshalve tot het betalen van de achterstallige bijdragen, de bijdrageopslagen en de verwijlinteresten.

Wanneer de benadeelde derden zich geen burgerlijke partij hebben gesteld, veroordeelt de rechter die de straf uitspreekt voorzien in artikel 233, § 1, 3º, of die de schuld vaststelt voor een inbreuk op die bepaling, de verdachte ambtshalve tot het terugbetalen van de onrechtmatig ontvangen bedragen, vermeerderd met de verwijlinteresten.

Wanneer er geen afrekening is met betrekking tot de in het eerste en tweede lid bedoelde bedragen of wanneer de afrekening betwist wordt en er in dit verband nadere informatie nodig is, houdt de rechter de beslissing over de ambtshalve veroordeling aan. ».

Verantwoording

Het amendement voegt een artikel 235/1 in het Sociaal Strafwetboek in. Deze bepaling uniformeert het stelsel van de ambtshalve veroordelingen, die bestaan uit de betaling van de verschuldigde bedragen en de terugbetaling van de onrechtmatig ontvangen bedragen, namelijk :

— artikel 155, derde en volgende leden, van de wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, samengeordend op 19 december 1939;

— artikel 156, leden 3 en 4 van dezelfde wet;

— artikel 159, tweede lid, van dezelfde wet;

— artikel 12bis, § 1, tweede lid, van de besluitwet betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij;

— artikel 16bis van de wet van 7 januari 1958 betreffende de Fondsen voor Bestaanszekerheid veroordeelt ambtshalve de werkgever tot betaling van de achterstallige bijdragen;

— artikel 20 van de wet van 12 april 1960 tot oprichting van een intern compensatiefonds voor de diamantsector;

— artikel 35, tweede lid, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.

a) Het eerste lid van de bepaling veroordeelt ambtshalve de schuldenaar van de onbetaalde bijdragen, ongeacht of hij al dan niet de werkgever is (in de diamantsector komen bijvoorbeeld de bijdragen ten laste van de invoerder), tot het betalen van de bijdragen, de bijdrageopslagen en de verwijlinteresten bij inbreuken die bestaan uit het niet betalen van de bijdragen aan de betrokken organismen, ongeacht of het niet betalen frauduleus is of niet.

b) Het tweede lid van deze bepaling voorziet een ambtshalve veroordeling tot het terugbetalen van de onrechtmatig ontvangen bedragen, wanneer de verdachte bestraft wordt voor het ontvangen van sociale prestaties waarop hij geen recht had, als gevolg van een onjuiste of onvolledige verklaring, van valsheid in private geschriften of in informatica of als gevolg van gebruik van valse stukken.

Dit zal geen wijziging meebrengen van de rechten van de sociaal verzekerden ten aanzien van wat thans het Handvest van de sociaal verzekerde voorziet.

Zoals in de bespreking stond van de aanvankelijke versie van de bepaling (Wetsontwerp tot invoering van het Sociaal Strafwetboek van 11 december 2008, Parl. St., Kamer, gew. zit., 2008-2009, Memorie van toelichting, doc. 52-1666/001, blz. 314), is de ambtshalve veroordeling in kwestie een maatregel bedoeld om de sporen van de inbreuk uit te wissen via de terugbetaling van de onrechtmatig ontvangen bedragen of de veroordeling tot betaling van de niet ten uitvoer gelegde burgerrechtelijke schuld (Wetsontwerp tot invoering van het Sociaal Strafwetboek van 11 december 2008, Parl. St., Kamer, gew. zit., 2008-2009, Memorie van toelichting, doc. 52-1666/001, blz. 319).

Deze doelstellingen van sociaal beleid hebben een karakter van algemeen belang, wat het mogelijk maakt om de instellingen van de sociale zekerheid in een situatie te plaatsen die verschilt van die van de andere derden die benadeeld zijn door deze inbreuken.

De bepalingen betreffende de sociale zekerheid, waaronder die met betrekking tot de verplichting van de werkgever om de bijdragen te betalen, zijn immers van openbare orde. Deze ambtshalve uitgesproken burgerlijke veroordeling is geen straf; ze verplicht de werkgever of de rechthebbende alleen om zich in regel te stellen en, voor wat de werkgever betreft, om te betalen wat hij verschuldigd is of, voor wat de rechthebbende betreft, om wat hij onrechtmatig heeft ontvangen, terug te betalen. Het betreft dus een « burgerrechtelijke veroordeling die door de rechter in het algemeen belang wordt uitgesproken en die tot de openbare strafvordering behoort. ».

De veroordeling van ambtswege wordt door de strafrechter alleen uitgesproken indien de benadeelde derden zich geen burgerlijke partij gesteld hebben. De ambtshalve veroordeling is bijgevolg subsidiair, de burgerlijke partijstelling heeft de overhand op de ambtshalve veroordeling (Wetsontwerp tot invoering van het Sociaal Strafwetboek van 11 december 2008, Parl. St., Kamer, gew. zit., 2008-2009, Memorie van toelichting, doc. 52-1666/001, blz. 320).

Deze burgerrechtelijke veroordeling ontneemt de benadeelde derde dus niet het recht om zich burgerlijke partij te stellen, zelfs tijdens de zitting, en om deel te nemen aan de debatten.

Het is echter geen zeldzaamheid dat derden die benadeeld werden door de in de bepaling bedoelde inbreuken, niet op de hoogte gebracht worden van de lopende procedure en zich dan ook geen burgerlijke partij stellen. Dit zal met name vaak het geval zijn voor de Rijksdienst voor sociale zekerheid in het kader van strafprocedures die ingeleid worden tegen werkgevers die vervolgd worden wegens het plegen van een strafrechtelijke inbreuk. De Rijksdienst wordt daarvan niet noodzakelijk op de hoogte gebracht.

Het derde lid van artikel 235 bepaalt dat de rechter de uitspraak over de ambtshalve veroordeling aanhoudt, als hij niet beschikt over de afrekeningen van de bedragen met betrekking tot de achterstallige bijdragen, de bijdrageopslagen en de verwijlintresten, evenals met betrekking tot de onverschuldigde betalingen.

Hetzelfde geldt wanneer de afrekening betwist wordt en er in dit verband nadere informatie nodig is.

Door de beslissing de uitspraak over de ambtshalve veroordeling aan te houden om aan de verdachte of de betrokken instelling van sociale zekerheid toe te laten alle nuttige stukken over te leggen om het bedrag van de ambtshalve veroordeling te bepalen, doet de rechter een uitspraak over de strafvordering die zal kunnen ten uitvoer gelegd worden bij het verstrijken van de beroepstermijnen die voorzien zijn in het Wetboek van strafvordering.

In navolging van artikel 4, tweede lid, van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van strafvordering, heeft deze bepaling tot doel te vermijden dat de behandeling van de maatregel van terugbetaling de strafvordering verlamt.

De rechter die niet beschikt over de vraag tot vergoeding die de administratie hem moet overmaken, veroordeelt de overtreder immers tot een provisionele vergoeding van één euro. In dit geval is het vonnis of arrest dat een strafrechtelijke veroordeling uitspreekt, niet vatbaar voor beroep en kan het niet ten uitvoer gelegd worden; het is geen eindvonnis of eindarrest zolang het bedrag van de vergoeding niet is bepaald.

Daarentegen kan de rechter, door de uitspraak over de ambtshalve veroordeling aan te houden, zich uitspreken over de schuld en de straf. Deze beslissing heeft het karakter van een eindvonnis of eindarrest in de zin van artikel 416, eerste lid, van het Wetboek van strafvordering (Cass., 16 juni 1998, Bull., nr. 316).

Tot slot wordt de ambtshalve veroordeling tot betaling van de achterstallige bijdragen, de bijdrageopslagen en de verwijlinteresten of de terugbetaling van de onrechtmatig ontvangen bedragen door de rechter alleen uitgesproken wanneer hij, na een strafrechtelijke procedure, de schuld vaststelt voor een inbreuk op deze bepalingen, en wanneer hij een straf uitspreekt. De partij die, in voorkomend geval, na deze procedure zal veroordeeld worden, geniet echter wel van de procedurele waarborgen en zal onder meer haar argumenten hebben kunnen uiteenzetten en haar rechten kunnen laten gelden in het kader van een tegensprekelijk debat. Op deze wijze zijn de rechten van de verdediging van elke partij gerespecteerd.

Nr. 92 VAN DE REGERING

Art. 52/1 (nieuw)

In hoofdstuk 3, afdeling 12, van het wetsontwerp tot invoering van het Sociaal Strafwetboek wordt een artikel 52/1 ingevoegd, luidende :

« Art. 52/1. — In artikel 22, § 2, a), van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, vervangen bij het koninklijk besluit van 8 augustus 1997, gewijzigd bij de programmawet (I) van 24 december 2002 en de wet van 17 september 2005, wordt een streepje tussen het dertiende streepje en het veertiende streepje ingevoegd, luidende :

« — 100 % van het totaal van de geïnde bedragen van de administratieve geldboeten die, in toepassing van het Sociaal Strafwetboek, aan de Schatkist werden overgemaakt; » ».

Verantwoording

Dit amendement heeft tot doel een artikel 52/1 in het wetsontwerp tot invoering van het Sociaal Strafwetboek in te voeren.

Het artikel 52/1 wijzigt het artikel 22, § 2, a), van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers teneinde 100 % van de geïnde bedragen van de administratieve geldboeten die, in toepassing van het Sociaal Strafwetboek aan de Schatkist werden overgemaakt, te voorzien als inkomsten van het Globaal Beheer, die geglobaliseerd worden.

De bedragen van de strafrechtelijke geldboeten die, in toepassing van het Sociaal Strafwetboek werden opgelegd en geïnd, gaan in toepassing van het universaliteitsbeginsel eveneens naar de Schatkist maar worden niet toegewezen als inkomsten van het Globaal Beheer. Zij blijven dus voor 100 % in de Schatkist.

In vergelijking met andere voorstellen ter zake heeft deze regeling onmiskenbaar het voordeel dat deze zowel correct is, als eenvoudig en gemakkelijk toe te passen in de praktijk.

De minister van Justitie,
Stefaan DE CLERCK.

Nr. 93 VAN DE HEREN MAHOUX EN COLLIGNON

Art. 2

(Art. 91/1 nieuw)

Een artikel 91/1 invoegen, luidende :

« Art. 91/1. — Bestemming van de administratieve geldboeten

De bevoegde administratie en de administratie van het kadaster, registratie en domeinen, maken elk jaar het volledige bedrag van de ontvangen administratieve geldboeten over aan de RSZ-Globaal Beheer, bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2º, van de wet van 27 juni 1969ter herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. ».

Verantwoording

De basis voor de regeling van de materie van de administratieve geldboeten inzake de toepassing van de sociale wetten is de wet van 30 juni 1971 betreffende de administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op sommige sociale wetten.

Artikel 13ter van die wet werd als volgt gewijzigd bij artikel 87 van de wet van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen :

« De bevoegde administratie en de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen storten na verloop van elk kwartaal 90 % van het ontvangen bedrag aan administratieve geldboeten ten gunste van de RSZ-Globaal Beheer, bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2º, van de wet van 27 juni 1969 ter herziening van de besluitwet betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.

Het saldo wordt aan de Schatkist gestort. ».

De oorspronkelijke tekst van voorliggend ontwerp voorzag in zijn artikel 95 in een verdeling van de opbrengst van de administratieve geldboeten, maar volgens een andere verdeelsleutel, want in de tekst stond het volgende :

« De bevoegde administratie en de administratie van het kadaster, registratie en domeinen, maken elk jaar 50 % van het ontvangen bedrag van de administratieve geldboeten over aan de RSZ-Globaal Beheer, bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2º, van de wet van 27 juni 1969 ter herziening van de besluitwet betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.

Het saldo wordt aan de Schatkist overgemaakt. ».

In de tekst die in de Kamer werd aangenomen, is dit artikel geschrapt.

Tevens heft artikel 81, 26º van voorliggend ontwerp de wet van 30 juni 1971 betreffende de administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op sommige sociale wetten op. Indien men niet opnieuw een verdeelsleutel voor de verdeling van de opbrengst van de administratieve geldboeten invoert, ontstaat, wanneer de Senaat voorliggende tekst aanneemt, een leemte in de wetgeving die moet worden aangevuld. Dat is het doel van dit amendement.

Nr. 94 VAN DE HEREN MAHOUX EN COLLIGNON

Art. 2

(Art. 95/1 nieuw)

Een artikel 95/1 invoegen, luidende :

« Art. 95/1. — De administratie van het kadaster, registratie en domeinen maakt elk jaar het volledige bedrag van de ontvangen strafrechtelijke geldboeten over aan de Schatkist. ».

Verantwoording

De basis voor de regeling van de materie van de strafrechtelijke geldboeten inzake de toepassing van de sociale wetten is de wet van 23 maart 1994 houdende bepaalde maatregelen op arbeidsrechtelijk vlak tegen het zwartwerk.

Artikel 27 van die wet bepaalt :

« Vijftig procent van de opbrengst van de strafrechtelijke geldboeten, opgelegd voor de inbreuken bedoeld in artikel 11, §§ 2, 3 en 4, van het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten en artikel 172, §§ 1 en 2, van de programmawet van 22 december 1989, en van de opbrengst van de administratieve geldboeten, opgelegd voor de inbreuken bedoeld in artikel 1bis, 5º en 6º, van de wet van 30 juni 1971 betreffende de administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op sommige sociale wetten, zijn door de Rijksdienst voor sociale zekerheid verworven bij de inning door de Staatsrekenplichtigen.

De Koning bepaalt de voorwaarden en de nadere regelen voor de uitvoering van dit artikel. ».

De oorspronkelijke tekst van voorliggend ontwerp voorzag in zijn artikel 100 in een verdeling van de strafrechtelijke geldboeten :

« De administratie van het kadaster, registratie en domeinen maakt elk jaar 50 % van het ontvangen bedrag van de strafrechtelijke geldboeten over aan de RSZ-Globaal Beheer, bedoeld in artikel 5, lid 1, 2º, van de wet van 27 juni 1969 ter herziening van de Besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid van arbeiders. ».

Ook dat artikel is uit de tekst van het ontwerp verdwenen, terwijl artikel 81, 42º de artikelen 26 en 27 van de wet van 23 maart 1994 houdende bepaalde maatregelen op arbeidsrechtelijk vlak tegen het zwartwerk opheft.

Ook hier schept die opheffing, die door geen enkele verdeelsleutel wordt vervangen, een leemte in de wetgeving, die door dit amendement moet worden aangevuld.

Philippe MAHOUX.
Christophe COLLIGNON.

Nr. 95 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 3

Het 2º aanvullen met een c), luidende :

« c) de woorden « kan deze laatste » vervangen door de woorden « kan de procureur des Konings of de arbeidsauditeur » ».

Verantwoording

Ingevolge de toevoeging van de arbeidsauditeur in artikel 28ter, derde lid (nieuw vierde lid) zou een strikte lezing van het artikel ertoe leiden dat enkel nog de arbeidsauditeur de procureur-generaal zou kunnen inlichten van het feit dat de politiediensten niet het vereiste personeel en de nodige middelen kan geven voor het opsporingsonderzoek.

Dit is niet de bedoeling van de wijziging door artikel 3.

Tony VAN PARYS
Hugo VANDENBERGHE
Philippe MAHOUX
André du BUS de WARNAFFE
Cécile THIBAUT
Nele LIJNEN
Philippe MONFILS
Marie-Hélène CROMBÉ-BERTON.

Nr. 96 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 5

Het artikel aanvullen met een 3º, luidende :

« 3º in het vierde lid, dat het vijfde lid wordt, worden de woorden « of de arbeidsauditeur » ingevoegd tussen de woorden « De procureur des Konings » en de woorden « kan zelf » ».

Verantwoording

Door de wijziging van het derde lid (nieuw vierde lid) van artikel 56, § 2, van het Wetboek van Strafvordering, waarbij de onderzoeksrechter de arbeidsauditeur kan verzoeken op te treden indien de politiediensten hem niet het vereiste personeel en de nodige middelen kunnen bieden voor het gerechtelijk onderzoek, dient ook in het daaropvolgende lid de mogelijkheid gecreëerd te worden voor de arbeidsauditeur om het dossier over te zenden aan de procureur-generaal.

Tony VAN PARYS
Hugo VANDENBERGHE
Philippe MAHOUX
Nele LIJNEN
Marie-Hélène CROMBÉ-BERTON
Philippe MONFILS.

Nr. 97 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 7

In de Nederlandse tekst van het voorgestelde artikel 216bis, § 1, derde lid, de volgende wijzigingen aanbrengen :

1º in de eerste zin, de woorden « De in het eerste lid bedoelde geldboete » vervangen door de woorden « De in het eerste lid bedoelde geldsom ».

2º in de tweede zin, de woorden « het bedrag » vervangen door de woorden « de geldsom ».

Verantwoording

Dit amendement betreft een verbetering van de terminologie.

Artikel 216bis, § 1, van het Wetboek van Strafvordering regelt het « verval van de strafvordering mits de betaling van een geldsom ».

Daar de door de procureur des Konings voorgestelde geldsom geen strafrechtelijke geldboete betreft, is om redenen van eenvormigheid te verkiezen om telkens te spreken van een « geldsom », zoals ook in het eerste lid van dat artikel gebeurt.

Nr. 98 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 29

De inleidende zin van dit artikel vervangen door wat volgt :

« Artikel 7, § 4, derde lid, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, ingevoegd bij de wet van 13 februari 1998 en gewijzigd door de wet van 23 december 2009, wordt vervangen door de volgende leden : ».

Verantwoording

De Dienst Wetsevaluatie gaf aan dat artikel 7, § 4, van de wet van 28 december 1944 slechts uit twee leden bestond.

Ondertussen is op 30 december 2009 de programmawet van 23 december 2009 verschenen in het Belgisch Staatsblad, die in artikel 66 een nieuw lid invoegt tussen het eerste en het tweede lid. Bijgevolg moet het amendement nr. 57 worden vervangen door een nieuw amendement, dat rekening houdt met de wijziging uit de programmawet.

Nr. 99 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 68/1 (nieuw)

Een artikel 68/1 invoegen, luidende :

« Art. 68/1. — In artikel 13, 1º, van dezelfde wet worden de woorden « de rechter in de politierechtbank vooraf toestemming » vervangen door de woorden « de onderzoeksrechter, overeenkomstig artikel 24 van het Sociaal Strafwetboek een machtiging tot visitatie ».

Verantwoording

De invoering van het Sociaal Strafwetboek brengt met zich mee dat de strafbepalingen en de procedure voor het toezicht door de sociaal inspecteurs voortaan beheerst worden door dit wetboek.

Artikel 24 van het Sociaal Strafwetboek voorziet in een machtiging tot visitatie van de onderzoeksrechter, vooraleer men de bewoonde ruimten mag betreden.

In het kader van de eenvormigheid verdient het aanbeveling om hier de procédure aan te passen, zo dat ook voor wat betreft de toepassing van de wet van 28 januari 1999 de algemene regeling van toepassing is.

Tony VAN PARYS
Hugo VANDENBERGHE
Philippe MAHOUX
Nele LIJNEN
Marie-Hélène CROMBÉ-BERTON
Philippe MONFILS.

Nr. 100 VAN DE HEER VAN PARYS C.S.

Art. 34/1 (nieuw)

Een artikel 34/1 invoegen, luidende :

« Art. 34/1. — Artikel 23bis, § 2, van de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel, ingevoegd bij de programmawet van 22 december 1989, wordt vervangen door wat volgt :

« Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig de bepalingen van het Sociaal Strafwetboek ». ».

Verantwoording

Ingevolge de opmerking van de Dienst Wetsevaluatie bij artikel 81, 28º — waarbij de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie wordt opgeheven — dient het artikel 23bis van de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring aangepast te worden.

Tony VAN PARYS
Hugo VANDENBERGHE
Philippe MAHOUX
André du BUS de WARNAFFE
Nele LIJNEN
Cécile THIBAUT
Franco SEMINARA
Philippe MONFILS.

Nr. 101 VAN DE HEREN VAN PARYS C.S.

Art. 47/1 (nieuw)

Een artikel 47/1 invoegen, luidende :

« Art. 47/1. — In het artikel 90bis van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 29 april 1996 en het koninklijk besluit van 25 maart 2003, worden in § 2 de woorden « Onverminderd de in artikel 91ter bedoelde strafbepalingen » vervangen door de woorden « Onverminderd de sancties van het Sociaal Strafwetboek. » ».

Verantwoording

Door het opheffen van artikel 91ter van de wet van 10 april 1971 op de arbeidsongevallen, moeten de artikelen 88 en 90bis van die wet ook worden aangepast, daar zij rechtstreeks naar het af te schaffen artikel verwijzen.

Momenteel komen de verzekeringstussenpersonen voor in artikel 91ter van de wet van 10 april 1971, in de § 1, 3º en § 2. De strafbaarstelling uit § 1, 3º, werd opgenomen in artikel 216 van het Sociaal Strafwetboek. De bepaling onder de § 2 werd niet weerhouden in het Sociaal Strafwetboek. Het verdient de voorkeur om aldus te verwijzen naar het artikel 216 van het Sociaal Strafwetboek.

Tony VAN PARYS
Hugo VANDENBERGHE
Cécile THIBAUT
Philippe MAHOUX
Marie-Hélène CROMBÉ-BERTON
Philippe MONFILS
Nele LIJNEN.

Nr. 102 VAN DE HEREN VANDENBERGHE EN VAN PARYS

Art. 81

Het 1º van dit artikel vervangen door wat volgt :

« 1º a) artikel 2 van de wet van 5 mei 1888 betreffende het toezicht op de gevaarlijke, ongezonde of hinderlijke inrichtingen en op de stoomtuigen en de stoomketels, vervangen bij de wet van 22 juli 1974, met betrekking tot de aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de federale wetgever behoren;

b) artikel 3 van dezelfde wet met betrekking tot de aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de federale wetgever behoren;

c) artikel 4 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 22 juli 1974, met betrekking tot de aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de federale wetgever behoren;

d) de artikelen 5 en 6 van dezelfde wet met betrekking tot de aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de federale wetgever behoren; ».

Verantwoording

De opheffing van deze artikelen van de wet van 5 mei 1888 geldt slechts met betrekking tot de aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de federale wetgever behoren.

De federale wetgever is, overeenkomstig artikel 6, § 1, II, 3º, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, bevoegd voor de maatregelen van interne politie met andere woorden de maatregelen die de bescherming van de werknemers tot doel hebben.

Nr. 103 VAN DE HEREN VANDENBERGHE EN VAN PARYS

Art. 81

Het 2º van dit artikel vervangen door wat volgt :

« 2º a) artikel 76quater van de wetten op de mijnen, groeven en graverijen, gecoördineerd op 15 september 1919, ingevoegd bij de wet van 15 juli 1957 en vervangen bij de wet van 22 december 1989, met betrekking tot de aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de federale wetgever behoren;

b) artikel 129 van dezelfde wetten, gewijzigd bij de wet van 15 juli 1957, met betrekking tot de aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de federale wetgever behoren;

c) artikel 130 van dezelfde wetten, gewijzigd bij de wet van 20 juli 1955 en de wet van 15 juli 1957, met betrekking tot de aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de federale wetgever behoren;

d) artikel 131 van dezelfde wetten, gewijzigd bij de wet van 20 juli 1955, de wet van 15 juli 1957 en de wet van 23 maart 1994, met betrekking tot de aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de federale wetgever behoren; ».

Verantwoording

De opheffing van deze artikelen van de wetten op de mijnen, groeven en graverijen, gecoördineerd op 15 september 1919, geldt slechts met betrekking tot de aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de federale wetgever behoren.

De federale wetgever is, overeenkomstig artikel 6, § 1, VI, vijfde lid, 12º, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, met name bevoegd voor de aangelegenheden die zich situeren binnen de context van het arbeidsrecht.

Nr. 104 VAN DE HEREN VANDENBERGHE EN VAN PARYS

Art. 25

De inleidende zin van dit artikel vervangen door wat volgt :

« Artikel 3, § 5, van de wet van 23 september 1931 op de aanwerving van het personeel der zeevisserij wordt vervangen door wat volgt : ».

Verantwoording

Op basis van de huidige redactie van artikel 25 van het ontwerp van wet tot invoering van het Sociaal Strafwetboek blijft het eerste lid van artikel 3, § 5, van de wet van 23 september 1931 op de aanwerving van het personeel der zeevisserij onveranderd en worden de volgende leden vervangen.

Voormeld artikel 3, § 5, eerste lid, duidt de ambtenaren aan die bevoegd zijn voor het opsporen en vaststellen van de inbreuken op de bepalingen van artikel 3 en van de uitvoeringsbesluiten ervan.

Om meer duidelijkheid te brengen en om een uitzondering op de regel die voorziet dat de met het toezicht op de wet belaste ambtenaren aangeduid worden door de Koning, te schrappen, is het aangewezen het eerste lid van dit artikel 3, § 5, weg te laten.

De ambtenaren die belast zijn met het toezicht op de naleving van voormelde wet van 23 september 1931, zullen aangeduid worden door de Koning op basis van artikel 17 van het ontwerp van Sociaal Strafwetboek.

Hugo VANDENBERGHE
Tony VAN PARYS.