4-1606/5 (Senaat) 52-2378/005 (Kamer)

4-1606/5 (Senaat) 52-2378/005 (Kamer)

Belgische Senaat en Kamer van volksvertegenwoordigers

ZITTING 2009-2010

23 FEBRUARI 2010


De prioriteiten van het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie (juli-december 2010)


VERSLAG

NAMENS HET ADVIESCOMITÉ VOOR GELIJKE KANSEN VOOR VROUWEN EN MANNEN (S), HET ADVIESCOMITÉ VOOR MAATSCHAPPELIJKE EMANCIPATIE (K) EN HET FEDERAAL ADVIESCOMITÉ VOOR DE EUROPESE AANGELEGENHEDEN (S & K) UITGEBRACHT DOOR

DE HEER DESTEXHE (S) EN MEVROUW MATZ (S) EN MEVROUW COLEN (K) EN DE HEER DE CROO (K)


1. INLEIDING

Aangezien België tijdens het tweede semester van 2010 het voorzitterschap van de Europese Unie bekleedt, is besloten hoorzittingen met de regeringsleden te organiseren over hun respectieve prioriteiten.

Tijdens hun gezamenlijke vergadering van 23 februari 2010 hebben de adviescomités een hoorzitting gehouden met mevrouw Joëlle Milquet, vice-eersteminister en minister van Werk en van Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en Asielbeleid.

II. INLEIDENDE UITEENZETTING VAN MEVROUW JOËLLE MILQUET, VICE-EERSTE MINISTER EN MINISTER VAN WERK EN VAN GELIJKE KANSEN, BELAST MET HET MIGRATIE- EN ASIELBELEID

A. Algemene vaststelling : er moet een keerpunt komen inzake gelijkheid van vrouwen en mannen

1. Welke resultaten heeft de actie opgeleverd die tot nu toe in Europese context werd gevoerd ?

1.1. Een verbetering van het wetgevend kader

De richtlijnen inzake gelijke behandeling in werkgelegenheid, in sociale zekerheid, bij toegang tot en aanbod van goederen en diensten, en inzake gelijke bezoldiging; de richtlijnen omtrent werkneemsters tijdens de zwangerschap en vaderschapsverlof hebben een grote vooruitgang betekend en er wordt nog steeds aan geschaafd (met name de richtlijn over werkneemsters tijdens de zwangerschap, waarvoor de minister hoopt dat er een akkoord met het Parlement bereikt kan worden).

1.2. Een verbetering van de situatie van de vrouwen op de arbeidsmarkt

De werkgelegenheidsgraad van vrouwen in de Europese Unie komt momenteel dicht in de buurt van de doelstelling van de Lissabonstrategie : 60 % in 2010. Maar er bestaan grote verschillen tussen de lidstaten; de werkgelegenheidsgraad schommelt tussen 36,9 en 73,2 %.

De gemiddelde kloof tussen de werkgelegenheidsgraad van vrouwen en die van mannen wordt bovendien steeds kleiner : 17,1 % in 2000 en 14,2 % in 2007. Maar dat verschil verdubbelt bijna als de werkgelegenheidsgraad wordt vergeleken van vrouwen en mannen met kinderen jonger dan 12 jaar. Bij vrouwen met kinderen daalt de werkgelegenheidsgraad met 12,4 % terwijl die bij mannen in dezelfde situatie met 7,3 % stijgt. Dit weerspiegelt de ongelijke verdeling van de ouderlijke verantwoordelijkheden, alsook het tekort aan opvangplaatsen voor de kinderen en initiatieven om het gezins- en beroepsleven te combineren.

Er werd dus al resultaat geboekt, maar onvoldoende.

2. Een keerpunt inzake gelijkheid van vrouwen en mannen is om twee fundamentele redenen verantwoord :

De eerste reden is juridisch en is bijgevolg bindend : gelijkheid van vrouwen en mannen staat in artikel 2 van het Verdrag, het is een fundamentele waarde van de Europese constructie en een dwingende verbintenis die alle lidstaten op zich hebben genomen. Tevens is het een taak van de Unie en haar lidstaten (overeenkomstig artikel 3), die bijgevolg politiek moeten handelen om de ongelijkheid van mannen en vrouwen te verminderen. Het gaat om een transversaal beding, aangezien artikel 8 de verplichting bevat de ongelijkheid teniet te doen en de gelijkheid in elk optreden van de Unie te bevorderen. De vereiste van gelijke lonen ten slotte, staat in artikel 157 van het Verdrag.

De tweede reden is van economische aard : de gelijkheid van vrouwen en mannen vormt een factor van duurzame economische groei. Via een hogere werkgelegenheidsgraad van vrouwen zou het bruto binnenlands product (bbp) aanzienlijk kunnen stijgen (van 15 naar 45 %). Er werd aangetoond dat de gelijkheid van mannen en vrouwen leidt tot economische voordelen, tot minder sociale ongelijkheid en tot een grotere samenhang en betere levenskwaliteit in het algemeen : de gelijkheid van mannen en vrouwen is een van de prioritaire doelstellingen van de Strategie voor duurzame ontwikkeling van de Europese Unie die in 2005 werd goedgekeurd.

3. De institutionele context : het nieuwe werkprogramma van de Europese Commissie

Het werkprogramma van de Europese Commissie is nog niet bekend. Naast de goedkeuring van een nieuwe strategie mannen-vrouwen voor 2011-2015, zal de Commissie in de toekomstige EU 2020-strategie het thema gender pay gap opnemen als een van de belangrijke thema's om over na te denken.

B. Doelstellingen en prioriteiten voor het voorzitterschap van de Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken van de Raad van de Europese Unie (EPSCO)

De drie grote doelstellingen van de minister zijn de volgende.

1. Men moet de man-vrouwdimensie in het kader van de EU 2020-strategie versterken

Men moet niet wachten op het Belgische voorzitterschap om aandacht te besteden aan deze materie. Alles moet in het werk worden gesteld om ervoor te zorgen dat de informele raad van eind maart, de EPSCO-Raad van 8 maart en de paper van de Europese Commissie rekening houden met de man-vrouwdimensie.

Het is in het algemeen noodzakelijk dat we een les trekken uit het verleden : de doelstellingen van de Lissabonstrategie zijn niet bereikt en waren niet nauwkeurig genoeg om alle ongelijkheden die strijdig zijn met de doelstellingen van groei, werkgelegenheid en sociale samenhang aan te pakken. Tevens is het noodzakelijk de man-vrouwdimensie te versterken met het oog op de nieuwe strategische uitdagingen : de crisis zal de vrouwen treffen, ook al is het met een verschuiving in de tijd. De potentiële nieuwe banen — vrouwen zijn enerzijds minder vertegenwoordigd in de green jobs en in banen rond de nieuwe technologieën en zijn anderzijds oververtegenwoordigd in de « witte banen » rond de care services — zijn een groot risico op apartheid in de werkgelegenheid.

De toekomstige EU 2020-strategie zal de genderdimensie in al haar dimensies moeten opnemen en zal moeten worden voorzien van een versterkte sturing. Er is nood aan heldere doelstellingen en nauwkeurige indicatoren zodat over het optreden van de lidstaten kan worden gerapporteerd. Tevens is het noodzakelijk dat de diverse formaties van de Raad betrokken worden bij de totstandkoming en de voortgangsbewaking van de toekomstige Strategie en dat iedereen verplicht wordt de gender mainstreaming in de strategie operationeel te maken.

De man-vrouwdimensie moet in het kader van de EU 2020-strategie worden versterkt. De minister dringt hier echt op aan ! De Europese werkgelegenheidsstrategie vormt immers een belangrijk instrument in de strijd tegen de ongelijkheid van mannen en vrouwen.

De minister verduidelijkt de acties die voor die doelstelling moeten worden ondernomen :

— de werkgelegenheidsdoelstelling voor vrouwen moet op kwantitatief en kwalitatief vlak een Europese convergentiedoelstelling blijven. Wij moeten overwegen onze doelstelling ambitieuzer te maken, aangezien verschillende lidstaten al een werkgelegenheidsgraad van 60 % bereikt hebben voor vrouwen tussen 15 en 64 jaar. Wat wordt de nieuwe doelstelling ?

— we moeten ook meer aandacht besteden aan de kwaliteit van de arbeid van vrouwen. Vrouwen doen vaak precaire jobs : het zijn bijna altijd vrouwen die tijdelijk in dienst zijn en dat gaat dan meestal nog eens gepaard met grote loonverschillen.

— er moet ook een evenwichtige aanpak worden ontwikkeld van de « flexicurity ». « Flexicurity » of flexizekerheid kan de gelegenheid zijn om te strijden tegen ongelijkheid in de progressie van de loopbaan en tegen segregatie in de werkgelegenheid, indien ze gepaard gaat met een stimulerende aanpak van de overgang (door voorrang te geven aan levenslange opleiding, aan de rol van de arbeidsbureaus van de overheid...).

— de strijd tegen ongelijke bezoldiging moet ook een van de Europese doelstellingen vormen en opgenomen worden in een richtsnoer in het kader van de Europese Werkgelegenheidsstrategie. We moeten streven naar gelijke bezoldiging op alle vlakken en er is nog veel werk voor de boeg om de loonindicatoren eenvormig te maken alsook de extralegale voordelen (de niet-beroepsgebonden voordelen die in bijna alle Europese landen bestaan). Wat ongelijke bezoldiging betreft, zijn ook de opleiding van werkgevers, arbeiders en bedienden — betreffende premies en voordelen — en de bewustmaking van de publieke opinie doorslaggevend.

— het verzoenen van het gezins- en beroepsleven vormt ook een van de prioriteiten om deelname aan de arbeidsmarkt te bevorderen. De doelstellingen van Barcelona (2002) blijven pertinent en kunnen indien nodig nog worden verbeterd — opvangplaatsen voor 90 % van de kinderen tussen drie jaar en de schoolplichtige leeftijd en voor 33 % van de kinderen jonger dan drie jaar.

De minister wijst er niettemin op dat de timing voor het goedkeuren van de 2020-Strategie nog onzeker is. Het Belgisch voorzitterschap kan daarin een belangrijke rol te spelen hebben.

2. Belangrijke politieke doorbraken verkrijgen op basis van het goedkeuren van een nieuwe Routekaart of Man-vrouwstrategie van de Commissie (2011-2015) ter voorbereiding van de goedkeuring door de 27 lidstaten van het toekomstig Pact voor gendergelijkheid

De Europese Commissie heeft een Routekaart voor de gelijkheid van vrouwen en mannen goedgekeurd voor de periode 2006-2010. Ze legt zes prioritaire actiegebieden vast en voor elk actiegebied doelstellingen en acties die de verwezenlijking ervan mogelijk moeten maken. Het gaat om het actieprogramma van de Europese Commissie voor gelijkheid dat in 2010 afloopt en dat dit jaar door de Europese Commissie moet worden hernieuwd in de vorm van een mededeling (de goedkeuring ervan wordt in principe in juli 2010 verwacht).

De prioritaire actiegebieden van de Routekaart beïnvloeden zeer sterk het nationale beleid inzake gelijkheid van mannen en vrouwen, in zoverre zelfs dat men de Routekaart, die de agenda van de Commissie is, als de agenda van de lidstaten beschouwt.

Andere lidstaten verklaren dat die Routekaart geen enkele invloed heeft op hun eigen beleid.

Eén van de prioriteiten van het Belgisch voorzitterschap is het organiseren van een vergadering van ministers over dat onderwerp. Op die manier kunnen de besluiten worden goedgekeurd op de EPSCO-raad in december 2010.

Bij de goedkeuring van de nieuwe meerjarenstrategie, wil de minister een politiek debat houden met de lidstaten om de samenwerkingsprocedures en -strategieën ter ondersteuning van een nieuwe routekaart, te herbekijken. Op 25 en 26 oktober zal ze alle ministers van Gelijke Kansen samenbrengen om de lidstaten aan te moedigen hun engagementen aan te passen en te versterken op basis van de nieuwe agenda van de Europese Commissie over de gelijkheid van mannen en vrouwen.

We moeten samen overleggen over de wijze waarop de lidstaten met de Commissie — maar ook met andere sleutelactoren, zoals het middenveld en de vakbonden — zullen samenwerken om gelijkheid van mannen en vrouwen te bereiken in de belangrijkste domeinen, zoals die op Europees vlak in de nieuwe strategie bepaald worden.

Bovendien moeten we ook proberen engagementen vanwege de lidstaten te verkrijgen om gelijkheid van mannen en vrouwen te bereiken in de domeinen die onder nationale bevoegdheid vallen (onderwijs, geweld, sociale bescherming, fiscaliteit, recht op seksuele en reproductieve gezondheid) en ze in het Europees Pact inschrijven.

Tot slot wil de minister samen met haar collega's ingaan op de kwestie van een follow up- en evaluatiemechanisme van de engagementen die in het Pact zijn opgenomen, om het beheer van het Pact en de zichtbaarheid ervan te bevorderen.

3. Specifieke doelstelling : voor een (integraal) gendergelijkheidsbeginsel op de werkvloer, en vooral inzake loongelijkheid

De loonkloof tussen vrouwen en mannen is binnen de Europese Unie nog steeds een feit, want over de hele EU bedraagt die kloof gemiddeld 17,5 %. De loonkloof is het symptoom, de weerspiegeling van alle vormen van beroepsongelijkheid waarmee vrouwen op de arbeidsmarkt geconfronteerd worden. Het dichten ervan vormt dus een zeer belangrijke uitdaging.

Het probleem van de loonkloof is uiteraard complex. Er zijn veel oorzaken. De verschillen in bezoldiging kunnen door objectieve factoren worden verklaard :

— individuele kenmerken (leeftijd, opleidingsniveau, ervaring);

— gegevens in verband met de baan (beroep, soort contract of arbeidsvoorwaarden);

— aspecten die rechtstreeks met de onderneming te maken hebben (activiteitssector, omvang);

— bewezen discriminatie waarbij een vrouw voor hetzelfde werk een lager loon krijgt dan een mannelijke collega.

De loonkloof tussen mannen en vrouwen wordt ook veroorzaakt door :

— de depreciatie van het werk en van de functies van vrouwen;

— de ongelijkheid met betrekking tot de arbeidsmarkt, zoals :

* de horizontale segregatie van de arbeidsmarkt : vrouwen concentreren zich in een veel kleiner aantal sectoren en beroepen dan mannen, waarin meestal minder goed wordt betaald en die minder aanzien hebben;

* de verticale segregatie van de arbeidsmarkt : vrouwen zijn meestal werkzaam in minder goed betaalde banen en worden geconfronteerd met meer barrières in het doorgroeien naar topfuncties (glazen plafond).

De minister benadrukt dat een van de prioriteiten van het Belgisch voorzitterschap een interministeriële conferentie zal zijn over gelijke bezoldiging en gelijkheid op de werkvloer, en de goedkeuring van de conclusies door de EPSCO-Raad in december 2010, met concrete engagementen die zich richten tot verschillende actoren, zoals :

— de noodzaak een specifieke doelstelling te bepalen om de loonkloof op Europees niveau te verkleinen, en een specifieke doelstelling op nationaal vlak;

— het herbekijken van de indicatoren die in 2001 werden bepaald in het kader van het vorige Belgische voorzitterschap, op basis van het Europees rapport over de loonkloof, opgesteld door het Dulbéa (département d'Économie appliquée de l'Université libre de Bruxelles) en het teamwerk van het Instituut voor gelijkheid van vrouwen en mannen en de FOD Werk;

— een andere doelstelling in verband met de gelijkheid van vrouwen en mannen inzake werkgelegenheid is vorderingen te boeken inzake de aanwezigheid van vrouwen in de beslissingsorganen, meer bepaald in de economische organen van de beursgenoteerde ondernemingen. In België is er een doelstelling om te pogen tot 30 % vrouwelijke aanwezigheid te komen in de raden van bestuur van de beursgenoteerde ondernemingen, alsook in de directiecomités van de grote ondernemingen. De laatste studies ter zake tonen aan dat de ondernemingen die tot de wereldtop 100 behoren, de ondernemingen zijn met een grotere aanwezigheid van vrouwen in de ondernemingsraad of in het directiecomité. We zullen dus een debat opstarten over de vraag of het opportuun is de huidige Europese wetgeving te wijzigen en quota op te leggen voor de directie-organen;

— de aanmoediging en de ondersteuning van de sociale partners om een gericht actieplan voor professionele gelijkheid tot stand te brengen;

— het organiseren van regelmatige bewustmakingscampagnes op nationaal en Europees niveau.

Blijkbaar zullen in het raam van het Belgisch voorzitterschap enkele richtlijnen moeten worden gevolgd :

— de richtlijn betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van vrouwen en mannen die een zelfstandige activiteit uitoefenen. Die richtlijn versterkt de rechten van de zelfstandigen en meer bepaald van de meewerkende echtgenoten;

— de richtlijn betreffende de uitbreiding van het zwangerschapsverlof;

— de richtlijn betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid. Het gaat om de concrete toepassing van artikel 13 van het Verdrag. Het is een richtlijn die politiek gevoelig ligt, omdat ze eenparigheid vergt. Het is niet zeker of alle landen, bijvoorbeeld Duitsland, bereid zijn daarmee in te stemmen. Die richtlijn bekrachtigt het beginsel van gelijke behandeling buiten het werk, want gelijkheid op het werk is al geregeld.

4. Thematiek van de diversiteit en van de strijd tegen discriminatie in het algemeen

Op 15 en 16 november wordt een groot evenement georganiseerd, de Equality Summit. Het gaat om een groot evenement met ongeveer 500 deelnemers. Bepaalde thema's worden in overleg met de Europese Commissie gekozen. De Belgische regering heeft beslist het verband te leggen tussen discriminatie en de problematiek rond werk en die equality summit te wijden aan de logica van de strijd tegen discriminatie in het arbeidsmilieu en in het beroepsleven, met een relatief ruime definitie. Er zal speciaal aandacht worden besteed aan de werkgelegenheid voor mensen van vreemde afkomst.

5. Organiseren van een evenement met het Parlement

Het Spaanse voorzitterschap heeft een vergadering georganiseerd in Cadiz, waar alle vrouwelijke ministers waren uitgenodigd. Kennelijk is het belangrijk dat alle vrouwelijke ministers, in hun diverse bevoegdheden, hun schouders zetten onder specifieke en georganiseerde doelstellingen. Onder het Belgisch voorzitterschap kunnen we een stap verder zetten en een top organiseren van vrouwen of van delegaties van vrouwelijke parlementsleden met als thema geweld tegen vrouwen. Dat kan aan een ontmoeting van de ministers worden gekoppeld.

III. GEDACHTEWISSELING

Mevrouw Genot (volksvertegenwoordiger) herinnert zich het laatste Europese voorzitterschap van België. Toen al werden er talrijke initiatieven naar voren gebracht, maar die dossiers vorderen maar langzaam.

Twee punten vragen om enige verduidelijking. De Lissabonstrategie werd genoemd. Hierin wordt benadrukt dat het belangrijk is de deelnemingsgraad van vrouwen op de arbeidsmarkt te verhogen zonder hen in de val te laten lopen van het deeltijdswerk in de dienstensector dat vaak van slechte kwaliteit is. Met welke instrumenten denkt de minister te kunnen voorkomen dat vrouwen in die val lopen ?

Het programma van het trio-voorzitterschap bevat interessante, door Spanje naar voren gebrachte elementen in verband met geweld tegen vrouwen en de indeling van die gewelddaden. Wanneer een vrouw door haar man wordt gedood, wordt dit over het algemeen niet als een gewelddaad tegen vrouwen opgetekend, hoewel dat in werkelijkheid wel het geval is. Het zou interessant zijn het Spaans voorzitterschap na te volgen en de projecten voort te zetten die dat voorzitterschap heeft opgestart.

Mevrouw De Block (volksvertegenwoordiger) wijst op het feit dat een groot deel van de problematiek zich situeert rond de loonkloof en het feit dat mannen en vrouwen statutair nog steeds verschillen. De minister is als minister van werk dan ook goed geplaatst om de problemen aan te pakken.

De Spanjaarden besteden veel aandacht aan het intrafamiliaal geweld en stellen ook voor om een Europees observatorium op te zetten. Er heerst over alle grenzen heen een taboe rond deze materie. Dit thema verdient alle aandacht en er moet van de gelegenheid van het voorzitterschap gebruik worden gemaakt om zoveel mogelijk drempels weg te werken.

Mevrouw Van Hoof (senator) stelt dat 2010 een belangrijk jaar wordt voor de gelijke kansen : de Europese Routekaart voor de gelijkheid van vrouwen en mannen moet worden herzien, het internationaal jaar tegen de armoede, Peking +15, de herziening van de Lissabonstrategie, ... Het voorgestelde programma speelt daar goed op in.

Bij de strategie 2020 moet er zeker aandacht gaan naar de groep van vrouwelijke vijftigplussers. Deze groep betekent in België amper 26 % op de arbeidsmarkt. Er is een herintrede nodig van deze groep, maar er moet ook worden gewerkt aan een project van levenslang leren. De participatie in het levenslang leren ligt in België bijzonder laag. Het Europees gemiddelde bedraagt 15 % en België ligt daar zeer ver onder. Dit is een goede manier om vrouwen terug op de arbeidsmarkt te brengen zonder hoog armoederisico. Dit risico ligt bij oudere alleenstaande vrouwen rond 31 %, terwijl het gemiddelde man-vrouw 20 % is. Er is veel werk te verrichten tegenover die oudere vrouwen en arbeidsparticipatie. Levenslang leren verdient meer aandacht.

Er is blijkbaar een samenkomst gepland rond geweld op vrouwen met Europese ministers en parlementsleden. Het lijkt een goed initiatief, maar dit mag niet uitmonden in een hoogmis. Er moet een zeer concreet programma zijn. Er zijn al heel wat initiatieven opgezet rond dit thema, maar er is nog veel werk aan de winkel. Er moet worden nagegaan welke maatregelen al werden voorgesteld, maar nog niet uitgevoerd.

Wat de participatie van vrouwen in vredesmissies in het kader van resolutie 1325 van de VN-Veiligheidsraad betreft, kan er nog veel worden gedaan vanuit Europa. We kunnen bij dit onderwerp echte voortrekkers zijn om deze maatregel tot uitvoering te brengen. Er is destijds gepleit, onder andere door de Europese Commissie, voor een Hoge Diplomaat voor de vrouwenrechten in het kader van de bestrijding van geweld op vrouwen. Ook voor dit voorstel kunnen we ons actief inzetten.

De loonkloof blijft een actueel thema en het probleem stelt zich nog in alle Europese landen. De CD&V heeft een voorstel ingediend rond rapporteringsplicht. De sociale partners moeten communiceren over wat ze doen rond de loonkloof, want de concrete hefbomen bevinden zich in de bedrijven en het is niet altijd duidelijk hoe daar mee wordt gewerkt.

De heer Jean-Jacques Flahaux (volksvertegenwoordiger) vestigt de aandacht op het feit dat de vooropgestelde doelstellingen niet eenvoudig te behalen zijn. Sinds het laatste Belgische voorzitterschap zijn er nieuwe landen tot de Europese Unie toegetreden en zij hebben nog heel wat in te halen.

In het recente werk van Elisabeth Badinter wordt aangetoond dat men het momenteel minder opneemt voor de vrouw.

De minister vermeldde het werkgelegenheidsprobleem, maar de echte gendergelijkheid inzake werkgelegenheid kan maar worden verwezenlijkt als men de grond van de situatie aanpakt, namelijk de kinderopvang. Zolang wij overal in Europa te maken hebben met een structureel tekort, met name aan crèches, kan de doelstelling van echte gelijkheid niet worden gehaald.

Wat het zwangerschapsverlof betreft, zijn de reacties vaak seksistisch. Het probleem ligt in het feit dat men er bij de geboorte van een kind van uitgaat dat het in fine hoofdzakelijk de vrouw zal zijn die zich de eerste weken en maanden zal bezighouden met de opvoeding van het kind. Men zou mannen bijna moeten verplichten om evenveel verlof te nemen als vrouwen zodat ze van in het begin mee moeten opvoeden. Het wetgevend werk zal niet volstaan als de mentaliteit niet verandert.

Symbolische beroepen spelen een belangrijke rol. Er werd aan bedrijfsleiders gedacht, maar men moet naar echte gelijkheid streven en niet naar een cijfer van 30 %. Er moet ook over hoge ambtenaren worden gesproken. Justitie, politie, ..., en de traditioneel mannelijke beroepen zijn ook belangrijk. Enkele jaren geleden bracht de eerste vrouwelijke « major » in de polytechniek in Frankrijk een grotere mentaliteitswijziging teweeg dan enige andere maatregel.

Duitsland zou terughoudend zijn tegenover de richtlijn inzake gelijkheid los van de werkgelegenheidsproblemen. Wat is daar precies van aan ?

De top over gelijkheid die op 15 en 16 november wordt gehouden, lijkt erg interessant. De aandacht zal worden gevestigd op discriminatie op het vlak van werkgelegenheid, wat cruciaal is. Andere belangrijke thema's zijn werkgelegenheid en toegang tot huisvesting en tot het maatschappelijk leven.

Een vergadering van vrouwelijke ministers vond plaats in Cadiz. Dat is een goed initiatief, maar het heeft iets verontrustends. Het versterkt een beetje het seksisme; er mag geen beeld van uitsluiting van mannen worden opgehangen. Er werd voorgesteld om in samenwerking met het parlement een soortgelijke bijeenkomst te organiseren over geweld tegen vrouwen. Geweld tegen vrouwen kan slechts worden uitgeroeid wanneer mannen hiervan overtuigd zijn. Het zou dus jammer zijn mannen uit te sluiten.

Antwoorden van de minister

De kwetsbaarheid van vrouwen heeft vaak te maken met het feit dat zij sterk vertegenwoordigd zijn in de non-profitsectoren met halftijdse banen of minder goed betaalde banen. Het is belangrijk een logica uit te werken waarin een gebundeld beleid samengaat met strakke coördinatiemethodes en becijferde doelstellingen per groep en per leeftijd. Elke lidstaat kan zichzelf, naar gelang van zijn nationale situatie en het vertrekpunt, eigen doelstellingen opleggen om de Europese doelstellingen te halen.

Een soortgelijke methode kan worden gebruikt voor deeltijdse banen, met name door doelstellingen vast te stellen die dat aantal verminderen en door voortdurend te evalueren. Er kunnen aanbevelingen worden geformuleerd in het kader van versterkte coördinatiemethodes. Wanneer de strategie van de Europese Unie wordt besproken in verband met duurzame en inclusieve economie, mag men twee belangrijke uitdagingen niet uit het oog verliezen : enerzijds de vergrijzing of de langere levensduur en de witte banen die hierdoor zullen ontstaan, en anderzijds de groene banen. Groene banen zijn technischer zodat de kans bestaat dat zij hoofdzakelijk door mannen zullen worden uitgeoefend als er niets wordt ondernomen op het vlak van opleiding. Het gaat om transformatiesectoren van de industrie, privésectoren die vaak goed betalen en die echte groeikansen bieden. Witte banen vallen daarentegen onder de non-profitsector, een kwetsbare sector waar veel vrouwen werken. Men moet werk maken van de lancering en aanmoediging van die twee sectoren die werkgelegenheid creëren, van de bescherming van vrouwen, van de stabilisering van arbeidsovereenkomsten en van een zekere gelijke behandeling van beide sectoren.

Geweld tegen vrouwen staat hoog op de agenda van het Spaans voorzitterschap. In het licht van de gemeenschappelijke voorbereiding en belangen, wil de minister zorgen voor enige continuïteit ten aanzien van het Spaans voorzitterschap. De problematiek van het bestrijden van geweld tegen vrouwen zal op 8 maart 2010 tijdens de raad van de EPSCO (Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken van de Europese Unie) worden besproken. De minister wil conclusies bezorgen, ze concreet maken en een opvolging ervan waarborgen.

Het Spaanse en Belgische voorzitterschap hebben dezelfde standpunten over de oprichting en doelstellingen van een Europees observatorium inzake intrafamiliaal geweld. Een uniformisering van de gegevens in het kader van de Europese Unie en een betere coördinatie tussen de verschillende lidstaten zijn noodzakelijk. Er moeten concrete maatregelen worden voorgesteld.

Wat de classificatie van geweld betreft, zou het Belgische actieplan tegen partnergeweld moeten worden goedgekeurd in de interministeriële conferentie vóór 8 maart 2010. Dit nationale actieplan omvat verschillende doelstellingen alsook verschillende voorstellen om de medische steekkaarten op nationaal niveau eenvormig te maken en om meer gegevens te verzamelen.

De vrouwelijke vijftigplussers vormen een prioritaire groep, aangezien zij veel moeilijkheden ondervinden op de arbeidsmarkt. Tijdens het Belgische voorzitterschap zullen een conferentie en een forum georganiseerd worden over ageing en de gevolgen ervan. Dit aspect leunt trouwens sterk aan bij de strijd tegen armoede, waar gendermainstreaming ook een prioriteit blijft.

Wat de nieuwe routekaart (2011-2015) voor gelijkheid van vrouwen en mannen betreft, zal de minister de concrete maatregelen steunen.

De minister steunt ook het idee om een Europese Hoge Diplomaat voor vrouwenrechten aan te stellen. Ze heeft echter de nieuwe Europees commissaris voor justitie, grondrechten en burgerschap, mevrouw Reding, nog niet ontmoet en heeft bijgevolg geen duidelijk beeld van de prioriteiten van de volgende Europese strategie inzake gelijkheid van mannen en vrouwen.

Betreffende de loonkloof zijn onderhandelingen met de sociale partners voorzien, zowel op nationaal als op Europees vlak. Men moet heel concreet zijn en een methode van reporting organiseren om vooruitgang te kunnen boeken.

Wat de organisatie van een eventuele vergadering van vrouwelijke parlementsleden van de verschillende lidstaten betreft, is het helemaal niet de bedoeling om een evenement te organiseren dat op de een of andere manier als seksistisch wordt opgevat. Het is evenwel noodzakelijk dat er een echte mobilisatie komt wat het geweld tegen vrouwen betreft. Deze mobilisatie moet door iedereen gedragen worden, maar bovenal door de vrouwelijke politici.

Europa is een zware instelling, die momenteel tot stand komt met een nieuw verdrag, een nieuw trio en een nieuw vast voorzitterschap. De Belgische bijdrage zal onvermijdelijk beperkt en sporadisch zijn, omdat België nog slechts zes maanden te gaan heeft. De minister is zich bewust van de moeilijkheid om zelfs maar tot een conclusie te komen en om sociaalgeoriënteerde raden zoals EPSCO in het kader van de toekomstige strategie van 2020 vooruitgang te laten boeken.

De voorzitters-rapporteurs,
Alain DESTEXHE (S). Vanessa MATZ (S). Alexandra COLEN (K). Herman DE CROO (K).