4-119

4-119

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 1 APRIL 2010 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Elke Tindemans aan de minister van Justitie en aan de minister van Binnenlandse Zaken over de inval bij de Koerdische tv-zender Roj TV op 4 maart 2010 (nr. 4-1673)

De voorzitter. - De heer Olivier Chastel, staatssecretaris voor Europese Zaken, antwoordt.

Mevrouw Elke Tindemans (CD&V). - Op 4 maart 2010 vonden in het kader van twee federale strafonderzoeken tegelijk huiszoekingen plaats bij Koerdische politieke activisten en bij de Koerdische tv-zender Roj TV in Denderleeuw. De huiszoekingen werden gevoerd op basis van een inbreuk op de artikelen 139 en 140 van het Strafwetboek, namelijk leidend persoon zijn of deelnemen aan activiteiten van een terroristische groep, in casu de PKK.

Roj TV wordt bestempeld als een operationeel propagandakanaal en financieringsinstrument voor de PKK, meer in het bijzonder door het rekruteren en indoctrineren van jongeren voor terroristische activiteiten, het witwassen van misdaadgeld, de aanmaak van en de internationale handel in valse identiteitsdocumenten.

Uiteraard moeten de Belgische gerechtelijke autoriteiten de nodige onderzoeken kunnen voeren, maar ze mogen daarvan geen misbruik maken om de culturele en politieke rechten van Koerdische burgers en organisaties op Belgisch grondgebied in te perken.

Via de Turkse ambassade werd gemeld dat onder druk van Turkije speciale eenheden van de Turkse politie aan de operatie hebben meegewerkt. Medewerkers van Roj TV getuigen dat sommige politiemensen Nederlands noch Frans spraken, maar enkel Turks. De Belgische overheid beweert dat enkel Belgische politiemensen aan de actie hebben deelgenomen, van wie sommigen weliswaar de Turkse taal machtig zijn.

Kunnen de ministers toelichten waarom bepaalde politiemensen op vragen van de medewerkers geen antwoord in het Nederlands of het Frans gaven, maar in het Turks, en dit bij een huiszoeking op het Belgisch grondgebied?

Kunnen ze bevestigen dat er geen druk vanuit Turkije noch ondersteuning van Turkse politiemensen bij de inval is geweest, gelet op de gevoeligheden ten aanzien van de Koerdische bevolking in Turkije?

Tijdens de huiszoekingen bij de televisiezender werd in de gebouwen enorme schade aan de zendapparatuur en computers aangericht. Het was duidelijk de bedoeling om het Koerdische station uit de ether te halen en aldus monddood te maken.

Kan de minister bevestigen of ontkennen dat in het kader van de huiszoekingen bewust apparatuur en technologische installaties werden vernield?

Vormt dat geen ongeoorloofde beperking van de culturele eigenheid van de Koerden in ons land, aangezien hierdoor de uitzendingen van de televisiezender werden onderbroken?

Ik lees vervolgens het antwoord van collega De Clerck.

Op 4 maart 2010 vonden simultaan op diverse plaatsen in het land huiszoekingen plaats in het kader van twee federale strafonderzoeken, n bij een gespecialiseerde onderzoeksrechter terrorisme in Charleroi en n bij een gespecialiseerde onderzoeksrechter terrorisme in Brussel. Beide onderzoeken worden gevoerd op basis van een inbreuk op de artikelen 139 en 140 van het Strafwetboek: leidend persoon zijn of deelnemen aan de activiteiten van een terroristische groep, in casu de PKK.

Uit de strafonderzoeken komen volgende ernstige aanwijzingen naar voren.

In West-Europese landen, waaronder ook Belgi, worden systematisch en op goed georganiseerde wijze jonge mensen van vooral Koerdische herkomst gerekruteerd.

Deze personen worden opgeleid in trainingskampen waar ze kennelijk een doelgerichte indoctrinatie moeten ondergaan met de bedoeling een aantal van hen in te zetten in het guerrillaleger van de PKK en/of haar afgeleide groepen en gewapende conflicten aan te gaan met de militaire strijdkrachten en de politiediensten van onder meer Turkije.

Valse identiteitsdocumenten worden aangemaakt en internationaal verhandeld om het reizen van personen die actief zijn in de organisatie, mogelijk en makkelijker te maken, zowel binnen Europa als van en naar hun actiegebied in Irak.

Voormelde activiteiten worden gefinancierd onder meer met fondsen die al dan niet onder druk, bedreiging of zelfs met geweld worden gend bij particulieren en handelaars van Koerdische oorsprong. Het betreft hier de zogenaamde kampanya.

Het onderzoek naar Roj TV in Denderleeuw levert ernstige aanwijzingen op dat de radiozender Mezopotamya, die uitzendt vanuit Roj TV, dienst doet als operationeel communicatiemiddel voor de Koerdische strijders.

Er werden diverse geldsommen in beslag genomen: 100 000 euro bij Roj TV, 100 000 euro en 2 telmachines op een ander adres en 14 000 euro op nog een ander adres.

Er werden ook diverse computers, onder meer in Roj TV, in beslag genomen. De inhoud ervan zal worden onderzocht.

Aan de diverse acties hebben geen Turkse politiemensen deelgenomen, wel Belgische politiemensen die de Turkse taal machtig zijn. Voor de Koerdische taal werd een beroep gedaan op een bedigde tolk die ter plaatse aanwezig was.

In het kader van deze onderzoeken vond, op vraag van Belgi, in Eurojust een overlegvergadering plaats met de gerechtelijke autoriteiten van andere landen waar strafonderzoeken naar de PKK hangende zijn.

In het kader van de internationale rechtshulp werd informatie uitgewisseld met de Turkse gerechtelijke autoriteiten. In tegenstelling tot wat hier en daar wordt beweerd, werden de Belgische strafonderzoeken echter niet opgestart op vraag van de Turkse autoriteiten. Het zijn wel degelijk autonome Belgische onderzoeken. Het strafonderzoek in Brussel heeft trouwens ongeveer drie jaar geduurd en het is de onderzoeksrechter die op 4 maart 2010 tot actie heeft besloten.

Voor het goede verloop van de lopende strafonderzoeken en gelet op het principe van het geheim van het strafonderzoek is het niet mogelijk op het ogenblik meer details te verschaffen.

Mevrouw Elke Tindemans (CD&V). - Ik heb niets aan het antwoord toe te voegen, maar ik wil toch nog een passage uit mijn vraag herhalen. Ik begrijp dat de gerechtelijke autoriteiten het nodige moeten doen, maar het mag niet misbruikt worden om de culturele en politieke rechten van de Koerdische burgers en organisaties op Belgisch grondgebied in te perken.