4-115 | 4-115 |
M. le président. - M. Carl Devlies, secrétaire d'État à la Coordination de la lutte contre la fraude et secrétaire d'État, adjoint au ministre de la Justice, répondra.
Mevrouw Nele Lijnen (Open Vld). - Steeds meer mensen ondervinden in meer of mindere mate problemen wanneer ze blootgesteld worden aan vluchtige chemische stoffen. Bepaalde mensen reageren hier sneller op dan van een doorsnee persoon mag worden verwacht. Deze aandoening wordt aangeduid als meervoudige chemische sensitiviteit, MCS. Voor mensen die hieraan lijden is het een groot probleem dat MCS nog steeds geen erkende ziekte is.
MCS-patiënten reageren overgevoelig op geuren en chemische stoffen. Vaak ook op voeding, andere stoffen uit de omgeving en elektromagnetische straling. Bij voortzetting van de blootstelling aan deze prikkels, gaan ze ook op steeds meer stoffen reageren, stoffen die chemisch vaak niets met elkaar te maken hebben. Bij sommige MCS-patiënten is de overgevoeligheid te wijten aan een eenmalige blootstelling aan een hoge concentratie chemische stof of geur, bij andere aan een jarenlange blootstelling aan een lage concentratie van een of meerdere stoffen.
Bij MCS-patiënten treden bovendien vaak sterke lichamelijke reacties op. De verschijnselen kunnen zeer heftig zijn en worden soms zelfs als levensbedreigend ervaren. Symptomen kunnen zowel per stof als per patiënt anders zijn: van ademhalingsmoeilijkheden, benauwdheid, duizeligheid en de neiging tot flauwvallen tot spier- en gewrichtspijnen of ernstige diarree.
Zoals reeds eerder gezegd, is het een groot probleem dat MCS geen erkende ziekte is. Langzamerhand verandert er wel iets. Zo is in Oostenrijk, Duitsland en Japan de ziekte reeds erkend, en Italië heeft er vragen over gesteld in het Europees Parlement.
In 2006 werd in de Senaat in een parlementaire vraag reeds gepolst naar een stand van zaken in het onderzoek rond MCS. De toenmalige minister antwoordde dat hij zijn departement zou vragen `alle in deze materie gevalideerde gegevens te verzamelen en op te volgen'.
Hoe is het in ons land inmiddels gesteld met de kennis rond MCS?
Is er ondertussen reeds onderzoek naar gebeurd?
Is de minister bereid om, in navolging van bovenvermelde landen, te onderzoeken of MCS op termijn ook in ons land als ziekte erkend kan worden?
De heer Carl Devlies, staatssecretaris voor de Coördinatie van de Fraudebestrijding en staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Justitie. - Ik lees het antwoord van de minister.
Het syndroom van de meervoudige chemische sensibiliteit, MCS, is een klinische entiteit waarvan het bestaan al sinds de helft van vorige eeuw onder diverse benamingen wordt vermeld.
In 1999 werden consensuscriteria vastgelegd als basis voor het voortzetten van onderzoek in dit domein.
1) Het betreft een chronische ziekte; 2) waarvan de symptomen reproduceerbaar zijn; 3) als reactie op blootstelling aan lage doses; 4) aan velerlei niet gerelateerde chemische stoffen; 5) waarbij de symptomen verbeteren of verdwijnen wanneer de reactieveroorzakende stoffen niet meer aanwezig zijn; 6) de ziekte werkt in op meerdere systemen: ademhaling, neurologisch, huid, spijsvertering, enzovoort.
De symptomen die toegeschreven worden aan dit syndroom, zijn vaag: misselijkheid, vermoeidheid, hoofdpijn, moeite met ademen, huidaandoeningen, angstgevoelens, slaapstoornissen, enzovoort.
De aandoening zou te wijten zijn aan een bijzondere gevoeligheid voor zeer verschillende chemische stoffen die zich in lage concentraties in het leefmilieu bevinden, zoals rookgassen, bestrijdingsmiddelen, plastics, parfum, solventen, petroleumderivaten en verf.
Om de bijzondere individuele overgevoeligheid van bepaalde personen voor deze lage concentraties aan substanties te verklaren, werden diverse hypotheses naar voren geschoven, meer in het bijzonder verandering van de chemoreceptoren, genetische afwijkingen of bijzondere emotionele reacties wanneer men blootgesteld wordt aan bepaalde geuren.
Hoewel dit syndroom al heel wat inkt deed vloeien - 2219 verwijzingen in de medische database PubMed en 1 690 000 in Google -, blijft het bestaan ervan zeer controversieel, onder meer omdat tests met placebo's bij patiënten die geacht worden eraan te lijden, niet afdoende waren.
Het bestaan zelf van het syndroom is voor velen nog onzeker en de WGO, noch de American Medical Association beschouwen het als een geldige diagnose.
Op het vlak van de medische kennis blijft deze kwestie dus uiterst vaag. Nosografie behoort tot de medische wetenschap en niet tot de wetgeving.
Een specifieke reglementering ter zake zou alleen betrekking kunnen hebben op de professionele implicaties of de handicap te wijten aan de aandoening. Dat lijkt me volgens de huidige kennis voorbarig.