4-115 | 4-115 |
De heer Johan Vande Lanotte (sp.a). - Het Prijsobservatorium heeft bevestigd wat iedereen al lang wist, namelijk dat de regering geen enkel beleid inzake het beheersen van de prijsstijgingen heeft gevoerd. Minister Van Quickenborne noemde het gisteren in de krant een probleem dat de prijzen in België al vijf jaar sneller stijgen dan in de buurlanden, wat onze concurrentiekracht aantast.
Dit is evenwel niet juist. Ons land kent niet sinds vijf jaar een hogere inflatie dan de buurlanden. Zoals blijkt op pagina 26 van het door hem geciteerde rapport, doet dat probleem zich pas sinds 2008 voor, maar niet voordien. Van 1999 tot 2007 was onze inflatie zelfs lager dan in de Eurozone en de evolutie ten opzichte van onze buurlanden is gelijklopend. De inflatie in Duitsland was weliswaar iets lager, in Frankrijk was ze vergelijkbaar en de inflatie in Nederland was zelfs iets hoger.
Uit een studie van de Vlerickschool van einde 2007 blijkt dat de distributiesector van oordeel was dat de regering niet zou reageren en dus de prijzen enigszins konden worden opgetrokken. De regering reageerde inderdaad niet.
In 2008 is de energieprijs immens gestegen, zelfs totaal buiten proportie ten opzichte van andere landen. Dit heeft een enorme impact gehad op de inflatie, waardoor we plotseling en voor het eerst 2% meer inflatie noteerden dan onze buurlanden. Ook op de ontwikkelingen inzake internet en mobilofonie heeft de regering niet gereageerd. Op de studie van de CREG in verband met de gasprijzen werd alleen maar verwezen naar de Raad voor de Mededinging. Het gaat evenwel niet alleen om mededinging en door deze beslissing beperkt de regering het debat dienaangaande. Op onze vraag naar een onderzoekscommissie werd al evenmin ingegaan.
Op de studie van het Prijsobservatorium reageert de minister met de mededeling dat hij een ministerieel besluit zal uitvaardigen waardoor het Prijsobservatorium nog beter zal kunnen studeren. Met andere woorden, hij doet dus niets.
Daarmee is de minister de eerste van de voorbije tien jaar die er niet in slaagt de inflatie te houden op het niveau van onze buurlanden. Hij vindt dat niet erg belangrijk, maar desalniettemin is het dramatisch. Zijn voorganger is daar wel in geslaagd. Mag ik wijzen op een kloof van 17% stijging van de energieprijzen tussen de vorige en de huidige minister?
De prijsstijgingen worden weerspiegeld in de index, maar omdat de regering niet ingrijpt om onze prijzen niet sneller te laten stijgen dan in de ons omringende landen, wordt onze concurrentiepositie aangetast.
Ik had graag vernomen hoeveel kleiner de loonkloof zou zijn geweest als België in 2008 en 2009 een inflatie had gekend die beperkt was tot het niveau van de drie buurlanden. Op de radio gaf de minister toe dat een hoge inflatie banen kost. Hoeveel jobs zouden er vermoedelijk meer zijn geweest als de regering de inflatie binnen de perken had kunnen houden? Ik begrijp dat het beantwoorden van die vraag niet gemakkelijk is, maar vraag me af of de minister bereid is het Planbureau hierover een studie te laten uitvoeren en die aan de Senaat te bezorgen.
De heer Vincent Van Quickenborne, minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen. - Ik wil eerst twee zaken rechtzetten. Volgens de heer Vande Lanotte is het feit dat de inflatie hoger is in België dan in de buurlanden, aan de huidige regering te wijten. Quod non. In 2009, dus onder de huidige regering, bedroeg de inflatie in België 0,0% en in de buurlanden 0,3%. In 2005 en 2006 lag de inflatie in ons land hoger dan in de buurlanden met 2,5% tegenover 1,9% in 2005 en 2,3% tegenover 1,8% in 2006. De indruk geven dat de inflatie een probleem is van de huidige regering is niet correct.
Onze onderliggende inflatie, dat is de inflatie zonder energie en verse voeding, ligt inderdaad al vijf jaar aan één stuk hoger dan in onze buurlanden, met 1,4% tegenover 1% in 2005, 1,6% tegenover 1,1% in 2006, 1,9% tegenover 1,7% in 2007, 2,7% tegenover 2% in 2008 en 2% tegenover 1,3% in 2009. De onderliggende inflatie is met andere woorden bij ons systematisch hoger dan in onze buurlanden. Tot zover de cijfers.
De heer Vande Lanotte wekt de indruk dat de regering niets doet. Het klopt dat wij niet doen wat zijn fractie vraagt, namelijk prijscontroles, prijsmaxima en prijsreglementeringen invoeren. We doen dat niet, omdat we denken dat het niet de juiste oplossing is. Wel grijpen we in op het vlak van concurrentie en concurrentieautoriteiten. In 2008 en 2009 heb ik de positie van de Dienst voor de Mededinging, het Auditoraat voor de Mededinging en de Raad voor de Mededinging aanzienlijk versterkt. Eind 2007 had de directie Mededinging 25 inspecteurs, vandaag 35. Het personeel van het auditoraat is verdubbeld in aantal en dat allemaal binnen een afbouw van het aantal ambtenaren van de FOD Economie.
Die versterking heeft duidelijk gevolgen gehad. De voorbije jaren hebben we effectieve veroordelingen gehad van marktpartijen wegens kartelvorming of andere misbruiken. In 2008 veroordeelde de Raad voor de Mededinging vier chemische bedrijven, binnenhuisarchitecten en de Federatie van de beroepsautorijscholen en in 2009 legde hij Proximus een boete van 66 miljoen euro op. Ten slotte bracht het auditoraat begin 2010 een belangrijke speler in de chocoladesector voor de Raad voor de Mededinging. Zeggen dat de regering niets doet, is dus niet juist.
In verband met energie en energieprijzen hebben mijn diensten gedaan wat ze moesten doen. Ze zijn in alle onafhankelijkheid nagegaan of er een probleem van kartelafspraken was en tot twee keer toe hebben ze geoordeeld dat het niet het geval was.
Ik kom dan bij de vragen over de loonkloof en het aantal jobs. De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven raamt in zijn laatste rapport de loonhandicap tegenover de buurlanden op 3,3% in 2010, 3,5% in 2009 en 3,6% in 2008. Met andere woorden, de loonkloof is er, maar ze daalt geleidelijk. Ik kan alleen zeggen dat de loonkloof in de jaren vóór 2008 toenam.
In een analyse uit 2006 raamt het Federaal Planbureau voor de periode 2007-2011 de impact op het aantal jobs van een scenario waarbij de loonhandicap overeenkomstig de wet van 1996 wordt weggewerkt. Daaruit blijkt dat dit zou leiden tot bijna 14 000 extra jobs in 2009 en bijna 24 000 in 2011. Ik ben bereid deze studie te laten actualiseren, aangezien de analyse van 2006 dateert.
De heer Johan Vande Lanotte (sp.a). - Ik ben niet geweldig onder de indruk van de cijfers waarmee de minister het probleem vakkundig camoufleert. Gisteren zei hij in een krant dat de onderliggende inflatie een impact heeft op de loonnorm. Hij weet zeer wel dat dit niet juist is. Voor de lonen is niet de onderliggende inflatie van belang, wel de inflatie. En die inflatie is wel degelijk een probleem van de huidige regering. De minister belicht twee jaar, 2005 en 2006, en dan opeens 2009.
In het verslag van de Nationale Bank staat expliciet dat van 1999 tot 2007 België 0,7% onder de inflatie van de eurozone bevond en ten opzichte van de buurlanden gelijk evolueerde. De minister ontkent die cijfers. Nochtans is het een vast gegeven, want het staat in het jaarverslag van de Nationale Bank.
De minister beweert dat er geen probleem is met de energieprijzen aangezien er voor de raad voor de Mededinging geen probleem is.
Hij zegt de hele tijd wat hij niet wil doen, namelijk dat wat wij gevraagd hebben. Hij beweert dat hij de diensten heeft ingelicht en dat het dus in orde is. Onder zijn voorganger, trouwens een partijgenoot, zijn de energieprijzen maar met 1% toegenomen, terwijl ze in Europa overal drastisch gestegen zijn. Van zodra de minister bevoegd was voor economie, zijn ze op één jaar tijd met 20% gestegen, drie tot vier keer de stijging van andere Europese landen. Daar heeft hij niets aan gedaan; hij heeft alleen de vrije markt bejubeld. Volgens de Nationale Bank zijn de energieprijzen in België sinds 2007 beduidend hoger dan in andere Europese landen. De minister doet daar niets aan. Dat zal de loonkost stelselmatig beïnvloeden en daar is hij mede verantwoordelijk voor.
De heer Vincent Van Quickenborne, minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen. - Ik heb de cijfers geciteerd. De heer Vande Lanotte spreekt over cijfers, maar heeft ze niet aangehaald.
In 2009 daalden de energieprijzen in ons land met 14% en in de buurlanden maar met 7%.
Zoals wel vaker gebeurt, doet de heer Vande Lanotte mij dingen zeggen die ik niet gezegd heb. Inzake het specifieke dossier van de gasprijs, waarnaar hij vaak verwijst, heeft het auditoraat tot twee keer toe geoordeeld dat er geen probleem is wat de prijsafspraken betreft. De rest is de bevoegdheid van de regulator, de CREG.
De heer Johan Vande Lanotte (sp.a). - Minister Van Quickenborne beweert dat de energieprijzen met 14% gedaald zijn. Dat is juist, in Europa daalden ze met 8%. We halen dus 6% in. Het jaar daarvoor was het onderscheid 15% in ons nadeel. We halen dus een klein stukje in, maar we hebben wel nog altijd 15% achterstand, omdat we in 2008, in tegenstelling tot alle andere landen, niets hebben gedaan.
De minister beweert cijfers te hebben gegeven, maar hij gaf niet de cijfers van 1999 tot 2007. Hij citeerde de cijfers van de twee jaren van de acht jaar die hem gelijk geven. Hij heeft niet vermeld dat er in 2008 in België 6% inflatie was en in de ons omringende landen nog geen 4%.
De heer Vincent Van Quickenborne, minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen. - Het rekenwonder Vande Lanotte beweert dat de inflatie in 2008 in ons land 6% bedroeg; welnu ze bedroeg 4,5%!