4-114

4-114

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 4 MAART 2010 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Joris Van Hauthem aan de eerste minister, belast met de Coördinatie van het Migratie- en asielbeleid over «de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde» (nr. 4-1125)

De heer Joris Van Hauthem (VB). - De regeringsverklaring van 25 november 2009 gaf minister van Staat Dehaene de opdracht een voorstel te doen over institutionele problemen in het algemeen en het `probleem' Brussel-Halle-Vilvoorde in het bijzonder. Vanuit de overweging dat ons land zich tijdens zijn voorzitterschap van de Europese Unie geen institutionele crisis kan en mag veroorloven én dat het belangenconflict afloopt dat het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap indiende, werd medegedeeld dat de koninklijke opdrachthouder tegen Pasen een voorstel van oplossing op tafel zou leggen. Pasen valt op 4 april, dat is nog nauwelijks een maand ver. In de pers worden nu ballonnetjes opgelaten dat deze termijn eigenlijk nog wel kan worden verlengd tot mei of juni. Er doet zelfs de hypothese de ronde dat de zaak over de verkiezingen van 2011 heen zou worden getild.

In het kader van het lopende belangenconflict moet de Senaat advies uitbrengen aan het Overlegcomité. Ik neem aan dat we volgende week over dat advies zullen stemmen. In dat advies staat dat het nuttig zou zijn dat het resultaat van de werkzaamheden van Jean-Luc Dehaene op tafel zou liggen.

Als dat resultaat eventueel ook in mei of juni zou kunnen komen of er zelfs helemaal niets zou komen, dan komt het advies van de Senaat neer op een uitnodiging aan het Brussels Parlement om een nieuw belangenconflict in te dienen.

Tot wanneer geeft de eerste minister de koninklijke opdrachthouder de kans om met een voorstel voor de institutionele problemen in het algemeen en het probleem BHV in het bijzonder voor de dag te komen? Wanneer wil de eerste minister ten laatste beginnen met het starten van de onderhandelingen met de voorzitters van de meerderheidspartijen en wanneer wil hij die uiterlijk afronden?

Wat onderneemt de regering wanneer ergens in de loop van april, of uiterlijk mei, het belangenconflict dat de Duitstalige Gemeenschap in het leven heeft geroepen ten einde loopt? Krijgt het parlement dan vrije baan om het reeds meer dan twee jaar geblokkeerde wetsvoorstel verder in behandeling te nemen, of neemt de regering dan initiatieven om een nieuw belangenconflict te laten inroepen?

De heer Yves Leterme, eerste minister, belast met de Coördinatie van het Migratie- en asielbeleid. - Ik zal de heer Van Hauthem wellicht ontgoochelen. In het verlengde van wat ik vroeger heb gezegd herhaal ik nogmaals dat ik geen commentaar geef op de opdracht die door het staatshoofd aan de koninklijke opdrachthouder is toebedeeld, noch met betrekking tot de inhoud, noch met betrekking tot precieze vragen.

De heer Joris Van Hauthem (VB). - De premier ontgoochelt me al jaren. Ik heb geen vraag gesteld over de inhoud van de opdracht van minister van Staat Jean-Luc Dehaene, wel over de timing ervan.

In het regeerakkoord staat dat zal worden onderhandeld met de voorzitters van de meerderheidspartijen. Mijn vraag is: wanneer verwacht de premier ten laatste een voorstel op basis waarvan die onderhandelingen zullen plaatsvinden? Die vraag is belangrijk in het licht van het belangenconflict, ingeroepen door het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap, dat binnenkort afloopt.

Ik hoop dat de premier de Senaat niet de opdracht geeft nog eens twee weken te wachten met het advies voor het Overlegcomité. Op die manier wordt een parlementaire instelling immers gebruikt en vooral misbruikt om de wettelijke termijnen niet toe te passen en de zaak te blijven rekken.

Ik stelde mijn vraag in het licht van het aflopende belangenconflict en in het licht van wat vanochtend in de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden werd beslist, namelijk dat men de resultaten van minister van Staat Dehaene afwacht. Wat is de timing? Het parlement heeft het recht te weten wanneer de koninklijke opdrachthouder nu eindelijk met een voorstel voor de dag zal komen.

Ik stel vast dat de premier niets zegt. Dus het parlement kan vragen stellen en de minister kan beslissen niet te antwoorden.

De voorzitter. - De regering antwoordt wat ze wenst te antwoorden.

De heer Joris Van Hauthem (VB). - Dan wil ik toch vragen het advies dat vanochtend werd goedgekeurd volgende week op de agenda van de plenaire vergadering te plaatsen. We moeten ons als parlementaire instelling niet laten leiden om de zaak te rekken en de wettelijke termijnen te overschrijden.

Ik zal de vraag straks opnieuw formeel stellen.

De voorzitter. - U weet dat het Bureau van de Senaat over de agenda beslist.