4-1668/1

4-1668/1

Belgische Senaat

ZITTING 2009-2010

23 FEBRUARI 2010


Voorstel van resolutie betreffende het affectieve en seksuele leven van gehandicapten

(Ingediend door de heer Franco Seminara c.s.)


TOELICHTING


Een affectief en seksueel leven leiden, is een fundamenteel recht van iedere persoon.

Voor personen met een handicap is dit echter te lang een taboeonderwerp gebleven.

Ingrepen op het vlak van contraceptie of zelfs sterilisatie konden worden opgelegd door familie of instellingen.

Later is men personen met een handicap gelukkig meer gaan beschouwen als personen met dezelfde rechten als iedereen.

Maar zelfs na dertig jaar discussies over dit delicate onderwerp blijft de kwestie actueel, omdat zij zo ingewikkeld is.

Verschillende factoren spelen een rol in de zelfontplooiing van deze mensen. Bepalende factoren zijn onder meer hun familiale en/of institutionele omgeving, en hun graad van afhankelijkheid.

Omdat de combinatie van deze factoren steeds verschillend is, moet elk antwoord individueel en aangepast zijn.

Het is bovendien essentieel dat het dossier wordt behandeld met veel fijngevoeligheid, respect maar ook kennis van de gehandicaptensector en de instellingen.

Wij menen dat al wie op de verschillende beleidsniveaus bevoegd is voor gezondheid reeds in een zeer vroeg stadium moet worden betrokken bij deze aanpak.

Het is immers aangewezen om steun aan gehandicapten vanaf de jongste leeftijd toe te kennen, en men mag vanaf het begin niet uit het oog verliezen dat het seksuele en affectieve leven een belangrijke dimensie van het leven van ieder mens vormt.

Van de kindertijd tot de volwassen leeftijd is een begeleiding nodig die aangepast is aan het soort handicap, om morele en fysieke ontreddering, die vandaag nog al te vaak voorkomt, te voorkomen.

De indieners van dit voorstel van resolutie willen een bespreking op gang brengen die moet uitmonden in een samenhangend en geļntegreerd beleid inzake het affectieve en seksuele leven van gehandicapten.

Er is veel werk aan de winkel en de educatieve maatregelen moeten gericht zijn op het welzijn van de persoon, met inachtneming van zijn of haar verlangens.

Vandaag wordt nog teveel een negatief beeld opgehangen van de seksualiteit van personen met een handicap, die soms zelfs als potentieel gevaarlijk wordt beschouwd.

Het lijkt ons dan ook onontbeerlijk dat de maatschappij nu oog krijgt voor de seksualiteit van personen met een handicap, enerzijds door een nieuwe benadering ervan, maar ook door een coherent en structureel antwoord te formuleren.

Het instellen van zo'n globaal beleid wordt bemoeilijkt door de versnippering van de bevoegdheden over verschillende beleidsniveaus.

Er moeten immers vele aspecten worden aangepakt, die bovendien betrekking hebben op de hele levensduur van een persoon.

Overleg is dus essentieel in deze aangelegenheid.

Franco SEMINARA.
Nahima LANJRI.
Caroline PERSOONS.
Jean-Paul PROCUREUR.
Christiane VIENNE.

VOORSTEL VAN RESOLUTIE


De Senaat,

Overwegende :

A. dat, gelet op het niet-discriminatiebeginsel, alle fundamentele rechten van personen met een handicap moeten worden erkend;

B. dat het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie wijst op de erkenning en eerbiediging van het recht van personen met een handicap op maatregelen die beogen hun zelfstandigheid, hun maatschappelijke en beroepsintegratie, maar ook hun deelname aan het gemeenschapsleven te bewerkstelligen;

C. dat de verschillende jaarlijkse resoluties over de toestand van de grondrechten in de Europese Unie de nadruk leggen op de de steun die moet worden verleend aan initiatieven ter bestrijding van discriminatie van personen met een handicap;

D. dat het leiden van een affectief en seksueel leven voor iedereen een recht is, maar vooral dat eenieder het fundamentele recht heeft op ontplooiing van een seksueel en affectief leven, en dat iedere persoon met een handicap in dit opzicht als een volwaardige persoon en in zijn of haar totaliteit moet worden beschouwd;

E. dat er vooruitgang werd geboekt op het vlak van de erkenning van het affectieve en seksuele leven van personen met een handicap, zowel in het « Charte pour agir » van 2001 als in het VN-Verdrag voor de rechten van personen met een handicap, dat in maart 2007 door meer dan 80 landen werd ondertekend;

F. dat de aanpak van problemen betreffende het affectieve en seksuele leven van personen met een handicap doel zou moeten uitmaken van het overheidsbeleid;

G. dat vele werkgroepen zijn opgericht, dat verschillende verenigingen zijn gehoord en dat initiatieven en projecten zijn gepland, vooral sinds 2003, het Europees jaar van personen met een handicap;

H. dat het woord « handicap » betrekking heeft op fysieke gebreken, zintuiglijke stoornissen, intellectuele en psychologische deficiėnties, en velerlei andere stoornissen, die variėren naargelang van de handicap en de leeftijd van de persoon;

I. dat het affectieve en seksuele leven in het algemeen te maken heeft met uiteenlopende aspecten als de toegang tot zorgverlening, met inbegrip van de verzorging van seksueel overdraagbare aandoeningen, de toegang tot informatie en tot maatregelen ter preventie van besmetting, enz.;

J. dat de bevoegdheden ter zake transversaal zijn en dat de deelgebieden moeten worden betrokken bij de te voeren besprekingen,

Vraagt de federale regering om, in samenwerking met de deelgebieden, en onder meer via de Interministeriėle conferentie Personen met een handicap :

1. denkpistes te lanceren teneinde :

— een coherent en geļntegreerd beleid te voeren dat beter rekening houdt met de educatieve, psychoaffectieve, sociofamiliale, medische, ethische, juridische en omgevingsaspecten van het affectieve en seksuele leven van personen met een handicap;

— de nodige maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat alle personen met een handicap daadwerkelijk en op een optimale manier een affectief en seksueel leven kunnen leiden, onder meer dankzij een constructief partnerschap tussen beroepsmensen en de omgeving;

— toe te zien op de organisatie van opleidingen voor ouders en beroepsmensen over seksualiteit en de ontwikkeling van de seksuele identiteit van personen met een handicap;

2. een bewustmakingscampagne te organiseren over alle aspecten van het affectieve en seksuele leven van personen met een handicap, rekening houdend met de diversiteit binnen die groep.

14 januari 2010.

Franco SEMINARA.
Nahima LANJRI.
Caroline PERSOONS.
Jean-Paul PROCUREUR.
Christiane VIENNE.