4-1354/2 | 4-1354/2 |
20 JANUARI 2010
Nr. 1 VAN DE HEER COLLAS
Opschrift
De woorden « het examen in hun moedertaal » vervangen door de woorden « het vergelijkend examen in het Duits ».
Verantwoording
Als gevolg van de opmerkingen van de dienst wetsevaluatie van de Senaat worden twee inhoudelijke wijzigingen aangebracht in het opschrift.
Eerst en vooral worden de woorden « in de moedertaal van de Duitstalige kandidaten » vervangen door de woorden « in het Duits ». Het wetsvoorstel definieert een Duitstalige immers als « iedere persoon [...] die houder is van een diploma van het secundair onderwijs dat werd behaald in een onderwijsinstelling van het Duitse taalgebied of iedere persoon wiens hoofdverblijfplaats of werkplaats zich sinds ten minste vijf jaar in een gemeente van het Duitse taalgebied bevindt », wat betekent dat de moedertaal van de kandidaten niet noodzakelijk het Duits is. Het is in die taal dat het schriftelijk examen volgens de indieners van het wetsvoorstel moet worden georganiseerd.
Vervolgens is het raadzaam te bepalen dat alleen het schriftelijke gedeelte van het vergelijkend examen, bedoeld in artikel 6, § 3, tweede lid, 1º, van het koninklijk besluit, in het Duits moet plaatsvinden en niet de eventuele schriftelijke psychotechnische proef (die de verplichte proeven kan aanvullen), die georganiseerd wordt na een beslissing van de minister van Buitenlandse Zaken, nadat hij advies heeft ingewonnen bij het Vast Wervingssecretariaat.
Nr. 2 VAN DE HEER COLLAS
Art. 2
In de voorgestelde Nederlandse tekst van artikel 6, § 3, tweede lid, 1º, tweede volzin, tussen de woorden « het schriftelijke gedeelte van het » en het woord « examen » het woord « vergelijkend » invoegen.
Verantwoording
Zie de verantwoording van amendement nr. 1.
Nr. 3 VAN DE HEER COLLAS
Art. 3
In de voorgestelde Nederlandse tekst van artikel 42, § 3, tweede lid, 1º, tweede volzin, tussen de woorden « het schriftelijke gedeelte van het » en het woord « examen » het woord « vergelijkend » invoegen.
Verantwoording
Zie de verantwoording van amendement nr. 1.
Nr. 4 VAN DE HEER COLLAS
Art. 4 (nieuw)
Een artikel 4 invoegen, luidende :
« Art. 4. — De Koning is ertoe gemachtigd de door deze wet gewijzigde artikelen van het koninklijk besluit van 25 april 1956 tot vaststelling van het statuut der personeelsleden van het ministerie van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel te wijzigen. ».
Verantwoording
Zoals de dienst wetsevaluatie van de Senaat opmerkt, kunnen, wanneer dit wetsvoorstel ongewijzigd wordt aangenomen, de betrokken bepalingen van het koninklijk besluit later nog enkel worden gewijzigd door een nieuwe wet. Dit amendement strekt om te verduidelijken dat dit niet de bedoeling is van de indieners van het wetsvoorstel.
| Berni COLLAS. |