4-107

4-107

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 7 JANUARI 2010 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Lieve Van Ermen aan de minister van Justitie en aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen en aan de minister van Binnenlandse Zaken over źde procedure om op het internet aangeboden gestolen goederen terug te vorderen╗(nr. 4-1335)

De voorzitter. - De heer Philippe Courard, staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding, antwoordt.

Mevrouw Lieve Van Ermen (LDD). - Er doet zich op het internet een nieuw fenomeen voor om gestolen goederen op verkoopsites te koop aan te bieden. Indien het slachtoffer hier in het zeldzame geval kennis van neemt, staat hem een lange, oneffen weg te wachten om zijn gestolen goed terug te claimen. Afhankelijk van waar het slachtoffer en de verkoper, de onrechtmatige eigenaar, van het item gedomicilieerd zijn, worden de plaatselijke politiediensten ingezet, wat zelden vlot verloopt en voor communicatieve problemen tussen de diensten zorgt. Indien informatie over de verkoper opgevraagd dient te worden, moet dit via de procureur gaan en is het item reeds verkocht voordat de administratieve rompslomp rond is.

Is de minister van dit fenomeen op de hoogte?

Welke maatregelen heeft ze al genomen om de betreffende procedure te vereenvoudigen, vooral voor wat de politiediensten betreft?

Welke maatregelen om de betreffende procedure te vereenvoudigen, mogen wij eventueel nog verwachten en wanneer? Kan de minister die maatregelen toelichten?

De heer Philippe Courard, staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding. - Ik lees het antwoord van de minister.

Het aanbieden van gestolen goederen voor heling via verkoops- en zoekertjessites is geen nieuw fenomeen. Door de opmars van het internet en de anonimiteit die het medium biedt, zien we wel dat dit fenomeen de laatste jaren steeds meer voorkomt.

De identificatie van internetgebruikers is niet eenvoudig. Om de privacy van de eindgebruiker maximaal te garanderen, heeft de wetgever een tweetrapssysteem uitgewerkt. Voor loutere identificatie is een vordering van een procureur nodig. Voor nog diepgaander onderzoek, bijvoorbeeld het opvragen van connectiegegevens of interceptie, moet men een vordering van een onderzoeksrechter kunnen voorleggen.

Deze procedure geldt enkel rechtstreeks indien het artikel wordt aangeboden op een Belgische website of een website die op een Belgische server is gehost. Als de website zich in het buitenland bevindt, moet bovendien gewerkt worden met een internationaal rechtshulpverzoek, een langdurige procedure die niet garandeert dat men de gevraagde informatie krijgt.

Aangezien elke dienstenaanbieder op het internet een deeltje van de informatie bezit, is de identificatie door de internetprovider in vele gevallen slechts een eerste stap en heeft men vaak nog een tweede vordering tot identificatie nodig, ditmaal voor de internetoperator.

Wanneer de verkregen informatie leidt tot een persoon, kan de procureur des Konings de betrokkene laten verhoren.

Om dit moeizame proces te versnellen en te faciliteren, zijn de laatste jaren een aantal instrumenten ontwikkeld om zowel bij de politie als bij de magistratuur sneller informatie te kunnen opvragen en uit te wisselen.

Zo werden bijvoorbeeld versnelde procedures uitgewerkt met buitenlandse internetproviders die een Belgische vestiging hebben, zoals Google en Hotmail, zodat niet steeds een rechtshulpverzoek nodig is om identificatiegegevens te bekomen.

De `Leidraad Internetfraude' is een handleiding die ter beschikking werd gesteld van de eerstelijnspolitiemensen, zodat zij snel en adequaat kunnen reageren wanneer klachten over dit soort feiten worden ingediend.

Bovendien werden verschillende informatiesessies inzake internetrecherche georganiseerd om zoveel mogelijk politiemensen de nodige kennis van opsporingen en identificaties op het internet bij te brengen en werd een referentienetwerk van politiemensen met een grondige kennis van die materie opgezet.

Aangezien het succes van opsporing en vervolging van criminelen in cyberspace in grote mate afhankelijk is van de sporen die zich bevinden bij de internetproviders, is het voor de toekomst belangrijk dat EU-richtlijn 2006/24/EG betreffende de bewaring van gegevens zo snel mogelijk in Belgisch recht wordt omgezet. Die wetgeving inzake bewaring van gegevens zal duidelijk bepalen wat de internetoperatoren precies dienen te bewaren en hoe lang. Om opsporingen op het internet mogelijk te maken, is het cruciaal om de termijn voor de bewaring van gegevens voor de internetproviders ruim genoeg te bepalen. De regering is hier momenteel mee bezig.

Mevrouw Lieve Van Ermen (LDD). - Ik dank de staatssecretaris voor de uitleg. Wij hebben onlangs zelf een geval van heling via internet meegemaakt. Er worden immers niet alleen fietsen, maar ook dure auto's aangeboden. De telefoonnummers zijn onbruikbaar of vervalst, zodat noodzakelijkerwijs via e-mail contact moet worden genomen. Het opsporen van de data via de providers lijkt mij een goede oplossing te zijn.

De voorzitter. - De agenda van deze vergadering is afgewerkt.

Ik maak van de gelegenheid gebruik om het personeel mijn beste wensen aan te bieden voor het nieuwe jaar.

De volgende vergadering vindt plaats op donderdag 14 januari om 15 uur.

(De vergadering wordt gesloten om 18.50 uur.)