4-1587/1

4-1587/1

Belgische Senaat

ZITTING 2009-2010

5 JANUARI 2010


Wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wat betreft de buitenlandse inkomsten onderworpen aan het progressievoorbehoud

(Ingediend door de heer Wouter Beke c.s.)


TOELICHTING


Rijksinwoners worden op hun wereldwijd inkomen onderworpen aan de personenbelasting. Indien het inkomen van buitenlandse oorsprong is, maakt in principe ook de bronstaat aanspraak om dat inkomen aan belasting te onderwerpen. Teneinde dubbele belastingheffing te vermijden worden internationale overeenkomsten gesloten die de heffingsbevoegdheid tussen Staten regelen.

Omdat de Belgische personenbelasting een progressief tarief kent, wordt in de meeste overeenkomsten voorzien in een progressievoorbehoud. Dit houdt in dat het buitenlandse inkomen wordt meegerekend voor het bepalen van het progressieve tarief dat van toepassing is op de in België belastbare inkomsten. Op deze wijze wordt de progressiviteit van de personenbelasting gehandhaafd ongeacht of de heffingsbevoegdheid over het gehele inkomen of slechts over een gedeelte van het wereldwijd inkomen aan België toekomt.

De toepassing van de progressieve belastingtarieven wordt in het Belgische Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) steeds meer doorbroken door de vlakke tarieven vermeld in artikel 171 WIB 1992. Indien de globalisatie van het inkomen niet voordeliger is, zijn de in artikel 171 WIB 1992 vermelde inkomsten afzonderlijk belastbaar waardoor zij aan een vlak tarief worden onderworpen. Indien dezelfde inkomsten van buitenlandse oorsprong zijn, worden zij meegerekend voor de toepassing van de progressieve belastingtarieven.

Dit is onder andere het geval met betrekking tot opzegvergoedingen. Vergoedingen van meer dan 615 euro (niet geïndexeerd), die al of niet contractueel betaald zijn ten gevolge van stopzetting van arbeid of beëindiging van een arbeidsovereenkomst, worden belast tegen de gemiddelde aanslagvoet met betrekking tot het geheel van de belastbare inkomsten van het laatste vorig jaar waarin de belastingplichtige een normale beroepswerkzaamheid heeft gehad (artikel 171, 5º, a) WIB 1992).

Buitenlandse opzegvergoedingen worden daarentegen volledig in aanmerking genomen voor het bepalen van de belasting berekend volgens het progressieve tarief.

In de administratieve circulaire van 28 april 2004, nr. AFZ/2004/0313 (AFZ 8/2004), randnrs. 63-65 wordt dit verduidelijkt ten aanzien van Nederlandse opzegvergoedingen (1)  :

« Inwoners van België die een opzeggingsvergoeding worden toegekend door hun Nederlandse werkgever, kunnen — naast de mogelijkheid om de opzeggingsvergoeding contant te laten uitkeren — ervoor opteren om de opzeggingsvergoeding door de werkgever te laten storten bij een verzekeringsinstelling als koopsompremie in het kader van een lijfrenteverzekering.

De fiscale consequenties in het geval van contante uitbetaling van opzeggingsvergoeding zijn de volgende :

Ingeval de opzeggingsvergoeding contant wordt uitgekeerd, is Nederland als werkstaat heffingsbevoegd overeenkomstig de bepalingen van artikel 15 van het Verdrag.

Overeenkomstig artikel 23, paragraaf 1, a) van het Verdrag, is dit inkomen in België vrijgesteld van belasting mits het in Nederland effectief is belast. Volgens diezelfde bepaling mag dit vrijgesteld inkomen in België in aanmerking worden genomen bij het bepalen van het belastingtarief dat van toepassing is op de overige in België belastbare inkomsten (vrijstelling met progressievoorbehoud). Bijgevolg moet dit inkomen in de Belgische aangifte in de personenbelasting worden aangegeven als een in het buitenland behaald inkomen.

Indien betrokkene dus opteert voor de contante uitbetaling van de opzeggingsvergoeding is die vergoeding in principe in Nederland belastbaar en mag België dit inkomen enkel in aanmerking nemen voor de toepassing van het bovenvermelde progressievoorbehoud. »

Bijgevolg is de toepassing in het interne recht van een clausule « progressievoorbehoud » in internationale overeenkomsten enkel logisch in zoverre die inkomsten volgens het interne recht ook aan het progressieve belastingtarief belastbaar zouden zijn indien zij van Belgische oorsprong zouden zijn.

Gelet op de huidige crisis is het aangewezen dit verschil in behandeling, in het bijzonder ten aanzien van opzegvergoedingen die Belgische grensarbeiders ontvangen, zo spoedig mogelijk weg te werken.

Wouter BEKE
Elke TINDEMANS
Tony VAN PARYS
Hugo VANDENBERGHE.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

In artikel 155 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd door de wetten van 10 augustus 2001 en 27 december 2005, wordt tussen het tweede en het derde lid een nieuw lid ingevoegd, luidende :

« De inkomsten vermeld in artikel 171 komen niet in aanmerking voor het bepalen van de belasting in de zin van dit artikel als zij afzonderlijk belastbaar zouden zijn indien zij niet vrijgesteld zouden zijn krachtens een internationale overeenkomst. ».

Art. 3

Deze wet is van toepassing vanaf aanslagjaar 2010.

5 november 2009.

Wouter BEKE
Elke TINDEMANS
Tony VAN PARYS
Hugo VANDENBERGHE.

(1) www.fisconet.fgov.be (Fiscaliteit, inkomstenbelastingen, administratieve richtlijnen en commentaren, circulaires, personenbelasting).