4-101

4-101

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 10 DECEMBER 2009 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van mevrouw Fatma Pehlivan aan de eerste minister, belast met de CoŲrdinatie van het Migratie- en asielbeleid over ęde RomaĽ (nr. 4-976)

De voorzitter. - De heer Steven Vanackere, vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen, antwoordt.

Mevrouw Fatma Pehlivan (sp.a). - Het recente, schrijnende verhaal van een veertigtal Roma die al ruim vier maanden in de Rabotwijk in Gent in mensonwaardige omstandigheden overleven in krotten van een paar planken en golfplaten, drukt ons nog maar eens met de neus op het probleem van de migratiestroom uit de vroegere Oostbloklanden. Om bij Gent te blijven: meer dan 5500 mensen zijn er in drie jaar tijd gestrand. 50 tot 90% - exacte cijfers van de intra-Europese migratie zijn er niet - behoren tot de Romaminderheid. Die instroom overstijgt in hoge mate de draagkracht van een stad als Gent. Kleinere steden en gemeenten, bijvoorbeeld Temse en Sint-Niklaas, hebben verhoudingsgewijs met hetzelfde fenomeen af te rekenen. Het recente rapport van het Oost-Vlaamse diversiteitscentrum ODiCe signaleert daarbij tal van knelpunten inzake huisvesting, tewerkstelling, onderwijs en andere basisbehoeften.

Roma verzeilen van de ene mensonwaardige situatie in de andere. Immers, in de landen van herkomst - Bulgarije, Slowakije, RoemeniŽ en TsjechiŽ - zijn ze het slachtoffer van racistische en mensonterende praktijken en vervolging. Uit een zopas bekendgemaakt onderzoek van de Europese Unie blijkt overigens dat de discriminatie in Europa toeneemt, vooral tegenover de Roma.

In het welvarende Westen, waaronder BelgiŽ, schieten ondersteunende maatregelen tekort. Toch doet Gent - nogmaals om bij dat voorbeeld te blijven - een inspanning om de problematiek zo goed mogelijk te beheersen en om de grondrechten van elke Europese burger - dus ook van de Roma - maximaal te beschermen, maar het blijft een druppel op een gloeiende plaat.

Migratiestromen zoals die van de Roma zijn geen voorbijgaand fenomeen, integendeel. Onze steden en gemeenten kunnen ze niet langer aan zonder de financiŽle steun van de hogere overheden, Vlaams, federaal en Europa. Er is geld nodig voor een menswaardige opvang van de ontheemden, geld voor huisvesting en opvang van dak- en thuislozen, taallessen voor volwassenen, tolk- en taaldiensten, steun voor onderwijs enzovoort.

Is de eerste minister er zich van bewust dat de mensonwaardige situatie niet langer kan worden gedoogd en dat dringend maatregelen moeten worden genomen?

Welke andere steden en gemeenten kampen met een grote toestroom van Romafamilies?

Hoe zal de eerste minister die steden en gemeenten ondersteunen in het raam van een gecoŲrdineerd beleid tussen de diverse hogere overheden?

Welke initiatieven zal hij op korte termijn nemen om de problematiek op de Europese agenda te plaatsen?

De heer Steven Vanackere, vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen. - De eerste minister heeft mij volgend antwoord bezorgd.

De eerste minister is zich bewust van de kwetsbare positie van de Roma in de Europese Unie. Het is een probleem met een complexe en ook historische achtergrond.

Het geheel van de punten die senator Pehlivan aanbrengt, raken aan een veelheid van bevoegdheden van het Europese niveau over het federale, de regionale en de lokale bestuursniveaus. De coŲrdinerende opdracht van de premier betreft enkel het federale niveau. Toch geeft hij een aantal elementen van antwoord.

De Dienst Vreemdelingenzaken beschikt niet over statistieken over Roma die in BelgiŽ verblijven. Er worden enkel statistieken bijgehouden op basis van nationaliteit, niet op basis van het behoren tot een specifieke bevolkingsgroep.

Bovendien moet worden gezegd dat de betrokkenen niet altijd te situeren zijn binnen de reguliere verblijfskanalen.

Wat het verblijf zelf betreft, dient uiteraard de geldende reglementering te worden toegepast om de rechtszekerheid en de coherentie binnen het vreemdelingenbeleid te kunnen garanderen. Wanneer de betrokkenen EU-burgers zijn, vallen ze onder de specifieke reglementering voor EU-burgers. Wanneer het gaat om vluchtelingen volgens de bepalingen van de Conventie van GenŤve, kunnen ze een asielaanvraag indienen. De asielbescherming kan uiteraard ook worden aangevraagd door Roma die niet de nationaliteit van een EU-land bezitten.

Naast de initiatieven die door de steden worden genomen, hebben Roma die een asielaanvraag indienen, ook recht op materiŽle opvang door Fedasil, uiteraard binnen de huidige, praktische grenzen.

Voor het overige laat de eerste minister weten dat de opvang en de integratie van Roma zullen worden besproken op de InterministeriŽle Conferentie Integratie in de Samenleving, gepland in januari. Ook onderzoekt staatssecretaris Courard, bevoegd voor maatschappelijk integratie en armoedebestrijding, de mogelijkheid om ervaringsdeskundigen ter beschikking te stellen van de gemeenten die te maken hebben met een grote Romagemeenschap.

Op het Europese niveau werd de situatie van de Roma besproken op de jaarlijkse top voor gelijke kansen, die in november plaatshad in Stockholm. Daarnaast kan met recht en reden worden gezegd dat de Europese Unie al sinds 2008 verhoogde inspanningen doet met het oog op een meer coherent en effectief Romabeleid. In 2008 bijvoorbeeld werd een eerste Europese Romatop georganiseerd. Het Progressprogramma van de Europese Unie ondersteunt bewustmakingscampagnes gericht tegen discriminatie van de Romagemeenschap. De Europese Commissie organiseerde het Roma inclusion pilot project dat een innovatieve en geÔntegreerde aanpak beoogt van problemen waarmee de Romagemeenschap te maken heeft. In 2010 zal de Europese Commissie een rapport publiceren met een nieuwe analyse van de EU-instrumenten ten gunste van de integratie van de Romagemeenschap. Dat zal de basis vormen voor de tweede Europese Romatop die op 8 april 2010 zal worden georganiseerd onder Spaans voorzitterschap.

Als minister van Buitenlandse Zaken kan ik terloops ten persoonlijken titel zeggen dat de problematiek van de Roma ook zijdelings aan bod kwam tijdens de vergaderingen van de Europese Raad Algemene Zaken en Buitenlandse Zaken, onder andere onder impuls van Frankrijk en ItaliŽ die eveneens met de problematiek geconfronteerd worden.

Mevrouw Fatma Pehlivan (sp.a). - Uit het antwoord van de premier onthoud ik dat er al een aantal stappen gedaan zijn. We moeten het mensonwaardige probleem van de Roma op Europees niveau aankaarten. Het gaat immers om Europese onderdanen die geen asielaanvraag kunnen indienen en die in hun eigen land verstoten worden. De steden en gemeenten die met het probleem geconfronteerd worden, moeten hulp krijgen van de federale overheid maar ook van de regionale overheid. Ik noteer ook dat er een deskundige zal worden aangesteld.