4-1544/1

4-1544/1

Belgische Senaat

ZITTING 2009-2010

14 DECEMBER 2009


Voorstel van resolutie met het oog op de systematische mededeling van de agenda's van de vergaderingen van de ministers van de Europese Unie aan de wetgevende Kamers

(Ingediend door de heer Philippe Mahoux en mevrouw Olga Zrihen)


TOELICHTING


De wetgevende werkzaamheden van de Europese Unie hebben een grote invloed op het intern recht van ons land en dus op het dagelijkse leven van de burgers, de bedrijven en de overheidsbesturen. Informatie moet dan ook efficiënt kunnen worden uitgewisseld tussen de verschillende organen die betrokken zijn bij het Europese wetgevingsproces.

Het Parlement moet controle kunnen uitoefenen op de belangrijke beleidskeuzes van de regering. In het kader van de Europese Unie moet het federaal Parlement waken over de naleving van de proportionaliteits- en subsidiariteitsregels, maar het moet ook advies verstrekken over de inhoud van de initiatieven van de Commissie. Een andere fundamentele opdracht is de controle op de standpunten die onze ministers verdedigen in de negen bestaande Raden waaraan de regeringsleden deelnemen.

Het wetgevings- en politiek proces van de Raad begint in de meer dan tweehonderdvijftig werkgroepen die binnen die Raad werden opgericht. Zij bereiden de verschillende dossiers voor die, naargelang ze vorderen, hun weg vinden naar het Comité van permanente vertegenwoordigers (COREPER-I of II, afhankelijk van de materie) dat belast is met de coördinatie van de werkzaamheden vooraleer de ministers een beslissing nemen.

Ideaal zou zijn dat ons land op dat ogenblik al een gecoördineerd standpunt inneemt om onze belangen beter te kunnen verdedigen. Via de coördinatievergaderingen die binnen het Directoraat-Generaal Europese Zaken en Coördinatie (DGE) tussen de betrokken kabinetten worden georganiseerd, moet die doelstelling kunnen worden verwezenlijkt. De ingewikkelde institutionele architectuur van ons land bemoeilijkt soms de coördinatie. Ook willen sommige ministers angstvallig hun prerogatieven uitoefenen zonder verslag te hoeven uitbrengen over de resultaten van de vergaderingen waaraan ze deelnemen. Bovendien valt er ook een gebrek aan interesse te betreuren voor de werkzaamheden van de Europese Unie in het algemeen. Recente voorbeelden hebben aangetoond dat de belangstelling voor de Europese aangelegenheden dikwijls te laat wordt gewekt, wanneer de teerling bijna is geworpen. Dat leidt dikwijls tot onrechtvaardige reacties ten opzichte van de Europese Unie, waardoor de verkeerde indruk ontstaat dat deze eigengereid optreedt.

Die verschillende elementen verklaren maar gedeeltelijk waarom het niet gemakkelijk is snel een Belgisch standpunt te bereiken over een thema dat door de Europese Unie wordt behandeld. We moeten in ieder geval een constructievere houding aannemen, en daarvoor moeten we het besluitvormingsproces van bij de aanvang volgen.

De indieners van dit voorstel zijn dan ook van mening dat het Parlement er moet voor zorgen dat het systematisch en zo spoedig mogelijk op de hoogte wordt gebracht van de agenda's van alle werkzaamheden in de Raad. Het Federaal Adviescomité voor de Europese Aangelegenheden krijgt reeds de agenda van de vergaderingen van het Comité van permanente vertegenwoordigers (COREPER). De indieners van dit voorstel van resolutie willen nog een stap verder gaan zodat ook het Parlement de nodige instrumenten krijgt om de werkzaamheden van de Raad op de voet te volgen.

Het Parlement krijgt weliswaar reeds de agenda van de vergaderingen van COREPER, maar het moet er voor zorgen dat het ook de agenda's van alle vergaderingen van de ministers, zelfs de informele, en die van de werkgroepen krijgt. Naar het voorbeeld van de website van het huidige Zweedse voorzitterschap van de Europese Unie, zouden het Belgisch Parlement en het grote publiek toegang moeten krijgen tot de agenda's van de werkgroepen die binnen de Raad werden opgericht. Die evolutie is noodzakelijk als we problemen willen voorkomen en een ambitieus Belgisch standpunt willen innemen. Het Parlement moet de Europese aangelegenheden op de voet volgen om op het geschikte moment de passende vragen te kunnen stellen.

Het Verdrag van Lissabon wijzigt de institutionele organisatie van de Europese Unie in die zin. In deze nieuwe architectuur krijgen de nationale Parlementen een beter statuut, waardoor ze meer informatie zouden moeten krijgen over de wetgevende werkzaamheden van de Raad en van het Europees Parlement.

Het aan het Verdrag gehechte eerste protocol handelt overigens over de rol van de nationale Parlementen in de Europese Unie. Dit instrument versterkt nog de verplichting van het Europees Parlement en van de Commissie om de nationale Parlementen in te lichten over de ontwerpen van Europese wetgevingshandelingen. Dat is verheugend nieuws. Het protocol is echter vooral interessant omdat artikel 5 uitdrukkelijk bepaalt dat de agenda's en de resultaten van de Raadszittingen, waaronder begrepen de notulen van de Raadszittingen waarin over ontwerpen van Europese wetgevingshandelingen is beraadslaagd, rechtstreeks naar de nationale parlementen worden gezonden, op hetzelfde tijdstip als aan de regeringen van de lidstaten.

Deze resolutie wil inzonderheid anticiperen op de invoering van die verplichting die binnenkort in rechte zal bestaan en ze tevens uitbreiden tot de informele vergaderingen van de ministers en de werkgroepen. Dit voorstel van resolutie bevat dus één van de sleutels een succesvolle verdediging van de Belgische belangen in de Europese Unie.

Philippe MAHOUX.
Olga ZRIHEN.

VOORSTEL VAN RESOLUTIE


De Senaat,

A. Overwegende dat de toenemende wetgevende werkzaamheden van de Europese Unie niet tot gevolg mogen hebben dat de nationale Parlementen worden uitgesloten van het besluitvormingsproces;

B. Overwegende dat de respectieve rol van het Europees Parlement en die van de nationale Parlementen complementair zijn;

C. Verlangend om actief bij te dragen tot de goede werking van de Europese Unie;

D. Overtuigd van het feit dat een beter begrip van de Europese Unie en haar mechanismen zal bijdragen tot een betere interne werking van onze Staat;

E. Gelet op de invoering van het Verdrag van Lissabon, dat een groter belang toekent aan de nationale Parlementen;

F. Overtuigd dat het, gelet op het grotere volume van de Europese wetgevende werkzaamheden alsook het belang van de behandelde onderwerpen, verantwoord is dat de nationale Parlementen de lopende werkzaamheden op het niveau van de Raad op de voet kunnen volgen.

Vraagt de regering :

1. dat elke minister of staatssecretaris de agenda's van de formele en informele raden van Europese ministers meedeelt aan het Parlement, en dit vóór zij plaatshebben;

2. dat de minister of de staatssecretaris die belast is met de Europese aangelegenheden de agenda's van de werkgroepen die samenkomen binnen de Raad meedeelt vóór zij plaatshebben.

13 november 2009.

Philippe MAHOUX.
Olga ZRIHEN.