4-96 | 4-96 |
Mevrouw Els Schelfhout (CD&V). - Adoptie is een zeer gevoelige materie. Het gaat over het verlangen van ouders naar een kind en over het recht van kinderen op liefhebbende ouders, op een warme thuis, op een toekomst. Dat is niet niks.
In een adoptieprocedure, zoals geregeld door het Verdrag van Den Haag, wordt ernstig onderzoek verricht naar de herkomst van de kinderen. Van de kandidaat-adoptieouders wordt verwacht dat zij een voorbereiding volgen. Ze worden gewikt en gewogen, vaak op een manier die vragen oproept. De bevoegde regionale autoriteiten zouden zich van dat alles bewust zijn en zouden initiatieven voorbereiden ter aanpassing van het adoptiedecreet.
Een groot vraagteken in de adoptieprocedure blijft evenwel de bevoegdheid van de Federale Centrale Autoriteit. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat aan de wijze waarop de FCA die bevoegdheid invult, één en ander schort.
Hoe evalueert de minister de wijze waarop de FCA haar bevoegdheden invult? Is de minister op de hoogte van problemen in dit verband?
Is de minister bereid maatregelen te nemen zodat de federale en de regionale autoriteiten hun bevoegdheden beter op elkaar kunnen afstemmen, de procedure een vlotter verloop zou kennen en kandidaat-adoptieouders op het einde van de rit, niet langer met de rug tegen de muur worden gezet?
De heer Stefaan De Clerck, minister van Justitie. - Ik onderschrijf uiteraard uw analyse dat het om een delicate problematiek gaat en dat de procedures op alle vlakken vlot moeten verlopen. Adoptie van kinderen gaat gepaard met heel wat emotionaliteit zowel van de kant van de adoptieouders als van de kinderen zelf.
Zowel de federale als de regionale overheid heeft een rol te vervullen. Een goede samenwerking met respect voor ieders bevoegdheid, is daarbij noodzakelijk. Dat is echter niet altijd het geval. Soms zijn er spanningen of uiteenlopende interpretaties. We hebben de opdracht de bevoegdheden maximaal op elkaar af te stemmen.
Mijn medewerkers handelen in nauw overleg met het kabinet van Vlaams minister Vandeurzen, niet alleen wat het volgen van de individuele dossiers betreft, maar ook en vooral over de wijze waarop de samenwerking structureel kan worden verbeterd.
Dat is niet altijd eenvoudig. In de landen van herkomst van de kinderen wordt niet altijd nauwgezet rekening gehouden met de internationale verdragen. Daardoor wordt het moeilijk de regelmatigheid van de procedure te beoordelen.
Niettemin is het belangrijk dat de bevoegde federale en Vlaamse autoriteiten nauwkeurig en intens samenwerken opdat de adoptieprocedure diligent kan verlopen. Op dit vlak zouden er geen obstakels mogen zijn die een snelle afhandeling in de weg staan. De bevoegdheden moeten op zeer korte termijn op elkaar worden afgestemd.
Er zijn inderdaad problemen geweest. Er zijn concrete dossiers die we nauwgezet trachten te volgen. Inmiddels zoeken we ook een structurele oplossing voor de samenwerking tussen de federale en de andere diensten.
Mevrouw Els Schelfhout (CD&V). - Uit het antwoord van de minister blijkt dat het probleem hem na aan het hart ligt. Het verheugt me dat hij de problemen erkent en dat hij samen met de Vlaamse minister Vandeurzen naar oplossingen zoekt.
Het zou niet mogen dat kandidaat-adoptieouders op het einde van de procedure struikelen over een detail zoals een paraaf in de kantlijn van de geboorteakte die niet gelegaliseerd zou zijn, terwijl de stempels van de legalisatie op de achterzijde van het document staan. Dat is geen muggenzifterij meer, maar onwil. Ik dank de minister dat hij naar oplossingen zoekt om dergelijke incidenten in de toekomst te voorkomen.