4-1364/2 | 4-1364/2 |
29 OKTOBER 2009
Het voorstel tot wijziging van de artikelen 13 en 15 van het reglement van de Senaat verhelpt een lacune die ontstond bij de inwerkingtreding van de wet van 26 mei 2003 tot regeling van de vertegenwoordiging van de federale Wetgevende Kamers in en buiten rechte.
De voormelde wet regelt zelf de aangelegenheid voor de vertegenwoordiging van de Kamers in rechte. In dat geval treedt de voorzitter altijd op namens de Senaat, zowel als eiser als als verweerder. De wet bepaalt ook dat, wanneer de assemblee ontbonden of verdaagd is of wanneer de zitting gesloten is, de griffier de voorzitter vervangt.
Wat daarentegen de vertegenwoordiging van de Kamers buiten rechte betreft, regelt de wet van 26 mei 2003 niet zelf het probleem, maar bepaalt haar artikel 2, derde lid, dat het orgaan dat bevoegd is om namens de Senaat buiten rechte op te treden wordt aangewezen door het reglement van de assemblee.
Dit is het eerste onderwerp van het voorliggend voorstel.
De tekst die u wordt voorgesteld opteert voor een parallellisme tussen de vertegenwoordiging van de Senaat buiten rechte en de interne bevoegdheids-verdeling tussen de verschillende organen van de Senaat zoals zij volgt uit het reglement (in foro interno, in foro externo).
Dat betekent dat voor de aangelegenheden waarvoor de quaestoren bevoegd zijn overeenkomstig artikel 15 van het reglement, zij ook de Senaat zullen vertegenwoordigen buiten rechte. Voor de aangelegenheden die niet tot de bevoegdheid van de quaestoren behoren, biedt de residuaire vertegenwoordigings-bevoegdheid van de voorzitter, die in artikel 13 van het reglement wordt ingeschreven, de mogelijkheid de vertegenwoordiging van de Senaat buiten rechte te verzekeren.
Daarnaast moet, zoals voor de uitoefening door de voorzitter van zijn bevoegdheden (artikel 14 van het reglement, artikel 2 van de wet van 23 mei 2003) erop worden toegezien dat de continuïteit kan worden verzekerd wanneer de quaestoren of sommigen onder hen, om welke reden ook, in de onmogelijkheid verkeren op te treden. Bovendien moeten de quaestoren, bij ontstentenis van een delegatie-bevoegdheid, hun bevoegdheden in principe persoonlijk en als college uitoefenen, zelfs voor de meest courante handelingen van dagelijks bestuur.
Dat is het onderwerp van het tweede nieuwe lid waarmee artikel 15-1 van het reglement wordt aangevuld.
Deze tekst, waarvan de formule ontleend werd aan artikel 11 van het reglement, geeft de quaestoren de mogelijkheid, voor de aangelegenheden en voor de tijd die zij bepalen, de uitoefening van hun bevoegdheden, met inbegrip van de bevoegdheid de Senaat buiten rechte te vertegenwoordigen, over te dragen aan een of twee van hen of aan de ambtenaren-generaal.
Ziedaar de draagwijdte van de voorgestelde wijzigingen aan het reglement van de Senaat. Het voorstel werd eenparig aangenomen door de vijftien leden van het Bureau.
| De rapporteur, | De voorzitter, |
| Francis DELPÉRÉE. | Armand DE DECKER. |
De door het Bureau aangenomen tekst is dezelfde als de tekst van het voorstel (zie stuk 4-1364/1 - 2008/2009).