4-93 | 4-93 |
De heer Marc Verwilghen (Open Vld). - Ik heb tot vandaag gewacht om deze vraag te stellen, omdat ik vorige week niet in het oog van de energiestorm met de minister in discussie wilde treden. Na al de verklaringen die zijn afgelegd, blijft er veel onduidelijkheid bestaan over de gemaakte afspraken tussen de regering en GDF SUEZ-Electrabel. Deze afspraken hebben nochtans niet alleen een impact op de financiën, maar ook op de energiebevoorrading van ons land.
Hoe kwam de `structurele oplossing' die is uitgewerkt en waarbij onze kerncentrales tien jaar langer openblijven, tot stand? Kwam die voort uit de studie die de minister had besteld, of was GDF SUEZ zelf vragende partij, zoals hier en daar hardnekkig wordt beweerd? Er wordt zelfs gezegd dat het bedrijf daaraan voorwaarden gekoppeld heeft en ermee gedreigd heeft om de zetel van Electrabel uit Brussel weg te halen?
Is de minister van oordeel dat een bijdrage voor de nucleaire productie tot 2025 van naar schatting 850 miljoen euro in verhouding staat tot de winst van vermoedelijk 13,5 miljard euro die het openhouden van de kerncentrales voor GDF SUEZ zal meebrengen?
Heeft GDF SUEZ de bijdrage die het in 2008 betaalde, via het Synatomfonds ingebracht bij de vennootschapsbelasting? Zal dat ook voor de toekomstige bijdragen het geval zijn?
Betaalt GDF SUEZ naast de geplande structurele bijdragen nog vennootschapsbelastingen aan onze schatkist? Indien ja, hoeveel bedroegen die in 2008? Indien neen, waarom?
De heer Paul Magnette, minister van Klimaat en Energie. - Niemand was vragende partij voor de verlenging van de levensduur van de kerncentrales. Dat is een beslissing van de regering.
Het protocolakkoord tussen de regering en GDF SUEZ gaat over een structureel en permanent mechanisme, namelijk het opvolgingscomité. Dit opvolgingscomité is samengesteld uit vertegenwoordigers van de regering, van de betrokken producenten en van de sociale partners, alsook uit vertegenwoordigers van de Nationale Bank.
Dat comité zal als opdracht hebben jaarlijks de evolutie van de productiekosten van kernenergie en van de marktprijzen te evalueren. Het zal de regering een bedrag voorstellen voor een jaarlijkse bijdrage, rekening houdend met die parameters en met de naleving van de verbintenissen van de producenten. Het comité zal eveneens de opdracht krijgen om jaarlijks na te gaan of de prijzen die de operatoren voor gezinnen hanteren, geenszins hoger zijn dan het gemiddelde van de prijzen in de buurlanden. Het zal over die controletaak een bijzonder verslag aan de minister van Energie voorleggen.
De bijdrage van de producenten aan de rijksbegroting zal worden berekend op basis van de evolutie van de kosten- en prijzenparameters en van de ramingen die tot op heden vastgelegd zijn. Ze zal voor de jaren 2010 tot en met 2014 tussen 215 en 245 miljoen euro bedragen.
De volgende jaren, tot de volledige kernuitstap, zal het opvolgingscomité blijven evalueren of de betrokken producenten hun verbintenissen verwezenlijken. Het zal elk jaar het bedrag van de bijdragen aan de rijksbegroting op basis van de evolutie van de productiekosten en de marktprijzen bepalen.
De regering zal uiteraard de nodige wettelijke bepalingen nemen om dit akkoord te concretiseren. Wat de vraag over de fiscale aftrekbaarheid van de bijdrage betreft, verwijs ik naar mijn collega van Financiën.
De heer Marc Verwilghen (Open Vld). - Ik verheug mij erover dat er een opvolgingscomité in het leven wordt geroepen, zodat het dossier voortdurend wordt geëvalueerd. Dat zal ons de mogelijkheid te bieden de evolutie van het dossier jaar na jaar te volgen. Dat is een geruststelling.