4-93

4-93

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 29 OKTOBER 2009 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Johan Vande Lanotte aan de eerste minister, belast met de Coördinatie van het Migratie- en asielbeleid over «de fiscale aftrek voor zonnepanelen en de nucleaire rente» (nr. 4-926)

De voorzitter. - De heer Didier Reynders, vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen, antwoordt.

De heer Johan Vande Lanotte (sp.a). - In de krant stond te lezen - ik lees letterlijk: `Er verandert niets aan de fiscale aftrek voor zonnepanelen!' Die uitspraak laat ik natuurlijk voor rekening van die krant. Gelet op het antwoord van de heer Clerfayt vorige week, past hier echter een woordje uitleg, want de staatssecretaris staat erom bekend altijd volledige en correcte informatie te verstrekken. Kan dit krantennieuws worden bevestigd?

Mijn tweede vraag betreft de zeer interessante beleidsnota `Milieufiscaliteit, hefboom voor een duurzame groei' die de heer Clerfayt in oktober 2009 heeft verspreid, onder andere aan de geïnteresseerde ngo's. Hij pleit daarin voor een taks van 1 eurocent per kilowatt door kerncentrales geproduceerde elektriciteit. Per jaar zou dat 500 miljoen euro opbrengen, wat een eerste stap zou zijn om de vervuiler te laten betalen - de staatssecretaris wil uiteraard veel meer - en om de sector zekerheid te bieden. Dan drukt de staatssecretaris zich echter niet meer in de voorwaardelijke wijs, maar in de toekomende tijd uit: `Deze taks zal variëren naargelang van de staat van de centrales. Het rendement van de nieuwe centrales ligt immers hoger dan dat van de oude.' Heeft de staatssecretaris hier zijn persoonlijke visie weergegeven of is er sprake van een belangrijke wending in het regeringsbeleid? In het tweede geval dienen we dat wel wereldkundig te maken.

De heer Didier Reynders, vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen. - Ik lees het antwoord namens de eerste minister.

Over de zonnepanelen heb ik niet alleen in de krant, maar ook in de verslagen van de Senaat zeer uiteenlopende dingen gelezen.

Op uw vraag van vorige week over het uitsluiten van nieuwe woningen van fiscale steun heeft staatssecretaris geantwoord dat de federale regering heeft beslist bouwwerken die krachtens de bouwreglementering verplicht zijn niet langer fiscaal te steunen. Die steun zou immers geen incentive meer inhouden.

In de eerste ontwerpteksten werd die beslissing geformuleerd als de uitsluiting van fiscale ondersteuning van energiebesparende investeringen voor nieuwbouwwoningen. Hieruit zou men kunnen concluderen dat alle investeringen worden uitgesloten, ook als ze niet krachtens bouwkundige regels verplicht zijn. Dat was niet de bedoeling van de regering.

De definitieve tekst geeft de eigenlijke beslissing van het begrotingsconclaaf duidelijker weer. Het komt erop neer dat voor nieuwbouwwoningen een reeks investeringen nog altijd voor belastingvermindering in aanmerking komen. Om alle misverstanden te vermijden, som ik ze op zoals ze in de wet staan: de installatie van een systeem van waterverwarming door middel van zonne-energie, de zogenaamde zonnepanelen en zonneboilers; de plaatsing van zonnecelpanelen voor het omzetten van zonne-energie in elektrische energie, de zogenaamde fotovoltaïsche zonnepanelen; de plaatsing van alle andere uitrustingen voor geothermische energieopwekking, waaronder men vooral de warmtepompen dient te verstaan.

Ook de verhoging van het basisbedrag van de energiebox met 600 euro plus indexering is in de definitieve tekst bijgestuurd. De verhoging van het plafond geldt nog steeds voor de zogenaamde fotovoltaïsche zonnepanelen, maar vanaf aanslagjaar 2012 - inkomsten 2011 - niet langer voor de installatie van een systeem van waterverwarming door middel van zonne-energie, de zogenaamde zonneboilers. Voor die investeringen blijft de maximale belastingvermindering per jaar 2000 euro, verhoogd met de index, bedragen.

De heer Vande Lanotte refereert aan de beleidsnota van staatssecretaris Clerfayt. Met betrekking tot de nucleaire rente en de akkoorden met GDF SUEZ is er niets nieuws.

De eerste minister en de minister van Energie hebben daar al op gewezen.

Los van de begrotingsdiscussie moeten we echter, zoals ik overigens tijdens het begrotingsconclaaf in koor met de eerste minister heb gezegd, met Kamer en Senaat de discussie openen over de vraag of we de lasten op arbeid niet kunnen verlagen en misschien nieuwe heffingen kunnen invoeren, zoals andere landen dat al doen op CO2.

Tijdens het begrotingsconclaaf kwam de CO2-heffing alleen ter sprake als een nieuwe mogelijkheid om de ontvangsten te verhogen. We moeten mijns inziens die discussie opentrekken tot nieuwe vormen van fiscaliteit en daarbij ook de gewesten en de sociale partners betrekken. Ik hoop dat dit denkspoor concreet wordt.

Inzake de nucleaire rente is er, spijtig genoeg, geen nieuwe beslissing genomen sinds de beleidsverklaring van de eerste minister in de Kamer.