4-89 | 4-89 |
De heer Karim Van Overmeire (VB). - In een recente open brief aan de eerste minister schrijft Karel Van Eetvelt, gedelegeerd bestuurder van UNIZO, dat hij een sterk signaal verwacht van de regering aan het adres van de Marokkaanse autoriteiten aangaande het uitleveren - of beter niet uitleveren - van verdachten.
De aanleiding is een moordzaak uit 2006 waarin een 58-jarige juwelier uit Lede brutaal werd overvallen en om het leven gebracht. De zaak zette het hele land op zijn kop en schokte iedereen. Uit protest tegen deze brutale roofmoord sloten heel veel juweliers tijdens de begrafenis van het slachtoffer hun winkel.
Intussen zijn we drie jaar verder en stellen we vast dat een van de vermoedelijke daders van de moord sindsdien onbezorgd een luxueus leven leidt in Marokko, in een wijk van Tanger, in - o ironie - de Rue de Belgique, ver weg van de klauwen van de Belgische justitie.
Nochtans kan de Belgische justitie weinig worden verweten. Zestien uur na de aankomst van de dader in Marokko was al een internationaal arrestatiebevel uitgevaardigd. Probleem is dat de Marokkaanse overheid - politie of gerecht - niet reageert ondanks verschillende pogingen van het parket om de zaak vlot te trekken. De heer Van Eetvelt, maar ook anderen merken terecht op dat dergelijke situaties een schijn van straffeloosheid wekken en het onveiligheidsgevoel bij veel ondernemers en eigenlijk bij de hele bevolking doen toenemen.
Binnenkort vertrekt met betrekking tot dit dossier opnieuw een rogatoire commissie richting Marokko - na die van 2006 en 2007 is dat al de derde - in de hoop dat Marokko de verdachte alsnog wil uitleveren of vervolgen, maar dat wordt steeds twijfelachtiger. In gerechtelijke kringen wordt zelfs vermoed en gefluisterd dat de Marokkaanse politie en justitie werden omgekocht. Ik citeer uit Het Nieuwsblad: `Het Dendermondse gerecht begint zich af te vragen of er sprake is van slechte wil vanwege de Marokkaanse politie en/of gerecht.'
Tussen België en Marokko bestaat er natuurlijk een akkoord om personen uit te leveren die zich op het grondgebied bevinden en die worden vervolgd voor een misdrijf of worden gezocht met het oog op de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf. Artikel 4 van het akkoord bepaalt echter dat de partijen geen eigen onderdanen uitleveren. Deze laatste bepaling lijkt van toepassing te zijn op de betrokkene en er zal misschien geen uitlevering komen. Kiest Marokko echter voor een rechtsgang ter plaatse, dan blijft het onaanvaardbaar dat er niets gebeurt en dat de betrokkene onbestraft en ongestoord een luxueus leventje kan leiden.
Welke pogingen werden reeds gedaan om de betrokkene te berechten en wat waren de resultaten?
Heeft de regering dit dossier reeds via diplomatieke kanalen aangekaart?
Welk sterk signaal is de regering van plan te geven aan de Marokkaanse autoriteiten om alsnog de verdachte voor het gerecht te brengen?
De heer Stefaan De Clerck, minister van Justitie. - De bevoegde gerechtelijke autoriteiten in België hebben al verschillende stappen gedaan om de vermoedelijke mededader waarvan sprake is, voor de rechter te brengen. Hiertoe werden in 2007 en 2008 rechtshulpverzoeken gericht aan Marokko, waar betrokkene zich zou bevinden.
Omdat de betrokkene echter de Marokkaanse nationaliteit heeft, is zijn uitlevering onmogelijk en werd op 10 februari 2009 aan Marokko een verzoek tot overname van de strafvervolging gericht. Deze vervolgingsprocedure kon in Marokko evenwel nog niet worden opgestart omdat betrokkene niet kon worden gelokaliseerd en aangehouden.
Een internationaal rechtshulpverzoek en aanvullend verzoek van de bevoegde onderzoeksrechter van Dendermonde werden aan de Marokkaanse autoriteiten gericht. Het wordt van 14 oktober tot 21 oktober 2009 uitgevoerd. De Belgische delegatie bestaat uit de onderzoeksrechter, zijn griffier, de procureur des Konings en twee leden van de federale gerechtelijke politie. Het doel van deze rogatoire commissie is de betrokkene te lokaliseren, aan te houden en te zorgen voor verder onderzoek.
De Belgische initiatieven in deze zaak verlopen via de bevoegde gerechtelijke autoriteiten in beide landen en worden vanuit de Belgische ambassade in Rabat ondersteund en gefaciliteerd, meer in het bijzonder door de Belgische verbindingsmagistraat en de verbindingsofficier van de politie, die zich ter plaatse bevinden en zeer efficiënt werken.
De Belgische regering blijft deze zaak met bijzondere aandacht volgen. Wellicht zal ik binnenkort ook persoonlijk contact hebben met de bevoegde politieke overheden. In dit stadium moeten we de resultaten van de meest recente rogatoire commissie afwachten. De regering zal niet nalaten naar de vooruitgang in dit onderzoek te informeren en blijft het dossier van heel nabij volgen.
De heer Karim Van Overmeire (VB). - Het antwoord van de minister is vooral een opsomming van wat al is gebeurd. Het probleem ligt niet in België, maar in Marokko. Hoe hebben de Marokkaanse autoriteiten, conform de verdragsrechtelijke verplichtingen, gevolg gegeven aan het Belgische verzoek?
We wachten af wat er de komende dagen en weken gebeurt, maar daarna moet er een politiek signaal komen om duidelijk te maken dat dergelijke situaties totaal onaanvaardbaar zijn.
We volgen deze zaak op en brengen ze desnoods opnieuw ter sprake.