4-1456/1

4-1456/1

Belgische Senaat

ZITTING 2009-2010

15 OKTOBER 2009


Wetsvoorstel tot invoering van de erkende sociaal-ecologische coöperatieve vennootschap

(Ingediend door de heer Wouter Beke c.s.)


TOELICHTING


De samenleving staat voor grote uitdagingen wegens de vele nieuwe maatschappelijke noden, zoals buurt- en nabijheidsdiensten, alternatieve woonvormen en dito energiebevoorrading, welke een antwoord vergen. Aan de ene kant speelt de overheid hierop in, maar dit is vaak grootschalig en sterk gestuurd. Aan de andere kant zijn er de commerciële ondernemingen die zich in hun beslissingen laten leiden door hun aandeelhouders en door winstbejag. Tussen beiden situeert zich de groeiende sector van de « social profit ». Daarnaast bestaat echter ook ruimte voor initiatieven van mensen die samen willen inspelen op gemeenschappelijke behoeften vanuit een maatschappelijk engagement.

Sinds enkele jaren is er sprake van een heropleving van het coöperatief ondernemen in België. De jongste jaren werden veel nieuwe coöperaties opgericht en bestaande coöperaties vernieuwden hun identiteit en hun missie. Deze heropleving van het coöperatief ondernemen gaat samen met de hedendaagse ontwikkelingen in de « sociale economie » en het « maatschappelijk verantwoord ondernemen ».

Indiener wil voluit gaan voor een hernieuwde promotie van de sociale coöperaties. Deze coöperatieve vennootschappen vormen een volwaardige versterking van de « derde weg » tussen de overheid en de zuiver commerciële sector. Coöperaties werken evengoed in een concurrentiële omgeving en zullen de markt dus niet monopoliseren. Maar vermits maximaal winstbejag niet centraal staat kunnen zij tijd en ruimte vrijmaken voor maatschappelijke initiatieven die anders niet of minder aan bod komen. We denken bijvoorbeeld aan de samenaankoop en plaatsing van zonnepanelen, de uitbating van een sociaal restaurant, het kopen, verhuren en verbouwen van huizen in het kader van sociale huisvesting, enz. Coöperaties hebben een eigen rol, werkingsmodel en finaliteit. Betrokkenheid en sociale cohesie zijn hierbij sleutelbegrippen.

Dankzij de lokale verankering van hun beslissingscentra en hun maatschappelijk doel dragen ze bij tot de lokale werkgelegenheid en verbondenheid. Als factor van economische en sociale samenhang en als pionier in het debat rond maatschappelijk verantwoord ondernemen vormen ze aldus een geloofwaardig en structurerend alternatief in het kader van globalisering.

In België zijn er momenteel een 30 000-tal coöperaties geregistreerd, waarvan er 670 erkend zijn. De erkenningvoorwaarden die de Nationale Raad voor de Coöperatie hierbij hanteert zijn : de vrijwillige toetreding, gelijk stemrecht of beperking van het stemrecht op de algemene vergaderingen, de aanstelling van de bestuurders door de algemene vergadering, een matig dividend (6 %) en een ristorno aan de vennoten. Dit specifieke statuut van erkende coöperatie geeft hen een financieel voordeel (ze zijn niet onderworpen aan de financiële reglementering betreffende het openbaar beroep op het spaarwezen en dus kunnen erkende coöperaties op een vrij eenvoudige manier kapitaal ophalen bij het grote publiek) en een fiscaal voordeel (het dividend is voor een beperkt bedrag vrijgesteld van belastingen).

Momenteel maakt de Nationale Raad voor de Coöperatie een onderscheid tussen landbouw-, verbruiks-, diensten- en productie- of distributiecoöperaties. Van sociale of ecologische coöperaties is alsnog geen sprake. Indiener is daarom voorstander van de erkenning van sociaal-ecologische coöperatieve vennootschappen (SEC's), welke zich dan zouden kunnen beroepen op bijkomende financiële en fiscale voordelen identiek aan het financieel statuut en het fiscaal regime dat vandaag op de erkende coöperaties van toepassing is

Via het promoten van het model van de sociaal-ecologische coöperaties kunnen we mensen stimuleren om zichzelf te organiseren en aldus een antwoord te formuleren op een aantal sociale uitdagingen waarmee zij en de samenleving in de nabije toekomst worden geconfronteerd.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 2

Het artikel bepaalt dat de Nationale Raad voor de Coöperatie die momenteel uit 20 leden en 20 plaatsvervangers bestaat wordt uitgebreid tot 25 leden en 25 plaatsvervangers. Daarnaast wordt bepaald dat ook de Commissie der Sociaal-Ecologische Coöperaties op een gelijke wijze leden kan voordragen om in de raad te zetelen.

Artikel 3

Dit artikel regelt de zetelverdeling van de Commissie der Sociaal-Ecologische Coöperaties over de erkende organismen. Er wordt in voorzien dat de minister bevoegd voor Economische Zaken deze zetels verdeelt na raadpleging van de minister van Klimaat en Energie en de minister van Sociale Zaken.

Artikel 4

Het bureau van de Nationale Raad voor de Coöperatie is momenteel samengesteld uit een voorzitter, vier ondervoorzitters en vier bijzitters teneinde de vier bestaande commissies voldoende te vertegenwoordigen. Aangezien er een vijfde commissie wordt opgericht, met name de Commissie der Sociaal-Ecologische Coöperaties, is het logisch dat er ook vijf ondervoorzitters en vijf bijzitters in de het bureau worden aangesteld.

Artikel 5

Dit nieuw artikel voorziet dat de Commissie der Sociaal-Ecologische Coöperaties uit 13 vaste en 13 plaatsvervangende leden bestaat. Dat aantal is hetzelfde als wat betreft de Commissie der Dienstencoöperatieven.

Artikel 6

Het artikel bepaalt dat ook de Commissie der Sociaal-Ecologische Coöperaties apart kan vergaderen op uitnodiging van haar voorzitter.

Artikel 7

Het artikel voorziet erin dat een vijfde soort erkende coöperatie kan worden opgericht, met name de sociaal-ecologische coöperatie, waarvan de voornaamste doelstelling erin bestaat belangen van sociale of ecologische aard te behartigen.

Wouter BEKE
Elke TINDEMANS
Hugo VANDENBERGHE
Tony VAN PARYS.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

De wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

In artikel 2 van de wet van 20 juli 1955 houdende instelling van een Nationale Raad voor de Coöperatie worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1º in het eerste lid wordt het woord « twintig » vervangend door het woord « vijfentwintig »;

2º in het tweede lid worden de woorden « en de Commissie der Sociaal-Ecologische Coöperaties » ingevoegd tussen de woorden « de Commissie der Dienstcoöperaties » en de woorden « , zoals deze in artikel 3 zijn omschreven. ».

Art. 3

Artikel 5, derde lid, van dezelfde wet wordt in fine aangevuld met het volgende zinsdeel :

« en na raadpleging van de minister van Sociale Zaken en de minister van Klimaat en Energie voor zover betreft de Commissie der Sociaal-Ecologische Coöperaties. »

Art. 4

In artikel 6, eerste lid, van dezelfde wet wordt het woord « vier » telkens vervangen door het woord « vijf ».

Art. 5

In het koninklijk besluit van 29 maart 1958 houdende vaststelling van het aantal vaste en plaatsvervangende leden der commissies bedoeld in artikel 2 van de wet van 20 juli 1955 houdende instelling van een Nationale Raad voor de coöperatie, en bepaling der modaliteiten van hun voordracht, wordt een artikel 4/1 ingevoegd, luidende :

« Art. 4/1. De Commissie der Sociaal-Ecologische Coöperatieven bestaat uit 13 vaste en 13 plaatsvervangende leden. »

Art. 6

Artikel 9, eerste lid, van het koninklijk besluit van 27 december 1961 tot vaststelling van de werkingsmodaliteiten van de Nationale Raad voor de Coöperatie, van de Commissies en hun respectieve bureaus wordt vervangen als volgt :

« De Commissie der verbruikscoöperaties, de Commissie der landbouwcoöperaties, de Commissie der productie- en distributiecoöperaties, de Commissie der dienstcoöperaties en de Commissie der sociaal-ecologische coöperaties vergaderen elk afzonderlijk, op uitnodiging van hun respectieve voorzitter. ».

Art. 7

Artikel 3, tweede lid, van het koninklijk besluit van 8 januari 1962 tot vaststelling van de voorwaarden tot erkenning van de nationale groeperingen van coöperatieve vennootschappen en van de coöperatieve vennootschappen wordt aangevuld met het volgende zinsdeel :

« als sociaal-ecologische coöperatie : de coöperatie waarvan het doel in hoofdzaak gericht is op het behartigen van een of meer belangen van sociale of ecologische aard. ».

2 juni 2009.

Wouter BEKE
Elke TINDEMANS
Hugo VANDENBERGHE
Tony VAN PARYS.