4-83

4-83

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 9 JULI 2009 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Els Schelfhout aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken over «het Belgisch beleid inzake de bescherming van mensenrechtenactivisten en de hervorming van het rechtssysteem in de DRC» (nr. 4-1016)

De voorzitter. - De heer Carl Devlies, staatssecretaris voor de Coördinatie van de Fraudebestrijding, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Justitie, antwoordt.

Mevrouw Els Schelfhout (CD&V). - Op 24 juni 2009 verscheen het rapport van Protection International over het proces betreffende Serge Maheshe, de Congolese mensenrechtenactivist en journalist bij Radio Okapi die in Bukavu werd vermoord in juni 2007. Protection International en de andere observatoren, meer bepaald MONUC en de EU, die vertegenwoordigd werd door de Belgische consul in Lubumbashi, stelden tijdens het proces vele tekortkomingen vast en concludeerden dat het niet verliep volgens de internationale normen. Het dossier van Maheshe is geen alleenstaand geval. Ook andere mensenrechtenactivisten en journalisten zoals Pascal Kabungulu en Didace Namujimbo, hebben hun strijd voor vrijheid zwaar betaald.

In mei en juni van dit jaar bracht de speciale VN-gezant voor de mensenrechten een bezoek aan de DRC. Zij constateerde dat mensenrechtenactivisten in moeilijke en gevaarlijke omstandigheden werken, vooral in het oosten van het land. De activisten zijn het slachtoffer van zware schendingen van de mensenrechten door het leger, de politie en de veiligheidsdiensten. Zij genieten niet het recht op vrijheid van meningsuiting en van vergadering. Bovendien ontbreekt een juridisch kader, namelijk een nationale en provinciale wet te hunner bescherming.

Die activisten zijn nochtans cruciaal en ze spelen een belangrijke rol in het democratiseringsproces in de DRC. Alleen een efficiënt en onafhankelijk rechtssysteem kan hen beschermen. De hervorming van het justitieapparaat in de DRC is dan ook van groot belang in de strijd tegen straffeloosheid.

De internationale gemeenschap moet haar engagement inzake de bescherming van mensenrechtenactivisten en de hervorming van het rechtssysteem in de DRC intensiveren.

België steunt al samen met de EU, Groot-Brittannië en Nederland het programma REJUSCO - Restauration de la justice à l'Est du Congo - dat tot doel heeft het rechtssysteem in Oost-Congo, met name Ituri, Noord- en Zuid-Kivu mee te helpen hervormen. Het is echter niet duidelijk of ons land ook een strategie heeft voor de bescherming van mensenrechtenactivisten in de DRC.

De Europese richtlijnen, aangenomen in 2004 met als doel het bevorderen en aanmoedigen van respect voor de mensenrechten, dienen door de EU-lidstaten te worden omgezet in lokale strategieën om de activiteiten van mensenrechtenactivisten te steunen in die landen buiten de EU waar de lidstaten vertegenwoordigd zijn. Zo zouden bepaalde lidstaten inmiddels voor sommige landen strategieën hebben uitgewerkt, maar tot op heden werd de lijst van de landen niet openbaar gemaakt.

Hoe draagt België concreet bij aan het REJUSCO-programma? Wat zijn de resultaten van de Belgische bijdrage aan het programma? Bestaat er een tussentijds evaluatierapport? Beschikt ons land over een actieplan voor de omzetting van de Europese richtlijnen in een lokale strategie ter bescherming van mensenrechtenactivisten in de DRC? Zo ja, kan de inhoud van het plan worden geconsulteerd? Zo niet, is ons land bereid alsnog een dergelijke strategie uit te werken en openbaar te maken?

Is België bereid om in zijn politieke dialoog met de Congolese autoriteiten nadrukkelijk aandacht te vragen voor de verbetering van de mensenrechtensituatie in de DRC en druk uit te oefenen voor de totstandkoming van een juridisch kader ter bescherming van mensenrechtenactivisten? Zal de nieuwe Belgische consul in Lubumbashi de dossiers van de genoemde mensenrechtenactivisten blijven volgen en eventueel ook als EU-observator de voortzetting van de processen bijwonen?

De heer Carl Devlies, staatssecretaris voor de Coördinatie van de Fraudebestrijding, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Justitie. - Ik lees het antwoord van minister De Gucht.

België heeft er steeds een punt van gemaakt om de bescherming van mensenrechtenactivisten bovenaan de agenda te plaatsen in het kader van de bredere mensenrechtenproblematiek waarmee de DRC wordt geconfronteerd. In de zaak-Maheshe en in de andere aangehaalde dossiers heeft ons land zowel de partners als de overheid aangespoord om diegenen die op een brutale wijze een eind hebben gemaakt aan het cruciale werk van die activisten, op een exemplarische wijze te vervolgen, zoals dat in een rechtsstaat hoort. Ons land heeft tevens financiële steun gegeven aan organisaties zoals Protection International en FrontLine, die de mensenrechtenactivisten bijstaan.

België heeft het proces-Maheshe van nabij gevolgd, mede vanuit ons consulaat-generaal in Bukavu. Het spreekt voor zich dat onze diplomatieke posten in de DRC dit dossier en andere dossiers verder zullen opvolgen. België is overigens pleitbezorger van een met de partnerlanden gecoördineerde monitoring van dergelijke processen.

De lokale posten hebben inderdaad een lokale strategie uitgewerkt om de Europese richtlijnen voor de bescherming van mensenrechtenactivisten in de DRC ten uitvoer te leggen. Er werd echter in algemene zin besloten om dergelijke lokale strategieën niet openbaar te maken omdat ze gevoelige informatie bevatten over de situatie van de activisten. Die moet vertrouwelijk blijven om hun bescherming te garanderen. De vraag of de niet-gevoelige informatie kan worden gepubliceerd, wordt momenteel op Europees niveau bestudeerd.

Ik kom dan bij de Belgische bijdrage tot het REJUSCO-programma, dat tot doel heeft de capaciteiten van de justitie in het oosten van Congo te versterken door bij te dragen tot de strijd tegen de straffeloosheid. Het slecht functionerende gerecht in Oost-Congo, de arbitraire gerechtelijke werkzaamheden en het relatieve gemak waarmee men uit de penitentiaire centra ontsnapt, versterken er het klimaat van straffeloosheid. Bovendien worden er zeer weinig dossiers opgesteld, bijvoorbeeld op het vlak van seksueel geweld - er zouden in Oost-Congo dagelijks enkele tientallen gevallen van seksueel geweld voorkomen - en op het vlak van de oorlogsmisdrijven. Om daar iets aan te doen wil REJUSCO de toegang van het publiek tot de justitie verbeteren, de transparantie en de onafhankelijkheid van het gerecht bevorderen, het functioneren van het gerecht verbeteren, en dit alles ter versterking van de rechtsstaat in Oost-Congo.

Het programma wordt gefinancierd door de Europese Commissie, het Verenigd Koninkrijk, Nederland en België samen en uitgevoerd door de Belgische Technische Coöperatie voor een totaal budget van 15 672 382 euro. Het Belgisch aandeel ervan bedraagt 3 700 000 euro en valt onder de begroting voor ontwikkelingssamenwerking. Daar het om een gezamenlijk project gaat dat door vier donoren wordt gefinancierd, kunnen er geen specifieke resultaten van de Belgische bijdrage worden vermeld. De Belgische bijdrage werd toegekend aan het globale programma, zonder specifieke doelstellingen.

In 2008 werden er 12 gebouwen - vredegerechten, gevangenissen, justitiepaleizen - opgetrokken en werden er 27 rondreizende rechtzittingen georganiseerd. Dat resulteerde in 500 veroordelingen, waarvan 20% voor seksueel geweld. Juridische ombudsdiensten werden opgericht in afgelegen gebieden. Lokale ngo's kregen ondersteuning bij de monitoring van processen en gevangenissen. Als experiment werd er een systeem van prestatiepremies voor het juridisch personeel ontwikkeld. Er werden ook wekelijkse juridische radio-uitzendingen opgezet die door 26 lokale radio's in het oosten van Congo werden uitgezonden. Er werd eveneens een website gecreëerd.

Er bestaat een tussentijds evaluatierapport van het programma van 17 maart 2009. Dit rapport toont de pertinentie van het REJUSCO-programma en de eerste resultaten ervan. Het vestigt eveneens de aandacht op bepaalde zwakheden in de uitvoering van het programma en formuleert in dit verband aanbevelingen. Deze aanbevelingen zullen worden onderzocht in het kader van een eventuele financiering van een tweede fase van het programma.

België financiert ook twee Belgische ngo's actief in `la lutte contre l'impunité' die sinds jaren in Congo en in de regio belangrijk werk leveren namens Avocats Sans Frontières en RCN Justice et Démocratie.

België maakt deel uit van het geregeld overleg met de Congolese overheid in het zogenaamde Comité Mixte de Réforme de la Justice, dat zich buigt over de hervorming van de justitie. In dat kader komt ook de mensenrechtenproblematiek in al haar dimensies aan bod. Daarnaast worden mensenrechtenthema's ook systematisch aangekaart in de ministeriële contacten tussen onze beide regeringen.

Mevrouw Els Schelfhout (CD&V). - Ik dank de staatssecretaris voor het overbrengen van dit zeer uitgebreide en interessante antwoord.