4-1382/2 | 4-1382/2 |
8 JULI 2009
I. INLEIDING
Dit optioneel bicameraal ontwerp werd in de Kamer van volksvertegenwoordigers oorspronkelijk ingediend als een wetsontwerp van de regering (stuk Kamer, nr. 52-2011/1).
Het werd op 2 juli 2009 ne varietur aangenomen door de Kamer van volksvertegenwoordigers, met 106 stemmen bij 30 onthoudingen.
Het werd op 3 juli 2009 overgezonden aan de Senaat en op 6 juli 2009 geëvoceerd.
De commissie heeft dit wetsontwerp besproken tijdens haar vergadering van 8 juli 2009.
II. INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR DE STAATSSECRETARIS VOOR DE MODERNISERING VAN DE FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIËN, DE MILIEUFISCALITEIT EN DE BESTRIJDING VAN DE FISCALE FRAUDE, TOEGEVOEGD AAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
De staatssecretaris verwijst naar de inleidende uiteenzetting die in de Kamer van volksvertegenwoordigers werd verstrekt (zie stuk Kamer, nr. 52-2011/2).
III. BESPREKING
De heer Collas vraagt of kan worden bevestigd dat het hier gaat over een prudentiële beoordeling met betrekking tot bepaalde acquisities die in de financiële sector, inclusief de bankinstellingen, kunnen plaatsvinden. Door wie wordt deze prudentiële beoordeling uitgevoerd ?
De heer Beke vraagt waarom van de omzetting geen gebruik werd gemaakt om ook andere wettelijke bepalingen te stemmen bijvoorbeeld bepalingen die noodingrepen bij banken juridisch moeten vergemakkelijken. Denkt de regering in de nabije toekomst aan het opstellen van een dergelijke wet ? Kan de staatssecretaris ook aangeven of de CBFA de overheid moet beoordelen indien deze overheid zelf of via de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) een gekwalificeerde deelneming in de financiële sector neemt ?
De staatssecretaris antwoordt dat telkens als er een significante participatie wordt genomen of indien er een participatie wordt genomen die bepaalde drempels overschrijdt, er een specifieke mededeling moet gebeuren en dat de CBFA een evaluatie uitvoert. De CBFA wordt hierdoor bevestigt in zijn rol en moet daarvoor bepaalde regels naleven namelijk dezelfde regels als diegene die worden toegepast in andere Europese landen.
De heer Clerfayt bevestigt dat de regering een dergelijke « oorlogswet » voorbereid. Bovendien zal de regering nog voor het einde van het jaar een aantal ontwerpen indienen die ertoe strekken aanbevelingen met betrekking tot de financiële crisis om te zetten in wettelijke bepalingen opdat de overheid over een ruimer en performanter arsenaal aan middelen zou kunnen beschikken.
Wat de laatste vraag betreft, antwoordt de spreker dat overheidsparticipaties of participaties van de FPIM in financiële instellingen eigenlijk tot doel hebben om deze ondernemingen te stabiliseren. Daardoor is een beoordeling van het CBFA hiervoor, eigenlijk niet noodzakelijk, zoals ook de nadere lezing van de 5 criteria waartegen moet worden afgewogen, aangeeft.
IV. STEMMINGEN
Het wetsontwerp in zijn geheel wordt eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.
Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.
| De rapporteur, | De voorzitter, |
| Caroline DÉSIR. | Wouter BEKE. |
De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp (zie stuk Kamer, nr. 52-2011/4).