4-1215/1

4-1215/1

Belgische Senaat

ZITTING 2008-2009

10 MAART 2009


Het beleid inzake landsverdediging


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE BUITENLANDSE BETREKKINGEN EN VOOR DE LANDSVERDEDIGING UITGEBRACHT DOOR

DE HEREN DESTEXHE EN MAHOUX EN MEVROUW SCHELFHOUT


Tijdens haar vergadering van 10 maart 2009 heeft de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging de heer De Crem, minister van Landsverdediging, de gelegenheid gegeven om een uiteenzetting te houden over zijn beleid inzake landsverdediging. Deze uiteenzetting werd gevolgd door een gedachtewisseling in de commissie.

I. Inleidende uiteenzetting van de heer De Crem, minister van landsverdediging

De krachtlijnen van het beleid inzake Landsverdediging voor de hele legislatuur werden uiteengezet in het regeerakkoord van maart 2008 en de Politieke OriŽntatienota van juni 2008.

A. De situatie inzake veiligheid

De voorbije decennia boekte de internationale gemeenschap verschillende grote successen op weg naar vrede en veiligheid. De val van het Ijzeren Gordijn dateert nu al van bijna twintig jaar geleden. De dreiging van een grootschalige oorlog op het Europese continent is bijna helemaal verdwenen.

Toch moeten we vaststellen dat bepaalde uitdagingen op het vlak van veiligheid nog niet werden overwonnen en dat er ondertussen nieuwe dreigingen zijn opgedoken :

— bewapeningswedloop;

— ongelijke spreiding van de welvaart;

— terrorisme;

— georganiseerde misdaad;

— pandemieŽn;

— groeiende energiebehoeften;

— klimaatverandering;

— explosieve bevolkingsgroei;

— verstedelijking;

— sociologische gevolgen van de globalisering.

De militaire uitdagingen van de periode van de Koude Oorlog zijn vandaag niet meer dezelfde en zullen in de toekomst ook veranderen.

B. Antwoord van de internationale samenleving

Het antwoord van de internationale gemeenschap op die nieuwe uitdagingen liet niet op zich wachten. Zo koos de NAVO, tijdens de Top van Praag in 2002, voor een grotere inzetbaarheid, ook buiten haar grondgebied, in samenwerking met de buurlanden. Bovendien omschreef de VN, tijdens de Wereldtop van 2005, dat de internationale gemeenschap verantwoordelijk is voor de bescherming van de meest kwetsbare burgers, wereldwijd. Ondertussen gaat de teller voor het aantal vredestroepen onder VN-mandaat vlot over de 100 000. Tijdens de volgende NAVO-top begin april 2009 zal er over een nieuwe veiligheidsverklaring voor de Alliantie worden gesproken.

Heel wat landen, zoals BelgiŽ, begrepen de noodzaak om de samenwerking tussen staten (onder andere ę pooling Ľ) op te drijven om beter in te spelen op die groeiende vraag. Door het militair materiaal gezamenlijk aan te kopen, kan men rationeler investeren. Ook het menselijk risico moet billijk worden verdeeld. De publieke opinie in de landen die hun verantwoordelijkheid ten volle nemen, kan niet aanvaarden dat bepaalde landen zich beperken tot de minder risicovolle operaties. Dat gebrek aan solidariteit ondermijnt de geduldig opgebouwde grondslagen van het principe dat de internationale gemeenschap beschermingsverantwoordelijkheid draagt.

C. Op nationaal niveau

ę Onrecht op een bepaalde plaats vormt een bedreiging voor de rechtvaardigheid in de hele wereld. Ľ De grens tussen binnenlandse en buitenlandse veiligheid wordt steeds vager. Zolang de vrede in de wereld niet tot stand wordt gebracht, kunnen wij in BelgiŽ niet helemaal in veiligheid leven. Vrede is er pas wanneer er nergens in de wereld nog oorlogen of conflicten zijn. Meedoen aan internationale vredesoperaties is daarom niet alleen een morele plicht tegenover de buitenwereld, maar ook een duidelijke kwestie van eigenbelang. Heel wat dreigingen tegen onze nationale veiligheid vinden hun oorsprong in het buitenland. Maar de misdadige aanvallen op levensbelangrijke ICT-infrastructuren, waarvan de Belgische overheid dit jaar nog het slachtoffer is geweest, worden ook vanuit het buitenland gepleegd. De veiligheid in ons land begint erg vaak in het buitenland. Daarom blijft Landsverdediging altijd een onvervangbare rol spelen als verdediger van de veiligheid. Landsverdediging is een onmisbaar instrument om een open ťn veilige samenleving op te bouwen.

D. Politieke OriŽntatienota van juni 2008

In maart 2008 zette het regeerakkoord de krachtlijnen uiteen van het beleid inzake Landsverdediging voor deze legislatuur. Deze krachtlijnen werden verder verfijnd in de Politieke OriŽntatienota van juni 2008.

Volledig in lijn met de geostrategische analyse bevat de beleidsvisie, waarop deze Politieke OriŽntatienota is gestoeld, zes krachtlijnen :

— Defensie zal zich focussen op haar kerntaken, namelijk operaties voor vrede en veiligheid. Conform het Regeerakkoord zullen er meer middelen voor operaties aangewend worden;

— Defensie zal de interdepartementale samenwerking bevorderen in het kader van een 3D-LO-benadering. Dit staat voor ę Diplomacy, Defence, Development, Law and Order Ľ, de duurzame totaalaanpak voor vrede en veiligheid;

— Defensie wil zijn beleid kleuren door objectiviteit en transparantie. Het belastingsgeld van de burger dient immers op een correcte manier te worden aangewend;

— Het leger dient opnieuw een plaats te krijgen in de harten — of minstens in de hoofden — van de burgers. Een focus op de eigen meerwaarde van Defensie zal zo leiden tot meer eigenwaarde voor het personeel;

— Defensie zal zijn woorden ook getrouw in daden omzetten;

— De visie zal gerealiseerd worden in samenwerking en dialoog met alle betrokkenen binnen en buiten de Defensiestructuur.

E. Kwalitatieve ambities

Binnen het kader van de opdrachten is Landsverdediging een instrument van het Belgisch buitenlands- en veiligheidsbeleid. De kwalitatieve ambities van Landsverdediging inzake de internationale samenwerkingsverbanden zijn geconcentreerd rond drie assen, met name de EU, de NAVO en de VN, waarin Landsverdediging meer dan ooit een betrouwbare en loyale partner wil zijn.

Internationale samenwerking is de enige optie voor alle Staten ter wereld om te komen tot een zinvol veiligheidsbeleid. Niet alleen de nieuwe aard van de geostrategische uitdagingen liggen hieraan ten grondslag, maar sinds kort ook de economische crisis die de nationale budgetten dermate onder druk zet dat ook op het vlak van militaire uitgaven alle landen verplicht worden tot het ę poolen Ľ van middelen. Ook BelgiŽ wil voor die capaciteiten waarvan de hoge kosten voor ontwikkeling, verwerving en tewerkstelling niet betaalbaar zijn voor de individuele Staten, een verregaande integratie in Europees verband. Defensie zal zoeken naar samenwerking met Europese partnerlanden om een grotere efficiŽntie en kostenbesparing te bewerkstelligen met betrekking tot ondersteunende activiteiten.

De Belgische Defensie wil een voortrekkersrol blijven vervullen op het vlak van de uitbouw van een Europese Defensie. Het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie in 2010 is daarbij een belangrijk element. De ratificatie van het Lissabon-verdrag zou op dit vlak een grote sprong voorwaarts betekenen. Een klein land als BelgiŽ heeft niet veel macht, maar kan wel gezag hebben. Wie een voortrekkersrol wil spelen, moet ook het goede voorbeeld geven en een permanente inspanning leveren.

Hiertoe mogen we de ratificatie van het Lissabon-verdrag en het vastleggen van de exacte criteria niet afwachten want dan is het al te laat en zullen we de Europese trein zeker missen.

Wat betreft de NAVO-ambitie, zal Defensie ijveren voor een sterke Europese pijler binnen de Alliantie. De ambities van de EU moeten verenigbaar blijven met de doelstellingen van de NAVO. De komende jaren dient zich op dit vlak een uniek politiek ę momentum Ľ aan. Frankrijk treedt naar alle waarschijnlijkheid terug toe tot het militair comitť van de NAVO. Bovendien ziet de nieuwe Amerikaanse president Obama, naar het voorbeeld van de premier van het Verenigd Koninkrijk, meer heil in de uitbouw van een Europees leger als een solide pijler van de NAVO, evenals de eerste minister van het Verenigd Koninkrijk.

Ook in het kader van de VN zal Defensie blijven deelnemen aan crisisbeheersings- en vredesondersteunende operaties. In Libanon blijven we zeker aanwezig met een ontmijnings- en geniecapaciteit en hun force protection tot eind 2009. Het militaire hospitaal ę RŰle 2 Ľ dat daar gestationeerd is, komt terug naar BelgiŽ omdat het inzetbaar dient te zijn in het kader van de ę lead Ľ die BelgiŽ neemt van een European Battlegroup (EUBG) vanaf juli 2009. In het kader van de 3D-aanpak, zal het departement Ontwikkelingssamenwerking tegelijkertijd zijn steun aan het burgerlijke hospitaal in Tibnin verhogen.

De belangrijkste kerntaak van de Belgische Defensie bestaat in de uitvoering van militaire operaties voor vrede en veiligheid, waar ook ter wereld, in samenwerking met andere landen binnen het multinationale kader van de VN, de EU en de NAVO en een interdepartementele aanpak gericht op een allesomvattende benadering of ę comprehensive approach Ľ.

Buiten deze kerntaak worden activiteiten die andere publieke en private personen veel efficiŽnter kunnen uitvoeren, afgebouwd. De belastingbetaler heeft tijdens deze crisis meer dan ooit recht op een efficiŽnte besteding van de overheidsmiddelen.

F. Militaire operaties voor vrede en veiligheid

Militaire operaties voor vrede en veiligheid zijn de kerntaak. Daarom hebben we de permanente inzet van personeel in operaties verhoogd met een derde. In 2008 werd gemiddeld jaarlijks ongeveer 1 200 personeelsleden ingezet in operaties. De 5 voorgaande jaren bedroeg dit 890. Dit is volledig in lijn met de stijging van de inzet van personeel door de VN in operaties voor vrede en veiligheid.

Het totaal aantal militairen dat deelnam aan operaties in 2008 bedroeg ongeveer 5 000.

Niet alleen op kwantitatief vlak nam BelgiŽ haar verantwoordelijkheid als een kleine, maar betrouwbare partner, maar ook op kwalitatief vlak.

Zo besliste de regering om BelgiŽ de ę lead Ľ te laten nemen van drie verschillende operaties.

Vooreerst neemt het Belgische leger — in het kader van de EU — vanaf 1 juli 2009, de leiding van een EUBG tijdens het tweede semester van 2009. Ten tweede, heeft BelgiŽ sinds 1 maart dit jaar de leiding — in het kader van de VN — van de Maritime Task Force, dit is de internationale vloot die patrouilleert voor de kust van Libanon tegen wapensmokkel wat een primeur is voor BelgiŽ. Ten derde, heeft BelgiŽ tot midden maart 2009 de leiding — opnieuw in het kader van de EU — van de Special Forces in Tsjaad.

De regering Verhofstadt III en Leterme I schuwden ook hun internationale verantwoordelijkheid niet door het inzetten van vier F-16's, een opleidings- en reconstructie-eenheid en de bescherming en het management van de luchthaven van Kabul in Afghanistan, in het kader van de NAVO, onder VN-mandaat.

Voor 2008 bedroeg de kost van de operaties 170 miljoen euro (bruto, zonder afschrijvingen) of 6 % van de totale begroting. Om al deze operaties op een correcte wijze te kunnen uitvoeren, zijn personeel, materieel en een passend budget nodig. Ook op deze drie domeinen werden het afgelopen jaar belangrijke resultaten bereikt.

G. Begroting

Koken kost geld. Daarom werd een begroting opgesteld die tegelijkertijd zowel Defensie voldoende toekomstkansen biedt, als een solidaire bijdrage levert aan de — enorme — begrotingsinspanning waar heel de overheid voor staat.

In 2007 bedroeg het budget voor Defensie 2 773 miljoen euro; 2 856 miljoen euro in 2008 en in 2009 zal dat 2,9 miljard euro bedragen. Men blijft binnen het voorziene budget.

De vraag is dus eenvoudig : hoe slagen we er in om met even veel middelen toch meer doen ? Dit is enkel mogelijk door een beter evenwicht tussen de verdeling van de middelen onder personeel, werking en investeringen. Dit evenwicht bereiken we door in de eerste plaats het aantal personeelsleden te verminderen van 40 000 tot 37 725 tegen eind 2011. Op dit ogenblik liggen we voor op schema. We zullen deze vitale doelstelling zelfs een jaar eerder realiseren dan gepland, tegen eind 2010 en misschien zelfs tegen eind 2009. Dit is 6 jaar eerder dan het Structuurplan van 2003 dat 2015 als objectief had voorop gesteld !

Alle niveau's binnen Defensie dragen hun steentje bij. Zo werd het aantal generaals met 20 % verlaagd. In januari 2008 waren er 54 generaals; nu zijn er nog 44.

Dankzij de versnelde realisatie van deze zeer cruciale doelstelling van ons beleid, zijn we er in geslaagd de kentering in de evolutie van de verdeling van de budgettaire middelen over de uitgavendomeinen in te zetten. De uiteindelijke realisatie van de begroting gaf volgend resultaat :

— in 2009 zal de verwachte evolutie van de verdeling van de uitgaven ongeveer 58 % voor personeel, 26 % voor exploitatie en 16 % voor investeringen. De verwachte evolutie zal ook nog worden bijgesteld in functie van de personeelsmaatregelen zoals de vrijwillige opschorting van de prestatie, die personeelskosten verder zal doen dalen;

— in 2007 bedroeg de verdeling nog 63 — 25 — 12. Het is twintig jaar geleden dat een daling van 4 % van de personeelskost nog werd bereikt !

Deze verdeling zal allicht in 2009 nog schommelingen ondergaan maar het is een vast objectief om gedurende deze legislatuur de ingezette kentering te bestendigen en de personeelskosten volledig onder controle te krijgen.

Dankzij al deze inspanningen slaagden we er ook in om voor het eerst in vele jaren 99 % van onze facturen tijdig te betalen. Een realisatie die in tijden van crisis kan tellen ! De thesaurierekening daalde van meer dan –200 miljoen euro naar –38 miljoen euro tegen eind 2008. De wet bepaalt dat deze rekening maximaal –55 miljoen euro mag bedragen. Daarenboven werden structurele maatregelen genomen om te vermijden dat een dergelijke ontsporing zich nog herhaalt.

De ontvangst uit de verkoop van roerende en onroerende goederen zijn bij wet aan Defensie toegewezen. Deze inkomsten verhogen de betalingsmiddelen van Defensie in het domein van de investeringen in infrastructuur en matierieel.

H. Personeel

Omwille van de opbouw van de leeftijdspiramide binnen het departement zal het afslankingsproces zich op een natuurlijke wijze voltrekken.

De komende 12 jaar gaat immers een derde van het personeel op pensioen. Maar we moeten er ook over waken dat de leeftijdspiramide binnen Defensie niet uit evenwicht raakt. Verjonging is dus noodzakelijk, zeker met het oog op de fysieke paraatheid voor de beoogde verhoging van de inzetbaarheid.

Verjonging mag echter nooit een ę fetisjisme Ľ worden. De krapte op de arbeidsmarkt geldt immers ook voor Defensie en maakt een grootschalige rekrutering van jongeren de facto onmogelijk. Maar vooral, verjonging mag nooit een doel op zich worden. Defensie heeft immers in de eerste plaats niet zozeer nood aan een verhoogde fysieke paraatheid van jongeren, maar veeleer aan een technologische en mentale paraatheid van Šl haar personeelsleden.

Welk antwoord formuleerde Defensie tot dusver op deze twee uitdagingen ?

Vooreerst werd vroeger veel heil verwacht van de invoering van de zogenaamde ę tijdelijke statuten Ľ. Vandaag moeten we durven erkennen dat de interesse voor dergelijke statuten al te beperkt is.

Ten tweede, wordt — om dezelfde reden — het vroeger voorziene ę oriŽntatiepunt Ľ uit het GLC niet ingevoerd. Dit oriŽntatiepunt hield de mogelijkheid in om Landsverdediging na een vooraf bepaalde periode te verlaten. Een gemengde loopbaan zal niet langer in hoofdzaak gericht zijn op het faciliteren van de uitstroom. De toekomstig krapte op de arbeidsmarkt zal immers de vraag naar en dus ook de uitstroom van het personeel van Landsverdediging verhogen en tegelijkertijd de instroom van gepaste vervangers bemoeilijken. Het departement Landsverdediging zal er alles moeten aan doen op de wedde van geschoold personeel te betalen en tegen 2020 zal ze er moeten voor zorgen dat ze dat personeel zal mogen betalen.

Naast die structurele maatregelen worden er ook andere bepalingen uitgewerkt.

De eerste is de invoering van een vrijwillige opschorting van de prestaties. Op basis van die maatregel mag een militair die minder dan 5 jaar van zijn pensioen verwijderd is, Landsverdediging verlaten. De belangstelling voor de VOP bij het personeel overstijgt ruimschoots de 750 plaatsen die in het begin beschikbaar waren. Dat succes verklaart ook waarom beslist werd het aantal potentiŽle uittreders op te trekken naar 1 300 kandidaten om een maximum aantal aanvragen te kunnen inwilligen. De vrijwillige opschorting van de prestaties speelt ook een belangrijke rol voor de leeftijdspiramide in het departement. De personeelsformatie verjongt door de instroom van jongeren.

De tweede maatregel is de externe mobiliteit. Het gaat enerzijds om de externe mobiliteit binnen het overheidsambt. Die procedure zal altijd op vrijwillige basis verlopen. Bij de overplaatsing naar het departement Justitie is een statutaire formatie vastgesteld. Bijna 90 militairen bij Landsverdediging zullen van die mogelijkheid gebruik kunnen maken. Hun ervaring bij Justitie zal degenen die nog enigszins aarzelen, aanmoedigen om de stap te zetten. Bovendien zal die bepaling binnenkort worden uitgebreid naar alle overige overheidsdiensten.

Anderzijds beoogt die externe mobiliteit ook een mogelijke overstap naar de privťsector. Jongeren streven in het bijzonder naar een grotere arbeidsmobiliteit. Landsverdediging moet die realiteit onder ogen zien.

Wie naar de privťsector overstapt, verliest onvermijdelijk zijn statutaire rechten. Daarom onderzoeken wij momenteel hoe er in een pakket ę faciliteiten Ľ kan worden voorzien om in de privť aan de slag te gaan. Er kan bijvoorbeeld een systeem worden ingevoerd dat de tijdelijke loonsverlagingen opvangt of in de mogelijkheid van een terugkeer naar het openbaar ambt voorziet.

Tot slot werd een belangrijke hinderpaal voor de externe mobiliteit weggewerkt. Landsverdediging heeft immers begin december een akkoord afgesloten met alle overige overheidsdiensten, ook met de gewesten en gemeenschappen, dat alle interne opleidingen van Landsverdediging erkent. Meteen zullen de talrijke, vaak erg gespecialiseerde opleidingen die binnen het departement worden gegeven, erkend zijn op de arbeidsmarkt voor het huidige en toekomstige personeel van Landsverdediging.

In een context waarin de personeelsrotatie toeneemt en de werkgelegenheid daalt, is het voor Landsverdediging van groot belang meer aantrekkingskracht te krijgen. De strijd die Landsverdediging niet mag verliezen in de komende jaren is de oorlog om talent (ę the war for talent Ľ) voor alle leeftijdscategorieŽn. De op technologisch, intellectueel en mentaal gebied steeds complexere militaire operaties zullen hoogopgeleid personeel blijven vereisen, net zoals nu het geval is.

De aantrekkingskracht van Landsverdediging ligt hoofdzakelijk in haar belangrijkste opdracht, namelijk vredesoperaties en het bewaren van de veiligheid. De aanwerving zal dus vooral gericht zijn op functies die met die kernopdracht te maken hebben.

Allereerst lijken heel wat jongeren die voor Landsverdediging kiezen, hun job vroegtijdig op te geven omdat hun eerste maanden in het departement niet aan hun verwachtingen beantwoorden. Om het aantal jongeren dat vertrekt te beperken, zal de basisopleiding korter worden. Zo krijgen de jonge rekruten de mogelijkheid om voldoende praktijkervaring op te doen in plaats van het grootste deel van hun tijd op de schoolbanken door te brengen.

Een tweede maatregel betreft de vergoedingen. Bij het vaststellen van de vergoedingen zullen factoren die te maken hebben met de deelname aan operaties meer doorwegen. De aanmoediging om deel te nemen aan operaties mag echter niet louter op financiŽle overwegingen zijn gebaseerd.

Het is vanuit die optiek dat de psychosociale omkadering voortaan niet meer zal worden beperkt tot de duur van de operatie maar zal worden uitgebreid naar de periodes voor en na de missie. In dat opzicht zal er bijzondere aandacht worden besteed aan de relaties met de familie in het thuisland.

De aanwerving verandert ook. Een nieuwe procedure wordt momenteel uitgewerkt waarbij Landsverdediging resoluut naar de kandidaten stapt — en niet omgekeerd — door deel te nemen aan jobbeurzen of andere evenementen die door het doelpubliek worden bezocht. De kandidaten krijgen de kans om de werkplaats en de kazerne zelf te bezoeken. Bovendien wordt de aanwerving door mensen uitgevoerd wier profiel nauw aansluit op het gezochte profiel, namelijk vooral jonge mensen die interesse hebben voor militaire operaties, bijvoorbeeld jonge paracommando's.

Die nieuwe procedure voorziet ook in de definitieve sluiting van alle Defensiehuizen, die niet efficiŽnt werden bevonden. Die Defensiehuizen zetten gemiddeld vier personeelsleden in voor 3 ŗ 4 rekruten per dag. En de resultaten van de informaticatesten ter plaatse leken niet in overeenstemming te zijn met de kwaliteiten die men zocht voor bepaalde opdrachten.

In deze crisisperiode levert Landsverdediging haar bijdrage voor de werkgelegenheid. Zo werden er in 2008 1 200 personeelsleden aangeworven. In 2009 was er een lichte stijging tot 1 250. Begin maart 2009 werd beslist dat aantal met 10 % op te trekken, namelijk 120 functies voor beroepsvrijwilligers naar aanleiding van het succes van de vrijwillige opschorting van de prestaties. Het aantal kandidaten voor een job bij Landsverdediging steeg aanzienlijk de voorbije maanden. Momenteel telt Landsverdediging gemiddeld 8 kandidaten per functie.

Een heel recente studie toont aan dat Landsverdediging in het algemeen een erg gunstige indruk maakt. 78 % van de bevolking heeft eerder een goede indruk van het departement. Die score is beter dan die van alle overige federale diensten. Landsverdediging komt op de vijfde plaats, na de brandweer, het Rode Kruis, de gemeentediensten en de civiele bescherming.

Eind 2009 zal de vrijwillige dienstplicht worden gelanceerd. Dankzij die maatregel krijgen jongeren die talent hebben maar het moeilijk hebben op de arbeidsmarkt, een opleiding, ervaring en unieke toekomstperspectieven.

Om de rekruten in dienst te houden zal de opleiding worden gereorganiseerd. Daarom zal de opleiding gereorganiseerd worden. De opleiding duurt te lang, waardoor een vrij hoog aantal rekruten Landsverdediging verlaat tijdens de beginopleiding. Om dat aantal te doen dalen wordt de opleiding korter en wordt het aantal onderbrekingen verminderd. Bovendien zal de opleiding beter op de eigenlijke job aansluiten en minder ę ex cathedra Ľ verlopen.

De hervorming van de reserve werd begin november door het federale parlement goedgekeurd. Dankzij die hervorming kunnen er specialisten worden aangetrokken met nuttige ervaring voor militaire operaties, de ę laterale werving Ľ genoemd. Er zijn al heel wat belangstellenden opgedoken. De ę rechtstreekse werving Ľ, voor de graad van officier bijvoorbeeld, is nu ook mogelijk.

We hebben ons ook toegelegd op de hervorming van de paracommando's. Zij krijgen meer autonomie bijvoorbeeld door de traininglocaties weer onder hun rechtstreeks beheer te plaatsen.

De zogenoemde ę vrijwillige encadreringsprestaties Ľ of VEP werden van (ongeveer) 62 teruggebracht tot 14. Het forfaitaire gedeelte van de eindejaarspremie werd opgetrokken voor militairen en burgers.

I. Welzijn

De veiligheid en de bescherming van de gezondheid van het personeel is, zeker voor een departement als Defensie, van uitzonderlijk belang. Daarom wordt het Stafdepartement Well-being sinds 2008 opnieuw erkend als een volwaardige entiteit binnen de eenheidsstructuur en wordt de structuur van Assistant Chief Of Staff — Departement Well Being (ACOS WB) bovendien op een dergelijke wijze aangepast dat er ook de nodige aandacht gaat naar het welzijn in operaties.

Tal van structuren, processen en disciplines hebben, rechtstreeks of onrechtstreeks, een impact op op het welzijn van het personeel. Zo zijn er de Interne Dienst Preventie en Bescherming op het werk, de Dienst Religieuze en Morele Bijstand, de Centrale Dienst voor Sociale en Culturele Actie, Duurzame Ontwikkeling, Informatiemanagement Defensie, gender mainstreaming, het sociaal welzijnsoverleg, de Travel Clinic, enz. De nood aan een coŲrdinatie van dit aanbod is hoog. ACOS WB werd dan ook gevraagd om het voorzitterschap van het psychosociaal platform op zich te nemen teneinde de coŲrdinatie van het aanbod te structureren en op te volgen.

Om dit aanbod van hulpverlening ook meer overzichtelijk en toegankelijk te maken voor het personeel van Defensie werd er besloten om een Welzijnsloket op te richten. Dit ę ťťn-loket-principe Ľ moet garant staan voor een vlotte informatieverstrekking en doorverwijzing van de hulpzoekenden naar de verschillende psychosociale organisaties. Sinds 3 maart kan het personeel van Defensie online terecht op het Welzijnsloket met zijn vragen en problemen.

De structurele wijziging van ACOS WB moet ook toelaten om het welzijnsaspect vůůr, tijdens en na de inzet in operaties beter op te volgen en om, waar nodig, in te grijpen. Met het oog op preventie zullen de inzetzone, de te nemen beschermingsmaatregelen en beschermingsmiddelen, de veiligheidsuitrusting en de veiligheidsprocedures, de risico's verbonden aan ziektes en Toxic Industrial Chemicals beter geanalyseerd kunnen worden.

Ook tijdens de operatie zal ACOS WB meer mogelijkheden hebben om zijn taken op te nemen door, onder meer, de coŲrdinatie van de Raadgevers Mentale Operationaliteit, de Dienst Religieuze en Morele Bijstand, het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg, de Centrale Dienst voor Sociale en Culturele Actie. Verder wordt er aandacht geschonken aan de opslag van medische gegevens die relevant kunnen zijn tijdens de operatie maar ook in de nazorg.

Deze structuuraanpassing biedt tot slot ook de mogelijkheid om, in het kader van de nazorg, het personeel op te volgen na de operatie, en dit zowel op medisch vlak als met betrekking tot psychosociaal welzijn.

J. Investeringen in materieel

Binnen de budgettaire marges die vrijkomen door het terugdringen van de personeelsenveloppe en door de verkoop van infrastructuur en materieel, zullen nieuwe investeringen worden gedaan. Deze investeringen zullen voornamelijk gericht zijn op het lichten van de noodzakelijke optionele schijven voor de aankoop van voertuigen voor de landmacht.

Ter ondersteuning van de operaties, zal een toestel type white-body ge-ę dryleased Ľ (gehuurd) worden voor een maximum van 2 000 uren per jaar. Op deze wijze willen we de bedrijfszekerheid van dit transport aanzienlijk verhogen.

Over een zestal weken zal een beperkt investeringsplan aan de Ministerraad worden voorgelegd. Dit plan zal de nadruk leggen op de realisatie van de optionele schijven van programma's die van essentieel belang zijn voor de operationaliteit van Defensie. Daarnaast zal de nadruk worden gelegd op het aangaan van internationale samenwerkingsverbanden.

K. Organisatie

Met het oog op een objectiever, transparanter en coherenter beleid zal binnenkort de nieuwe Defensiestructuur worden ingevoerd. De ontwerptekst van koninklijk besluit hiertoe is reeds volledig uitgewerkt. Dit zal leiden tot een centralisatie van diensten onder het gezag van de Chef Defensie. De nieuwe Defensiestructuur vormt mede een aanloop naar de transformatie tot FOD.

Met het oog op het verzekeren van de wettelijkheid binnen het departement, werd de Interne Audit Dienst Defensie (IAD) opgericht. Vooralsnog gebeurt dit onder een voorlopig mandaat, maar deze zal later een vaste plaats krijgen binnen de nieuwe Defensiestructuur. Het doel is enerzijds fraude maximaal op te sporen en te voorkomen en anderzijds een controle op de controlemiddelen uit te voeren. Dit nieuwe orgaan zat niet stil. Op financieel vlak controleerde het reeds 85 organismen, 380 controlepunten en 6 Defensie-Attachťs. Op procesmatig vlak werd controle uitgevoerd naar het beheer van kredietkaarten en lokale aankopen met geldoverschotten. Dit laatste gaf reeds aanleiding tot een nieuwe richtlijn over deze materie.

L. Rechtvaardigheidsagenda

a. Vrouwen

De totstandkoming, opvolging en invulling van een nationaal actieplan tot uitvoering van Resolutie 1325 van de VN-Veiligheidsraad inzake Vrouwen, Vrede en Veiligheid blijft een bijzonder aandachtspunt.

b. Clustermunitie

Defensie heeft overeenkomstig het Regeerakkoord mee geijverd voor een verdrag dat clustermunitie verbiedt. De internationale onderhandelingen waren succesvol en het verdrag is op 3 december 2008 getekend tijdens een internationale conferentie.

Defensie organiseerde op 5 maart 2009 nog in samenwerking met het Studiecentrum voor Militair Recht en Oorlogsrecht een seminarie over clustermunitie.

c. Piraterij

Op 30 oktober 2008 heeft de minister van Justitie ingestemd met een voorstel van de minister van Defensie om een werkgroep op te richten die een voorstel zal uitwerken om het Belgisch wettelijk kader aan te passen aan de strijd die tegen de piraterij dient te worden gevoerd. Hierdoor zal BelgiŽ piraten die het gevangen neemt zelf kunnen berechten en wordt vermeden dat zij dienen te worden uitgeleverd aan bijvoorbeeld de kustlanden.

Op de NAVO-top in april zullen de nieuwe krachtlijnen van de gezamenlijke NAVO-strategie beter vorm krijgen.

De herlancering van het ratificatieproces van het Lissabon-Verdrag zal tot de modernisering van de werking van de Europese instellingen leiden. Een eventuele ratificatie zou belangrijke nieuwe toekomstperspectieven openen voor het Belgische leger, niet het minst op het vlak van investeringen. Iedereen is het erover eens dat de toekomst van het Belgische leger zich situeert binnen een Europese context.

Om te voldoen aan de criteria om te mogen deel uitmaken van toekomstige Europese samenwerkingsverbanden, moet het Belgische leger worden omgevormd tot een efficiŽnter en beter uitzendbaar leger.

In 2009 zal het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie van 2010 nauwgezet worden voorbereid. Als wij tijdens ons voorzitterschap op geloofwaardige wijze vooruitgang willen boeken inzake Europese militaire samenwerking, moeten wij het goede voorbeeld geven. Daarom zullen wij in 2009 onvermoeibaar doorwerken aan de opbouw van een Belgisch leger dat klaar is om de militaire uitdagingen van de toekomst zowel in Europa als in de hele wereld, aan te kunnen.

De te volgen weg wordt duidelijk omschreven in onze politieke oriŽntatienota. Het beleid zal in de eerste plaats worden toegespitst op de corebusiness van Defensie, namelijk de uitvoering van vredes- en veiligheidsoperaties. Alleen zo kan BelgiŽ ten volle zijn verantwoordelijkheid op internationaal vlak opnemen als betrouwbare en solidaire partner.

De wending van Defensie is nog niet helemaal voltooid, maar de richting ligt al een jaar onveranderd vast. If we are facing in the right direction, all we have to do, is keep on walking.

II. Bespreking

Volgens de heer Mahoux vergt de Belgische deelname aan buitenlandse missie internationale legitimiteit. Het Europees defensiebeleid van de Europese Unie, dat niet altijd uitsluitend binnen het kader van de NAVO valt, moet worden verstrekt.

Voor de inzet van de Belgische strijdmachten in Kandahar in het kader van de Verenigde Naties, is die internationale legitimiteit er. Niet zo ver daarvandaan echter verloopt een militaire operatie in het kader van de ę Enduring Freedom Ľ-coalitie, zonder die internationale legitimiteit, wat naar internationaal recht problemen oplevert.

Mevrouw Temmerman wenst te weten hoe de minister de samenwerking met ontwikkelingssamenwerking voor de heropbouw in Afghanistan in het kader van de CEMIC ziet.

De heer Destexhe heeft opgevangen dat de Belgische troepen die zich voorbereiden om naar Afghanistan te gaan, onvoldoende munitie hebben.

De heer Mahoux vindt het ontoelaatbaar dat het Belgisch leger door BelgiŽ verboden wapens, zoals clustermunitie, gebruikt in internationale missies.

Op welke wettelijke basis zijn de Belgische rechtbanken bevoegd om de piraterij langs de kust van SomaliŽ te berechten in het kader van de Atalanta-operatie ? Is dat de wet betreffende de universele bevoegdheid en de aanknopingscriteria of een specifieke, nog op te stellen wetgeving ?

De heer Wille vraagt waarom er pas op het einde van dit jaar een schip naar de golf van Aden zal gestuurd worden ? Betekent dit het einde van de Belgische operatie in Libanon ?

De heer Mahoux meent dat in het kader van het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie van 2010 moet worden nagedacht over de eenmaking van het defensiebeleid in Europa, zodat de budgetten kunnen worden verminderd en gerationaliseerd.

De heer Wille peilt naar de stand van zaken betreffende de nationale parlementaire controle van de militaire operaties. Er doen immers geruchten de ronde dat in 2010 het Belgisch EU-voorzitterschap een einde zou willen maken aan de Europese Assemblee voor Defensie en Veiligheid van de WEU.

De heer Destexhe wenst te vernemen wat de toestand is van de Congolose troepen in Kivu die een Belgische opleiding hebben gekregen. Volgens spreker moet een intern onderzoek worden gevoerd naar de gevolgen van deze opleiding voor het geweld dat deze troepen in Congo plegen. De rol van de Belgische militaire samenwerking bij het uitbreken van het geweld in Rwanda, werd aangehaald.

Mevrouw Schelfhout is van mening dat de Belgische internationale hulp die aan de DRC wordt geboden een druppel op een hete plaat is. Zal de MONUC worden versterkt door de European Battlegroups of B-Fast teams ? Hoe verloopt de bilaterale militaire samenwerking tussen BelgiŽ en RDC ? Werd de brassage van het Congolese leger tot een goed einde gebracht ?

De heer Roelants du Vivier wijst erop dat ons land tijdens de tweede helft van dit jaar een European Battle Group zal leiden. Hoe kunnen deze Groups in crisissituaties operationeel worden ?

De levering van de A400-vliegtuigen wordt uitgesteld en de kans bestaat dat Groot-BrittanniŽ zijn bestellingen annuleert.

Mevrouw de Bethune vraagt hoe de minister de actie voor gelijke behandeling van vrouwen in het leger gaat bevorderen.

Verder verwijst mevrouw de Bethune naar het wetsvoorstel tot wijziging van de wapenwet van 3 januari 1933, wat betreft het verbod op antihanteerbaarheidsmechanismen (stuk Senaat, nr. 3/178), dat de dames Thijs en De Schamphelaere op 29 augustus 2003 in de Senaat hebben ingediend. Daarnaast is er nog het wetsvoorstel tot aanvulling van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie, wat betreft de fragmentatiebommen, wapens met verarmd uranium en de antihanteerbaarheidsmechanismen (stuk Senaat, nr. 3-1261) dat werd ingediend door de dames Thijs en de Bethune op 27 juni 2005. Spreekster dringt erop aan dat die antihanteerbaarheidsmechanismen zoals antipersoonmijnen en clustermunite ook zouden verboden worden.

De heer Destexhe vraagt of het budget van defensie, dat lager is dan dat van de partnerlanden van de NAVO, een probleem vormt. Het aantal personeelsleden blijft te hoog in verhouding tot de werkingskosten. Wat is het gemiddelde van de NAVO-landen ? De lonen zijn niet erg hoog in vergelijking met de andere NAVO-landen en het personeel kan makkelijk werk vinden op de markt voor vredeshandhaving.

De heer Destexhe wenst eveneens te vernemen waarom er nog Leopardtanks in het Belgisch leger aanwezig zijn, die immers duur zijn en niet langer aangepast aan de opdrachten van het leger.

De heer Mahoux vraagt of de militaire investeringen gericht zijn op de Belgische productie ? Is zij krachtig genoeg om te passen in de Belgische militaire programma's ?

De heer Procureur vraagt wat heeft geleid tot het sluiten van de Defensiehuizen. Hoe kunnen de loonkwesties worden opgelost ?

Mevrouw Temmerman merkt op dat de engagementen van Defensie in NATO-verband duidelijk zijn maar wenst uitleg over de prioriteiten van het departement Defensie in de aanloop van het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie in 2010. Hoe verloopt de omvorming van het ministerie van Landsverdediging naar de federale overheidsdienst Defensie ?

III. Antwoorden van de minister

BelgiŽ maakt geen gebruik van de in BelgiŽ verboden clustermunitie maar is deze wapens aan het vernietigen.

In Kandahar is er een duidelijke afbakening tussen de International Security Assistance Force (ISAF) waarin BelgiŽ zich geŽngageerd heeft en de ę Operation Enduring Freedom Ľ, een coalitie van de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Canada. BelgiŽ neemt niet deel aan de operaties van ISAF.

De civiel-militaire aanpak (CEMIC) maakt een ę afghanisatie Ľ van het land mogelijk. Dit kwam reeds uitgebreid ter sprake in de discussie omtrent het regeringsbeleid betreffende Afghanistan op 13 februari 2008 (zie : stuk Senaat, nr. 4-549).

Er is geen tekort aan munitie voor de Belgische troepen die binnenkort moeten vertrekken naar Afghanistan.

Het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie, dat zal plaatsvinden tijdens het tweede semester van 2010, zal het concept van de Europese defensiepolitiek moeten onderzoeken. Het heeft geen zin dat BelgiŽ hierin een voortrekkersrol zou spelen zonder rekening te houden met Frankrijk, Groot-BrittanniŽ of Duitsland. Bovendien moet een Europese Defensie zich situeren binnen de structuren van de NAVO. Een performante Europese defensiepolitiek moet goed georganiseerd zijn en over voldoende financiŽle middelen beschikken. Haar budget zal de gemiddelde nationale defensiebegroting van de lidstaten veruit overtreffen. Gelet op de grote maatschappelijke uitdagingen zal een verhoging van het defensiebudget zeer moeilijk zijn.

Het is niet uitgesloten dat tijdens het toekomstig Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie Frankrijk terug zal toetreden tot de militaire structuur van de NAVO.

Als Ierland het Verdrag van Lissabon niet ratificeert, zal het Belgisch voorzitterschap een traditioneel voorzitterschap blijven waarop de principes van het verdrag van Lissabon niet van toepassing zijn. De voor Defensie zo belangrijke permanente samenwerkingsstructuren, voorzien in het verdrag van Lissabon, zullen dan ook niet in werking kunnen treden.

Het defensiebeleid van de Europese Unie moeten onderworpen blijven aan de parlementaire controle van de Assemblee van de WEU en van de nationale parlementen.

De Belgische Marine werkt samen met de Nederlandse Marine in de admiraliteit, maar zij treedt autonoom op voor het uitsturen van de beschikbare fregatten. Door het beperkt aantal personeelsleden kan steeds slechts ťťn fregat worden ingezet; daarom is het fregat Leopold I voor de kusten van Libanon ingezet en, tijdens de tweede helft van dit jaar, het fregat Louise-Marie in de Atalanta-opdracht.

De landen die deelnemen aan de Atalanta-operatie tegen de piraterij gebruiken als wettelijke basis de extraterritoriale toepassing van hun intern recht inzake de strijd tegen piraterij.

Wat Oost-Congo betreft, stelt de minister dat de arrestatie van Laurent N'Kunda een stap in de goede richting is, maar de problemen in deze regio niet oplost. De internationale gemeenschap beschouwt BelgiŽ als het enige land dat oplossingen kan vinden voor de problemen van de DRC, Burundi en Rwanda. De lidstaten van de Europese Unie zijn niet bereid een Europese troepenmacht naar de DRC te sturen. De European Battlegroup is weliswaar inzetbaar, maar beschikt noch op Belgisch noch op internationaal niveau over voldoende financiŽle middelen.

Voor de MONUC zal BelgiŽ de helft leveren van de gevraagde luchtcapaciteit, namelijk ťťn C130. Men moet er echter ook mee rekening houden dat de besluitvorming binnen de VN zeer moeizaam verloopt.

De brassage van de Congolese troepen in het kader van het militaire partnerschap met de DRC is mislukt omdat de hervorming van het Congolese leger achterwege blijft. Een fact finding mission van ons land in de DRC onderzoekt deze toestand en de vorming van een bataljon ę Force de rťaction rapide Ľ.

Wat betreft het probleem van de proportionaliteit van het budget binnen het kader van de NAVO, verklaart de minister dat BelgiŽ het enige land in de EU is dat de pensioenen van de personeelsleden niet betaalt uit dit budget. Dit moet worden aangepast.

Er moeten meer middelen worden vrijgemaakt voor investeringen, die op dit ogenblik slechts 20 % van het totale budget bedragen. De Leopardtanks spelen nog een belangrijke rol voor de training van de manschappen, maar kunnen niet meer ingezet worden voor opdrachten in het buitenland.

De omvorming van het departement Defensie tot een federale overheidsdienst ondervindt tegenstand van het personeel omdat er spanningen zijn tussen de burgerlijke en militaire structuren. Het strategisch concept van de omvorming is momenteel in onderhandeling met de vakbonden van het personeel.

De defensiehuizen worden gesloten omdat ze de rekrutering van het personeel niet bevorderden en daarenboven ontvingen de kandidaten die zich daar aanmelden vaak onjuiste informatie. In februari 2009 werd het nieuwe concept van werving gelanceerd en dat bleek een groot succes te zijn. Alleen gemotiveerde kandidaten worden uiteraard weerhouden.

Om de investeringen te behouden en te verhogen, moest de kostprijs van het militair personeel omlaag.

De wedden van het militair personeel zijn concurrentiebestendig op binnenlands vlak, maar de privťsector is een geduchte concurrent op internationaal vlak.

Het gebruik van de A400 binnen de European Battlegroup hangt alleen af van een beslissing van de Ministerraad. Op de komende top van Straatsburg zal er beslist worden over de inzetbaarheid van de A400M. Het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland hebben hier grote problemen mee.

De toepassing van resolutie 1325 is een grote zorg van het departement Defensie. Zo wordt de instroom van vrouwen in het leger wel degelijk aangemoedigd. Daarenboven is de kinderopvang binnen het departement Defensie goed uitgebouwd. Een vrouwelijke kolonel is voorzitter van de commissie die de aanwezigheid van de militairen in het NAVO-kader volgt en bij de Belgische permanente vertegenwoordiging bij de OVSE is een plaats opengesteld voor een vrouwelijke militair die de militaire problematiek bij de OVSE volgt.

De rapporteurs, De voorzitter
Alain DESTEXHE. Philippe MAHOUX. Els SCHELFHOUT. Marleen TEMMERMAN.