4-1233/2 | 4-1233/2 |
26 MAART 2009
Nr. 1 VAN DE DAMES de BETHUNE EN SCHELFHOUT
In de considerans, punt G doen vervallen.
Verantwoording
Op het moment dat het Noord-Atlantisch Verdrag tot stand kwam, vormde terrorisme nog geen veiligheidsuitdaging voor individuele naties of regionale organisaties. Teneinde aan de nieuwe veiligheidsuitdagingen te kunnen voldoen die zich vooral sinds de jaren '90 van de vorige eeuw hebben ontwikkeld, kan de NAVO beroep doen op artikel 5 onder andere in de strijd tegen terrorisme. Deze vorm van geweld kan immers beschouwd worden als een gewapende aanval die de stabiliteit en het welzijn van een natie in gevaar brengen. Conform artikel 5 moet elke partij bij het Verdrag de aangevallen partij of partijen bijstaan in de uitoefening van het recht tot individuele of collectieve zelfverdediging zoals erkend in artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties. Dit artikel 51 bepaalt : « geen enkele bepaling van dit Handvest doet afbreuk aan het inherente recht tot individuele of collectieve zelfverdediging in geval van een gewapende aanval tegen een Lid van de Verenigde Naties, totdat de Veiligheidsraad de noodzakelijke maatregelen ter handhaving van de internationale vrede en veiligheid heeft genomen.
Op de NAVO top in Washington in 1999 werd overigens afgesproken om artikel 5 breder te interpreteren. Het zogenaamde « strategisch concept » werd geïntroduceerd waarbij een nieuwe betekenis aan artikel 5 werd gegeven met name « elke gewapende aanval, uit welke richting dan ook, wordt gedekt door de artikelen 5 en 6 ». In de tekst van het Strategisch Concept werd opgenomen dat de veiligheidsbelangen van de Alliantie ook kunnen worden bedreigd door risico's van bredere aard inclusief terrorisme, sabotage en georganiseerde criminaliteit. Hoewel de tekst vrij algemeen is, was men het in 1999 toch eens dat de strijd tegen terrorisme een strategische doelstelling was.
Nr. 2 VAN DE DAMES de BETHUNE EN SCHELFHOUT
In het dispositief, punt 1 vervangen door wat volgt :
« 1. de NAVO is een veiligheidsorganisatie met als eerste taak de collectieve verdediging van de 28 lidstaten en de versterking van de stabiliteit in de Euro-Atlantische ruimte; ».
Verantwoording
Sinds de val van de Berlijnse Muur heeft de NAVO er naar streefd zich als veiligheidsorganisatie aan te passen aan de veranderde situatie in de wereld. De verdragsorganisatie ontwikkelde concrete activiteiten als deel van een hervormingsagenda. Transformatie en aanpassing van de militaire capaciteiten van de Europese leden van het Bondgenootschap is daarbij een belangrijk streven geweest. Door initiatieven betreffende capaciteiten als het « Defense Capabilities Initiative » in 1999 en de « Prague Capabilities Commitment » in 2002 werd het streven naar transformatie van de hoofdzakelijk continentale krijgsmachten van de Europese bondgenoten naar meer expeditionaire militaire apparaten vormgegeven. Belangrijk is vooral dat het bondgenootschap in toenemende mate taken op zich heeft genomen in het kader van crisismanagement buiten het verdragsgebied. Dat gebeurde al in de jaren 90 in de Balkan. De NAVO als crisisbeheerder is inmiddels « gewoon » geworden, zelfs in een zo ver gelegen land als Afghanistan, waar in augustus 2003 een NAVO-hoofdkwartier de leiding kreeg over de International Stability and Assistance Force (ISAF).
Bovendien kan het begrip « regionale » veiligheidsorganisatie tot verwarring leiden. Als « regionaal » een invulling krijgt zoals omschreven in artikel 52 en 53 van het VN-handvest, dan druist dit in tegen de gangbare NAVO interpretatie van het begrip. Regionale organen volgens het VN-handvest kunnen pas optreden na een machtiging van de VN-Veiligheidsraad.
Nr. 3 VAN DE DAMES de BETHUNE EN SCHELFHOUT
In het dispositief, in punt 2, de woorden « zijn militaire operaties moeten gebeuren » vervangen door de woorden « zijn militaire operaties moeten in beginsel gebeuren ».
Verantwoording
Het kan niet de bedoeling zijn dat de NAVO volledig afhankelijk wordt van de goodwill van de niet-NAVO-landen die over een vetorecht beschikken. Indien steeds een mandaat de VN-Veiligheidsraad nodig is, dan bestaat de mogelijkheid dat de NAVO zelfs artikel 5 niet meer kan toepassen.
Nr. 4 VAN DE DAMES de BETHUNE EN SCHELFHOUT
In het dispositief, punt 4 doen vervallen.
Verantwoording
Zie de verantwoording bij amendement nr. 1. Overigens kan een terroristische dreiging ook van een Staat uitgaan waarbij de NAVO in staat moet kunnen zijn om militair op te treden.
Nr. 5 VAN DE DAMES de BETHUNE EN SCHELFHOUT
In het dispositief, punt 7 aanvullen met de woorden :
« de NAVO-Ruslandraad (NRR) is het aangewezen instrument om transparantie en samenwerking betreffende ontwapening en non-proliferatie te bevorderen; ».
Verantwoording
Deze Raad vormt het belangrijkste institutionele overlegorgaan tussen de NAVO-lidstaten en Rusland. Bijgevolg is dit amendement enkel een versterking van de bestaande tekst.
Nr. 6 VAN DE DAMES de BETHUNE EN SCHELFHOUT
In het dispositief, punt 8 vervangen door wat volgt :
« 8. dat de EU lidstaten binnen de NAVO zich moeten laten leiden door de gemeenschappelijke standpunten die de EVDB heeft uitgewerkt; ».
Verantwoording
Indien men pleit voor een echte Europese pijler binnen de NAVO waarbij de EU-lidstaten met één enkele vooraf vastgelegde stem spreken, dan is het risico bijzonder groot dat vooral de VS nog meer rechtstreeks afspraken zal maken met de grote Europese defensiemogendheden binnen de NAVO. Daarom is het realistischer om zich laten te leiden door de gemeenschappelijke standpunten die binnen de EVDB werden genomen.
Nr. 7 VAN DE DAMES de BETHUNE EN SCHELFHOUT
In het dispositief, in punt 9, de woorden « en die geen militaire of politieke geschillen hebben met hun buurlanden » vervangen door de woorden « en tot de verbetering van de collectieve veiligheid ».
Verantwoording
De initiële passage kan ertoe leiden dat een aspirant-lidstaat doelbewust bij een militair of politiek conflict wordt betrokken zodat het volgens deze invulling van artikel 10 van het VN-handvest niet tot het Bondgenootschap zou kunnen toetreden.
Nr. 8 VAN DE DAMES de BETHUNE EN SCHELFHOUT
In het dispositief, punt 14 vervangen door wat volgt :
« 14. het gemeenschappelijk budget van de NAVO moet aanpasbaar zijn in functie van de voorziene operaties die op een meer transparante manier gefinancierd moeten worden; ».
Verantwoording
De initiële tekst voorziet in feite in een budgettaire nulgroei die niet realistisch en houdbaar is in geval men beslist tot één of meerdere militaire operaties.
Nr. 9 VAN DE DAMES de BETHUNE EN SCHELFHOUT
In het dispositief, punt 15 doen vervallen.
Verantwoording
De reflectie over het beslissingsrecht is vooral gericht op de versoepeling van de consensusregel, waardoor vooral de kleinere bondgenoten waaronder België buiten spel worden gezet. Dit kan geenszins de bedoeling zijn. De hervorming van de eengemaakte militaire structuur anderzijds heeft vooral de bedoeling de huidige hoofdkwartieren af te slanken met de achterliggende intentie om meer kosten af te wentelen op de zetelstaten zoals ons land. Dit zou, gezien de budgettaire situatie van ons land, niet haalbaar zijn.
| Sabine de BETHUNE Els SCHELFHOUT. |
Nr. 10 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.
In het dispositief, punt 12 aanvullen met een tweede lid, luidende :
« bijkomende inspanningen moeten bij voorrang geleverd worden door de internationale gemeenschap om naast de militaire inspanningen, civiele en humanitaire bijstand te leveren met het oog op de uitbouw van een duurzame vrede, ontwikkeling en een democratische staat.
In het bijzonder moet er aandacht zijn voor :
— de uitbouw van een politiemacht;
— het bevorderen van de economische heropleving in het bijzonder met programma's die familiale landbouw en micro-ondernemerschap in de hand werken;
— het ondersteunen van meer democratie, goed bestuur en gelijke rechten en kansen voor vrouwen; ».
| Sabine de BETHUNE Els SCHELFHOUT Elke TINDEMANS. |