4-1304/1

4-1304/1

Belgische Senaat

ZITTING 2008-2009

30 APRIL 2009


Wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 104/1 in het Kieswetboek, teneinde de neutraliteit van de bureaus te waarborgen

(Ingediend door de heer Yves Buysse en mevrouw Nele Jansegers)


TOELICHTING


Om een politiek systeem als democratisch te kunnen bestempelen, moet het aan een aantal voorwaarden voldoen, niet in het minst wat de verkiezingen betreft. In dit verband heeft de Europese Commissie voor democratie door recht (wellicht beter bekend als de Commissie van Venetië) de voorbije jaren op vraag van de Raad van Europa een aantal internationale standaarden en een gedragscode met richtlijnen opgesteld waaraan moet worden voldaan om van democratische verkiezingen te kunnen spreken : de Gedragscodex inzake verkiezingsaangelegenheden.

De Commissie schuift een zestal grondslagen naar voor waaraan verkiezingen moeten voldoen om democratisch te zijn. Met name moeten verkiezingen algemeen, enkelvoudig, vrij, geheim en rechtstreeks zijn en moeten zij bovendien op regelmatige tijdstippen plaatsvinden.

Naast deze basisbeginselen heeft de Commissie ook een aantal basisvoorwaarden op papier gezet waarin het concrete kader wordt geschetst waarin verkiezingen moeten plaatsvinden om als democratisch te kunnen doorgaan.

In dit verband benadrukt de Commissie onder meer dat de organisatie van de verkiezingen door een neutraal en onpartijdig orgaan moet gebeuren, en dit vanaf het nationale niveau tot op het niveau van het stemlokaal (1) . In de toelichtende nota wordt dit als volgt verwoord : « Slechts transparantie, neutraliteit en onafhankelijkheid tegenover elke politieke manipulatie staan borg voor een goede organisatie van het verkiezingsproces [...] ». En verder : « De vorming van onafhankelijke en neutrale kiescommissies, en dit vanaf het nationale niveau tot op het niveau van het stemlokaal, is onontbeerlijk opdat regelmatige verkiezingen worden gewaarborgd, of minstens opdat er geen ernstige verdenkingen van onregelmatigheden op de verkiezingen zouden rusten. » (2)

Het is dus volgens de Commissie uiterst belangrijk dat elke zweem van partijdigheid uit het verkiezingsproces wordt geweerd.

Wat dit laatste betreft is er recentelijk sporadisch een probleem gerezen dat het gevolg is enerzijds van het massaal toekennen van de Belgische nationaliteit (met de daaraan verbonden stemplicht) aan niet-geïntegreerde vreemdelingen en anderzijds van het opduiken van een militante en politieke vorm van religieus fanatisme, met name van de politieke islam.

De politieke islam heeft ertoe geleid dat zijn aanhangers hun religieus fanatisme onder meer belijden door het dragen van opzichtelijke kledij in het openbaar die rechtstreeks verwijst naar hun religieuze en politieke overtuigingen. Het dragen van de islamitische hoofddoek is hiervan het symbool geworden, maar is er zeker niet de enige veruiterlijking van.

Ten gevolge van deze ontwikkelingen heeft men dan ook kunnen vaststellen, vooral in gebieden waar veel islamitische immigranten wonen, dat in een aantal stembureaus secretarissen of bijzitters zitting hebben die gekleed zijn in een kledij die voor een duidelijke politieke boodschap staat. Op die wijze wordt naar de mening van de indieners van dit wetsvoorstel de zonodige neutraliteit en onpartijdigheid van de kiescommissies/bureaus op de helling gezet. Dit wetsvoorstel heeft dan ook tot doel alle personen die tijdens het verkiezingsproces een functie uit te oefenen hebben in een bureau, op welk niveau dan ook, de verplichting op te leggen die functie te vervullen in een geest van volstrekte neutraliteit, wat de kledij betreft die zij dragen.

De kwestie is niet nieuw. In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2006 lokte het al dan niet mogen dragen van hoofddoeken heel wat discussie uit. De toenmalige Brusselse minister-president Charles Picqué haalde de toorn van alle professionele antiracisten op zijn nek toen hij de voorzitters van alle Brusselse stembureaus liet weten dat voorzitters en bijzitters geen sluiers mochten dragen. De druk van de politiek-correcten was van dien aard dat hij nadien zijn uitspraken sterk nuanceerde en de beslissing of bijzitters al dan niet gesluierd hun taak mochten uitoefenen overliet aan de individuele voorzitters van de stembureaus. Dit zorgde dan weer voor tegenstrijdige houdingen. Waar de ene voorzitter geen bezwaar maakte (of durfde maken) tegen gesluierde bijzitters, pasten andere voorzitters de richtlijnen van neutraliteit wel toe. Zo werd in een stemlokaal in Sint-Gillis een bijzitster om die reden geweigerd. Veel voorzitters zijn het er wel over eens dat de hogere overheid de hete aardappel niet moet doorschuiven naar de lagere voorzitters, maar zelf duidelijkheid moet scheppen.

Het opleggen van de verplichting aan bijzitters om zich onpartijdig te kleden, mag anderzijds geen aanleiding zijn voor een aantal burgers om zich aan hun burgerplichten te onttrekken. Het zou immers al te gemakkelijk zijn zich aan de uitoefening van de functie van secretaris of bijzitter van een stem- of een stemopnemingsbureau te onttrekken door zich te beroepen op zijn echte of vermeende religieuze overtuiging en de vestimentaire veruiterlijking daarvan. Dit moet des te meer worden verhinderd aangezien in het verleden ten overvloede gebleken is hoe moeilijk het soms is om het nodige aantal burgers bijeen te krijgen die bereid zijn deze functies tijdens de stemverrichtingen te vervullen. Vandaar dat dit wetsvoorstel ook in strafbepalingen voorziet voor zij die zich moedwillig in het stembureau of het stemopnemingsbureau (of bij het uitoefenen van enige andere functie in het kader van de bemanning van de kiescommissies) zouden aanbieden in een kledij die getuigt van een politiek-religieuze overtuiging.

Yves BUYSSE
Nele JANSEGERS.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

Art. 2

In het Kieswetboek wordt een artikel 104/1 ingevoegd, luidende :

« Art. 104/1. — Het is een voorzitter, een secretaris of een bijzitter van een collegehoofdbureau, een hoofdbureau van een kieskring, een provinciehoofdbureau, een kantonhoofdbureau, een stembureau of een stemopnemingsbureau niet toegelaten de hem toevertrouwde opdracht uit te oefenen indien hij gelaatverhullende gewaden draagt. Niemand kan zich echter om die reden onttrekken aan de uitoefening van de hem toevertrouwde opdracht.

Hij die de bepalingen van het eerste lid overtreedt, wordt gestraft met een geldboete zoals bepaald in artikel 95, § 10, derde lid. ».

16 april 2009.

Yves BUYSSE
Nele JANSEGERS.

(1) Punt II.3.1. van de Gedragscodex voor verkiezingen, richtlijnen, aangenomen door de Commissie van Venetië op 19 oktober 2002.

(2) Punten 68 en 71 van de Gedragscodex voor verkiezingen, verklarende nota, aangenomen door de Commissie van Venetië op 19 oktober 2002.