4-64

4-64

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 19 FEBRUARI 2009 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Pol Van Den Driessche aan de vice-eersteminister en minister van FinanciŽn en Institutionele Hervormingen over ęhet stopzetten van de communautaire dialoogĽ (nr. 4-650)

De heer Pol Van Den Driessche (CD&V). - Vlaams minister-president Kris Peeters besloot eerder deze week dat het op het ogenblik geen zin meer heeft om de zogeheten communautaire dialoog voort te zetten. Hij kwam tot die beslissing na duidelijke uitspraken van de Franstalige minister van Institutionele Hervormingen, Didier Reynders.

Die breuk in de onderhandelingen tussen de Gemeenschappen kan verregaande gevolgen hebben voor de werking van onze instellingen.

Ik heb enkele vragen daaromtrent voor de minister.

Waarom verklaarde hij dat er geen deelakkoorden inzake communautaire kwesties voor de regionale verkiezingen van 7 juni kunnen worden gesloten?

Acht hij zijn uitspraken in tegenspraak met eerder gemaakte afspraken? In het Vlaams Parlement werd de minister gisteren van woordbreuk beschuldigd.

Deed hij die uitspraken als minister van Institutionele Hervormingen of als voorzitter van het kartel MR-FDF? Vertolkte hij de mening van alle Franstalige regeringspartijen?

Wat beoogt hij ermee te bereiken, behalve electoraal gewin in Franstalig BelgiŽ?

Hoe ziet hij nu het verdere verloop van de onderhandelingen tussen de gemeenschappen?

Waarom kan het eerste pakket maatregelen, dat al maanden geleden in de Senaat werd ingediend en intussen inhoudelijk werd bijgeschaafd, niet voor juni worden goedgekeurd? Gaat hij ter zake nog een initiatief nemen?

De heer Didier Reynders, vice-eersteminister en minister van FinanciŽn en Institutionele Hervormingen. - De federale regering neemt niet officieel deel aan de communautaire dialoog, maar de ministers van Institutionele Hervormingen zijn op de vergaderingen uitgenodigd. In samenspraak met de vorige minister van Institutionele Hervormingen, de heer Jo Vandeurzen, heb ik verschillende vergaderingen bijgewoond. Sinds midden november ben ik niet meer uitgenodigd door de medevoorzitters van de dialoog.

Als partijvoorzitter heb ik de partijvoorzitters in december uitgenodigd om te onderhandelen over de manier waarop de dialoog kon worden hervat en een aantal onderwerpen snel konden worden uitgewerkt. Dat was destijds niet mogelijk.

Als minister van Institutionele Hervormingen ontving ik vorige week een brief van de minister-president van de Vlaamse regering. Daarin meldt hij mij dat de hele Vlaamse regering ervan overtuigd blijft dat een staatshervorming slechts kan worden gerealiseerd in het kader van een dialoog. Hij heeft zich over de kwestie gebogen naar aanleiding van de bilaterale gesprekken die hij heeft gehad, en hij stelde voor om de dialoog terug aan te vatten, met een duidelijke timing en agenda om snel tot deelakkoorden te komen.

Uiterlijk tegen eind februari wou hij een vergadering om tot akkoorden te komen over het eerste pakket in verband met de arbeidsmarkt, het grootstedenbeleid, de regionalisering van de fiscale aftrekken in de personenbelastingen, justitie en welzijn en over de procedure voor de Grondwetsherziening. Experts moesten het werk voorbereiden. Ik heb van de Vlaamse regering een aantal documenten over de vermelde onderwerpen ontvangen.

Ik heb de minister-president geantwoord dat ik ter beschikking van de medevoorzitters van de dialoog bleef om in samenspraak met mijn collega van Institutionele Hervormingen, minister Vanackere, deel te nemen aan vergaderingen die zij samenroepen, zoals dat het geval was tot in november.

Ik blijf ervan overtuigd dat een staatshervorming een ernstige en belangrijke zaak is en dat er gesproken en onderhandeld moet worden over de onderwerpen die eenieder rond de onderhandelingstafel aanbrengt. Zelf heb ik deelgenomen aan besprekingen over de arbeidsmarkt en over het grootstedenbeleid. Naar mijn mening zijn compromissen mogelijk, maar daarvoor moeten de medevoorzitters de leden van hun groep kunnen overtuigen om samen te komen. Ik laat het aan de leden van de dialoog over om hun agenda en timing op te stellen. Ik herhaal dus dat ik beschikbaar ben om deel te nemen aan elke vergadering die tot doel heeft vooruitgang te boeken in de bespreking.

De heer Pol Van Den Driessche (CD&V). - Met zo een antwoord kan de minister natuurlijk alle richtingen uit.

Ik had een paar duidelijke vragen gesteld.

De vicepremier heeft in het weekend op een vergadering van zijn partij verklaard dat er voor 7 juni 2009 geen akkoorden meer kunnen worden gesloten. Hier speelt hij het formalistisch.

Nogmaals, ik had graag vernomen of er volgens de vicepremier vůůr 7 juni nog deelakkoorden over belangrijke zaken kunnen worden gesloten.

De senaatsvoorzitter is duidelijk gewonnen voor het sluiten van deelakkoorden voor 7 juni. Ik vrees dat het onderhandelingsscenario er na de stembusuitslag van 7 juni wel eens minder gunstig zou kunnen uitzien zodat er met andere en vooral minder redelijke partijen zal moeten worden onderhandeld. Beseft de vicepremier dat wel?

Het geduld van de Vlamingen is op. We zullen niet blijven dulden dat een minderheid in het land de meerderheid verhindert om te handelen. Ik hoop dat de vicepremier dat goed beseft.

Bij het aantreden van de regering hebben twee vrienden van mij uit andere regeringspartijen ervoor gewaarschuwd dat minister Reynders zich politiek niet aan zijn woord houdt.

Ik hoop dat ze ongelijk krijgen, maar ik vrees dat ze gelijk hebben.

De heer Didier Reynders, vice-eersteminister en minister van FinanciŽn en Institutionele Hervormingen. - De uitspraak waarnaar de heer Van Den Driessche verwijst, dateert niet van het weekend, maar van maandag. Verder heb ik nooit verklaard dat het onmogelijk was om voor 7 juni deelakkoorden te sluiten. Integendeel, ik heb me uitgesproken voor deelakkoorden voor 7 juni en ik heb daarvan zelfs voorbeelden gegeven.

Sinds gisteren lopen er bijvoorbeeld belangrijke besprekingen over de bevoegdheden inzake het arbeidsmarktbeleid. Twee ministers die aan de dialoog deelnemen, hebben daarover zelfs een nota gepleegd. Dat voorbeeld heb ik aangehaald, maar er zijn er nog andere.

Wel heb ik gezegd dat het wellicht onmogelijk is om voor 7 juni voorstellen met een tweederde meerderheid door het federale parlement te laten goedkeuren. Dat bleek overigens ook al tijdens de regeringsonderhandelingen in december laatstleden.

Nogmaals, ik heb nooit beweerd dat het niet mogelijk was om voor 7 juni deelakkoorden te bereiken.

De heer Pol Van Den Driessche (CD&V). - Hopelijk krijgt de vicepremier gelijk.