4-1015/2 | 4-1015/2 |
3 MAART 2009
Nr. 1 VAN MEVROUW ZRIHEN
In de considerans, in punt A, tussen het woord « alsook » en de woorden « de toegenomen », de woorden « de toegenomen productiekosten, » invoegen.
Nr. 2 VAN MEVROUW ZRIHEN
In de considerans een punt Abis (nieuw) invoegen, luidende :
« Abis. overwegende dat het ontbreken van een internationale aanpak van de ontwikkeling van de agrobrandstoffen de druk op de landbouwgronden voor de voedingsproducten zal doen toenemen en steeds meer speculatie met zich zal brengen; ».
Nr. 3 VAN MEVROUW ZRIHEN
In de considerans, in punt B, het woord « gevolgen » vervangen door de woorden « mogelijke impact » en de woorden « ongeacht of het gaat om » vervangen door het woord « op ».
Nr. 4 VAN MEVROUW ZRIHEN
In de considerans, punt D vervangen door wat volgt :
« gelet op de doelstellingen van de Europese Ministerraad van maart 2007 alsook op de steun van België voor de ontwikkeling van agrobrandstoffen van de « tweede generatie » (of zelfs van de « derde generatie »), waarbij in hoofdzaak afgeleide producten en afvalstoffen worden gebruikt; ».
Verantwoording
De situatie is veranderd, want het gaat nu om 10 % hernieuwbare energie, waarin ook de elektrische, de hybride energie, enz. is vervat.
Nr. 5 VAN MEVROUW ZRIHEN
In het dispositief, in punt 2, het woord « eerste, » invoegen tussen de woorden « agrobrandstoffen van de » en de woorden « tweede en derde generatie ».
Verantwoording
Er moet een regeling komen voor de agrobrandstoffen van alle generaties.
Nr. 6 VAN MEVROUW ZRIHEN
In het dispositief, punt 3 aanvullen met de woorden :
« en het ontstaan te stimuleren van nationale en regionale beleidsvormen in de landen van het Zuiden, in overleg met de landbouwproducenten alsook ter ondersteuning van de acties van de leden van het maatschappelijk middenveld die op dat gebied actief zijn; ».
Nr. 7 VAN MEVROUW ZRIHEN
In het dispositief, een punt 4bis, (nieuw) invoegen, luidende :
« 4bis. een systeem van certificatie en traceerbaarheid van de agrobrandstoffen die voortkomen uit een « erkende duurzame productieketen » te waarborgen, zodat ze gemakkelijker toegang krijgen tot de « energiemarkten »; ».
Nr. 8 VAN MEVROUW ZRIHEN
In het dispositief, een punt 8bis (nieuw) invoegen, luidende :
« 8bis. de ontwikkelingslanden ertoe aan te zetten een echt geïntegreerd beleid van plattelandsontwikkeling in het leven te roepen, gericht op nationale bio-energie-beleidsvormen; ».
Nr. 9 VAN MEVROUW ZRIHEN
In het dispositief, punt 8 vervangen door wat volgt :
« zodra door onderzoek de precieze impact van de agrobrandstoffen — van welke generatie ook — is vastgesteld, de subsidies aan de producenten van agrobrandstoffen uit voedingsgewassen (« eerste generatie ») te verminderen ten gunste van de brandstoffen met een lagere koolstofvoetafdruk (« tweede en derde generatie »), zoals landbouwafval en agrobrandstoffen uit celluloseplanten; ».
Verantwoording
Al te overhaaste veralgemening. Niemand kent werkelijk de afdruk van de tweede generatie. De subsidies aan de productieketens die de duurzaamheidscriteria niet in acht nemen moeten worden verminderd. Bepaalde productieketens van de eerste generatie kunnen daar misschien nog in slagen, maar het staat niet vast dat die van de tweede erin zullen slagen.
Nr. 10 VAN MEVROUW ZRIHEN
In het dispositief, punt 9 aanvullen met de woorden :
« en de ontwikkeling te stimuleren van planten die niet in concurrentie komen met voedingsgewasssen, zowel vanwege de aard van de productie, als vanwege de « arme » of « dorre » bodem waarop die planten kunnen worden geteeld; ».
Nr. 11 VAN MEVROUW ZRIHEN
In het dispositief, punt 10 aanvullen met de woorden :
« en, zowel op Belgisch als op Europees niveau, van de landbouwsector en van zijn ontwikkeling één van de prioriteiten te maken van de « bilateraal » geïnitieerde beleidsvormen van samenwerking, door onder andere te investeren in infrastructuur en irrigatie, maar ook door de handel in productiemiddelen en producten te verbeteren, opdat de kleine bedrijven niet benadeeld worden; ».
| Olga ZRIHEN. |
Nr. 12 VAN MEVROUW TEMMERMAN
In de considerans, punt D vervangen door wat volgt :
« D. gelet op de Europese richtlijn « Hernieuwbare Energie » die in december 2008 werd goedgekeurd om het aandeel van de agrobrandstoffen in de transportsector tegen 2020 tot 10 % te doen stijgen en overwegende dat, in het kader van die doelstelling, België de ontwikkeling steunt van agrobrandstoffen van de « tweede generatie » (of zelfs van de « derde generatie »), waarbij in hoofdzaak afvalstoffen worden gebruikt; ».
Verantwoording
Dit amendement beoogt een actualisering van de tekst.
Nr. 13 VAN MEVROUW TEMMERMAN
In het dispositief, punt 1 vervangen door wat volgt :
« 1. een maatschappelijk debat en een grondig onderzoek te voeren naar de duurzaamheidsimpact van de « tweede generatie » biobrandstoffen alvorens het engagement van België inzake de ontwikkeling van agrobrandstoffen van de « tweede en de derde generatie », geproduceerd uit afval en resten van de biomassa, opnieuw te bevestigen in diverse internationale en Europese instanties (meer bepaald de Europese Energieraad, de Europese Milieuraad en de Europese Ministerraad); ».
Verantwoording
Het verwijderen van landbouwafval, bladeren, houtafval om er biobrandstoffen van te maken heeft ook invloed op de vruchtbaarheid van de bodem. Door het zogenaamde « afval » te verwijderen, verwijdert men noodzakelijke nutriënten voor de bodem en verarmt het organisch materiaal in de bodem, juist belangrijk voor koolstofopslag.
Bovendien is de technologie voor deze tweede generatie biobrandstoffen duur en is de vraag of ontwikkelingslanden toegang zullen hebben tot deze nieuwe technologie.
Nr. 14 VAN MEVROUW TEMMERMAN
In het dispositief, in punt 4, de woorden « gebruik van » vervangen door de woorden « onderzoek naar ».
Verantwoording
Zie amendement 13.
| Marleen TEMMERMAN. |