4-61 | 4-61 |
De voorzitter. - De heer Etienne Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister, antwoordt.
De heer André Van Nieuwkerke (sp.a). - Onlangs vernam ik dat de Nederlandstalige uitvoerende kamer van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars bij gebrek aan een voorzitter niet meer bijeenkomt. Het zesjarige mandaat van de voorzitter is immers op 9 januari afgelopen. Het gevolg is dat de dossiers blijven liggen en dat tal van klachten niet worden behandeld.
Overigens moet ik opmerken dat het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars eigenlijk tegelijk rechter en partij is, aangezien de zes andere bestuursleden die de rechter bij de klachtenbehandeling bijstaan, zelf allemaal vastgoedmakelaars zijn.
Mijn eerste vraag is dan ook hoe het komt dat de minister nog altijd geen nieuwe voorzitter heeft benoemd. Wanneer denkt hij dat wel te doen?
In september vorig jaar heb ik de minister een reeks vragen gesteld over de manier waarop de diensten van het BIV met klachten omgaan. De minister antwoordde dat in 2007 op 591 klachten er vier berispingen (0,68%), vier schorsingen (0,68%) en twee waarschuwingen (0,34%) werden uitgesproken. Vijfenveertig klachten, of 7,61%, bleven zonder gevolg of kregen een vrijspraak. Wat is er met de overige 90,69% van de klachten gebeurd?
Het koninklijk besluit van 6 september 1993 is volledig achterhaald. Iedereen kan vastgoedmakelaar en dus syndicus worden. De vele klachten en de onwil om ze ernstig te behandelen doen de werking van het BIV in elkaar storten, ondanks het gezonde verstand van welmenende vastgoedmakelaars, syndici en vooral mede-eigenaars. Ik heb trouwens vernomen dat men voor de algemene ledenvergadering en voor de verkiezing van een nieuw bestuur nog slechts een vierde van de vastgoedmakelaars kan bereiken.
Vindt de minister dan ook niet dat het hoog tijd wordt om het koninklijk besluit te evalueren en te corrigeren?
De heer Etienne Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik lees het antwoord van minister Laruelle.
Voor de benoeming van een magistraat als voorzitter van de Nederlandse Uitvoerende Kamer van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars is de toestemming van de minister van Justitie vereist. Het dossier wordt momenteel door zijn diensten onderzocht.
Door het koninklijk besluit van 22 januari 2009 tot benoeming van een plaatsvervangend voorzitter van de Nederlandse Uitvoerende Kamer van het BIV heb ik het mandaat van de heer Theo De Beir, advocaat aan de balie te Brussel, voor een termijn van zes jaar verlengd. Rekening houdend met deze benoeming en met het feit dat de huidige voorzitter wettelijk zetelt tot op het ogenblik dat zijn opvolger wordt benoemd, is de functie van voorzitter van de Nederlandse Uitvoerende Kamer van het BIV momenteel dus bekleed.
Het is belangrijk de cijfers die de senator aanhaalt, te verduidelijken. Volgens de cijfers van 15 juni 2008 heeft het BIV in 2007 inderdaad 591 klachten ontvangen. Slechts 147 van die klachten hebben aanleiding gegeven tot een procedure voor de Uitvoerende Kamers. De overige klachten bestaan uit nog lopende dossiers.
Ik zal, in overleg met de sector, binnenkort een reeks voorstellen tot modernisering van het koninklijk besluit van 6 september 1993 onderzoeken. Ik wacht bovendien op de installatie van de nieuwe Nationale Raad en het nieuwe bureau van het BIV na de verkiezingen die in december 2008 plaats hebben gehad.