4-1096/2

4-1096/2

Belgische Senaat

ZITTING 2008-2009

28 JANUARI 2009


Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen


Evocatieprocedure


AMENDEMENTEN


Nr. 1 VAN DE HEER DARAS

Art. 2

In het voorgestelde artikel 15/5quinquies, § 1, 3º, tweede gedachtestreepje, tussen de woorden « bepaald op » en het woord « 7 % », het woord « minstens » invoegen.

Verantwoording

De billijke marge wordt bepaald overeenkomstig het koninklijk besluit van 8 juni 2007. Het is niet opportuun noch wenselijk een percentage wettelijk te verankeren. Vandaag is 7 % misschien veel, over enkele jaren misschien te weinig.

Nr. 2 VAN DE HEER DARAS

Art. 2

Het voorgestelde artikel 15/5quinquies, § 1, 1º, aanvullen met de woorden :

« ... en dit op basis van cost plus gereguleerde tarieven ».

Verantwoording

Correcte toepassing van het EU-recht.

Nr. 3 VAN DE HEER DARAS

Art. 2

In het voorgestelde artikel 15/5quinquies, § 1, 1º, het woord « contractueel » weglaten.

Verantwoording

Zie nummer 4 van het advies van de Raad van State, waarin letterlijk staat dat dit niet compatibel is met artikel 3, eerste lid, van verordening nr. 1775/2005.

Nr. 4 VAN DE HEER DARAS

Art. 2

Het voorgestelde artikel 15/5quinquies, § 2, vervangen als volgt :

« § 2. De beheerder van het aardgasvervoersnetwerk verleent toegang, voor de doorvoer, op de bestaande vervoersinstallaties op basis van de tarieven, vastgesteld in overeenstemming met § 1 en overeenkomstig de procedure bepaald in artikels 16 tot 19 van het hiervoor vermelde koninklijk besluit van 8 juni 2007. De beheerder van het aardgasvervoersnetwerk verleent toegang, voor de doorvoer, tot de te realiseren installaties, ofwel op basis van tarieven vastgesteld in overeenstemming met § 1 en overeenkomstig de procedure bepaald in artikels 16 tot 19 van het hiervoor vermelde koninklijk besluit van 8 juni 2007. ».

Verantwoording

Zie nummer 7 van het advies van de Raad van State en ook de bepalingen van de verordening nr. 1775/2005 (artikel 3, lid 1, derde alinea) : volgens artikel 3, lid 1, derde alinea van de bovengenoemde verordening kan er geen combinatie van methodes van vaststelling van tarieven zijn. Daarnaast staat duidelijk in considerans 22 van de RL 2003/55/EG van het Europees Parlement dat er slecht een beroep kan worden gedaan op marktmechanismes wanneer er een voldoende concurrerende markt bestaat. In deze bestaat er geen voldoende concurrerende markt, dus als men blijft bij de marktbevraging dan is dit een flagrante schending van het Europees recht, zijnde zowel de verordening nr. 177/2005, alsook de RL 2003/55/EG.

Nr. 5 VAN DE HEER DARAS

Art. 2

Het voorgestelde artikel 15/5quinquies, § 3, aanvullen met de volgende zin :

« De Commissie stelt de tarieven vast op basis van cost plus. ».

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 4 : geen combinatie van vaststelling tarieven, moeten overal cost plus gereguleerde tarieven zijn.

Nr. 6 VAN DE HEER DARAS

Art. 2

Het voorgestelde artikel 15/5quinquies, § 4, vervangen als volgt :

« § 4. De doorvoertarieven, of het de tarieven betreft vastgesteld in overeenstemming met § 1 en overeenkomstig de procedure bepaald in artikels 16 tot 19 van het hiervoor vermelde koninklijk besluit van 8 juni 2007 worden geglobaliseerd voor het gehele grondgebied en houden rekening met de afgelegde afstand. ».

Verantwoording

Gezien in § 2 de markconsultatie weggelaten werd, dient dit hier ook in die zin aangepast te worden.

Nr. 7 VAN DE HEER DARAS

Art. 3

De voorgestelde tekst vervangen als volgt :

« Art. 3. Artikel 15/19 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, ingevoegd bij de wet van 1 juni 2005, wordt in deze zin uitgelegd dat het van toepassing is op de contracten voor de doorvoer van aardgas die vóór 1 juli 2004 zijn gesloten tussen de naamloze vennootschap Distrigas of de naamloze vennootschap Fluxys, als rechtsopvolger van de naamloze vennootschap Distrigas, en de ondernemingen vermeld in de bijlage 1 van de richtlijn 91/296/EG. ».

Verantwoording

Die bepaling stemt niet overeen met de lijst als bijlage van richtlijn 91/296/EG die geen gewag maakt van dochtervennootschappen.

De Raad van State stelt de conformiteit van dit artikel met het communautair recht in vraag. Volgens het advies van de Raad van State zou de Europese Commissie geen bezwaar hebben tegen de ontworpen bepaling. DG TREN stelt bij de brief van 24 juni 2008, gericht aan de administratie Energie :

« Distrigas, maison mère à près de 100 % de sa filiale Distrigas & CO, et couverte par la liste des réseaux de gazoducs à haute pression annexée à la directive 91/296/ relative au transit de gaz naturel. Cette liste étant conçue comme étant exhaustive, il y a lieu de relever qu'elle n'a pas été modifiée depuis 1995.

Dans ces circonstances, on pourrait considérer que s'il est bien prouvé que Distrigas & CO succède à Distrigas dans le cadre de ses activités de commercialisation de contrats de transport/transit, les contrats qu'elle a conclus dans un environnement législatif non caractérisé par la séparation des activités lui permettraient de conserver jusqu'au 30 juin 2004 sa capacité de contracter au sens de l'article 3, § 1, de la directive 91/296 en tant que filiale de Distrigas pour autant que cela soit compatible avec le droit belge des sociétés, point sur lequel la commission européenne ne peut pas se prononcer. Il est à cet effet nécessaire que les autorités belges s'assurent quel est le successeur effectif de Distrigas (soit de la société Distrigas & CO, soit la société Fluxys. ».

Het wetsontwerp wil de historische doorvoercontracten betonneren, maar deze doorvoercontracten moeten alle voldoen aan de voorwaarden gesteld in de transitrichtlijn. Een Belgische « interpretatie » doet daar geen afbreuk aan en moet sowieso zelf in overeenstemming zijn met het communautair recht.

In deze zin is het duidelijk dat Fluxys de rechtsopvolger is van Distrigas. Een eventuele beslechting overlaten aan het Hof van Justitie is onbehoorlijke wetgeving die rechtsonzekerheid creëert.

José DARAS.