4-1111/2

4-1111/2

Belgische Senaat

ZITTING 2008-2009

20 JANUARI 2009


Voorstel van resolutie betreffende het beleid inzake non-proliferatie, nucleaire ontwapening en raketafweersystemen (missile defence)


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE BUITENLANDSE BETREKKINGEN EN VOOR DE LANDSVERDEDIGING UITGEBRACHT DOOR

MEVROUW SCHELFHOUT


De commissie heeft dit voorstel van resolutie besproken tijdens haar vergadering van 20 januari 2009.

I. INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR MEVROUW TEMMERMAN

Op 1 juli 2008 heeft de commissie het voorstel van resolutie betreffende nucleaire ontwapening en de voorbereiding van de Conferentie over het non-proliferatieverdrag 2010 (stuk Senaat, nr. 4-553/1) en het voorstel van resolutie betreffende het beleid inzake non-proliferatie, nucleaire ontwapening en raketafweersystemen (missile defence) (stuk Senaat, nr. 4-777/1) besproken.

Tijdens die vergadering werd beslist, aangezien deze voorstellen hetzelfde onderwerp hebben, om één geďntegreerde versie te maken. Het voorliggende voorstel is de weerslag van deze geďntegreerde versie. In deze tekst zijn alle argumenten en aanbevelingen op elkaar afgestemd.

Voor mevrouw Temmerman is het belangrijk om nu snel een Senaatresolutie inzake non-proliferatie, nucleaire ontwapening en raketafweersystemen op te stellen.

De NAVO staat voor belangrijke hervormingen. Op 19 januari 2009 heeft de commissie een hoorzitting gehouden met de heer de Hoop Scheffer, secretaris-generaal van de NAVO. Volgens mevrouw Temmerman heeft de secretaris-generaal geen duidelijk antwoord gegeven op de vragen met betrekking tot non-proliferatie, maar heeft hij wel melding gemaakt van het feit dat hij op dat vlak uitkijkt naar de standpunten van Barack Obama, de nieuwe Amerikaanse president.

Blijkbaar willen president Obama en de minister van Buitenlandse Zaken, Hilary Clinton, wel degelijk dat de Verenigde Staten zich aansluiten bij de internationale verdragen inzake nucleaire wapens, vermindering van strategische wapens en een verbod op ontwikkeling van nieuwe kernwapens. Zowel minister Clinton als president Obama schaarden zich in het verleden achter een oproep voor een kernwapenvrije wereld. Dit perspectief zal zeker de relaties met supermachten als China en Rusland verbeteren. Rusland dringt trouwens al verschillende jaren aan op het hernieuwen van de verdragen inzake de afbouw van nucleaire wapens.

Mevrouw Temmerman hoopt dat, in het licht hiervan, president Obama afziet van het Amerikaans voornemen om in Polen een anti-rakettenschild uit te bouwen.

Ten slotte onderstreept mevrouw Temmerman de symbolische datum van 20 januari 2009, dag waarop de heer Obama de eed aflegt als nieuwe Amerikaanse president.

Voor onze eigen regering is deze resolutie alvast een mooie voorzet in de komende onderhandelingen inzake non-proliferatie en nucleaire ontwapening.

II. BESPREKING

De heer Roelants du Vivier verwijst naar het voorstel van resolutie betreffende het beleid inzake non-proliferatie en nucleaire ontwapening (stuk Senaat, nr. 3-985/5), aangenomen door de Senaat op 21 april 2005 met het oog op de NPV-conferentie van 2 tot 27 mei 2005. Hij wil dit initiatief meer kracht bijzetten met het oog op de NPV-conferentie van 2010, het jaar waarin ons land het voorzitterschap van de Europese Unie zal waarnemen. De crisis met Iran vereist het herbeginnen van nieuwe onderhandelingen inzake ontwapening.

Het NPV werd voor onbepaalde duur verlengd in 1995 maar heeft geen universele waarde omdat Israël, Pakistan en India het niet hebben ondertekend, ondanks alle inspanningen van de internationale gemeenschap. Het NPV streeft drie grote doelstellingen na : non-proliferatie, vreedzame toepassing van kernenergie en ontwapening. Artikel 4 van het NPV geeft alle partijen van het NPV het onvervreemdbaar recht om kernenergie op een vreedzame manier te gebruiken op voorwaarde dat artikel 2 wordt nageleefd. Dat artikel bepaalt dat landen die geen kernwapens hebben, er geen zullen ontwikkelen (verband met de crisis met Iran).

De crisis met Iran heeft net aangetoond dat er een verband moet zijn tussen de drie doelstellingen van het NPV. Al enkele jaren wordt onderzocht hoe non-proliferatie en het civiel gebruik van atoomenergie met elkaar kunnen worden verzoend. Dat zou leiden tot de oprichting van een brandstofbank onder de auspiciën van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie.

Artikel 6 van het NPV gaat over nucleaire ontwapening. Op dat vlak heeft Frankrijk vooruitgang geboekt. De Franse president, de heer Sarkozy, heeft zich ertoe verbonden om in Frankrijk de luchtvaartcomponent voor nucleaire ontrading met een derde te verminderen. Het Amerikaanse Congres voorziet in de begroting van 2008 niet in een financiering van het programma « Reliable Replacement Warhead » (RRW). Momenteel is het dossier in handen van de Senaat die zich hier binnenkort over zal uitspreken. Hoewel dat belangrijke stappen in de goede richting zijn, volstaat het nog niet. Er zijn immers nog geconsolideerde arsenalen. Er worden erg strikte maatregelen verwacht om een verdrag uit te werken dat kernproeven en de productie van splijtstoffen verbiedt. Hetzelfde geldt voor het paraat houden van kernwapens, de detargeting en de bepalingen inzake het verbod op het inzetten van kernwapens tegen landen die geen kernwapens bezitten.

Er wordt ook vooruitgang verwacht in verband met non-proliferatie. De versterkte toezichtsmaatregelen van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie moeten verplicht en universeel worden. De crisis met Iran benadrukt bovendien een dimensie die evident is geworden en die betrekking heeft op de controle op de volledige cyclus vanaf de nucleaire brandstof tot het afval. Dat zorgt voor een aantal risico's die de internationale gemeenschap niet mag lopen in een gebied dat zo licht ontvlambaar is als het Nabije en het Midden-Oosten.

De derde voorbereidende « NPV-conferentie 2010 » die in het voorjaar van 2009 zal plaatsvinden, zal moeten leiden tot procedureregels en het opstellen van een agenda om tijd vrij te maken en de deelnemende staten aan het NPV hun verbintenis nakomen over de basisonderhandelingen, namelijk een evenwichtige voortzetting van de drie bovengenoemde doelstellingen.

Ten slotte benadrukt de heer Roelants du Vivier dat de voorliggende tekst de consensus binnen de commissie weerspiegelt.

Mevrouw Hermans stemt in met de inhoud en de doelstellingen van het voorliggende voorstel van resolutie maar stelt zich wel vragen over de haalbaarheid ervan. In dat verband verwijst zij naar de argwaan die ook de secretaris-generaal van de NAVO tijdens de hoorzitting van 19 januari 2009 heeft verwoord, namelijk wat zal de VS terzake echt zal doen.

III. STEMMINGEN

Het voorstel van resolutie wordt in zijn geheel eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.


Vertrouwen wordt geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van het verslag.

De rapporteur, De voorzitter,
Els SCHELFHOUT. Marleen TEMMERMAN.

De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als de tekst van het voorstel van resolutie (zie stuk Senaat, nr. 4-1111/1 - 2008/2009)