4-1074/2

4-1074/2

Belgische Senaat

ZITTING 2008-2009

21 JANUARI 2009


Wetsontwerp houdende goedkeuring van de Resoluties 63-2 en 63-3 van de Raad van gouverneurs van het Internationaal Monetair Fonds betreffende de amendering van de statuten van het Internationaal Monetair Fonds


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE FINANCIËN EN VOOR DE ECONOMISCHE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR

MEVROUW ZRIHEN


I. INLEIDING

De commissie heeft dit wetsontwerp besproken tijdens haar vergadering van 21 januari 2009.

II. INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR DE STAATSSECRETARIS VOOR DE MODERNISERING VAN DE FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIËN, DE MILIEUFISCALITEIT EN DE BESTRIJDING VAN DE FISCALE FRAUDE, TOEGEVOEGD AAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Het wetsontwerp heeft tot doel de wijzigingen aan de statuten van het IMF goed te keuren die door de Raad van gouverneurs van het IMF in 2 verschillende resoluties werden geformuleerd. De voorgestelde wijzigingen bestaan uit 2 luiken : enerzijds de wijzigingen met het oog op het verhogen van het stemgewicht en de deelname in het IMF, met name van de opkomende economieën en de ontwikkelingslanden en, anderzijds, de aanpassingen met het oog op het uitbreiden van de investeringsbevoegdheid van het IMF.

Samengevat beogen de statutenwijzigingen die worden voorgesteld :

(i) de mogelijkheid voor de Beheerders van grote kiesgroepen om een tweede plaatsvervanger te benoemen;

(ii) de verdrievoudiging van de basisstemmen en het vastleggen van de verhouding tussen het aantal basisstemmen en het totaal aantal stemmen;

(iii) een technische wijziging van de regels betreffende de opschorting van stemmen, om te vermijden dat de opschorting van het stemrecht van een lidstaat die zijn verplichtingen tegenover het IMF niet nakomt, automatisch zou leiden tot een vermindering van het aantal basisstemmen voor alle lidstaten;

(iv) de uitbreiding van het investeringsmandaat van het IMF, waarbij het investeringsbeleid kan worden bepaald door de Raad van Beheer, met bijzondere meerderheid (70 %);

(v) de overdracht van de meerwaarde van een beperkte goudverkoop naar een investeringsrekening, zonder rekening te moeten houden met de nu bestaande beperkingen.

België steunde de voorgestelde wijzigingen actief in de raad van beheer en in de Raad van gouverneurs. De voorgestelde statutenwijzigingen zijn noodzakelijk om (i) de overeengekomen hervorming van de stemgewichten en de deelname in het IMF uit te voeren en (ii) het IMF van een stabiele bron van inkomsten te voorzien.

Het is dan ook van belang dat België, gelet op zijn vooraanstaande rol in het IMF als belangrijk aandeelhouder en als leider van de grootste kiesgroep, de voorstellen binnen een redelijke termijn goedkeurt.

Aangezien het om de aanpassing van een internationale overeenkomst gaat, kan België zijn goedkeuring slechts formeel bevestigen tegenover het IMF nadat de wijzigingen zijn goedgekeurd door het Parlement.

III. BESPREKING

Mevrouw Zrihen geeft aan dat, zowel het IMF als de Wereldbank, een belangrijke rol speelt in het internationale evenwicht tussen verschillende staten, hoewel sommigen eerder beweren dat ze het evenwicht verstoren. Spreekster merkt op dat de vergaderingen van het IMF geen voorwerp uitmaken van een overleg op het niveau van Buitenlandse Zaken. Kan de staatssecretaris daarom toelichten welk standpunt België heeft verdedigd ten opzichte van de hier voorgestelde wijzigingen ? Kan er bovendien worden toegelicht welk soort van investeringen het IMF in de toekomst wenst te doen ? Daarbij moet deze laatste vraag zeker gezien worden in het kader van het gerucht dat de meest recente investeringen van het IMF allesbehalve een succes konden worden genoemd en bovendien is het belangrijk dat in het licht van de huidige economische situatie er bepaalde structurele oplossingen worden genomen.

De heer Van Nieuwkerke betreurt dat het Parlement enkel zijn goedkeuring of afkeuring kan geven maar dat het voordien geen enkele invloed heeft gehad op de beslissingen. Spreker pleit er daarom voor dat in de toekomst het Parlement, en de Senaat in het bijzonder, vooraf zou worden geraadpleegd en dat het aanbevelingen voor de regering zou kunnen formuleren. In het licht van de voorgestelde aanpassingen van de statuten wenst de spreker vervolgens op te merken dat de voorgestelde wijziging van het stemgewicht wel zeer miniem is en slechts een kleine 2 % meer stemgewicht bedraagt. De opkomende economieën en de ontwikkelingslanden blijven dus in de verdrukking en de neokoloniale context blijft behouden. De rijkere landen zullen immers ook na de aanpassing ongeveer 60 % van de stemrechten bezitten. Daarenboven is de gehele werking van het IMF ondoorzichtig, niet transparant en niet democratisch. Politiek zou er daarom een bepaald signaal moeten kunnen worden gegeven bijvoorbeeld via een inspraakprocedure.

De heer Daras merkt eveneens op dat de Senaat vooraf geen inspraak heeft gekregen en dat het Parlement eveneens niet weet wat er in de toekomst met het verleende mandaat zal gebeuren. Vervolgens verklaart de spreker de voorgestelde wijziging van de stemgewichten te appreciëren maar tezelfdertijd betreurt hij dat niet werd geraakt aan het vetorecht van de Verenigde Staten. De spreker betreurt verder dat het IMF zijn algemene beleidspolitiek in de toekomst niet zal aanpassen en dat het verder zal gericht blijven naar de al te liberale principes van de open markteconomie. Een beleid dat in het verleden reeds heeft bewezen dat het de opkomende economieën verarmt en met schulden overlaadt.

Mevrouw Vienne stelt vast dat de voorgestelde wijziging alleszins een verbetering inhoudt maar er zeker nog ruimte is opdat de opkomende economieën en de ontwikkelingslanden nog meer inspraak zouden hebben in de beslissingsprocessen. Tegelijkertijd wil ook deze spreekster aangeven dat het Parlement over weinig informatie met betrekking tot de verschillende beleidsopties die in de verschillende internationale instellingen worden genomen, beschikt. Daarom stelt zij voor dat er een grondig debat met hoorzitting, over de internationale instellingen waaraan België deelneemt zou worden gehouden en dat er meer inzicht zou komen in de stellingnames die België in deze instellingen neemt.

Mevrouw Kapompolé wenst meer informatie te verkrijgen met betrekking tot de aanpassingen van het investeringsbeleid van het IMF. Immers, de aanpassing wordt voorgesteld als zijnde een bron van meer stabiele inkomsten. Echter, is er gegarandeerd dat de middelen van de verschillende lidstaten op een niet speculatieve manier zullen worden belegd ?

De heer Beke stelt dat de hier aangehaalde kritische commentaren moeten worden geplaatst tegenover de verwezenlijkingen van het IMF en tegenover het principe van « no taxation without representation » dat verschillende lidstaten hanteren. Verder verwijst de spreker naar de vergadering van de G20 die eveneens de rol en de positie van het IMF zal onderzoeken. Heeft de minister zicht op de werkzaamheden die er op het supranationale niveau aan de gang zijn ? Zal België hier bepaalde voorstellen leveren ?

De staatssecretaris voor de Modernisering van de federale overheidsdienst Financiën, de Milieufiscaliteit en de Bestrijding van de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën verklaart dat België wat de stellingname in de voorbije onderhandelingen betreft, heeft verdedigd dat de aanpassingen met het oog op het verhogen van het stemgewicht en de deelname in het IMF van de opkomende economieën en de ontwikkelingslanden verder hadden mogen gaan. Het bereikte compromis is reeds een stap vooruit en in de toekomst zullen er zeker nog verdere aanpassingen gebeuren die het stemgewicht van de opkomende economieën en de ontwikkelingslanden zullen uitbreiden. Daarbij moet er ook rekening worden gehouden met het gegeven dat het IMF ooit werd opgericht volgens de principes van een bankinstelling en dat de oprichtende landen daarvoor kapitaal ter beschikking hebben gesteld. Kapitaal dat momenteel de reserve vormt van deze instelling en dat wordt aangewend om landen die een crisissituatie kennen, te hulp te komen opdat de economie zich zou kunnen stabiliseren. Gezien deze historische gang van zaken zijn het dus ook de stichtende landen die aanvankelijk en ook gedeeltelijk nu nog, de meeste invloed hadden. In dit licht kan ook de permanente vertegenwoordiging van België in de Raad van gouverneurs worden beschouwd.

In verband met de vraag naar een voorafgaand overleg over de stellingname van België in de internationale instellingen merkt de staatssecretaris op dat dit mogelijk is en dat de vertegenwoordiger van België bij deze instellingen, tijdens zijn aanwezigheid in dit land, door het Parlement kan worden gehoord over het standpunt dat België en de groep van landen die wij vertegenwoordigen inneemt. Echter, in elk geval kunnen de verantwoordelijke ministers steeds kunnen worden geïnterpelleerd om hun standpunt over een bepaald onderwerp toe te lichten. Spreker merkt op dat België in de Wereldbank en het IMF is vertegenwoordigd via een vertegenwoordiger van de Nationale Bank. Daarom is de minister van Financiën verantwoordelijk.

Wat de vragen met betrekking tot de inhoud van de aanpassingen van de investeringsbevoegdheid van het IMF betreft, wenst de spreker aan te geven dat de beslissing tot de wijziging ervan reeds werd genomen voor de aanvang van de financiële crisis. Er is dus zeker geen rechtstreeks verband aangezien de voorgestelde wijziging van de investeringspolitiek werd ingegeven door de sterke daling van de uitstaande IMF-kredieten van de voorbije jaren en de daaruit voortvloeiende sterke daling van de inkomsten. In die zin was het voor het IMF logisch om zijn inkomsten niet enkel te halen uit de toegestane kredieten maar ook uit de uitstaande reserves. Daarom wordt er voorgesteld om de te hanteren beleggingscriteria voor de reserves van het IMF beperkt te versoepelen waardoor ze meer in de lijn komen met wat in de andere internationale financiële instellingen van kracht is. Meer bepaald moet in dit licht ook de verkoop van een deel van de goudreserves van het IMF worden gezien. Spreker stipt nog aan dat de details van de wijziging van de investeringspolitiek slechts kunnen worden doorgevoerd na de goedkeuring van meer dan 70 % van het aantal stemmen. Een zeer ruime meerderheid dus waarbij alle landen hun mening zullen kunnen geven en die zal vermijden dat voor meer speculatieve investeringen zal worden geopteerd. In de toekomst zal het IMF dus ook trouw blijven aan zijn basisdoelstelling zijnde de tijdelijke financiële hulp aan landen in nood.

In verband met de vraag naar supplementaire informatie over de vergaderingen van de G20 wenst de staatssecretaris op te merken dat België geen deel uitmaakt van deze groep. Ons land kan dan ook geen directe invloed uitoefenen op de discussies.

Mevrouw Zrihen wenst mee te geven dat de vragen naar bijvoorbeeld meer transparantie over de standpunten van België reeds werden gesteld in de resolutie over het Belgisch beleid betreffende de hervorming van het bestuur en het beleid van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (St. Senaat, 3-1920/4) aangenomen op 26 april 2007 in de Senaat. Kan de staatssecretaris eventueel dit document eens ter hand nemen en zien op welke manier uitvoering kan worden gegeven aan de bepalingen ervan ? Spreekster stelt daarom voor dat er hierover een hoorzitting zou worden georganiseerd. Zij stelt tevens dat de Commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en de Landsverdediging hierbij zou worden betrokken aangezien het onderwerp toch het louter financiële overstijgt, zoals blijkt uit het gegeven dat de graad openheid van een economie meespeelt in de criteria voor het bepalen van het stemgewicht..

De staatssecretaris verklaart dat ook hij transparantie wenst waarbij de senatoren een inzicht hebben in de werkzaamheden van de Belgische vertegenwoordiger bij het IMF. Spreker merkt op dat deze vertegenwoordiger reeds regelmatig uitleg over de werkzaamheden en de standpunten geeft in de bevoegde Kamercommissie. In die zin is het dus vrij eenvoudig om de activiteiten dusdanig te organiseren dat ook de senatoren hieraan kunnen deelnemen.

Wat het criterium van de graad van openheid van een economie voor het bepalen van het stemgewicht betreft, verklaart de spreker vervolgens dat dit criterium volgens hem zeer logisch en pertinent is. Immers, economieën die onvoldoende open zijn riskeren geen internationale betalingsproblemen. Zij zullen dus ook nooit een beroep doen op het IMF. Bovendien wordt er internationaal ook vanuit gegaan dat internationale handel goed is voor de economie van een bepaald land.

Mevrouw Zrihen stelt eveneens voorstander te zijn van mondialisering op voorwaarde dat deze gereguleerd is en ze dus aan bepaalde voorwaarden voldoet. Daarbij is het ook belangrijk dat de internationale instellingen zich aanpassen aan de gewijzigde omstandigheden zoals in dit geval de internationale financiële crisis.

De heer Collas stelt dat het eveneens belangrijk is om na te denken over de rol die bijvoorbeeld het IMF kan opnemen met betrekking tot internationale toezicht over het internationale financiële en bancaire systeem. In dat opzicht is het ook belangrijk om de werkzaamheden op te volgen via onze Belgische vertegenwoordiger.

In repliek op de heer Collas herinnert de staatssecretaris eraan dat het IMF slechts een noodbank is die noodhulp verleent aan landen die met betalingsmoeilijkheden kampen. Wat vervolgens het debat over de mondialisering betreft, verwijst de spreker naar het boek van de Prof. P. Krugman over dit onderwerp, dat het geheel en de impact ervan op de ontwikkeling zeer goed kadert.

IV. STEMMINGEN

Artikel 1 wordt aangenomen met 9 stemmen voor bij twee onthoudingen.

Artikel 2, alsook het wetsontwerp in zijn geheel worden aangenomen met 9 stemmen voor, 1 tegen bij 1 onthouding.


Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.

De rapporteur, De voorzitter,
Olga ZRIHEN. Wouter BEKE.