4-1051/6 | 4-1051/6 |
16 DECEMBER 2008
I. INLEIDING
Dit optioneel bicameraal wetsontwerp (artikel 78 van de Grondwet) werd op 24 november 2008 door de regering in de Kamer van volksvertegenwoordigers ingediend (stuk Kamer, nr. 52-1608/1) en op 11 december 2008 aangenomen door de Kamer en overgezonden aan de Senaat.
De Senaat heeft het ontwerp geėvoceerd op 12 december 2008.
De artikelen 33 tot 52 werden verwezen naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging.
In toepassing van het artikel 27, 1, tweede lid, van het Reglement van de Senaat, heeft de commissie de bespreking van deze artikelen aangevat voor de stemming in de Kamer.
De commissie heeft twee vergaderingen gewijd aan het onderzoek van deze artikelen, te weten op 10 en 16 december 2008.
II. INLEIDENDE UITEENZETTING VAN DE HEER DE CREM, MINISTER VAN LANDSVERDEDIGING
Artikelen 33 tot 52
De titel Landsverdediging van het voorliggende wetsontwerp omvat vijf hoofdstukken.
Het eerste hoofdstuk is het gevolg van een arrest van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die een gebrek aan wettelijke basis vaststelt voor de uitoefening van de bevoegdheid van de Koning inzake het vastleggen van een anciėnniteitsverlies van 54 maanden in de graad van korporaal bij de overgang van aanvullingsvrijwilliger naar beroepsvrijwilliger. Door het niet toepassen van dit anciėnniteitsverlies bij de overgang wordt een discriminatie gecreėerd ten opzichte van de beroepsvrijwilligers. De ex- aanvullingsvrijwilligers zouden namelijk voor de beroepsvrijwilligers in de graad van korporaal-chef benoemd worden.
Artikel 33 beoogt de rechtzekerheid te herstellen door het invoegen van een voldoende wettelijke basis in de wet van 12 juli 1973. Er dient nog te worden onderstreept dat dit niet tot bedoeling heeft het gezag van gewijsde van eventuele juridische beslissingen aan te tasten.
Het tweede hoofdstuk voert opnieuw de bepaling in die het mogelijk maakt om de bevoegdheid om de personeelsleden van het niveau B, C en D te benoemen, te bevorderen of af te zetten, te delegeren aan de administrateur-generaal van het Nationaal Geografisch Instituut.
Het derde hoofdstuk maakt het mogelijk om het nieuwe pensioensysteem voor de militairen in voege te laten treden op 1 januari 2009, door een in transitiemaatregel te voorzien voor de militairen in dienst op deze datum. Die militairen dienen te worden beschouwd als over hun transferpunt te zijn wat voor hen de rechten opent voor een eventuele loopbaanbonificatie.
Het vierde hoofdstuk voert de maatregel van de vrijwillige opschorting van de prestatie in. Het laat toe aan bepaalde militairen ouder dan 50 jaar in verlof te worden geplaatst binnen de 5 jaar voorafgaand aan het rustpensioen met een bezoldiging verminderd tot 75 % van de wedde en bepaalde toelagen. Die toelagen zijn deze die in aanmerking worden genomen bij het vastleggen van de beschermingswedde van de militairen. Tijdens deze periode van vrijwillige opschorting van de prestaties kan de militair een andere professionele activiteit uitoefenen mits in achtneming van de regels van toepassing op de gepensioneerde militairen. De toepassingsmodaliteiten van de maatregel worden hernomen in het wetsontwerp dat eveneens de aanvraagprocedure en de criteria die worden toegepast bij het toekennen van de vrijwillige opschorting van de prestaties vastlegt.
Het gaat om een tijdelijke maatregel voor een periode van 5 jaar. Zij beoogt het gedeelte personeelskosten te doen dalen in de begroting van Defensie.
Het laatste hoofdstuk legt de datum van inwerkingtreding van de verschillende bepalingen vast. Met uitzondering van de bepaling betreffende de problematiek van de anciėnniteit van de vrijwilligers dat in voege treedt op de datum van de invoegetreding van het besluit waarvan de wettelijke basis onvoldoende was met name 15 augustus 1994, de andere bepalingen treden in werking op 1 januari 2009.
III. BESPREKING
De artikelen 33 tot 52 geven geen aanleiding tot opmerkingen.
IV. STEMMINGEN
Het geheel van de artikelen verwezen naar deze commissie, zijnde de artikelen 33 tot 52, wordt eenparig aangenomen door de 10 aanwezige leden.
Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.
| De rapporteur, | De voorzitter, |
| Olga ZRIHEN. | Marleen TEMMERMAN. |
Tekstcorrecties aangenomen door de commissie
Artikel 37
In artikel 37, § 2, werden de woorden « artikel 33 » vervangen door de woorden « artikel 36 ».
In artikel 37, § 3, 1ŗ, worden de woorden « artikel 33, derde lid » vervangen door de woorden « artikel 36, derde lid ».
Artikel 44
In artikel 44 worden de 3 verwijzingen naar « de wedde bedoeld in artikel 40, § 1, » vervangen door « de wedde bedoeld in artikel 43, § 1 ».
Artikel 52
In dit artikel worden de woorden « artikel 47 » vervangen door de woorden « artikel 50 ».