4-1063/1 | 4-1063/1 |
15 DECEMBER 2008
De discussie omtrent het activeren van werklozen is geen nieuw thema. Heel wat factoren komen steevast in de discussie terug, waarbij vaak moet worden vastgesteld dat dé oplossing niet tot een enkele maatregel kan worden teruggebracht. Verschillende modellen en mogelijke oplossingen moeten dan ook eerder samen gelezen worden, eerder dan elk op zich staand. Het blijft echter nog steeds een opgave om de werkloosheid structureel aan te pakken, daar zijn alle politieke partijen het over eens.
De afgelopen jaren werden reeds enkele initiatieven ondernomen om het fenomeen van de « werkloosheidsval », te verkleinen. Zo kan men in bepaalde gevallen zijn werkloosheidsuitkering verliezen indien men bijvoorbeeld « gepast » werk weigert te aanvaarden. Ook in het kader van de begeleiding van werkzoekenden zijn belangrijke initiatieven genomen, we kunnen hier verwijzen naar het samenwerkingsakkoord van 30 april 2004 met de gewesten betreffende de actieve begeleiding en opvolging van werklozen.
Dit voorstel van resolutie wil twee elementen ter bespreking aankaarten. Enerzijds wil ze een gemeende oproep doen tot een effectieve lastenverlaging, waarbij eerst werk dient gemaakt te worden van de laagste lonen, anderzijds wil ze de regering erop attent maken dat ook het regeerakkoord enkele passages omtrent werkloosheid bevat en waar nog steeds « werk » moet worden van gemaakt. Hierbij moet het sociaal-economisch aspect, dat werkloosheid is, steeds in het achterhoofd worden gehouden. Maatregelen moeten erop gericht zijn om werkonwilligen uit het systeem te halen en zoveel mogelijk bijkomende jobs te creëren. Daarbij moet een onderscheid duidelijk gemaakt worden tussen de verschillende types van werkloosheid : vrijwillige werklozen, frictionele werklozen, structurele, conjuncturele en niet te vergeten de verborgen werkloosheid. Men kan niet ontkennen dat er heel wat vrijwillige werklozen zijn, vaak omdat het verschil tussen de hoogte van de uitkering en het nettoloon dat men hypothetisch zou kunnen verdienen eerder klein is. Het bestaan van een activeringspremie is voor velen onder hen niet overtuigend genoeg. Zo moeten oplossingen vooral gezocht worden voor zij die structureel werkloos zijn, zij gaan immers doelbewust op zoek naar een betrekking, maar kunnen maar geen gepaste job vinden. Dit kan geografische redenen kennen, alsook de scholingsgraad is vaak een factor. Ook de conjuncturele werkloosheid moet extra aandacht krijgen. Dagelijks lezen en horen we immers in de pers dat ten gevolge van het nog steeds verder uitdeinen van de wereldwijde financiële crisis steeds meer mensen op straat komen te staan, velen vrezen dan ook voor hun toekomst. Het regeerakkoord kondigde aan dat de regering maatregelen zou goedkeuren om de mobiliteit van de werkzoekenden te begunstigen en om de werkloosheidsvallen te bestrijden door de promotie van zowel bezoldigde als zelfstandige arbeid te ontwikkelen, met bijzondere aandacht voor jonge zelfstandigen en onvrijwillig deeltijdse werknemers. Hier valt echter nog maar weinig van te merken.
Een activeringsbeleid is echter geen toverwoord op zich. Een doelgerichte lastenverlaging is van fundamenteel belang in het verhaal van jobcreatie. Uit een onderzoek van UCL-econoom Oliver Pierrard uit 2004 blijkt dat een loonlastenverlaging gericht op de laagste lonen tot een massale jobcreatie zou leiden. Net in die groep, met vaak laaggeschoolde werknemers is de werkloosheidsgraad immers hoog. Door sociale lasten voor de ongeschoolde jobs te verminderen met 500 miljoen euro zouden er 60 000 nieuwe banen kunnen ontstaan, naast de indirecte tewerkstelling. Het verleden heeft volgens het Planbureau reeds aangetoond dat lastenverlagingen hun effect niet missen : hierdoor zouden er in 1995 en 2000 respectievelijk 12 200 en 35 700 banen bijgekomen zijn (1) . Uit een enquête van Voka, De Tijd en Vacature van 2007, de grote « NV talentenquête », blijkt dat 95 % van de werknemers en 89 % van de werkgevers de loonkost te hoog vinden (2) . Ook het regeerakkoord kondigde hier maatregelen over aan. De regering verklaarde zich bereid om de voorstellen van de sociale partners tot uitvoering te brengen onder meer met betrekking tot het versterken van de structurele lastenverlaging voor de lage lonen en om indien nodig de notie « lage lonen » uit te breiden.
De ambities in het regeerakkoord van de regering Leterme op het vlak van werkgelegenheid zijn hoog gegrepen : « door een proactief en dynamisch beleid — dat al in 2008 moet leiden tot 61 000 bijkomende jobs — moet het mogelijk zijn dat de economische groei resulteert in een toename van de tewerkstelling met meer dan 200 000 eenheden. » Het is echter nog maar ten zeerste de vraag of dit wel een realistisch haalbare kaart zal zijn met de huidige financiële malaise. Verderop lezen we in het regeerakkoord « De regering stelt vast dat in ons land de werkloosheidsuitkeringen in het begin van de periode te laag zijn en dat het systeem daarentegen te weinig aanzet om actief een job te zoeken. Vandaar dat zij een mechanisme wil uitwerken door de verhoging van de uitkeringen in een eerste periode die de financiële schok verlicht voor wie in de werkloosheid terechtkomt, maar die er eveneens toe aanzet om zo snel mogelijk de werkloosheid te verlaten, inzonderheid door het versterken van zowel de degressiviteit als de vorming en begeleiding en zonder de minima per categorie in het gedrang te brengen. Zij zal aan de Nationale Arbeidsraad vragen om concrete voorstellen te formuleren. » Hieruit blijkt dat de regering bereid lijkt te zijn om effectief iets rond de activering van werklozen te doen, alleen zijn tot hiertoe nog niet bijster veel effectieve maatregelen genomen tijdens deze zittingsperiode.
| Jean-Jacques DE GUCHT Paul WILLE Berni COLLAS Martine TAELMAN. |
De Senaat,
A. Overwegende dat België ten opzichte van andere Europese landen een hoge werkloosheidsgraad kent;
B. Overwegende dat de activering van de werklozen van primordiaal belang is voor de Belgische economie;
C. Overwegende dat de noodzaak bijkomend gevoed wordt door de huidige financiële crisis;
D. Overwegende dat het regeerakkoord erkent dat de activering van werklozen een belangrijk streefdoel is voor de regering;
E. Overwegende dat de persoonlijke opvolging en begeleiding van werkzoekenden hierbij een cruciale rol speelt;
F. Overwegende dat een voelbare lastenverlaging, in eerste instantie voor de laagste lonen, een eerste stimulans moet zijn om op een zuivere economische manier bijkomende banen te creëren.
Vraagt de regering :
1. om in samenspraak met de sociale partners de elementen van het regeerakkoord omtrent de problematiek van de werkloosheid effectief gestalte te geven;
2. om een effectieve loonlastenverlaging door te voeren, in eerste instantie wat de laagste lonen betreft;
3. om hierover binnen zes maanden met een voorstel te komen naar de Commissie voor de Sociale Aangelegenheden van de Senaat.
20 november 2008.
| Jean-Jacques DE GUCHT Paul WILLE Berni COLLAS Martine TAELMAN. |
(1) http://www.itinerainstitute.org/upl/1/default/doc/Nota14_werkloosheid_schande.pdf
(2) http://www.voka.be/vev/nieuws/Pages/Belgischloonbeleidinimpasse.aspx