4-692/2 | 4-692/2 |
19 NOVEMBER 2008
Nr. 1 VAN MEVROUW DEFRAIGNE EN DE HEER COLLAS
Art. 2
Dit artikel aanvullen met de bepaling onder 3º, luidende :
« 3º het vierde lid wordt vervangen als volgt : « Zo er twee beschuldigden in dezelfde zaak zijn betrokken, wordt de vraag, bedoeld in de vorige leden, slechts ingewilligd, indien zij de verwijzing vereist naar het hof van assisen van een van de provincies waarvan de proceduretaal de taal is van beide beschuldigden. Zo er meer dan twee beschuldigden in dezelfde zaak zijn betrokken, wordt die vraag slechts ingewilligd indien zij de verwijzing vereist naar het hof van assisen van een van de provincies waarvan de proceduretaal de taal is van de meerderheid van de beschuldigden. Als er bij de beschuldigden geen meerderheidstaal is, wordt de vraag om verwijzing geweigerd. »
Verantwoording
Deze herformulering van het vierde lid van artikel 20 van de wet van 15 juni 1935 lijkt noodzakelijk om de verschillende situaties te verduidelijken waarbij meerdere beschuldigden die verschillende landstalen spreken, betrokken zijn.
Ingeval twee beschuldigden bij dezelfde zaak zijn betrokken, wordt de verwijzing slechts toegestaan indien de zaak hierdoor wordt behandeld voor een hof van assisen dat de taal van beide beschuldigden gebruikt. Indien deze twee beschuldigden verschillende landstalen hanteren, blijft het hof van assisen waarvoor de beschuldigden oorspronkelijk zijn gedagvaard, bevoegd.
In de situaties waarbij er minstens drie beschuldigden in dezelfde zaak zijn betrokken, wordt de vraag om verwijzing slechts ingewilligd indien de zaak hierdoor wordt behandeld voor een hof van assisen dat de taal van de meerderheid van de beschuldigden gebruikt. Indien geen van de drie landstalen de taal van de meerderheid van de beschuldigden is, kan de vraag om verwijzing door een van hen niet worden ingewilligd. In een dergelijk geval blijft het hof van assisen waarvoor de beschuldigden oorspronkelijk zijn gedagvaard, bevoegd.
| Christine DEFRAIGNE. Berni COLLAS. |