4-47

4-47

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 6 NOVEMBER 2008 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Nahima Lanjri aan de minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en Grote Steden en aan de minister van Klimaat en Energie over «het Stookoliefonds» (nr. 4-451)

De voorzitter. - De heer Etienne Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister, antwoordt.

Mevrouw Nahima Lanjri (CD&V). - In de maand september konden we in de pers lezen dat verschillende verenigingen van steden en gemeenten in Vlaanderen, Wallonië en Brussel een aantal pijnpunten met betrekking tot het Stookoliefonds hebben aangekaart.

De OCMW's zijn belast met de uitvoerende taak verbonden aan het Stookoliefonds. Volgens het persartikel vergt die taak `230 979 uren paperasserie', waardoor de OCMW's hun eigenlijke taak van maatschappelijke dienstverlening niet naar behoren kunnen vervullen. Het is dan ook van belang dat in de nodige financiering wordt voorzien voor de administratieve last die gepaard gaat met de behandeling van de aanvragen voor de korting in het kader van het Stookoliefonds.

De criteria die bepalen wie in aanmerking komt voor de korting hebben enkel betrekking op het inkomen van de betrokkenen. Andere elementen zoals onroerende goederen of het vermogen worden niet in aanmerking genomen. Dat heeft tot gevolg dat het fonds soms geen kortingen geeft aan wie het nodig heeft en omgekeerd.

Aangezien de inkomensgrens geen voldoende criterium is, is een sociaal onderzoek noodzakelijk. Voor dat onderzoek dat de OCMW's moeten kunnen uitvoeren, zijn echter middelen nodig.

In de beleidsnota van minister Arena wordt op pagina 8 alleen gesproken over de energiefactuur zonder melding te maken van de energiebron, gas, stookolie of elektriciteit. Tot op heden worden mensen anders behandeld en beschermd naargelang ze gas, stookolie of elektriciteit gebruiken. Ik pleit dan ook voor een energiefonds dat een uniforme behandeling garandeert.

Anderzijds denk ik dat door een uitbreiding van de gespreide betaling ook mensen die niet in aanmerking komen voor een korting, hun energiefactuur makkelijker zullen kunnen betalen. Op heden zouden slechts 78 van de 800 leveranciers een gespreide betaling aanvaarden.

Is de minister op de hoogte van de zware administratieve last die het Stookoliefonds voor de OCMW's betekent? Hoe zal de minister het probleem aanpakken? Voorziet de minister in financiële steun voor de OCMW's? Vindt de minister het inkomenscriterium te beperkt? Moet er ook een sociaal onderzoek komen alvorens te korting toe te kennen? Hoe zal de minister dat onderzoek implementeren?

Wat is de timing voor de oprichting van het energiefonds? Zal de korting worden toegekend, ongeacht de energiebron? Zal de regering de gespreide betaling uitbreiden, stimuleren of opleggen?

De heer Etienne Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister. - Ziehier het antwoord van collega Arena, dat ik zal geven in de volgorde van de vraag zoals ze oorspronkelijk werd gesteld en niet zoals ze nu naar voor werd gebracht.

De vragen in verband met het stookoliefonds kan ik als volgt beantwoorden. Het blijft de bedoeling om iedereen een gelijkwaardige tegemoetkoming te geven, ongeacht de aard van de verwarmingsbron. Dit jaar werd een vierde categorie toegevoegd die sinds kort een forfaitaire tegemoetkoming kan genieten in het kader van het stookoliefonds. Personen die met gas en elektriciteit verwarmen kunnen voortaan ook de sociale tarieven genieten. Ook het bedrag van de tegemoetkoming evolueert naar een gelijkwaardig niveau.

Die harmonisering biedt op korte termijn het meeste perspectief op een gelijkwaardige behandeling en geniet dus momenteel de voorkeur. Een enkel energiefonds is een technisch ingewikkelde operatie. De spelers op de markt kennen een verschillende structuur, de financieringswijze is verschillend. Een integratie zal veel tijd en juridisch-technische aanpassingen vergen.

Wat de inkomenstoets betreft, mag niet de indruk worden gewekt dat mensen onterecht een tegemoetkoming hebben gekregen. Alleen wie binnen de criteria valt, heeft die verkregen. Voor drie van de vier categorieën gebeurt dit via een sociaal onderzoek waarbij rechtstreeks of onrechtstreeks (via het toegekende statuut) een inkomenstoets gebeurt die ook onroerende goederen in rekening brengt. Om redenen van administratieve beheersbaarheid is ervoor gekozen voor de vierde categorie te werken via het aanslagbiljet. Daarin is het kadastraal inkomen verwerkt, maar voor die categorie is inderdaad in geen sociaal onderzoek voorzien. Het zou de administratieve druk bij de OCMW's overigens nog vergroten. Bovendien is het zo dat per 1 januari die groep via de Federale Overheidsdienst Economie zijn tegemoetkoming zal krijgen. Dat kan alleen op basis van het aanslagbiljet.

In tegenstelling tot de wens van de geachte senator heeft de regering dus gekozen voor het behoud van de criteria en de administratieve verwerking voor een van de doelgroepen.

Op de vraag over de gespreide betalingen kan ik meedelen dat die bedoeld zijn om het betalen van de stookoliefactuur te vergemakkelijken, zowel voor de consument als voor de leverancier. De consument kan zijn stookoliefactuur spreiden over langere termijn en de leverancier heeft een middel om aan klantenbinding te doen. Iedereen die dit wenst kan zich hiervoor inschrijven.

Deze maatregel is dus niet gebonden aan bepaalde sociale categorieën. Met de aanpassingen aan het koninklijk besluit van 20 januari 2006 in verband met de gespreide betalingen hopen we dit systeem nog te stimuleren.

Het is altijd de bedoeling geweest de administratieve overlast tot een minimum te beperken. Er werd dan ook zwaar geïnvesteerd in de informatisering van de dossierbehandeling. Eerst werd de uitwisseling van gegevens tussen de OCMW's en de Kruispuntbank van de sociale zekerheid geïnformatiseerd. Zo wordt het mogelijk om te bepalen of een persoon gerechtigd is op de verhoogde tegemoetkoming inzake geneeskundige verzorging.

Sinds 28 oktober 2008 hebben de OCMW's bovendien elektronisch toegang tot bepaalde gegevens van de belastingadministratie die nuttig zijn voor de toepassing van de maatregel. Deze mogelijkheid heeft het voordeel dat de OCMW's het bedrag van het inkomen van de eventuele rechthebbenden gemakkelijker kunnen bepalen. Ook de administratieve last voor de burger wordt zo verlicht: hij hoeft immers de verschillende documenten die zijn inkomen bewijzen, niet meer voor te leggen.

In de regering is er trouwens een akkoord om vanaf 1 januari 2009 de behandeling van de dossiers voor de vierde categorie over te hevelen naar de FOD Economie. De toetsing zal gebeuren via het aanslagbiljet. Dat zal uiteraard een effect hebben op het aantal dossiers van de OCMW's. Er is ook een vergoeding voor de administratieve werklast vastgelegd, ten belope van 10 euro per positief geadviseerd dossier.

Mevrouw Nahima Lanjri (CD&V). - Ik ben blij dat een deel van het werk wordt geautomatiseerd zodat de doelgroep die zeker een tegemoetkoming moet krijgen, automatisch wordt opgespoord. Ik blijf er anderzijds bij dat het niet voldoende is om zich enkel te baseren op het belastbare inkomen dat is aangegeven in de belastingbrief. Dat geeft immers een vertekend beeld. De OCMW's kennen hun klanten het best. Ze kunnen vaststellen of iemand die volgens zijn belastbare inkomen in aanmerking komt voor een tegemoetkoming, bijvoorbeeld toch heel wat huizen bezit. Het is eigenaardig dat zo iemand met belastinggeld toch een tegemoetkoming van het Stookoliefonds zou krijgen.

De minister zegt ook dat de OCMW's een vergoeding krijgen van 10 euro per positief geadviseerd dossier. Alle dossiers moeten worden onderzocht, ook deze die uiteindelijk negatief worden beoordeeld. Het werk voor die laatste dossiers moet blijkbaar gratis worden geleverd. Ik hoop dat de minister dat wil bekijken. Ik hoop ook dat ze één algemeen energiefonds overweegt. Dat is misschien ingewikkeld, maar het is belangrijk dat het er komt. Ik hoop dat we dit debat met de minister zelf verder kunnen zetten in het kader van de bespreking van haar beleidsbrief.

De voorzitter. - De agenda van deze vergadering is afgewerkt.

De volgende vergadering vindt plaats donderdag 13 november om 15 uur.

(De vergadering wordt gesloten om 21.05 uur.)