4-842/4

4-842/4

Belgische Senaat

ZITTING 2007-2008

8 JULI 2008


Voorstel van resolutie betreffende de executies van minderjarigen in Iran


TEKST AANGENOMEN DOOR DE COMMISSIE VOOR DE BUITENLANDSE BETREKKINGEN EN VOOR DE LANDSVERDEDIGING


De Senaat,

A. Onder verwijzing naar eerdere resoluties over Iran, met name die over de mensenrechten.

B. Gezien de verklaringen van het EU-voorzitterschap van 4 en 10 juni 2008 over de dreigende executie van criminele jongeren in Iran;

C. Gezien de verklaring van het voorzitterschap van 13 juni 2008 namens de Europese Unie over de executie van Mohammad Hassanzadeh en gezien eerdere executies waaronder deze op 19 juli 2005 waarbij twee jongeren publiekelijk werden ophangen in Mashad omdat ze er werden van beschuldigd homoseksueel te zijn;

D. Onder verwijzing naar de resoluties van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (VN), en met name resolutie 62/168 van 18 december 2007 over de situatie van de mensenrechten in de Islamitische Republiek Iran en resolutie 62/149 van 18 december 2007 over een moratorium voor het gebruik van de doodstraf;

E. Gelet op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en het Verdrag inzake de rechten van het kind waar Iran zich bij heeft aangesloten;

F. Overwegende dat de algemene situatie van de mensenrechten in Iran sinds 2005 achteruit is blijven gaan en overwegende dat alleen al het aantal executies in 2007 bijna is verdubbeld;

G. Overwegende dat in Iran nog steeds minderjarigen worden geëxecuteerd maar dat van Iran bekend is dat het meer criminele jongeren heeft geëxecuteerd dan enig ander land in de wereld en dat er volgens de berichten in Iran meer dan honderd personen wachten op hun executie omwille van misdaden die zij zouden hebben begaan toen zij nog geen 18 jaar waren;

H. Overwegende dat Mohammad Hassanzadeh, een criminele jongere, nog geen 18 was toen hij op 10 juni 2008 werd geëxecuteerd;

I. Overwegende dat ten minste vier andere criminele jongeren, Behnoud Shojaee, Mohammad Fedaei, Saeed Jazee en Behnam Zaare elk moment kunnen worden geëxecuteerd en overwegende dat de Iraanse autoriteiten hebben bevolen de executie van Behnoud Shojaee en Mohammad Fedaei een maand uit te stellen;

J. Overwegende dat de Hoge Commissaris voor de rechten van de mens van de Verenigde Naties de Iraanse autoriteiten er op 10 juni 2008 aan heeft herinnerd dat executie van criminele jongeren volgens het internationaal recht streng verboden is;

K. Overwegende dat er onder de Iraanse criminele jongeren ook personen zijn die beschuldigd worden van homoseksuele relaties, waarop in Iran de doodstraf staat;

L. Overwegende dat er onder de Iraanse (criminele) jongeren ook personen zijn — meisjes en jongens — die beschuldigd worden van ontucht en/of overspel, waarop in Iran hetzij lijfstraffen (stokslagen), hetzij de doodstraf (door steniging) staat;

M. Overwegende dat jongeren worden vervolgd, veroordeeld en geëxecuteerd omwille van hun politieke en godsdienstige overtuiging;

N. Gelet op het feit dat niet alleen in Iran, maar ook in andere landen (zoals Saoedi-Arabië en Jemen) nog steeds minderjarigen ter dood worden veroordeeld en geëxecuteerd, hetzij mensen voor feiten die zij gepleegd hebben op minderjarige leeftijd;

Vraagt de regering

1. de terdoodveroordelingen en executies in Iran ten zeerste te veroordelen en in het bijzonder het executeren van criminele jongeren en minderjarigen;

2. er bij de Iraanse autoriteiten op aan te dringen de internationaal erkende wettelijke normen ten aanzien van minderjarigen te eerbiedigen;

3. aan te geven aan de Iraanse regering dat terdoodveroordelingen van minderjarigen in strijd zijn met de internationale verplichtingen, met name met het internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (ICCPR) en het verdrag inzake de rechten van het kind (CRC) die door de Islamitische Republiek Iran werden geratificeerd in respectievelijk 1975 en 1994 en die de executie van minderjarigen of mensen die veroordeeld werden wegens misdaden die ze begingen toen ze minderjarig waren, verbieden;

4. de executie van Mohammad Hassanzadeh, die nog geen 18 jaar was toen hij geëxecuteerd werd, te veroordelen;

5. om samen met de Europese Unie bij de Iraanse autoriteiten aan te dringen op uitstel van de executie van Behnoud Shojaee, Mohammad Fedaei, Saeed Jazee en Behnam Zaare en alle andere criminele jongeren die ter dood zijn veroordeeld;

6. er bij de leden van de onlangs verkozen Majlis op aan te dringen snel hun goedkeuring te hechten aan de hervorming van het Iraanse wetboek van strafrecht om met name steniging en executie van criminele jongeren af te schaffen, te streven naar een moratorium voor de doodstraf en de Iraanse wetgeving in overeenstemming te brengen met de internationale verplichtingen op het gebied van de mensenrechten;

7. de Iraanse regering en het Iraanse parlement te vragen homoseksuele relaties uit het wetboek van strafrecht van Iran te halen;

8. de Iraanse regering en het Iraanse parlement te vragen overspel uit het wetboek van strafrecht van Iran te halen;

9. uitzetting van personen die in Iran dreigen te worden geëxecuteerd of gemarteld op te schorten;

10. de uitzetting van holebi's naar Iran op te schorten;

11. de executie van minderjarigen in Iran op de agenda te plaatsen van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties gezien ons land thans het voorzitterschap bekleedt;

12. deze resolutie officieel te overhandigen aan de Raad van Europa, de Europese Commissie, de VN-secretaris-generaal, de VN-mensenrechtenraad, het hoofd van de rechterlijke macht in Iran en de regering en het parlement van de Islamitische Republiek Iran;

13. op dezelfde manier de executie van minderjarigen in andere landen (zoals Saoedi-Arabië en Jemen) te veroordelen, alsook de executie van mensen die feiten pleegden op minderjarige leeftijd, waar deze executies dan ook plaatsvinden.