4-34 | 4-34 |
De voorzitter. - Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Migratie- en Asielbeleid, antwoordt.
Mevrouw Els Schelfhout (CD&V-N-VA). - In het verleden gaf de minister aan dat hij onze bezorgdheid over de mensenrechtensituatie in Iran deelt. Meermaals ontbood hij, naar aanleiding van grove schendingen van de mensenrechten, de ambassadeur van Iran in Brussel. Bovendien steunt België alle demarches die het Voorzitterschap van de Europese Unie inzake mensenrechten in Teheran onderneemt. Zo is België, net als de andere lidstaten, sinds enkele jaren én jaarlijks voorstander van de gezamenlijke indiening van het ontwerp van resolutie betreffende de mensenrechten in Iran, zoals het door Canada werd ingediend bij de Derde Commissie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Ook in 2007 werd opnieuw een resolutie betreffende Iran goedgekeurd.
De politieke situatie in Iran is de minister en ons allen welbekend. De schendingen van de mensenrechten in Iran zijn hem evenzo bekend.
De minister heeft ongetwijfeld ook kennis van recente parlementaire initiatieven die werden genomen in de Kamer van volksvertegenwoordigers en in de schoot van de senaatscommissie Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging. De Belgische Senaat heeft al in december 2005 een resolutie aangenomen betreffende de politieke toestand in Iran en de betrekkingen van dat land met de Europese Unie. In die resolutie werd onder meer een onderzoek aanbevolen naar de rechtmatigheid van de vermelding van de PMOI op de Europese lijst van terroristische organisaties. Op donderdag 27 april 2008 werd in de Kamer een nog meer specifieke resolutie aangenomen, die het schrappen van de PMOI van de betreffende Europese lijst aanbeveelt.
Op 7 mei jongstleden oordeelde het Britse Hooggerechtshof dat de PMOI niet thuishoort op de Europese lijst van terroristische organisaties waar ze sinds 2002 naar aanleiding van een Brits initiatief op terechtkwam. Het Hooggerechtshof draagt de Britse regering op om de oorspronkelijke klacht in te trekken, waardoor de vermelding van de organisatie op de Europese lijst alle grond verliest.
Ten andere werden ook alle oorspronkelijke argumenten om de PMOI op de lijst te plaatsen, als zou de organisatie zich schuldig maken aan martelpraktijken en dies meer, weerlegd na grondig onderzoek. Dat onderzoek was overigens veel grondiger dan de argumenten waarop de beschuldigingen waren gebaseerd.
Voorzien was dat de EU-Commissarissen de lijst volgende week maandag zouden herzien. Die beslissing werd alvast uitgesteld in afwachting van een initiatief van het Britse parlement om de organisatie van de Britse blacklist te schrappen, zo luidt de officiële argumentatie.
Ondertussen wordt vanuit Teheran druk gelobbyd en gedreigd.
Heel binnenkort reist Javier Solana, secretaris-generaal van de Raad van Ministers en Hoge Vertegenwoordiger voor het Buitenlands- en Veiligheidsbeleid van de EU, naar Teheran met een aanbod van economische en mogelijk andere voordelen voor Iran, in ruil voor het bannen van elke nucleaire activiteit.
Welke bilaterale en multilaterale acties heeft de minister namens onze regering al ondernomen teneinde de parlementaire resoluties ten uitvoer te brengen?
Kan het schrappen van de PMOI van de Europese lijst van terroristische organisaties op de steun van de Belgische delegatie rekenen?
Zal de minister, conform de resolutie van de Senaat en het Europees Parlement, de Europese Raad ertoe bewegen de schrapping uit te voeren?
Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Migratie- en Asielbeleid. - Ik lees het antwoord van de minister.
Tot nu toe is de Raad altijd tot het besluit gekomen dat hij niet over nieuwe elementen beschikte die een delisting van de People's Mojahedin Organization of Iran (PMOI) zou rechtvaardigen.
Het spreekt vanzelf dat de recente uitspraak van het Britse Hooggerechtshof na een beroep aangetekend door de PMOI tegen de inschrijving op de Britse lijst van verboden organisaties, als een nieuw element dient te worden beschouwd. Volgens het Britse gerecht bestaat er geen bewijs, ondanks zware antecedenten, dat de PMOI sinds 2003 een nieuwe structuur met een terroristisch oogmerk of potentieel heeft proberen op te bouwen.
De Raad heeft van die beslissing kennis genomen en onderzoekt momenteel of er nog elementen bestaan die de handhaving van de PMOI op de Europese lijst rechtvaardigen. De minister van Buitenlandse Zaken kan op de collectieve besluitvorming van de Raad niet vooruitlopen.
Mevrouw Els Schelfhout (CD&V-N-VA). - De PMOI is op Brits initiatief op de lijst van terroristische organisaties geplaatst. Aangezien Groot-Brittannië de organisatie van zijn zwarte lijst zal schrappen, zien wij niet in op welke grond de PMOI op de Europese zwarte lijst moet worden behouden. Iedereen weet dat Teheran sterk aandringt bij Frankrijk om een initiatief te nemen. Aangezien Frankrijk wellicht geen initiatief zal nemen, zie ik niet in waarom België de schrapping van de lijst niet zou ondersteunen.