4-32

4-32

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 29 MEI 2008 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg mevrouw Helga Stevens aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de terugbetaling van hoortoestellen door het RIZIV» (nr. 4-326);

De voorzitter. - De heer Carl Devlies, staatssecretaris voor de Coördinatie van de Fraudebestrijding, toegevoegd aan de eerste minister, antwoordt.

(Voorzitter: de heer Marc Verwilghen, ondervoorzitter.)

Mevrouw Helga Stevens (CD&V-N-VA). - Met deze vraag wil ik een onrechtvaardigheid in verband met de terugbetaling van hoortoestellen aanklagen. Voor doven of zwaar slechthorenden voor wie het zinvol is om een cochleaire prothese ingeplant te krijgen, komt het RIZIV integraal tussen in de kosten van de ingreep. Het gaat om een bedrag van ongeveer 21.000 euro. Voor dove of slechthorende mensen voor wie een cochleaire implant geen optie is, komt het RIZIV echter maar voor een beperkt aandeel tussen in de aankoop van een hoortoestel: voor mensen jonger dan 12 jaar gaat het om circa 800 euro voor een monofonisch toestel en circa 1580 euro voor een stereofonisch toestel; voor mensen ouder dan 12 jaar gaat het om circa 470 euro voor een monofonisch toestel en 930 euro voor een stereofonisch toestel. De prijzen van een hoortoestel dat ook buiten de context van een rustig tweegesprek bruikbaar is, liggen echter aanzienlijk hoger: een degelijk toestel kost al gauw ongeveer 1500 euro. Uiteraard bestaan er goedkopere basismodellen, maar die zijn in veel professionele en sociale situaties - zodra meer dan twee personen in het gesprek betrokken zijn - niet functioneel. In het geval van een doof gezin met twee kinderen wordt dit al snel een bijzonder dure grap: om de vijf jaar, de gemiddelde levensduur van een hoortoestel, moet zo'n 4000 euro neergeteld worden. Dat is toch een bijzonder hoog bedrag.

Die problematiek is in het verleden al meermaals aangekaart. De vorige minister van Volksgezondheid, Rudy Demotte, antwoordde telkens enigszins laconiek dat cochleaire implants, omdat ze geplaatst worden tijdens een chirurgische ingreep, ressorteren onder de Overeenkomstencommissie verstrekkers van implantaten-verzekeringsinstellingen, terwijl de klassieke hoortoestellen ressorteren onder de Overeenkomstencommissie audiciens-verzekeringsinstellingen, en dat de eerstgenoemde commissie nu eenmaal over grotere financiële middelen beschikt dan de tweede. De minister voegde hieraan in 2004 nog toe dat de Overeenkomstencommissie audiciens-verzekeringsinstellingen voorzag in een herwaarderingsplan voor de terugbetaling van hoorapparaten. Krachtens dat plan zou tegen 2008 voor laagtechnologische toestellen 500 euro worden terugbetaald, voor mediumtechnologische toestellen 800 euro en voor hoogtechnologische toestellen 1.100 euro.

De invoering van dit plan maakte uw voorganger in 2005 afhankelijk van een health technology assessment door het Federaal Kenniscentrum voor de gezondheidszorg. Die studie, met als titel `Retrospectieve, vergelijkende costeffectiveness van auditieve technologieën. Aftoetsing van de therapeutische noden van de betrokken patiëntenpopulatie aan de respectieve economische impact van diverse technologische mogelijkheden' was in juni 2005 in uitvoering.

Is de health technology assessment-studie inmiddels uitgevoerd? Zo ja, wat zijn de resultaten en de conclusies ervan? Zal het herwaarderingsplan van de Overeenkomstencommissie audiciens-verzekeringsinstellingen worden uitgevoerd? Kunnen we een exemplaar van de studie krijgen? Zo neen, waarom zijn er na drie jaar nog steeds geen resultaten?

Zelfs wanneer het herwaarderingsplan van de Overeenkomstencommissie wordt uitgevoerd, blijft de terugbetaling beperkt. Een mediumtechnologisch toestel kost bijvoorbeeld 1200 tot 1700 euro, waarvan maar 800 euro - of maximaal tweederde van de prijs - wordt terugbetaald. Is de minister bereid de nodige maatregelen te nemen om de voortdurende discriminatie op het gebied van terugbetalingen tussen mensen met een cochleaire implant en mensen met een klassiek hoortoestel volledig weg te werken?

De heer Carl Devlies, staatssecretaris voor de Coördinatie van de Fraudebestrijding, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik lees het antwoord van minister Onkelinx.

Alvorens een antwoord te geven op de concrete vragen is het belangrijk om eerst enkele zaken te verduidelijken.

De terugbetaling van 824,99 euro voor een monofonisch toestel en 1634,12 euro voor een stereofonisch toestel wordt niet langer beperkt tot kinderen jonger dan 12 jaar. Sinds september 2006 komen alle jongeren onder 18 jaar in aanmerking voor deze terugbetalingsbedragen. Die uitbreiding betekent een belangrijke verbetering voor heel wat jongeren. De terugbetalingstarieven voor de volwassenen bedragen respectievelijk 515,79 en 1021,67 euro.

Het RIZIV geeft inderdaad bij de aankoop van hoortoestellen, in tegenstelling tot de cochleaire prothesen, een beperkte tegemoetkoming. De terugbetalingstarieven werden in het verleden bepaald op basis van de prijzen van de basismodellen van hoorapparaten. De laatste jaren is er een enorme evolutie in hoortoestellen merkbaar. Zo heeft de digitalisering ook zijn intrede gedaan bij de klassieke hoorapparaten. Hierdoor zijn er hoogtechnologische hoorapparaten op de markt gekomen die een stuk duurder zijn dan de basismodellen. Door de budgettaire beperkingen is er geen marge om de hoogtechnologische hoorapparaten volledig terug te betalen.

Om aan deze situatie iets te doen, werd voor 2008 een budget van 6.440.000 euro vrijgemaakt. De Overeenkomstencommissie audiciens-verzekeringsinstellingen van het RIZIV werkt aan een voorstel dat moet zorgen voor een betere terugbetaling van hoorapparaten.

Dit zal een belangrijke verbetering betekenen voor de gebruikers van hoorapparaten zonder dat hiermee de kloof tussen de terugbetalingstarieven en de prijzen voor de nieuwe hoogtechnologische producten volledig wordt gedicht. Hiervoor is de kloof momenteel te groot.

Het stappenplan waarvan sprake was destijds een voorstel van de Overeenkomstencommissie audiciens-verzekeringsinstellingen. De uitvoering van dit plan was afhankelijk van de toekenning van supplementaire middelen in 2005. Het budget werd toen niet toegekend omdat de studie van de terugbetaling van hoorapparaten door het Federaal Kenniscentrum voor de gezondheidszorg van start ging. Deze studie zal waarschijnlijk in oktober van dit jaar gepubliceerd worden. De studie heeft heel wat vertraging opgelopen omdat het lang heeft geduurd om een geschikte kandidaat te vinden die een goed projectvoorstel deed.

Mevrouw Helga Stevens (CD&V-N-VA). - Ik ben blij te vernemen dat de minister een budget heeft vrijgemaakt om de kloof tussen de terugbetaling en de prijs van de hoogtechnologische hoorapparaten enigszins te verkleinen. Ze geeft echter toe dat die kloof nog niet is gedicht.

De studie van het Federaal Kenniscentrum voor de gezondheidszorg zal in oktober beschikbaar zijn. Ik hoop dat we dan kunnen bekijken hoe doven en slechthorenden een betere dienstverlening kunnen krijgen. Een deel van het probleem is misschien dat hoorapparaten en implantaten onder verschillende commissies ressorteren waardoor er geen informatie-uitwisseling is. Zeker de hoogtechnologische hoorapparaten benaderen bijna de kwaliteit van een implantaat. We moeten dan ook nagaan wat de voor- en nadelen van beide toestellen zijn, rekening houdend met de respectieve prijzen. Ik zal deze zaak verder volgen.