4-738/3 | 4-738/3 |
27 MEI 2008
I. INLEIDING
Voorliggend wetsontwerp werd op 20 maart 2008 in de Kamer van volksvertegenwoordigers ingediend als een wetsontwerp van de regering (stuk Kamer, nr. 52-1011/1).
Het werd op 8 mei 2008 aangenomen door de plenaire vergadering met 99 tegen 16 stemmen bij 30 onthoudingen en op 9 mei 2008 overgezonden aan de Senaat die het op 14 mei heeft geëvoceerd.
Met toepassing van artikel 27, 1, tweede lid, van het Reglement van de Senaat, heeft de commissie de bespreking van dit wetsontwerp aangevat vóór de eindstemming in de Kamer van volksvertegenwoordigers.
De commissie heeft de onderdelen van dit wetsontwerp die naar haar werden verwezen besproken tijdens haar vergaderingen van 22 april en 20 mei 2008.
II. INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR DE HEER PATRICK DEWAEL, VICE-EERSTEMINISTER EN MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN
De heer Patrick Dewael, vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken, herinnert eraan dat de artikelen 2 en 3 van het ontwerp tot doel hebben een louter budgettaire beslissing uit te voeren die op het laatste conclaaf is genomen.
Het ontworpen artikel 2 strekt ertoe het artikel 66 van de programmawet van 2 januari 2001 op twee punten te wijzigen. Dit artikel voegt nieuwe begrotingsmiddelen voor de financiering van het « Veiligheidsfonds », dat aangewend wordt om de strategische preventie- en veiligheidsplannen te financieren, toe.
De eerste wijziging heeft tot doel het resultaat van de vermindering (35 902 000 euro) te vrijwaren voor de algemene middelen en dus niet te laten opgaan in de middelen toegekend aan de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten.
De tweede wijziging beoogt de toevoer van nieuwe middelen tot 5 miljoen euro te beperken in plaats van, zoals eerst voorzien, 40 902 000 euro. Deze vermindering is verantwoord omdat het fonds, waarvoor de beslissing tot herbudgettering reeds werd genomen op de Ministerraad van 18 maart 2007, nog over voldoende reserves beschikt om aan zijn budgettaire verplichtingen te voldoen. Gelet op de voorlopige twaalfden, kon deze herbudgettering echter niet meer gerealiseerd worden in 2008. Zij zal in de begroting van 2009 verwerkt worden.
Het ontworpen artikel 3 heeft tot doel artikel 485 van de programmawet van 27 december 2004 te wijzigen. Dat artikel regelt de werking van het « Federaal solidariteitsfonds voor de lokale politie ». Aangezien de federale financiering van de lokale politie bij wet zal moeten worden geregeld, zijn die werkingsregels beperkt in de tijd. Aangezien de wet tot financiering van de politiezones nog niet tot stand is gekomen, is het noodzakelijk de bepalingen van artikel 485 van de programmawet van 27 december 2004 nog voor één jaar te verlengen. Wat de voorbereiding van die financieringswet betreft, bevestigt de vice-eersteminister dat een consortium van universiteiten met het voorbereidend wetenschappelijk onderzoek is belast.
Ten slotte wijst de vice-eersteminister erop dat beide voorgestelde artikelen de goedkeuring van zowel de geaccrediteerde Inspecties van Financiën als van de Raad van State hebben verkregen.
III. ALGEMENE BESPREKING
De heer Collas wenst te vernemen welke universiteiten het consortium vormen waarover de minister het heeft. Bovendien vraagt hij zich af of het consortium een welbepaalde termijn is opgelegd om zijn werkzaamheden te beëindigen.
De vice-eersteminister verklaart dat het om de universiteit van Gent, de Hogeschool Gent en Facultés Universitaires de Saint Louis gaat.
Er zijn een aantal oproepen noodzakelijk geweest om tot een inschrijving te komen.
Eind 2008 zullen ze het resultaat van hun werkzaamheden indienen.
De heer Claes vindt het logisch dat het Veiligheidsfonds vanaf 2008 op een andere manier wordt bekeken dan in het verleden. Zijn fractie is al lang vragende partij voor deze verandering.
De heer Delpérée verbaast zich enigszins over de formulering van artikel 2 in het Frans.
Tevens heeft hij vragen bij de gevolgen van de drastische vermindering van de middelen. Hoe zal men voorzien in de behoeften van het Veiligheidsfonds, dat in het verleden over een veel ruimere financiering beschikte ?
De minister antwoordt dat het budget van dit fonds opnieuw zal worden gebudgetteerd volgend jaar.
Hij garandeert dat er voldoende reserves zijn om de aangegane verbintenissen na te komen. De vermelde 5 000 000 euro moet zeker volstaan. Op het begrotingsconclaaf is bedongen dat, mocht dat niet het geval zijn, er bijkomende middelen zullen worden toegekend.
De heer Antheunis vraagt wat de opdracht van het Veiligheidsfonds precies inhoudt.
De minister antwoordt dat het Veiligheidsfonds eerst en vooral voornamelijk dient voor uitgaven inzake preventie : de strategische plannen, stadswachten, contingenten inzake activa.
De heer Antheunis leidt hieruit af dat dit Fonds dus ook dient voor de financiering van een aantal veiligheidscontracten afgesloten met verschillende steden en gemeenten. Kan de minister verzekeren dat, niettegenstaande de vermindering van de financiering van dit Fonds, deze veiligheidscontracten niet in het gedrang zullen komen ?
De minister bevestigt dat dit niets zal veranderen aan de veiligheidscontracten.
De heer Delpérée leidt uit het debat af dat het Veiligheidsfonds in het verleden meer financiële middelen kreeg dan nodig.
De minister bevestigt dat er in het verleden reserves waren die niet opgebruikt werden. De minister van Begroting was zeer strikt over het gebruik van deze reserves.
IV. STEMMINGEN
De naar de commissie verwezen artikelen worden aangenomen met 9 stemmen tegen 2.
Dit verslag werd eenparig goedgekeurd door de 10 aanwezige leden.
| De rapporteur, | De voorzitter, |
| Berni COLLAS. | Philippe MOUREAUX. |