4-30

4-30

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 22 MEI 2008 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Els Schelfhout aan de minister van Buitenlandse Zaken en aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over «het weigeren van buitenlandse hulp aan de slachtoffers van de cycloon in Myanmar» (nr. 4-311)

Mevrouw Els Schelfhout (CD&V-N-VA). - Bijna drie weken geleden trok de cycloon Nargis over Birma. Deze verwoestende cycloon heeft twee miljoen mensen dakloos achtergelaten. Er is sprake van 133.000 doden en vermisten. Het zuiden van Myanmar wordt bedreigd door epidemieën en hongersnood. De Tijd omschreef deze natuurramp onlangs als `één van de dodelijkste natuurrampen in de recente geschiedenis.'

Ondanks de omvang van deze ramp en de mogelijke gevolgen voor de bevolking, weigerde de militaire junta in Birma tot voor kort alle buitenlandse hulp. De hulpverlening in het land zelf is ook zeer beperkt. Van de 2,4 miljoen overlevenden zouden er op heden slechts 500.000 hulp hebben gekregen. De Verenigde Naties hebben door middel van overleg getracht om Myanmar ervan te overtuigen de grenzen open te stellen voor buitenlandse hulp. Het is pas sinds maandag, meer dan twee weken na de ramp, dat het regime in Myanmar zijn strakke weigering tegenover buitenlandse hulpverleners enigszins afzwakte. We kunnen alleen maar hopen dat het bezoek van vandaag van VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon, bijdraagt tot meer openheid en tot het aanvaarden van meer buitenlandse hulp.

De getroffen mensen zijn onze eerste bezorgdheid. Het is onvoorstelbaar dat Myanmar zolang buitenlandse hulp weigerde, met ongeziene gevolgen voor honderdduizenden mensen.

Nu er blijkbaar een groeiende bereidheid is om meer buitenlandse hulp te aanvaarden, hoewel er nog enige onduidelijkheid is over onder meer de hulpgoederen die het Belgische B-FAST-team aan lokale medewerkers van Artsen Zonder Grenzen in Birma wil overhandigen, dienen we ons misschien af te vragen of Birma door de buitenlandse hulp wekenlang onmogelijk te maken, geen inbreuk pleegde op het internationale recht. Ik verwijs hier naar de genocideconventie van 1948.

Door honderdduizenden mensen de geboden buitenlandse hulp te ontzeggen, werden ze aan hun lot overgelaten. Ze werden gedwongen te overleven in mensonwaardige en levensbedreigende omstandigheden.

Wat is het standpunt van de minister met betrekking tot de schending van het internationale recht door Birma wegens het onmogelijk maken van buitenlandse hulp?

Welke houding zal België aannemen?

Wordt gedacht aan een eventuele sanctionering van Birma voor het weigeren van hulp waardoor het welzijn en de gezondheid van een gedeelte van de bevolking dermate in het gedrang komt dat er een schending is van het internationale recht?

Is België bereid hierin stappen te ondernemen?

De heer Charles Michel, minister van Ontwikkelingssamenwerking. - Collega De Gucht en ikzelf zijn nog altijd uiterst bezorgd over de tijdige levering van hulpgoederen aan de getroffenen in de Birmese delta. België heeft er ook in de Veiligheidsraad sterk op aangedrongen dat de internationale gemeenschap in de eerste plaats voor humanitaire hulp moet zorgen. Zowel binnen de VN als in de EU is dat nu de hoogste prioriteit.

België heeft één miljoen euro vrijgemaakt: 650.000 euro noodhulp, waarvan 340.000 euro werd gebruikt door B-FAST, 250.000 euro voor voedselhulp en 100.000 euro van het Vlaamse Gewest. De operatie B-FAST heeft een zuiveringsinstallatie gestuurd evenals pakketten voor geneeskundige eerste hulp en basisgezondheidszorg voor 100.000 personen voor drie maanden, 10. 200 jerrycans en 4000 dekzeilen van 4 op 6 meter.

Op dit ogenblik lijkt zich een eerste verbetering van de humanitaire toegang af te tekenen, met toegang voor Aziatische hulpverleners en VN-helikopters. Onze humanitaire hulp via B-FAST en Artsen zonder Grenzen is op de luchthaven van Yangon aangekomen en is zonder problemen aan de slachtoffers van de catastrofe uitgedeeld. De begeleiders van onze hulpgoederen hebben ook probleemloos visa van de ambassade van Myanmar in Brussel bekomen.

Er is echter meer nodig. De ASEAN-landen hebben beslist de leiding te nemen in de coördinatie van de internationale hulpverlening. Het is absoluut noodzakelijk sterke druk te blijven uitoefenen op het Birmese regime om de humanitaire toegang te vergroten. Om die reden is VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon nu in Birma.

Om deze ontwikkelingen niet te doorkruisen, achten wij het niet raadzaam nu onze tijd te verliezen met een abstracte internationaalrechtelijke oefening terwijl 1,5 miljoen mensenlevens worden bedreigd.

Uiteraard blijven wij de situatie op de voet volgen. Als de voorzichtige verbeteringen zich niet doorzetten, moet alles in het werk worden gesteld om het tij te keren. België zal dan zijn verantwoordelijkheid in de Veiligheidsraad opnemen.

Mevrouw Els Schelfhout (CD&V-N-VA). - Het is goed nieuws te horen dat de Belgische hulpgoederen nu ter plekke zijn en dat ook de Belgische hulpverleners probleemloos toegang hebben gekregen tot het land.

Ik meen echter dat een internationaalrechtelijke oefening later wel opportuun kan zijn om te vermijden dat een dergelijke situatie zich in de toekomst nog kan voordoen.