4-26

4-26

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 24 APRIL 2008 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Nele Jansegers aan de minister van KMO, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid en aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over «de administratieve vereenvoudiging voor de registratie van aannemers» (nr. 4-225)

De voorzitter. - De heer Carl Devlies, staatssecretaris voor de Coördinatie van de Fraudebestrijding, toegevoegd aan de eerste minister, antwoordt.

Mevrouw Nele Jansegers (VB). - In december 2005 kondigde de staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging aan dat hij in samenspraak met de bouwsector de procedure voor het starten van een bouwbedrijf zou vereenvoudigen. Daardoor zouden starters niet alleen sneller aan de kunnen slag, ook de controle zou efficiënter én met minder papier verlopen.

In de bestaande procedure moest de aannemer per aangetekende brief op een speciaal formulier zijn registratie aanvragen bij de provinciale registratiecommissie. Bij die aanvraag moest hij elf papieren attesten voegen, vaak met informatie die de overheid al kent. De registratiecommissie kon dan nog bijkomende schriftelijke en mondelinge vragen stellen, waardoor de procedure minstens zes weken duurde en kon oplopen tot drie maanden.

Toen toenmalig staatssecretaris Van Quickenborne de vereenvoudiging aankondigde, zei hij dat op het moment van de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) de registratie als aannemer onmiddellijk zou worden opgestart. Het ondernemingsloket zou controleren of de aannemer voldoet aan de voorwaarden. Er zouden geen attesten of documenten nodig zijn als de overheid al over de informatie beschikt. Het enige bijkomende papier dat de starter moest meebrengen, was een bewijs van de afsluiting van een arbeidsongevallenverzekering. Minder papier dus en een snellere, meer uniforme afhandeling.

In november 2006 stelde voormalig collega senator Steverlynck echter vast dat de regering tien maanden na de fameuze aankondiging van het masterplan nog geen stap verder stond. `Tenzij we de voortdurende aankondigingen ook als realisaties gaan beschouwen', aldus de heer Steverlynck. Hij stelde ook vast dat premier Verhofstadt in de beleidsverklaring van oktober 2006 liet uitschijnen dat het registratiesysteem hervormd zou worden, maar over de aankondiging van december 2005 werd in alle talen gezwegen.

De staatssecretaris reageerde snel: op 15 december 2006 stond op de webstek kafka.be het bericht: `Sociale fraude in de bouw efficiënter aanpakken, minder rompslomp voor registratie ondernemers.' De staatssecretaris schrijft: `Op initiatief van minister van Werk Vanvelthoven, is op 10 november een rondetafelaanpak sociale fraude in de bouw gestart. Inmiddels is er een akkoord gekomen met de sociale partners, de inspectiediensten en de betrokken leden van de regering.' In dit bericht werd nogmaals de drastisch vereenvoudigde en versnelde registratieprocedure aangekondigd.

`Vroeger', aldus de staatssecretaris, `was de registratie als aannemer erg zwaar. Daaromtrent hebben we vele tientallen kafkameldingen binnengekregen. Hier brengen we nu verandering in. De registratie zal veel sneller gaan. Bovendien zal er ook minder papier mee gemoeid zijn. Daar waar men vroeger een hele waslijst aan documenten diende voor te leggen, zal nu enkel nog een getuigschrift goed zedelijk gedrag en een bewijs van arbeidsongevallenverzekering nodig zijn'.

Eén document meer dan in de aankondiging van 2005 dus, maar dat kunnen we hem vergeven. De staatssecretaris vermeldde ook dat de aannemer een dossier elektronisch moet indienen bij een centraal ondernemingsloket, dat elke aanvraag doorstuurt naar de provinciale registratiecommissie. Die moet dan binnen de maand een beslissing nemen. Vroeger kon dit tot twee jaar duren, aldus de staatssecretaris. De aannemers waren gerustgesteld: de administratieve vereenvoudiging was een feit en ze zouden nu snel en efficiënt hun registratie kunnen regelen.

Wat is de situatie vandaag, één jaar en vier maanden later? Op de webstek van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) vinden we een overzicht. De regelgeving inzake de registratie van aannemers zou op 1 januari 2008 drastisch wijzigen, maar een deel van de gewijzigde regelgeving is met een jaar uitgesteld. Voor de opdrachtgevers-bouwheren is de nieuwe regelgeving daardoor ondoorzichtig en onduidelijk en ze brengt voor hen nieuwe verplichtingen mee. Ze vertoont hierdoor een hoog kafkaiaans karakter, aldus de VVSG.

Met de laatste wijzigingen van de programmawet van 27 april 2004 zou het systeem van de geregistreerde aannemers in overeenstemming worden gebracht met de wetgeving inzake de Kruispuntbank van Ondernemingen en met een arrest van het Europees Hof van Justitie van 9 november 2006. De wijzigingen moesten in werking treden op 1 januari 2008, maar er werd ook voorzien in de mogelijkheid van een koninklijk besluit voor de nodige overgangsmaatregelen omdat het systeem een nieuw geautomatiseerd systeem vereist.

Eind december 2007 verschenen in drie edities van het Belgisch Staatsblad drie wijzigingswetten om bepaalde wijzigingen vanaf 1 januari 2008 uit te stellen tot eind december 2008.

De lang aangekondigde, drastisch vereenvoudigde en versnelde registratieprocedure bleek opnieuw slechts een aankondiging te zijn, want de procedure bleef ongewijzigd. De aanvraag gebeurt nog steeds bij de bevoegde registratiecommissie. In de toekomst kan dat via een ondernemingsloket verlopen, maar het vereiste informaticaplatform is nog niet klaar. Na ontvangst van de aanvraag heeft de commissie twee maanden om uitspraak te doen, maar onder bepaalde voorwaarden kan die termijn met één maand worden verlengd.

In de toekomst zullen de beslissingen van registratie en schrapping op de KBO-webstek bekendgemaakt worden, doch voorlopig wordt de lijst van de geregistreerde aannemers nog steeds via het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

Bijna tweeënhalf jaar lang wordt het einde aangekondigd van een procedure die inderdaad te lang en te zwaar is en die starters in de bouw verhindert een snelle start te nemen.

Wat is de realiteit vandaag? Ik ontving een maand geleden een e-mail van een man die half november 2007 een aanvraag bij de provinciale registratiecommissie had ingediend. Hij diende alle paperassen in zoals het hoort, en voldeed aan alle voorwaarden. Half februari had hij nog niets gehoord en nam hij contact op met de registratiecommissie. Er was nog geen registratie, zo zei men hem, omdat zijn dossier niet volledig was. De man vroeg of er documenten ontbraken, maar uiteindelijk bleek dat de verschillende diensten die door de registratiecommissie waren aangeschreven, nog niet hadden geantwoord.

Veertien dagen later kwam de arbeidsinspectie bij de man op bezoek en stelde vast dat alles in orde was. Half maart nam de man opnieuw contact op met de registratiecommissie, maar opnieuw werd hem gemeld dat zijn dossier nog niet volledig was, omdat het antwoord van de ambtenaar van de dienst Werkgelegenheid Arbeid en Sociale Inspectie nog niet binnen was.

Vorige week, begin april dus, had ik contact met de man. Ondertussen had hij nogmaals de registratiecommissie gepolst en zijn dossier bleek nog steeds niet in orde. De ambtenaar van de arbeidsinspectie was tijdens de paasvakantie afwezig zodat het antwoord nog steeds niet binnen was. De administratieve lijdensweg voor wie zich als aannemer wenst te laten registreren, duurt dus voort.

Hoe komt het dat een plan tot administratieve vereenvoudiging van de procedure, dat al in december 2005 volledig was uitgewerkt, nog steeds niet is verwezenlijkt? Waarom is het centraal informaticaplatform, blijkbaar de conditio sine qua non voor de vereenvoudiging, nog steeds niet operationeel? Tegen wanneer zal dat wel het geval zijn? Hoeveel documenten moeten aannemers die zich vandaag willen laten registreren, indienen? Moet dat nog steeds per aangetekend schrijven?

Vindt de minister het normaal dat een procedure van aanvraag tot registratie vandaag meer dan vijf maanden kan duren, omdat een aantal ambtenaren geen haast hebben? Op welke manier denkt hij die toestanden te kunnen bannen? Wordt een aannemer die zijn aanvraag vóór 1 januari 2008 heeft ingediend, zoals de man waarover we het net hadden, eveneens automatisch geregistreerd als de commissie na drie maanden geen antwoord heeft gegeven?

De heer Carl Devlies, staatssecretaris voor de Coördinatie van de Fraudebestrijding, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik lees eerst het antwoord van minister Laruelle en daarna het antwoord van minister Van Quickenborne.

Mevrouw Laruelle wenst er het geachte lid op te wijzen dat de reglementering inzake de registratie van aannemers onder de bevoegdheid van de minister van Financiën valt.

De minister van KMO, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid is daarvoor niet bevoegd. De dienst ondernemingsloketten kan daarom niet antwoorden op vragen over de actuele toestand en over oorzaken van het uitstel in dat dossier.

Gelet op hun functie als contactpunt voor zelfstandige ondernemers is beslist om de ondernemingsloketten in de nieuwe procedure te betrekken. De dienst ondernemingsloketten heeft overigens zelf verschillende voorstellen geformuleerd om de procedure aan te passen en heeft daarbij rekening gehouden met de ideeën inzake administratieve vereenvoudiging die ten grondslag liggen aan de oprichting van de ondernemingsloketten in 2003.

De ondernemingsloketten zullen hun nieuwe taak pas kunnen uitoefenen wanneer het informaticaplatform operationeel is. Ook dat is niet de verantwoordelijkheid van de minister van KMO, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid.

Ik lees nu het antwoord van de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen.

Als staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging heeft hij deze dossiers van nabij gevolgd en constant voorstellen gedaan om de administratieve rompslomp voor ondernemingen zoveel als mogelijk te verminderen. Een van de cruciale bekommernissen daarbij was het bieden van een antwoord op het arrest van het Europees Hof van Justitie van 9 november 2006.

Uiteindelijk hebben die inspanningen geleid tot een vereenvoudigingsvoorstel dat is opgenomen in de programmawet van 27 april 2007, geconcretiseerd in het koninklijk besluit van 27 december 2007. In de daaropvolgende periode was het vooral aan de bevoegde departementen om deze voorstellen vorm te geven op het terrein. Zo heeft men er in de sociale sector voor gezorgd dat een opdrachtgever nu kan consulteren of een door hem aangestelde aannemer al dan niet sociale schulden heeft. Dat was overigens de vraag van het Europees Hof. Of de aannemer al dan niet geregistreerd is, speelt dus geen rol meer. Belangrijk is alleen te weten of hij al dan niet sociale schulden heeft.

De minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen heeft zelf ook moeten vaststellen dat nog andere elementen van de tenuitvoerlegging van dit vereenvoudigingsvoorstel op de geplande datum van inwerkingtreding niet konden worden gerealiseerd. Aangezien die elementen van vertraging zich vooral hebben voorgedaan in departementen waarvoor hij niet bevoegd was en is, verwijst hij voor een meer concrete stand van zaken naar de minister van Financiën.

Uiteraard zal de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen ervoor zorgen dat de departementen die hij sinds kort onder zijn bevoegdheden heeft en die op een aantal punten ook zijdelings kunnen bijdragen tot de realisatie van dit project, al het mogelijke zullen doen om die vereenvoudiging op het terrein te realiseren. Voor een exacte stand van zaken met betrekking tot de vragen 1 en 2 verwijst hij naar de bevoegde minister. De minister van Financiën is ook bevoegd om te antwoorden op de vragen 3, 4 en 5.

Mevrouw Nele Jansegers (VB). - Ik stel vast dat de zwarte piet naar andere departementen wordt doorgeschoven. Daar hebben de aannemers die zich snel willen laten registreren natuurlijk geen boodschap aan. Wij zullen de bevoegde minister hierover ondervragen en deze zaak blijven volgen.