4-11/3 | 4-11/3 |
13 MEI 2008
I. Inleiding
De commissie voor de Justitie heeft het voorliggende wetsvoorstel tijdens haar vergadering van 23 april 2008 besproken.
II. Inleidende uiteenzetting van één van de indieners van het wetsvoorstel
Dit wetsvoorstel neemt de tekst over van een voorstel dat reeds op 25 november 2005 in de Senaat werd ingediend (stuk Senaat, nr. 3-1449/1 - 2005/2006).
Artikel 1597 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt : « Rechters, rechters-plaatsvervangers, ambtenaren van het openbaar ministerie, griffiers, gerechtsdeurwaarders, pleitbezorgers, advocaten en notarissen mogen de processen, de betwiste rechten en rechtsvorderingen, die behoren tot de bevoegdheid van de rechtbank binnen wier rechtsgebied zij hun ambt uitoefenen, niet overnemen, op straffe van nietigheid, betaling van kosten en schadevergoeding ».
Dit verhindert speculaties op processen door de personen die bij de werking van het gerecht zijn betrokken.
Spreker verwijst naar de nieuwe gerechtelijke ambten, dat van referendaris bij het Hof van Cassatie, referendaris bij het hof van beroep of de rechtbank van eerste aanleg, en dat van parketjurist (zie onder andere de nieuwe artikelen 135bis, 156ter, 206bis, 206ter van het Gerechtelijk Wetboek). De ratio legis van het bestaande artikel 1597 van het Burgerlijk Wetboek gaat ook op voor de referendarissen bij de diverse hoven en rechtbanken, alsook voor de parketjuristen.
Het is derhalve aangewezen, mede om alle twijfel te vermijden, hen uitdrukkelijk op te nemen in de wettelijke lijst vervat in artikel 597 van het Burgerlijk Wetboek.
III. Algemene bespreking
De heer Delpérée verwijst naar de nota van de dienst Wetsevaluatie, waarin de volgende opmerkingen geformuleerd worden :
« Referendarissen
Zonder nadere precisering lijkt dit begrip ook betrekking te hebben op de referendarissen bij het Grondwettelijk Hof en de Raad van State.
Indien zulks niet de bedoeling is, is het aangewezen dit minstens te verduidelijken in de parlementaire voorbereiding of eventueel in de wettekst zelf (bijvoorbeeld « referendarissen bij de organen van de rechterlijke macht »)
Pleitbezorgers
Artikel 1597 van het Burgerlijk Wetboek, dat door dit wetsvoorstel wordt gewijzigd, vermeldt nog steeds de pleitbezorgers. Die functie werd evenwel afgeschaft bij de invoering van het Gerechtelijk Wetboek. Sindsdien worden alle taken die de pleitbezorgers vroeger verrichtten, uitgeoefend door de advocaten.
Men zou de gelegenheid kunnen aangrijpen om het woord « pleitbezorgers » uit artikel 1597 te schrappen. ».
Wat het eerste punt betreft, meent spreker dat de voorgestelde formule erg ruim is. Wat betreft het feit dat het niet aangewezen zou zijn om te spreken van « referendarissen bij de hoven en rechtbanken » omdat dit ook betrekking zou kunnen hebben op referendarissen bij het Grondwettelijk Hof, herinnert spreker eraan dat wanneer de Grondwet over hoven en rechtbanken spreekt, hij duidelijk de rechterlijke macht bedoelt.
Wat betreft de referendarissen, verduidelijkt de heer Vandenberghe dat dit begrip geen betrekking heeft op de referendarissen bij het Grondwettelijk Hof en de Raad van State, aangezien deze geen deel uitmaken van de rechterlijke macht.
De vrees voor speculatie op processen bestaat niet in deze instellingen.
De heer Delpérée vraagt zich af of er buiten het Hof van Cassatie referendarissen bestaan.
Mevrouw Defraigne antwoordt dat er ook bij de hoven en rechtbanken referendarissen zijn.
IV. Artikelsgewijze bespreking
Artikel 1
Dit artikel geeft geen aanleiding tot commentaar.
Artikel 2
Amendement nr. 1
De heren Vandenberghe, Van Parys en Van den Driessche dienen amendement nr. 1 in, (stuk Senaat, nº 4-11/2) teneinde, in artikel 1597, tussen de woorden « ambtenaren van het openbaar ministerie » en het woord « griffiers » de woorden « referendarissen, parketjuristen, » in te voegen, verwijzende naar de nieuwe gerechtelijke ambten. Littera A herneemt aldus de tekst van het wetsvoorstel.
Littera B van het amendement komt tegemoet aan de suggestie van de dienst Wetsevaluatie om het woord « pleitbezorgers » te schrappen.
V. Stemmingen
Artikel 1 wordt eenparig aangenomen door de negen aanwezige leden.
Amendement nr. 1 en het aldus geamendeerde artikel 2 wordt eenparig aangenomen door de negen aanwezige leden.
VI. Eindstemming
Het geamendeerde wetsvoorstel in zijn geheel wordt eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.
Dit rapport werd eenparig goedgekeurd door de negen aanwezige leden.
| De rapporteur, | De voorzitter, |
| Francis DELPÉRÉE. | Patrik VANKRUNKELSVEN. |