4-696/1

4-696/1

Belgische Senaat

ZITTING 2007-2008

15 APRIL 2008


Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, inzake de bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk

(Ingediend door de heer Philippe Mahoux)


TOELICHTING


Er is een nieuwe reglementering over de bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk.

Op 16 juni 2007 zijn immers verscheidene maatregelen van kracht geworden :

— de wet van 10 januari 2007 tot wijziging van verschillende bepalingen betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk waaronder deze betreffende de bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk;

— de wet van 6 februari 2007 tot wijziging van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, wat de gerechtelijke procedures betreft;

— het koninklijk besluit van 17 mei 2007 betreffende de voorkoming van psychosociale belasting veroorzaakt door het werk, waaronder geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk.

Die wijzigingen die in de wet van 11 juni 2002 en in het koninklijk besluit van 11 juli 2002 betreffende de bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk werden aangebracht, behelzen :

— een beter statuut voor de vertrouwenspersoon, ook al blijft het aanwijzen van een vertrouwenspersoon facultatief;

— het geven van voorrang aan de interne klachtenregeling boven de gerechtelijke procedure; de rechter kan immers de vordering opschorten tot de interne procedure volledig afgelopen is;

— de uitbreiding van de bescherming van de werknemers tot de werknemers die een klacht hebben ingediend bij de politiediensten, een lid van het openbaar ministerie of de onderzoeksrechter;

— de plicht van de werkgever werknemers te beschermen tegen pesterijen van derden (personen van buiten de onderneming).

Grosso modo werden definities gepreciseerd, werd de rol van de preventie versterkt en werden de verplichtingen van de werkgevers opnieuw bepaald.

Eigenlijk werd het dispositief van de wet van 11 juni 2002 en van het koninklijk besluit van 11 juli 2002 herzien aangezien het, na evaluatie in de praktijk, noodzakelijk was gebleken die wetgeving betreffende geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk te wijzigen.

Overigens is het doel van dit wetsvoorstel :

1º artikel 32sexies, van de wet van 4 augustus 1996, te wijzigen. Dat gaat over de rol van de preventieadviseur die gespecialiseerd is inzake de psychosociale aspecten van het werk, waaronder geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk.

In dat artikel staat dat de vertrouwenspersonen uit hun functie kunnen worden verwijderd na voorafgaand akkoord van alle leden vertegenwoordigers van de personeelsleden binnen het comité voor preventie en bescherming op het werk.

Dit voorstel strekt om ook te voorzien in de mogelijkheid om de preventieadviseur(s) te verwijderen.

2º te voorzien in een termijn voor de functies van preventieadviseur en vertrouwenspersoon.

Dankzij die maatregel zal het mogelijk zijn geen toestanden te laten aanslepen waarin het vertrouwen, dat nochtans aan de basis van de aanwijzing lag, na enige tijd niet meer bestaat.

De termijn waarin onderhavig voorstel voorziet, moet overeenstemmen met hetgeen voor de sociale verkiezingen geregeld is, om een eventuele vernieuwing mogelijk te maken van de structuur die de klagers opvangt en naar hen luistert en aldus te voorkomen dat men in bepaalde kritieke situaties een beroep moet doen op extreme oplossingen, zoals afzetting.

3º de vertrouwensperso(o)n(en) tegen ontslag te beschermen.

Een koninklijk besluit legt uitdrukkelijk de voorwaarden vast waaraan de vertrouwenspersoon moet voldoen en legt zijn statuut, zijn opdrachten en zijn taken vast.

Er is echter voor die persoon niet voorzien in enige specifieke ontslagbescherming.

Dit wetsvoorstel heeft onder andere tot doel die toestand te verbeteren, door te voorzien in een wijziging van artikel 32tredecies van de betreffende wet van 4 augustus 1996.

Eigenlijk wordt er bepaald dat de werkgever de arbeidsverhouding met de vertrouwensperso(o)n(en) niet kan beëindigen, tenzij om redenen die vreemd zijn aan de klacht, de rechtsvordering of de getuigenverklaring, noch de arbeidsvoorwaarden eenzijdig kan wijzigen.

Philippe MAHOUX.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

In artikel 32sexies van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1º § 1, vervangen bij de wet van 10 januari 2007, wordt aangevuld met het volgende lid :

« De preventieadviseur(s) kan (kunnen) uit zijn (hun) functie worden verwijderd na voorafgaand akkoord van alle leden vertegenwoordigers van de personeelsleden binnen het comité; de Koning bepaalt de voorwaarden en de nadere regels van de verwijdering van de preventieadviseur(s) »;

2º hetzelfde artikel wordt aangevuld met een § 4, luidende :

« § 4. De preventieadviseur(s) en in voorkomend geval de vertrouwensperso(o)n(en), worden aangewezen voor een periode die gelijk loopt met die van de mandaten die uit de sociale verkiezingen volgen.

Art. 3

Artikel 32tredecies, § 1, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 10 januari 2007, wordt aangevuld met een 6º, luidende :

« 6º de vertrouwenspersonen die na voorafgaand akkoord van alle leden vertegenwoordigers van de werknemers binnen het comité door de werkgever zijn aangewezen. ».

Art. 4

De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van deze wet.

4 maart 2008.

Philippe MAHOUX.